Meer
Publicatiedatum: 30-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen

Inleiding

Om inzicht te verschaffen in de robuustheid van de begroting van de gemeente bepaalt artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dat in de paragraaf weerstandsvermogen een relatie wordt gelegd tussen de gemeentelijke weerstandscapaciteit en de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de aanwezige middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwacht en aanzienlijk zijn, af te dekken. Weerstandsvermogen is dat deel van de weerstandscapaciteit dat niet nodig is voor afdekking van alle risico’s ofwel:

Weerstandsvermogen is weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s.

De omvang van de weerstandscapaciteit is van belang voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De weerstandscapaciteit omvat de mogelijkheden voor een gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen structurele en incidentele weerstandscapaciteit. Met het eerste worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de programma’s. Met de incidentele weerstandscapaciteit wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed op de voortzetting van taken op het geldende niveau.

Gemeente Nunspeet gebruikt in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Mochten zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan mogen deze eerst incidenteel worden afgedekt door middel van incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens zal hiervoor bij de eerstvolgende begroting structurele dekking gezocht worden. Lukt dit niet dan wordt de structurele weerstandscapaciteit als dekkingsmiddel ingezet.

De weerstandscapaciteit bestaat uit:

Structurele weerstandcapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:
1.     Onvoorziene uitgaven structureel.
2.     Onbenutte belastingcapaciteit.

Incidentele weerstandscapaciteit
De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit:
1.     Het vrije deel van de algemene reserve
2.     De bestemmingsreserves.
3.     Stille reserves (gesteld op nihil).
4.     Onvoorzienbare uitgaven incidenteel.

Ad 1 Onvoorziene uitgaven
Artikel 8 (lid 1 en lid 6) van het BBV verplicht iedere gemeente een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen in de begroting. De post onvoorzien is een buffer voor externe onvoorzienbare tegenvallers. Het dekt uitgaven die voldoen aan de drie “O’s” (Onvoorzien, Onvermijdbaar en Onuitstelbaar). Er is een bedrag geraamd van € 90.000. Dit bedrag wordt gesplitst in onvoorzienbare uitgaven incidenteel € 64.000 en onvoorzienbare uitgaven structureel € 26.000.

Ad 2 Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit is de verhouding tussen de opbrengst onroerendezaakbelastingen (OZB) versus het normtarief OZB-artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (FVW). Wanneer de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekort zullen schieten om in noodzakelijke behoeften te voorzien, kan een aanvullende uitkering worden aangevraagd. Wel moeten de eigen inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Onderstaand is de berekening weergegeven tussen dit ‘redelijke’ peil en de werkelijke begrote opbrengsten OZB.

Voor 2017 is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 vastgesteld op 0,1927.

 

 WOZ-waarde

 

1-1-2016

Woonruimten

2.822.715.000

Niet-woonruimten, eigenaar

544.500.000

Niet-woonruimten, gebruiker

499.409.000

Totaal

3.866.624.000

  

Maximale opbrengst volgens de uitzendpunten artikel 12 van de FVW

7.450.948

Begrote opbrengst 2017 OZB (inclusief dekkingsvoorstel)

3.885.707

Onbenut (uitgaande van netto opbrengsten)

3.565.241

Ad 3 Het vrije deel van de algemene reserve, de vrije reserve en de bestemmingsreserve

Algemene reserve

De doelstelling van de algemene reserve is het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten en van onvoorziene ontwikkelingen waarvoor geen voorziening is getroffen. Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 1 januari 2016 € 4.911.881 (per 1 januari 2015:€ 4.750.000). De algemene reserve bestaat uit drie onderdelen:

  • Het beslag in de algemene reserve per 1 januari 2016 bedraagt € 2.109.986 (1 januari 2015: € 2.190.000). Dit gedeelte maakt geen deel uit van het weerstandsvermogen, het is immers bestemd voor een ander doel.
  • Het bodembedrag voor 1-1-2016 is berekend op € 1.706.000 (per 1-1-2015 was dat € 1.633.000). De renteopbrengst van dit deel van de algemene reserve wordt ingezet als dekkingsmiddel en kan zonder een gat in de begroting te schieten, niet voor andere doeleinden worden ingezet. Het bodembedrag is daarom geen onderdeel van het weerstandsvermogen.
  • Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve bedraagt per 1-1-2016 €1.095.895 (1-1-2015 € 927.000) en maakt deel uit van het weerstandsvermogen.

Bestemmingsreserves
Bestemmingsreserves kunnen worden verdeeld in geblokkeerde of beklemde reserves en overige bestemmingsreserves. Onder geblokkeerde of beklemde reserves verstaan we reserves waarover niet (geheel of gedeeltelijk) vrij kan worden beschikt, omdat deze reserves worden gebruikt om structurele dekkingsmiddelen voor de gemeente begroting genereren. Deze geblokkeerde of beklemde reserves maken geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit.

De overige bestemmingsreserves zijn gevormd voor een bepaald doel. De raad heeft de bevoegdheid de bestemming te wijzigen en deze in te zetten voor het opvangen van tegenvallers. De stand van de bestemmingsreserves op 31 december 2015 € 36,6 miljoen. Een belangrijk deel van de bestemmingsreserves is geblokkeerd vanwege de structurele inzet van de renteopbrengst als dekkingsmiddel. In onderstaand overzicht is aangegeven welke overige bestemmingsreserves niet geblokkeerd of beklemd zijn.

 

tabel overige bestemmingsreserves (niet geblokkeerd of beklemd)

 

Soort reserve

bedrag

Egalisatie tarieven afvalstoffenheffing

996.631

Egalisatiereserve wegen

35.583

Egalisatiereserve bouwleges

25.750

Egalisatie tarieven rioolrecht

660.957

Reserve automatisering

119.989

Reserve restauratie eigen monumenten

97.870

Reserve restauratie gem monumenten

108.524

Reserve bodemverontreiniging

1.104.380

Reserve onderhoud graven Nunspeet West

17.250

Reserve afkoop onderhoud graven Elspeet

3.440

Reserve IRTV

853

Reserve bosexploitatie

1.274.105

Reserve grondexploitatie

1.002.340

Reserve wachtgeldverplichtingen

367.184

Reserve sociaal domein

515.281

Reserve stimulering goedkope woningbouw

122.368

Reserve BWS gelden

22.632

 

6.475.137

 

 

Ad 4 Stille reserves
Bij stille reserves moet worden gedacht aan bezittingen die beneden de marktwaarde in de boeken staan en die zonder bezwaar direct te verkopen zijn. De gemeente heeft echter nauwelijks nog bezittingen anders dan panden en gronden die nodig zijn voor de grondexploitatie in haar bezit. De gemeente is aandeelhouder van NV Bank Nederlandse Gemeente (BNG), NV Alliander en waterleidingmaatschappij Vitens. Aangenomen kan worden dat de aandelen bij een eventuele verkoop meer opbrengen dan de boekwaarde. Er is hier dus sprake van een stille reserve. Deze ruimte kan echter niet direct benut worden onder het huidige beleid en de huidige taakuitvoering, omdat de inkomsten uit deze aandelen structureel geraamd zijn in de begroting.

 

Weerstandscapaciteit 2017

In onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit voor de begroting 2017 weergegeven:

   

onderdeel weerstandscapaciteit

bedrag

 

 

Structurele weerstandscapaciteit

 

1. Onvoorzien structureel

26.000

2. Onbenutte belastingcapaciteit

3.565.241

 

 ______________

Structurele weerstandscapaciteit

3.591.241

 

 ______________

Incidentele weerstandscapaciteit

 

3. Vrije deel algemene reserve

1.095.895

3. Vrije deel bestemmingsreserves

6.475.137

4. Stille reserves

0

5. Onvoorzien incidenteel

64.000

 

 ______________

Incidentele weerstandscapaciteit

7.635.032

 

 ______________

Totale weerstandscapaciteit

11.226.273

 

 

Risico’s
Tegenover de hierboven geïnventariseerde weerstandscapaciteit staan de risico’s die de gemeente loopt. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard en hangen samen met onder andere de schaalgrootte en gemeente specifieke factoren. Het managen van deze risico’s wordt risicomanagement genoemd.

Risicomanagement in relatie tot het weerstandsvermogen

Bij risicomanagement gaat het om het uitvoeren van een systematische en periodiek terugkerend proces van identificeren, beoordelen, kwantificeren van risico’s, het bepalen en uitvoeren van activiteiten en maatregelen die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s, beheersbaar houdt en het evalueren en rapporteren over de verschillende stappen in het proces.

Doelstellingen

De volgende doelstellingen streeft gemeente Nunspeet met risicomanagement:

  1. Reduceren van de gevolgen van risico’s
  2. Voldoen aan wet- en regelgeving
  3. Actualisering van het weerstandsvermogen
  4. Verhogen van risicobewustzijn
  5. Beoordelen en optimaliseren van het weerstandsvermogen

Indeling risico’s

Gemeente Nunspeet hanteert voor de identificatie van de risico’s de volgende indeling:

  1. Juridische risico’s;
  2. Financiële risico’s;
  3. Personele / organisatorische risico’s
  4. Grondexploitatie en strategische aankopen risico’s
  5. Milieurisico’s
  6. Verbonden partijen
  7. Risico’s sociaal domein
  8. Reguliere risico’s

Analyse en beoordelen van de risico’s

Om risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden. Als wordt geschat dat een risico zich bijvoorbeeld eenmaal in de tien jaar zal voordoen is de kans op optreden 10%. Als een risico zich eenmaal per jaar kan voordoen is de kans 90%. Bij 100% is het geen risico meer.

Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen.

Hierna treft u twee tabellen de indeling van de kansen en financiële gevolgen aan. Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we vijf klassen met de volgende referentiebeelden:

 

Klasse

Aantal keren dat risico, zich naar verwachting voordoet

Kans

1

< 1 x per 10 jaar

10%

2

1 x per 5 – 10 jaar

30%

3

1 x per 2 – 5 jaar

50%

4

1 x per 1 – 2 jaar

70%

5

1 x per jaar of <

90%

Voor het bepalen van de financiële gevolgen wordt gebruik van de volgende indeling:

Klasse

Bandbreedte

Financieel gevolg

0

Geen gevolgen

Geen

1

€ 0 < € 5.000

Zeer laag

2

€ 5.000 < € 25.000

Laag

3

€ 25.000 < € 75.000

Midden

4

€ 75.000 < € 250.000

Hoog

5

>€ 250.000

Zeer hoog

Het reële financiële gevolg wordt dus bepaald door de ‘Kans’ en het ‘Financiële gevolg’ met elkaar te vermenigvuldigen. De risico’s met het grootste financiële gevolg krijgen de hoogste prioriteit bij het beheersen van de risico’s.

a. Juridische risico’s

Dwangsom
Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet-tijdig beslissen in werking getreden. Als gevolg hiervan kunnen burgers de gemeente in gebreke stellen en verbeurt de gemeente, na ontvangst van de ingebrekestelling, een dwangsom als niet tijdig op een aanvraag is beslist. In een procedure zijn werkafspraken gemaakt om beslistermijnen te bewaken. In 2017 verwachten we dat er geen dwangsommen uitgekeerd worden.

Proceskosten
Voor bezwarenprocedures en (hoger) beroepsprocedures waarin de gemeente in het ongelijk wordt gesteld, wordt de gemeente veroordeeld in de proceskosten. De hoogte van de proceskostenvergoeding is gerelateerd aan het aantal proceshandelingen dat in de betreffende procedure is verricht. De afgelopen jaren is het aantal verzoeken dat wordt ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur niet verminderd. Er is een duidelijke aanwijzing dat deze verzoeken worden ingediend met het proceskostenvergoeding oogmerk om vervolgens in bezwaar en beroep te gaan tegen de beslissing en zo de vergoeding op te strijken. Afgaande op de verzoeken die het afgelopen jaar zijn ingediend, leidt dit in enkele gevallen tot een verplichting om proceskosten te vergoeden.

Inkoop en aanbesteding
Door de invoering van de Aanbestedingswet 2012 is het risico van een juridische procedure toegenomen. Voor de keuze van inkoopprocedure wordt uitgegaan van indicatieve bedragen. Dit geeft ruimte voor verschillen van inzicht en is daardoor een risico. Daarnaast is de economische situatie dusdanig, dat partijen eerder bereid zijn gunning via de rechter af te dwingen.

Claims van derden
Bij het opstellen van de jaarrekening 2015 is een inventarisatie gehouden van de op dat moment bekende verzoeken of te verwachte verzoeken voor planschade en de diverse juridische procedures (afkoopbedrag; schadeclaims). Hiervoor is voorziening Planschades en Juridische procedures gevormd.

De risico’s voor planschade zijn zo veel mogelijk bij de initiatiefnemer ondergebracht. (Plan)schades die onvermijdelijk ten laste van de gemeente komen, worden ten laste van het rekening resultaat gebracht. Ook de kosten van het opstellen van een schadeanalyse komen ten laste van de gemeente.

Omdat steeds meer juridisch adviesbureaus zich gaan specialiseren in planschaden, is het risico van schade-analysekosten steeds groter. In de begroting wordt hiermee geen rekening gehouden. In de voorziening is wel rekening gehouden met schade-analysekosten waarvan de melding bekend is. Er kunnen nog claims binnenkomen hoewel de kans gering is.

Tabel juridische risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

S of I

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Dwangsom

I

20%

7.500

1.500

Proceskosten

I

50%

7.000

3.500

Inkoop en aanbesteding

I

30%

40.000

12.000

Claims van derden

I

30%

20.000

6.000

Totaal juridische risico's

   

 

23.000

 

 

 

 

 

 

b. Financiële risico’s

Heroverwegingen
Het restant van de heroverweging taakstelling eigen organisatie bedraagt voor 2017 € 115.000 (vanaf 2018 € 240.000). Wanneer er rekening wordt gehouden met natuurlijk verloop van onze medewerkers is deze taakstelling te realiseren. Dit risico wordt daarom op nihil gesteld.

Rente
Eind 2013 is door de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor het zogenaamde Schatkistbankieren aangenomen. Dit houdt in dat decentrale overheden verplicht hun liquide middelen aanhouden bij de Nederlandse schatkist. Tijdelijke overschotten aan liquide middelen kunnen niet meer uit oogpunt van een optimaal liquiditeitsbeheer in deposito uitgezet of tegen een gunstige rente op een spaarrekening bij een commerciële bank gezet worden. Dit kan in situaties met hogere rentetarieven een negatief effect op de rendementsverwachting hebben. Wel biedt de staat de mogelijkheid om overtollige gelden voor langere periode in depot weg te zetten. Echter de rentevergoeding is aanzienlijk lager dan die bij commerciële banken.

De gemeente had in 2015 een financieringstekort. Door de uitzonderlijk lage korte rente is er in 2015 met kort geld gefinancierd. De hiervoor geldende rentepercentages liggen ver onder de door de gemeente gehanteerde renteomslag. In geval van een overschot zouden de te behalen rentevergoedingen de waardevermindering door inflatie niet eens kunnen compenseren

Gezien de verwachte gemiddelde rentelast van het per 31 december 2016 met vreemd vermogen gefinancierde deel kan worden geconcludeerd dat de geraamde financieringsstructuur en in relatie hiermee ook het verwachte weerstandsvermogen van onze gemeente op 1 januari 2017 als redelijk kan worden beoordeeld.

Omslagrente
De berekening van de renterisiconorm is opgenomen in de paragraaf financiering. Uit dit overzicht blijkt dat de gemeente vrijwel geen renterisico loopt. Wanneer de omslagrente lager is dan de marktrente, ontstaat er een risico. Dit is een gevolg van het feit dat hieruit een financieel nadeel voortvloeit voor de begroting. Als het rentepercentage van aan te trekken leningen lager is dan de geraamde omslagrente van 1,75 blijft het renterisico het komende jaar acceptabel. In het komende jaar zal de ECB (Europees centrale bank) een ruim monetair beleid blijven voeren. Verwacht wordt dat de kapitaalmarktrente (lange rente), gezien de verwachte economische ontwikkelingen (zoals lichte economische groei, inflatie) in het komende jaar iets gaat stijgen (BNG-nieuwsbrief juni 2016). Op grond van deze verwachting is er, naar het zich nu laat aanzien, vrijwel geen renterisico te verwachten.

Gemeentefondsuitkeringen
Het gemeentefonds kent de volgende uitkeringen: de algemene uitkering, de integratie-uitkering Sociaal domein en de decentralisatie- en (overige)integratie-uitkeringen.

De komende jaren zal de integratie-uitkering nog verder teruglopen door al eerder door het rijk doorgevoerde bezuinigingen. Volgens de meicirculaire 2016 is te terugloop van € 11.800.000 in 2017 tot € 11.200.000 in 2020. Vanuit een budgettair neutraal uitgangspunt zullen de uitgaven bij de taakvelden WMO 2015, jeugdzorg en participatie evenredig worden aangepast. In hoeverre het budgettair neutrale uitgangspunt wordt gerealiseerd is onduidelijk. Via de hoofdlijnenrapportages worden de ontwikkelingen op dit terrein aangegeven. Overigens is er een reserve aanwezig om eventuele tekorten op te vangen.

Vanaf 2016 is de 2e fase van het groot onderhoud verwerkt in de algemene uitkering, met uitzondering van het cluster Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing. De nieuwe verdeling voor de cluster is voor 1/3 deel doorgevoerd. Een verdiepingsonderzoek is gestart en inmiddels ook afgerond. De uitkomst van het onderzoek is voor advies aangeboden aan VNG en de Raad Financiële Verhoudingen. De tijd tussen uitgebrachte adviezen en het uitkomen van de meicirculaire 2016 was zodanig kort dat in de meicirculaire nog geen uitsluitsel is gegeven.

Verstrekte garanties
In totaal zijn voor € 133.355.000 aan gemeentegaranties aan instellingen verstrekt (peildatum 31 december 2015). Het grootste deel hiervan zijn garanties voor geldleningen waar de gemeente samen met het Rijk een achtervangpositie inneemt (€ 121.376.000). Deze garanties zijn in eerste instantie gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het restant van de garanties heeft betrekking op geldleningen van instellingen binnen de gemeente en Vitens. Aan particulieren is voor € 2.214.000 (peildatum 31 december 2015) aan gemeentegaranties verstrekt Deze leningen zijn in eerste instantie gegarandeerd door de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De gemeente heeft voor € 1.812.000 een achtervangpositie. Gezien de kredietwaardigheid van de geldnemers van zowel instellingen als particulieren is het aan de garanties verbonden risico zeer gering.

 

Tabel financiële risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Heroverwegingen

S

0%

0

0

Rente

S

30%

90.000

27.000

Omslagrente

S

0%

0

0

Gemeentefondsuitkering

S

30%

50.000

15.000

Verstrekte garanties

S

0%

0

0

Totaal financiële risico's

   

 

42.000

 

 

 

 

 

c. Personele / organisatorische risico’s

Ziektekosten/knelpunten
De gemeente Nunspeet is eigen risicodrager voor kosten die het gevolg zijn van ziekteverzuim. Hiervoor is geen bedrag in de begroting geraamd. Het financiële risico om onverwachte personele knelpunten op te vangen wordt geschat op € 150.000.

Korps vrijwillige brandweer
Voor inkomstenderving van zelfstandige ondernemers in het korps vrijwillige brandweer was een ongevallenverzekering afgesloten. Dit gaf de zekerheid dat er een basisuitkering is voor de vrijwilliger. Het betekende niet dat alle schade werd vergoed. De gemeente loopt risico over de restschade. Wanneer wij niet aansprakelijk zijn, blijft de restschade in principe voor rekening van de vrijwilliger. Ondanks de overgang van de vrijwillige brandweer naar de VNOG is het risico van toekomstige schadeclaims als gevolg van schade uit het verleden, niet nog niet geheel uitgesloten en wordt deze geschat op maximaal € 350.000. De inschatting van het risico hierop is zeer gering en daarom naar beneden bijgesteld.

tabel personele/organisatorische risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Ziektekosten/knelpunten

S

50%

150.000

75.000

Kosten vrijwillige brandweer

I

10%

350.000

35.000

Totaal personele/organisatorische risico's

   

 

110.000

 

d. Grondexploitatie en strategische aankopen risico’s

Grondexploitatie
Voor de grondexploitaties is een berekening opgesteld van de nog te verwachten kosten en opbrengsten, resulterend in een bijstelling van de verwachte winst c.q. verlies. Deze bijstelling vindt plaats aan de hand van de laatste inzichten (waaronder contractuele verplichtingen en geformuleerde beleidsuitgangspunten) op het gebied van de ontwikkeling van de markt aan de kosten- en opbrengstenkant. Als dit resulteert in een neerwaartse bijstelling van de resultaten, wordt onderzocht op welke wijze dit kan worden gecompenseerd.

Daarnaast wordt binnen de reserve grondexploitatie een bodembedrag (financiële buffer) aangehouden dat varieert met de omvang van de risico’s die worden gelopen.

Naarmate grondexploitaties vorderen, dalen vaak de onzekerheden (immers een steeds groter deel is gerealiseerd) en daalt ook het bodembedrag. Jaarlijks vindt op grond van artikel 12, lid 1 van de Verordening en artikel 212 van de Gemeentewet de bijstelling plaats na het vaststellen van de jaarrekening.

Het KWP (Kwalitatief WoonProgramma) heeft als doel het woningaanbod op regionaal niveau, zowel kwantitatief als kwalitatief zo goed mogelijk af te stemmen op de behoefte (vraag) aan woningen. Er ontstaat een probleem wanneer volgens het KWP de behoefte aan woningen of naar een bepaald soort woningen, achterblijft en er centraal afspraken worden gemaakt over woningaanbodreductie. Een ander risico is dat de boekwaarde van de aangekochte gronden en/of objecten die niet deel uitmaken van een exploitatieplan, stijgen, boven de actuele marktwaarde.

Molenbeek fase 1
Ten opzichte van de vorige begroting kan geconstateerd worden dat het risico in dit project is afgenomen. In de achterliggende periode zijn er contracten / overeenkomsten afgesloten en gronden verkocht. Dit verkleint het risico. Om het geconstateerde en gekwantificeerde risico in de grondexploitatie op te vangen is de Voorziening risico’s grondexploitatie getroffen. Van deze voorziening is een gedeelte van ad. €1.000.000 ten behoeve van het project Molenbeek.

Weversweg
In 2015 zijn er geen ontwikkelingen geweest in het plan Weversweg. Het plan ligt momenteel volledig stil. Beoordeeld moet worden of de verkopen weer gaan aantrekken of dat er een aanpassing op het plan gemaakt wordt die de verkoop van de gronden weer op gang brengt.

De Kolk
In 2015 zijn er enkele delen van het bedrijventerrein uitgegeven. De rest van het terrein wacht echter op de aanleg van de rondweg om de verkeersafvoer van het bedrijventerrein mogelijk te maken. De aanleg van de rondweg werd vertraagd door diverse procedures rondom het afgeven van de NB-wet vergunning ten behoeve van de rondweg. Deze vergunning heeft ook invloed op het vestigen van bedrijven op het bedrijventerrein. In juni 2016 is deze vergunning afgegeven door de provincie.

Vrijkomende MFA locaties
In de achterliggende periode zijn alle gronden afgenomen. Bij het opstellen van de jaarrekening 2015 is er een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven t.a.v. de subsidies. De onzekerheid is hierdoor sterk afgenomen. De verwachting is dat deze subsidie binnenkort ontvangen zal worden.

Stationslaan
In 2015 is het merendeel van de appartementen binnen het project verkocht. Na afronding van het project dient de gemeente nog een aanpassing te doen in de infrastructuur om de bereikbaarheid te bevorderen. Hiervoor is reeds €65.000 geraamd. Om het geconstateerde en gekwantificeerde risico in de grondexploitatie op te vangen is de Voorziening risico’s grondexploitatie getroffen. Van deze voorziening is een gedeelte van ad. €236.000 ten behoeve van het project Stationslaan.

Elspeet Noord West
In 2015 is het bouwrijp maken voltooid. Eveneens is een deel van de verkaveling definitief gemaakt. Op basis van deze verkaveling zijn de opbrengsten opnieuw berekend. De nieuwe verkaveling is aangepast aan de vraag. Momenteel is vooral behoefte aan goedkope woningen waardoor er meer goedkope rijwoningen in het plan zijn opgenomen. Dit heeft de opbrengsten ten opzichte van het voorlopige verkavelingsplan fors omlaag gegaan. De lasten hiervoor zijn genomen in de resultaatbestemming van de jaarrekening 2015.

Het financiële gevolg en de kans van optreden van de risico’s in de grondexploitatie zijn in onderstaande tabel weergegeven. Het financiële gevolg is gebaseerd op het worst case scenario. Dit is de boekwaarde van grondexploitatie. Ten opzichte van de begroting 2016 zijn de risico’s gedaald. Dit wordt mede veroorzaakt door de reeds afgesloten contracten en verkopen van gronden in plan Molenbeek.

 

Tabel Grondexploitatie en strategische risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Molenbeek fase 1

I

30%

12.131.000

3.639.300

Voorziening Molenbeek

     

-1.000.000

Weversweg

I

30%

1.662.000

498.600

De Kolk

I

30%

7.169.000

2.150.700

Vrijkomend MFA locaties

 

10%

100.000

10.000

Stationslaan

I

30%

35.000

10.500

Voorziening Stationslaan

I

   

-236.000

Elspeet Noord West

I

30%

2.308.000

692.400

Totaal grondexploitatie en strategische risico's

   

 

5.765.500

 

e. Milieurisico’s

Het algemeen beleid op dit punt is dat de kosten van een eventuele sanering worden verhaald op de veroorzaker. Is dit niet meer mogelijk, dan wordt bij een mobiele verontreiniging (een zich verplaatsende verontreiniging) gesaneerd en bij een immobiele verontreiniging nagegaan of er gevaren zijn voor de volksgezondheid. Is dit het geval, dan volgt sanering (zo mogelijk binnen de begrote budgetten). Is dit niet het geval, dan wordt nagegaan of op een nader geschikt moment sanering mogelijk is op een manier die effectief en doelmatig is (ook in relatie tot de hiermee gepaard gaande financiële middelen). Voor de bekende bodemverontreinigingen is de reserve bodemverontreiniging gevormd.

In 2014 is bekeken of de reserve deels of geheel kan vervallen. Omdat er nog geen duidelijkheid is over enkele grotere bodemsaneringslocaties zoals bijvoorbeeld de locatie van de Berkenhorst of de herinrichting van stortplaats De Wiltsangh wordt de reserve nog in stand gehouden. Ook bestaat er de mogelijkheid dat bij faillissement van bedrijven met een bodemverontreiniging de saneringskosten alsnog deels of geheel voor rekening van de gemeente komen. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat bij schuren met asbestdaken zonder dakgoot in sommige gevallen sprake is van bodemverontreiniging. Onderzoeks- en saneringskosten hiervan komen voor rekening van de eigenaar. Daar waar de gemeente eigenaar is of wordt, kan de gemeente hier op worden aangesproken. Bij aankoop zal hier rekening mee gehouden worden. Het is niet direct in te schatten of en welke kosten hieruit voorvloeien.

Voor niet bekende bodemverontreinigingen zijn de financiële gevolgen lastig in te schatten. Deze zijn afhankelijk van de aard en omvang van de verontreiniging en het tijdstip van het ontstaan van de verontreiniging, na 1987 is een nieuw geval en moet volledig opgeruimd worden en voor 1987 is een oud geval en mag functioneel gesaneerd worden. Daarnaast is het afhankelijk van de mogelijkheid om de kosten te verhalen op de veroorzaker. Om toch een inschatting te maken van de kosten wordt een bedrag van € 300.000 aangehouden worden met een risico van voorkomen van 10%. De reserve bodemsanering maakt onderdeel uit van het weerstandsvermogen.

Tabel milieu en bodemverontreiniging risico's

S=Structureel I=Incidenteel

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Milieu en bodemverontreiniging

I

10%

300.000

30.000

Totaal milieu en bodemverontreiniging risico's

   

 

30.000

 

f. Verbonden partijen

De gemeente is financieel mede aansprakelijk voor een aantal samenwerkingsverbanden (paragraaf Verbonden partijen).

Directe deelnemingen in vennootschappen:

  • Bank Nederlandse Gemeenten NV;
  • NV Alliander;
  • Vitens NV.

 Overige deelnemingen:

  • Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe;
  • NV Afvalsturing Friesland;
  • Regio Noord-Veluwe;
  • Omgevingsdienst Noord-Veluwe;
  • Leisurelands BV;
  • Coöperatie Gastvrije randmeren;
  • Stichting Muziekschool Noordwest-Veluwe;
  • Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;
  • NV Inclusief Groep;
  • Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe;
  • Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Gelre-IJssel.

Per verbonden partij is een risicoanalyse gemaakt. Via deze risicoanalyse wordt gekeken naar de mate van risico dat de gemeente bij de verbonden partijen loopt. Bij sommige verbonden partijen is een beoordeling op cijfers lastig. Soms komt dit doordat recente cijfers nog niet voorhanden zijn. Bij deze verbonden partijen is gekeken naar de bijdrage die de gemeente levert en het financiële nadeel dat de gemeente loopt bij een eventueel faillissement. Hierbij is een inschatting gemaakt van de kans dat een faillissement zich voordoet.

Van de directe deelnemingen in vennootschappen is de nominale waarde van het belang van onze gemeente in de vennootschap als risico opgenomen verhoogd met de ontvangen dividenden. Van de overige deelnemingen in vennootschappen is als financieel gevolg opgenomen de jaarbijdrage.

De kans van optreden wordt geclassificeerd met risico laag, gemiddeld of hoog. Per verbonden partij is het risico (kans van optreden) op grond daarvan, uitgedrukt in een percentage. De toelichting op de belangen voor onze gemeente vindt u terug in de paragraaf verbonden partijen. In onderstaande tabel zijn de risico’s per verbonden partij uitgedrukt in geld. Bij een kans van optreden die als “laag” is gekwalificeerd is rekening gehouden met een percentage van 10%. Bij een ‘hoge’ kwalificatie is een percentage van 30%, 50% of 70% aangehouden, afhankelijk van de inschatting van de kans van optreden. Er zijn drie deelnemingen waarbij het risico voor de gemeente Nunspeet als “hoog” wordt ingeschat.

Stichting Muziekschool Noordwest Veluwe
Op 30 juni 2011 heeft de gemeenteraad ingestemd met de kaders voor de bestuurlijke ontvlechting van de muziekschool. Een garantstellingsovereenkomst vormt de basis van de bestuurlijke ontvlechting. Conform de overeenkomst, staan de gemeentes voor een periode van 15 jaar (tot en met 2026) garant, voor uitkeringsverplichtingen voortvloeiend uit de rechtspositiebepalingen, zoals die van toepassing zijn op werknemers, die op 1 oktober 2011 in dienst zijn van de muziekschool. De gemeente Nunspeet staat garant voor € 767.692. Op 30 oktober 2013 is de Muziekschool failliet verklaard. De curator is bezig met de afwikkeling. Nieuwe initiatieven zijn gerealiseerd. Een aantal werknemers heeft inmiddels een andere dienstbetrekking. Het risico wordt hoog ingeschat. Het maximale risico dat de gemeente loopt is €74.000. Dit bedrag is reeds opgenomen in de begroting.

NV Inclusief Groep
Als gevolg van het in werking treden van de Particratie wet stromen er geen nieuwe mensen in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Wat de gevolgen zijn voor de Inclusief Groep is nog niet duidelijk. Wel kunnen we stellen door deze grote mater van onzekerheid dat het risico voor de gemeente hoog is. Er wordt door alle deelnemende gemeenten georiënteerd wat de lijn is voor de toekomst.

Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe
De financiële situatie bij de stichting PrOo was de afgelopen jaren zorgelijk. De stichting heeft een aantal maatregelen genomen om te komen tot een oplossing van deze zorgelijke situatie. De enige openbare school in Nunspeet heeft te maken met een dalend aantal leerlingen. Deze ontwikkeling geeft aan dat het draagvlak onder het openbaar onderwijs wijzigt. Hoe dit in de toekomst verder gaat, is onduidelijk. Het risico voor de gemeente wordt als hoog geschat.

tabel risico's verbonden partijen

S=Structureel I=Incidenteel

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

NV Bank Nederlandse Gemeenten

I

10%

264.264

26.426

NV Alliander

I

10%

245.265

24.527

NV Vitens

I

10%

74.035

7.404

NV Afvalsturing Friesland

I

10%

27.000

2.700

Streekarchivaat Noordwest Veluwe

I

10%

107.250

10.725

Regio Noord Veluwe

I

10%

570.000

57.000

Omgevingsdienst Noord Veluwe

I

10%

433.000

43.300

Leisurelands (Recreatiegemeentschap Veluwe)

I

10%

0

0

Coöperatie Gastvrije randmeren

I

10%

10.000

1.000

Stichting Muziekschool Noordwest-Veluwe

I

70%

74.000

51.800

Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland

I

10%

1.555.000

155.500

Inclusief Groep

I

50%

1.427.200

713.600

Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord Veluwe

I

70%

200.000

140.000

GGD Gelre-IJssel

I

10%

359.000

35.900

Totaal  risico's verbonden partijen

   

 

1.269.881

 

g. Risico’s sociaal domein

Op 1 januari 2015 zijn drie nieuwe wetten in werking getreden binnen het sociaal domein, namelijk de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), de Participatiewet en de Jeugdwet. Openeindefinanciering betekent dat het uit te keren bedrag afhangt van het aantal ingediende aanvragen. Hierdoor is geen maximum van het uit te keren bedrag aan te geven. Voorbeelden van Openeindefinanciering zijn de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), de participatiewet en de Jeugdwet. Tegenover de te verwachten uitgaven aan Participatiewetuitkeringen en Jeugdwet is een gelijk bedrag als rijksbijdrage geraamd. Evenals vorige jaren is dus sprake van een budgettair neutrale raming. Tevens bestaat er nog een Reserve Sociaal Domein.

WWB
Er is een nieuw verdeelmodel voor de rijksbijdrage voor de uitkeringen maar hier is in het land nog veel kritiek op en het verdeelmodel wordt nog aangepast. Het voorlopig budget over 2017 is nog niet bekendgemaakt. Wel is voor 2017 opnieuw uitgegaan van een budgettair neutrale raming. Als blijkt dat de rijksbijdrage uiteindelijk lager uitvalt dan de te verstrekken uitkeringen, kan onder voorwaarden een aanvullende uitkering worden aangevraagd, waarbij het wel zo is dat in ieder geval 5% van de rijksuitkering voor rekening van de gemeente blijft. Als er een aanvullende uitkering wordt toegekend dan bedraagt deze de helft van het tekort tussen de 5 en 10% en het tekort boven de 10% wordt dan helemaal vergoed. Om een aanvullende uitkering te verkrijgen die te zijner tijd een verbeterplan ingeleverd te worden. Een tekort moet ten laste gebracht worden gebracht van de lopende exploitatie. Via de tussenrapportages worden eventuele afwijkingen aangegeven. Voor de WWB-uitkeringen is het budget voor de uitkeringen in 2015 vastgesteld op € 3.433.136, de uitgaven bedroegen daartegenover € 3.704.804. Het tekort op de WWB-uitkeringen is over 2015 € 271.668. Van dit tekort is het eigen aandeel 5% van het jaarbudget € 171.657 voor rekening van de gemeente. Voor het resterende tekort kan het college een vangnetuitkering aanvragen. Deze bedraagt 50% van het resterende tekort € 50.006. Voor eigen rekening blijft altijd een bedrag van € 221.663.

Participatiewet
De Participatiewet is ingegaan op 1 januari 2015. Met de Participatiewet wil het kabinet bereiken dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk gaan (participeren). De Wajong is alleen nog maar toegankelijk voor volledig arbeidsongeschikten. De instroom in de Wet sociale werkvoorziening (WSW) stopt en er wordt een korting op de rijksbijdrage ingevoerd over een periode van zes jaar voor de huidige WSW-werknemers. De gemeente krijgt door de wijzigingen in de Wajong en de WSW een nieuwe doelgroep waarbij meer middelen ingezet moeten worden dan bij de huidige doelgroep zoals beschut werken, loonkostensubsidies, begeleidingskosten, job coaches en no riskpolissen. In relatie tot de korting op het participatiebudget brengen deze wijzigingen financiële risico’s met zich mee. De instroom vanuit de nieuwe doelgroepen blijft beperkt, met name de doelgroep “Beschut”, waardoor de risico’s vooralsnog ook beperkt zijn. De afbouw van de WSW brengt ook risico’s met zich mee omdat dit gevolgen heeft voor het functioneren van de GR en de Inclusief Groep. Voor 2017 zijn deze gevolgen nog beperkt en de Inclusief Groep heeft voldoende reserves om de eerste jaren deze risico’s op te vangen.

Jeugdwet
Met het inwerkingtreden van de Jeugdwet in 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Het Centrum voor Jeugd en Gezin vormt de toegang voor de niet vrij-toegankelijke jeugdhulp. Naast het Centrum voor Jeugd en Gezin kunnen ook huisartsen, medisch specialisten en de rechter in geval van jeugdbescherming en jeugdreclassering verwijzen naar niet vrij toegankelijke jeugdhulp. Ongeveer 50% van alle verwijzingen loopt via een huisarts, met name de verwijzingen naar JGGZ. Op deze trajecten heeft de gemeente niet direct invloed. Door het creëren van een hoogwaardige toegang hopen we dat het percentage verwijzingen dat via het CJG loopt te verhogen en het percentage verwijzingen dat via de huisartsen loopt te verlagen en zo het beroep op zwaardere jeugdhulp te laten afnemen.

Daarnaast hebben we te maken met een bezuinigingstaakstelling sinds het inwerking treden van de Jeugdwet. De transformatieslag die hiervoor gemaakt moet worden neemt meerdere jaren in beslag. Beoogde effecten (afname van problematiek en van jeugdhulpkosten) zullen daarom naar verwachting pas na een aantal jaren zichtbaar worden.

Tabel  risico's sociaal domein

S=Structureel I=Incidenteel

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

WWB

S

50%

300.000

150.000

WMO

S

50%

100.000

50.000

Participatiewet

S

50%

50.000

25.000

Jeugdwet

S

50%

400.000

200.000

Totaal risico's sociaal domein

   

 

425.000

h. Reguliere risico’s

Btw-compensatiefonds
Per 1 januari 2003 is het btw-compensatiefonds ingevoerd. Uit het fonds krijgen gemeenten de betaalde btw op nota’s van derden gecompenseerd met uitzondering van de btw die wordt betaald over onderwijsuitgaven en de btw die samenhangt met de subsidiëring van derden. Tegenover deze lagere lasten voor de gemeente staat een uitnamen uit het Gemeentefonds. Dit houdt in dat de invoering van het btw-compensatiefonds voor de gemeenten gezamenlijk geen voordeel heeft. Voor een individuele gemeente kan de invoering van het btw-compensatiefonds echter wel gevolgen hebben. Gezien de duur van het btw-compensatiefonds, worden op dit moment geen financiële gevolgen verwacht.

Vennootschapsbelasting
Vanaf 2016 moeten de gemeenten vennootschapsbelasting betalen over de winsten die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. Wat dit voor financieel gevolg heeft voor onze gemeente is nog onduidelijk. Voor de uitoefening van haar publieke taak levert de vennootschapsbelasting geen risico op.

Tegenvallende subsidieverwachtingen
Een risico dat er gelopen wordt, is dat projecten of activiteiten worden uitgevoerd die (deels) gedekt worden door subsidies vanuit de Provinicie. Wanneer achteraf blijkt dat er niet voldaan wordt aan de subsidievoorwaarden, ontstaat het risico van een dekkingstekort. Dit risico wordt beperkt door de aanstelling van een subsidiecoordinator. Tot op heden is steeds voldaan aan de subsidievoorwaarden. Voor de bepaling van het weerstandsvermogen wordt daarom het risico op vooralsnog op nihil gesteld.

Gemeentelijke gebouwen
De gemeente heeft verschillende gebouwen in eigendom. Er worden daarbij verschillende risico’s gelopen. De belangrijkste risico’s zijn: asbest, legionellabesmetting, brandveiligheid, veilig werken op daken en wateraccumulatie. De risico’s worden per gebouw geïnventariseerd en in kaart gebracht. Op het gebied van asbest worden de grootste risico’s gelopen. Van de meeste gemeentelijke gebouwen is de asbestsanering uitgevoerd. Van enkele gemeentelijke woningen en kleine objecten moeten de inventarisaties nog plaatsvinden.

Tabel reguliere risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Btw compensatiefonds

I

0%

0

0

Tegenvallende subsidieverwachtingen

I

0%

0

0

Gemeentelijke gebouwen

I

10%

20.000

2.000

Totaal reguliere risico's

   

 

2.000

 

Beheersing van risico’s

Voor elk risico moet een keuze gemaakt worden uit de volgende maatregelen:

  • Vermijden: Het beleid waar een risico door ontstaat, wordt beëindigd. Op een andere manier wordt vormgegeven of wordt geen beleid gestart dat een risico met zich meebrengt.
  • Verminderen: Het risico afdekken via een verzekering, een voorziening of een ander budget in de begroting; de gevolgen van een risico worden beperkt.
  • Overdragen: Dit kan door het beleid dat een risico met zich meebrengt, te laten uitvoeren door een andere betrokken partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt.
  • Accepteren: Risico’s kunnen ook bewust genomen worden. Als een risico niet wordt vermeden, verminderd of overgedragen, wordt een risico geaccepteerd en moet de eventuele financiële schade volledig via de weerstandscapaciteit worden

Financiële vertaling van de risico’s

Voor vrijwel alle financiële risico’s die zijn te voorzien en kwantificeerbaar zijn, zijn toereikende voorzieningen of bestemmingsreserves gevormd. Van de risico’s die van materiële betekenis en niet goed te kwantificeren zijn, is een financiële vertaling gemaakt zodat deze risico’s meegenomen worden bij het bepalen van het weerstandsvermogen. Van onderstaande risico’s is de kans van optreden uitgedrukt in een percentage. Het reële financiële gevolg wordt berekend door dit percentage te vermenigvuldigen met het financiële gevolg.

 

Tabel totalen incidentele en structurele risico's

 

Risico

Reëel financieel gevolg

Structurele risico's:

 

Financiële risico's

42.000

Personele risico's

75.000

Sociaal domein

425.000

Totaal structureel

542.000

 

 

Incidentele risico's

 

Juridische risico's

23.000

Financiële risico's

0

Personele risico's

35.000

Grondexploitaties

5.765.500

Milieu en bodemverontreiniging

30.000

Verbonden partijen

1.269.881

Reguliere risico's

2.000

Totaal incidenteel

7.125.381

 

 

Totaal  risico's

7.667.381

 

Beoordeling weerstandsvermogen

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie gelegd worden tussen de hierboven genoemde financieel vertaalde risico’s en de eerder genoemde beschikbare weerstandscapaciteit. Dit wordt uitgedrukt in een ratio. De berekeningswijze van de ratio weerstandsvermogen is als volgt:

Ratio weerstandsvermogen:   Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit

Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt gebruikt gemaakt van onderstaande waarderingstabel:

Ratio

Betekenis

< 2,0

Uitstekend

1,4 tot 2,0

Ruim voldoende

1,0 tot 1,4

Voldoende

0,8 tot 1,0

Matig

0,6 tot 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

Kwantificering van de incidentele risico’s in tijd en geld, waarvoor de gemeente geplaatst zou kunnen worden is arbitrair. Geconstateerd kan worden dat het incidentele weerstandsvermogen onvoldoende. Daartegenover is het structurele weerstandsvermogen ruim voldoende. In onderstaande tabel is de structurele en incidentele weerstandscapaciteit versus de structurele en incidentele risico’s, weergegeven.

Ratio weerstandsvermogen

   11.226.273
     7.667.381

 =

1,5

Met een uitkomst van het ratio weerstandsvermogen van 1,5 (niet afgerond 1,46) kan worden geconcludeerd worden dat het totale weerstandsvermogen als ruim voldoende kan worden aangemerkt.

Tabel totaal incidenteel en structureel weerstandsvermogen

   

 

weerstands capaciteit

Risico's

weerstands vermogen

 

   

 

Incidenteel

7.635.032

7.125.381

509.651

 

   

 

Structureel

3.591.241

577.000

3.014.241

 

   

 

Totaal

11.226.273

7.702.381

3.523.892

 

Toekomstige ontwikkelingen

De prognose van de risico’s voor de komende jaren voor de gemeente Nunspeet is als volgt:
De verwachting is dat de totale weerstandscapaciteit voldoende zal zijn voor de financiële gevolgen van de risico’s.

Grondexploitatie en strategische aankopen
In de komende jaren worden de volgende projecten verder ontwikkeld: het bedrijventerrein De Kolk, rondweg Oost en het plan Molenbeek. Daar tegenover staat de gevormde reserve grondexploitatie waarmee in de berekening van het weerstandsvermogen geen rekening is gehouden. Het saldo van deze reserve bedraagt per 1 januari 2016 € 4,2 miljoen.

Ook zien we dat de decentralisatie gepaard is gegaan met een bezuinigingstaakstelling, terwijl organisaties en gemeenten onvoldoende tijd hebben gehad om de daarvoor noodzakelijke transformatieslag te kunnen maken. Beoogde effecten  (afname van problematiek en van jeugdhulpkosten) zullen daarom naar verwachting pas na een aantal jaren zichtbaar worden. Zo wordt nu fors geïnvesteerd in de toegang tot jeugdhulp (Stichting Jeugd Noord-Veluwe), terwijl het beroep op zwaardere hulp nog onvoldoende afneemt.

Tabel prognose meerjarige incidentele en structurele risico's

     

Risico

financieel gevolg

 

2017

2018

2019

2020

Structurele risico's

     

 

Financiële risico's

42.000

40.000

40.000

40.000

Personele risico's

110.000

75.000

75.000

75.000

Sociaal domein

425.000

425.000

425.000

425.000

 

______________________________________________________________

Totaal structurele risico's

577.000

540.000

540.000

540.000

 

     

 

Incidentele risico's

     

 

Juridische risico's

23.000

23.000

23.000

23.000

Financiële risico's

0

0

0

0

Personele risico's

35.000

35.000

35.000

35.000

Grondexploitaties

5.765.500

5.765.500

5.765.500

5.765.500

Milieu en bodemverontreiniging

30.000

30.000

30.000

30.000

Verbonden partijen

1.269.881

1.250.000

1.250.000

1.250.000

Reguliere risico's

2.000

2.000

2.000

2.000

Totaal incidenteel

     

 

 

     

 

Totaal  risico's verbonden partijen

7.125.381

7.105.500

7.105.500

7.105.500

 

     

 

Totaal reëel financieel gevolg

7.702.381

7.645.500

7.645.500

7.645.500

 

 

 

 

 

Financiële kengetallen

Ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) worden in deze paragraaf kengetallen opgenomen die inzicht geven in de financiële positie van onze gemeente.

De volgende financiële kengetallen worden hieronder weergegeven:

  • Netto schuld quote (bezittingen / schulden)
  • Solvabiliteitsratio (eigen vermogen / vreemd vermogen)
  • Kengetal grondexploitatie (boekwaarde in-/nog niet in exploitatie gebruik genomen gronden / totale baten voor bestemming)
  • Structurele exploitatieruimte ((structurele baten – structurele lasten) / totale baten voor bestemming)
  • Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

Toelichting kengetallen

Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Voor Gemeente Nunspeet ligt dit rond de 35%. Een percentage boven de 100% geeft aan dat de schuldenlast hoger is dan de baten, waardoor het voldoen aan de betalingsverplichtingen een probleem kan worden.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
Met deze berekening wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Voor onze gemeente wijkt dit percentage in 2017 niet veel af van de netto schuldquote. Ofwel het aandeel van de verstrekte leningen is klein.

Solvabiliteitsratio
Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen. Wanneer dit percentage onder de 50% komt is het aandeel van eigen vermogen in het balanstotaal minder dan de helft. Dit kan een signaal zijn dat het moeilijker wordt om aan de verplichtingen te voldoen. Het percentage voor onze gemeente komt uit op 59%.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte onze gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Het percentage bedraagt voor onze gemeente afgerond -1%. De conclusie is dat er weinig structurele ruimte is voor extra structurele lasten.

Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. Het percentage neemt de komende jaren waarschijnlijk verder toe door de ontwikkeling van industrieterrein de Kolk en Molenbeek. Hoe hoger het percentage, hoe groter het risico. Voor volgend jaar wordt een percentage van 43% verwacht. Dit is niet verontrustend. Wanneer dit percentage boven de 100% uit komt, kan er aanleiding zijn om maatregelen te nemen.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De totale woonlasten voor een gemiddeld gezin bij een gemiddelde woz waarde in Nunspeet bedraagt voor 2016 € 563,22. Het landelijk gemiddelde bedraagt € 740,46. Het tarief voor 2017 is nog niet bekend maar de verwachting is, dat het iets hoger ligt. Wel zal het lager zijn dan het landelijk gemiddelde.

Conclusie
Er wordt op gewezen dat hierbij sprake is begrote cijfers die gebaseerd zijn mede gebaseerd zijn op de definitieve cijfers 2015. Op basis van bovenstaande kengetallen wordt geconcludeerd dat Nunspeet een financieel gezonde gemeente is: de netto schuldquote neemt af en de solvabiliteitsratio neemt toe. Beide ontwikkelingen wijzen op een verbetering van de financiële situatie. De structurele exploitatieruimte is negatief omdat in de cijfers geen rekening is gehouden met het voor te stellen dekkingsplan. Als het dekkingsplan wordt doorgevoerd dan komt de structurele exploitatieruimte positief uit. Het begrote risico op de grondexploitaties neemt af. De woningmarkt trekt aan en grondexploitaties komen steeds meer tot ontwikkeling. Dit alles vindt plaats tegen de achtergrond van een gunstige verhouding Nunspeetse en landelijke woonlasten. De Nunspeetse woonlasten liggen aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

De gemeente Nunspeet is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 12.500 ha) en een groot deel hiervan is bij de gemeente als openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten vinden plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, openbaar groen, gebouwen en bossen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten.

Het beleid van de gemeente Nunspeet voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is onder meer opgenomen in de nota’s:

  • ‘Afvalwaterketenplan Nunspeet-Elburg’(2013-2020);
  • ‘Beleids- en beheerplan wegen’ (2014-2018);
  • ‘Beleids- en beheerplan gemeentelijke gebouwen’ (2014-2017);
  • ‘Beleidsplan openbare verlichting’ (2011-2020);
  • ‘Bestemming en beheer van de bossen gemeente Nunspeet’;
  • ‘Landschapsontwikkelingsplan’ (2007-2014);
  • ‘Groenbeleid- en beheerplan’ (2011-2017);
  • ‘Beheerplan heideterreinen gemeente Nunspeet’ (2011-2021).

Waterbeheer

Het Afvalwaterketenplan is het resultaat van een planproces met de gemeente Elburg en het waterschap Vallei&Veluwe en omvat o.a. de aan de riolering te stellen doelen, de maatregelen om deze doelen te bereiken en de daarvoor in te zetten middelen. Het Afvalwaterketenplan is opgesteld voor de periode 2013-2020 met een evaluatie in 2017. Het onderhoud en het doen van nieuwe investeringen alsmede de verbetermaatregelen worden overeenkomstig de kaders van het Afvalwaterketenplan uitgevoerd.

Onderhoudsbudget rioleringen
Voor het onderhoud/overige werkzaamheden aan rioleringen is binnen de begroting 2017 een budget beschikbaar van € 340.000,--.

Wegenbeheer

In 2014 is een geactualiseerd beleids- en beheerplan wegen opgesteld voor de periode 2014-2018. In het plan wordt onder meer aangegeven dat het gemiddelde onderhoudsniveau in de gemeente Nunspeet redelijk tot goed te noemen is. Om dit niveau te handhaven dan wel te verbeteren is een aanzienlijke onderhoudsbudget, voor met name grootonderhoud asfaltverhardingen, nodig. De financiële gevolgen van het Wegenplan zijn vanaf 2015 verwerkt in de begroting.

Tweejaarlijks worden de wegen door derden geïnspecteerd om een zuiver beeld te krijgen van de staat van onderhoud. De andere jaren vindt inspectie plaats door eigen medewerkers. De inspectiegegevens worden telkens toegevoegd aan het wegenbeheerssysteem en op basis daarvan worden uitvoeringsmaatregelen voorgesteld. De uitvoeringsmaatregelen worden getoetst aan de praktijk (kan onderhoud van een weg nog worden uitgesteld ten gunste van een andere weg?) en op basis van deze toets wordt het noodzakelijke onderhoud uitgevoerd. Op deze wijze wordt dus niet puur theoretisch onderhoud gepland maar op een efficiënte wijze gewerkt.

Onderhoudsbudget wegen
Voor het onderhoud aan wegen is binnen de begroting 2017 een budget beschikbaar van € 1.157.000,-- Dit budget is inclusief structurele verhoging uit de meerjarenbegroting en de coalitieonderhandelingen. In het beheer- en beleidsplan wegen (opgesteld in mei 2014) is berekend dat het benodigde budget voor 2016 € 1.120.850,-- bedraagt. Het beschikbare budget is hoger dan het benodigde budget volgens het beheer- en beleidsplan. Hierbij moet opgemerkt worden dat het plan inmiddels enige jaren oud is.

Openbaar groen

Het onderhoud van het openbaar groen wordt zowel door derden als in eigen beheer uitgevoerd. De door derden uit te voeren werken zijn opgenomen in vijf onderhoudsbestekken. Het huidige onderhoudsniveau is, gelet op het beschikbare budget, redelijk tot goed.
Voor het beheer in de buitengebieden is een Landschapsontwikkelingsplan (LOP 2006-2014) opgesteld dat in de raad van maart 2006 is vastgesteld. In juni 2006 is ook het Uitvoeringsprogramma LOP door de raad vastgesteld. De uitvoering van het programma is een doorlopend proces waarvan de financiële consequenties zijn verwerkt in de programmabegroting. In het collegeprogramma 2014-2018 is geen nieuw Landschapsontwikkelingsplan opgenomen.

Openbare verlichting

Het Beleidsplan openbare verlichting (2011-2020) is in 2011 door de raad vastgesteld. Het vervangingsschema maakt hier deel van uit en geeft aan welke vervanging er in een bepaald jaar moet plaatsvinden. De gemeente Nunspeet telt momenteel ruim 4.500 lichtmasten van diverse typen, kwaliteit en leeftijd.

Afhankelijk van de wegfunctie wordt gekozen voor een verlichtingsniveau gerelateerd aan minimaal de normen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Deze richtlijnen worden door de meeste gemeenten en nutsbedrijven gehanteerd. Het vervangen van verouderde armaturen en lichtmasten wordt de komende jaren verder voortgezet. In het Beleidsplan openbare verlichting is in het kader van energie- en onderhoudskostenbesparing een zo neutraal mogelijk lichtniveau aangehouden met gebruikmaking van de meest efficiënte verlichtingsmiddelen. Hierbij worden verkeersveiligheid, openbare orde, sociale beleving en de woon- en leefbaarheid gewaarborgd. In het kader van de financiële heroverwegingen is rekening gehouden met de verwachte besparingen door gebruik van duurzame producten. Vanaf 2014 wordt rekening gehouden met een structurele energiebesparing van € 10.000,--. De komende jaren wordt ingestoken op de vervanging van oudere armaturen door energiezuinige led-armaturen.

Onderhoudsbudget openbare verlichting
Voor het onderhoud aan straatverlichting is binnen de begroting 2017 een budget beschikbaar van € 86.700,--. In het beleidsplan Openbare verlichting 2012-2020 is het onderhoudsbudget berekend op € 86.300,--. Hiermee kan geconcludeerd worden dat beschikbaar en benodigd budget in lijn liggen.

Bossen en natuurterreinen

De gemeente Nunspeet heeft een groot areaal aan bos- en natuurterreinen (circa 3200 ha) en het beheer en onderhoud ervan vergt een grote inspanning. Sinds 2002 is voor het bosbeheer het FSC-certificaat (Forest Stewardship Council) verkregen. De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de voorwaarden hieruit uitgevoerd. In 2011 is het Beheerplan heideterreinen 2011-2021 vastgesteld.

Jaarlijks wordt circa 5000 m3 hout uit de gemeentelijke bossen middels aanbesteding verkocht aan houthandelaren die zelf zorg dragen voor het oogsten en verwijderen van dit hout.

 

Gebouwen

In 2014 is het Beleids- en beheerplan gemeentelijke gebouwen door de raad vastgesteld. Een onderdeel hiervan is het meerjarenonderhoudsplan dat jaarlijks wordt bijgesteld en de basis vormt voor het bepalen van de onderhoudsbudgetten. Naast adequaat onderhoud is het aspect veiligheid van groot belang. Veiligheid is een blijvend punt van aandacht. In de komende tijd wordt ingezet (uit financiële motieven en ter reducering van de milieubelasting) om de energieverbruiken verder omlaag te brengen door het uitvoeren van energiebesparende maatregelen.

Paragraaf Financiering

Algemeen

De financieringsparagraaf is samen met het financieringsstatuut (treasurystatuut) een belangrijk instrument voor het transparant maken van het treasurybeheer. De treasuryfunctie houdt in dat de geldstromen van en naar de gemeente zo optimaal mogelijk op elkaar worden afgestemd, met als resultaat dat de rentelasten zo laag mogelijk of de rentebaten zo hoog mogelijk zijn.

In het financieringsstatuut van de gemeente Nunspeet dat op 17 februari 2015 is vastgesteld, zijn de uitgangspunten, de doelstellingen en de beleidsmatige en organisatorische kaders (inclusief toezicht op de uitvoering van treasury) bepaald. De voor de gemeente Nunspeet relevante uitvoeringsregels zijn hierin opgenomen.

De financierings- en beleggingsactiviteiten van de gemeente Nunspeet vinden plaats binnen het formele kader van het financieringsstatuut en de financiële verordening van de gemeente Nunspeet. De uitvoering van het treasurybeleid vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf van de begroting en het jaarverslag. In de begroting komen de concrete beleidsplannen aan de orde. In het jaarverslag gaat het om de realisatie van de plannen en om een verschillenanalyse tussen de plannen en de uitkomsten.

Schatkistbankieren

Sinds eind 2013 is het schatkistbankieren voor de gemeente van toepassing. Het heeft een wettelijke basis in de wet Financiering decentrale overheden (Wet FIDO) en betekent dat decentrale overheden hun liquide middelen aanhouden bij ’s Rijks schatkist. Dit moet leiden tot een verminderde externe financieringsbehoefte van het Rijk met als gevolg een lagere staatsschuld en een lagere EMU schuld van de collectieve sector. Voor de aan te houden middelen in ’s Rijks schatkist is een drempel van toepassing die is vastgesteld op 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000,-- en een maximum van € 2.500.000,--. Het schatkistbankieren kan voor de gemeente een negatieve uitwerking hebben op de rendementsverwachting. De hoogte van het negatieve effect is afhankelijk van de afwijking tussen de door het Rijk gehanteerde rentepercentages en de percentages van marktconforme partijen. Uitzettingen (verstrekken van leningen) uit hoofde van de publieke taak blijven mogelijk. Ook het onderling lenen tussen decentrale overheden biedt wellicht mogelijkheden voor een hoger rendement. Voorwaarde hierbij is dat er geen toezichtrelatie mag zijn tussen de betrokken decentrale overheden.

Risicobeheer

Het treasurybeleid van onze gemeente is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico's zo goed mogelijk worden beheerst. Het tot nu toe gehanteerde beleid bij de gemeente is dat het eigen vermogen volledig wordt ingezet als intern financieringsmiddel en niet wordt belegd. Ook wordt geen gebruik gemaakt van rente-instrumenten. Dit beleid wordt in 2017 voortgezet. Binnen de in het financieringsstatuut opgenomen randvoorwaarden worden eventuele tijdelijke financieringsoverschotten of -tekorten tegen gunstige rentepercentages uitgezet of aangetrokken. Tijdelijke overschotten aan liquide middelen worden uit oogpunt van een optimaal liquiditeitsbeheer in deposito uitgezet.

Rentebeleid (renterisico's)

Toerekening rente aan investeringen
Onze gemeente streeft naar een evenwichtige samenstelling van de balans. Er wordt in een aantal gevallen gewerkt met een vast rentepercentage voor de toerekening van de rentelasten aan investeringen (bijvoorbeeld rioleringsinvesteringen). Dit rentepercentage blijft gedurende de hele levensduur van de investering aan deze investering gekoppeld.
Op begrotingsbasis wordt aan de grondexploitaties geen rente toegerekend. Uitganspunt hierbij is dat de verschillende exploitaties budgettair verlopen.
Daarnaast maken wij voor de aan de taakvelden toe te rekenen rente gebruik van de zogenoemde ‘renteomslag’. Deze methodiek van rentetoerekening wordt ook in 2017 als voorgenomen beleid uitgevoerd. In onderstaand schema wordt weergegeven hoe de rentetoerekening plaats vindt.

Rentetoerekening
Vanaf het begrotingsjaar 2017 is een BBV wijziging voor de rentetoerekening en renteberekening van toepassing. Een belangrijk onderdeel van deze wijziging betreft de renteberekening over het eigen vermogen en de grondexploitatie. De commissie BBV adviseert vanwege het inzicht, de eenvoud en transparantie geen rentevergoeding over het eigen vermogen te berekenen. Voor de grondexploitatie moet gebruik worden gemaakt van een gewogen gemiddeld rentepercentage.
Een ander onderdeel betreft de verantwoording van de rentelasten op één centraal taakveld Treasury. Wel mag vanuit dit taakveld rente (kapitaallast) worden doorbelast naar andere taakvelden voor de activa behorend tot deze taakvelden. 

In de ‘Nota reserves en voorzieningen, herijking 2016’ is per reserve aangegeven of er rente wordt toegevoegd aan de desbetreffende reserve. Met de aanbeveling van de commissie BBV wordt echter met ingang van 2017 geen rente meer berekend over het eigen vermogen. Om te voorkomen dat deze reserves onvoldoende dekking bieden aan het doel waarvoor ze dienen worden ze gecompenseerd met een inflatiecorrectie. Voor 2017 wordt dit geraamd  op een bedrag van €  208.467,--.

Financieringspositie
De financieringspositie per 1 januari 2017 geeft een begroot financieringstekort van bijna € 6 miljoen. Opgemerkt moet worden dat hierbij de middelen van ruim € 23,4 miljoen uit de reserve verkoopopbrengst NUON-aandelen buiten beschouwing zijn gelaten. Dit vanwege het feit dat het rendement op deze middelen dient ter compensatie van de weggevallen dividendopbrengsten. In het algemeen wordt geprobeerd een financieringstekort tijdelijk aan te vullen door het aantrekken van kort geld. Dit is niet altijd toegestaan in verband met de zogenoemde kasgeldlimiet.

Op grond van de Wet Fido is de gemeente verplicht per kwartaal de gemiddelde netto vlottende schuld te berekenen. Als deze gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de drie kwartaalrapportages toezenden aan de toezichthouder, vergezeld van een plan om weer aan de kasgeldlimiet te voldoen.

De werkelijke financieringspositie en de daarbij behorende financieringsbehoefte zijn, ondanks de periodieke berekening van de liquiditeitspositie, veelal moeilijk in te schatten. Dit heeft onder andere te maken met de voortgang van de uitvoering van diverse projecten en de daaruit voortvloeiende investeringen. Ook uitgaven als gevolg van de in exploitatie zijnde bestemmingsplannen spelen hierbij een belangrijke rol. Bij de grondexploitatie moet overigens enerzijds rekening worden gehouden met het aankopen van grond, de kosten van bouw- en woonrijp maken en anderzijds met de verkoop van grond.

Liquiditeitspositie

Door een goed beheer van de dagelijkse saldi wordt gestreefd naar een optimaal rendement en wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie steeds voldoende is om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Het betalingsverkeer verloopt daarbij voornamelijk via onze huisbankier de BNG.

Bij het optimaliseren van het renteresultaat kunnen voor het aantrekken of uitzetten van geld als gevolg van de liquiditeitspositie in overeenstemming met het financieringsstatuut en de regelgeving voor het schatkistbankieren meerdere partijen benaderd worden voor offertes. Aan de hand van deze offertes wordt een keuze gemaakt.
Als de rentepercentages van kort geld aanzienlijk lager liggen dan die van langlopende leningen, wordt zo veel mogelijk met kort geld gefinancierd. Voor zover dit mogelijk is binnen het wettelijk kader van de kasgeldlimiet en de voorwaarden waaronder de rekening-courantovereenkomst met de huisbankier dit toestaat.

Leningenportefeuille

De omvang van de in het begrotingsjaar aan te trekken geldleningen hangt mede af van de te ramen investeringen. Dit wordt in de programmabegroting bepaald aan de hand van bijlage B Overzicht investeringen en uitgaven per programma.

Voor 2017 wordt het financieringstekort geraamd op bijna € 6 miljoen. Dit geraamde tekort is exclusief de geblokkeerde middelen uit de verkoopopbrengst NUON-aandelen. Voor een juiste verhouding in de financiering met kort en lang geld zijn ook langlopende leningen geraamd. Op basis van bovenstaande gegevens wordt de totale stand per 31 december 2017 van de opgenomen langlopende geldleningen geraamd op ruim € 20,1 miljoen.

Geïnvesteerd vermogen/financieringsstructuur

Het geïnvesteerd vermogen wordt per 1 januari 2017 en 31 december 2017 respectievelijk geraamd op € 44,7 en € 41,9 miljoen. Het gaat hierbij om de totale boekwaarde van de geactiveerde kapitaaluitgaven. Van het geraamde geïnvesteerde vermogen maken de verstrekte geldleningen aan derden deel uit die geen budgettaire gevolgen voor de gemeente hebben (bijvoorbeeld de verstrekte hypothecaire geldleningen aan het personeel). Het gaat hierbij om een totaalbedrag van € 0,56 miljoen.

Het deel van het geïnvesteerde vermogen dat budgettaire lasten voor de gemeente veroorzaakt, wordt daarom geraamd op € 44,1 miljoen (€ 44,7 miljoen -/- € 0,6 miljoen). Het totaal geïnvesteerd vermogen wordt voor € 19,6 miljoen gefinancierd met vreemd vermogen (opgenomen langlopende geldleningen) en het restant van € 25,1 miljoen met eigen middelen en kortlopende financieringsmiddelen.

Gezien de gemiddelde rentelast van het per 31 december 2017 met vreemd vermogen gefinancierde deel kan worden geconcludeerd dat de geraamde financieringsstructuur en in relatie hiermee ook het weerstandsvermogen van onze gemeente op 1 januari 2017 als redelijk kan worden beoordeeld.

Omslagrente

De berekening van de renterisiconorm is opgenomen in onderstaand overzicht. Uit dit overzicht blijkt dat de gemeente vrijwel geen renterisico loopt. Wanneer de omslagrente lager is dan de marktrente, ontstaat er een risico. Dit is een gevolg van het feit dat hieruit een financieel nadeel voortvloeit voor de begroting. Als het rentepercentage van aan te trekken leningen lager is dan de geraamde omslagrente van 1,75%, blijft het renterisico in de begroting 2017 acceptabel. Verwacht wordt dat de kapitaalmarktrente (lange rente), gezien de verwachte economische ontwikkelingen (zoals lichte economische groei, inflatie) in het komende jaar iets gaat stijgen (BNG-nieuwsbrief  juli 2016). Op grond van deze verwachting is er, naar het zich nu laat aanzien, vrijwel geen renterisico te verwachten.

De rentegevoeligheid – het renterisico – kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rentelooptijd van één jaar of langer.

Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisiconorm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zo veel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal.

Renterisico per 2017 (x € 1.000)

Begroot 2017

Begroot 2018

Begroot 2019

Begroot 2020

1.

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

2.

Te betalen aflossingen

2.457

2.611

2.219

2.240

3.

Renterisico op vaste schuld (1+2)

2.457

2.611

2.219

         2.240

4.

Renterisiconorm

11.385

11.505

11.433

11.304

5.

Ruimte (+)/Overschrijding (-); (4-3)

 

8.928

8.894

9.214

9.064

 

Berekening renterisiconorm

 

 

 

 

4a.

Begrotingstotaal lasten (2017)

56.926

57.527

57.166

56.521

4b.

Percentage

20%

20%

           20%

20%

4.

Renterisiconorm berekend op basis van cijfers 2016 (4ax4b)

11.385

11.505

11.433

11.304

Beheer beschikbare liquiditeiten

Kasbeheer

Saldo- en liquiditeitsbeheer
Voor het liquiditeitsbeheer zijn overeenkomsten met de BNG (geïntegreerde dienstverlening) en de Rabobank gesloten. Hierdoor kunnen tekorten aan middelen op een voordelige wijze worden geleend en kan de gemeente tegen voordelige voorwaarden snel over voldoende middelen beschikken. Daarnaast is van belang dat het Rijk alle financiële transacties met de gemeente verrekend bij de BNG (dit geldt overigens voor alle gemeenten). Als gevolg van de invoering van het schatkistbankieren is het eventueel uitzetten van overtollige liquide middelen niet meer bij commerciële banken toegestaan, maar alleen bij ’s Rijks schatkist of andere lokale overheden waarbij geen toezicht relatie bestaat.

Geldstromenbeheer
Voor een optimaal beheer van de geldstromen is een goede liquiditeitsprognose onontbeerlijk. Dit brengt een inspanningsverplichting voor de totale organisatie met zich mee. Een continu bijstellen van de liquiditeitsprognose, met als basis de planning van de investeringen is daarbij van groot belang. Het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjareninvesteringsplanning waardoor de financieringskosten hoger kunnen uitvallen dan geraamd, vergt de nodige inspanning. Het verkrijgen van betrouwbare informatie is hierbij cruciaal. Ook het aanscherpen van het debiteurenbeheer en de invordering van belastingen speelt hier een belangrijke rol. Het niet nakomen van betalingsverplichtingen heeft invorderingsmaatregelen tot gevolg. In eerste fase een aanmaning en in tweede fase (dwang)invordering, door gebruik te maken van een (gerechts)deurwaarder.

Duurzame toegang tot financiële markten
Een gemeente heeft als overheidsinstelling een zogenoemde AAA-rating. Dit houdt in dat een gemeente door geldverstrekkers als zeer kredietwaardig wordt beschouwd. Als gevolg hiervan is de toegang tot financiële markten gegarandeerd en kan een gemeente tegen voordelige voorwaarden lenen. Bovendien heeft de gemeente Nunspeet door de overeenkomsten met de banken een zeer snelle toegang tot de financiële markten. Overigens worden bij het aantrekken van leningen offertes gevraagd bij diverse geldverstrekkers.

Leningenportefeuille
Onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen.

De mutaties als gevolg van nieuwe leningen, aflossingen en rente zijn:

Mutaties in leningenportefeuille

Bedrag in € 1.000,--

Gemiddelde rente

Stand per 1 januari 2017

19.560

3,46%

Nieuwe leningen

3.500

 

Reguliere aflossingen

2.457

 

Vervroegde aflossingen

0

 

Stand per 31 december 2017

20.603

 

Voor de komende jaren moeten, gezien de investeringen volgens het overzicht ‘investeringen en uitgaven per product’, nog een aantal geldleningen worden aangetrokken. Gelet op de huidige rentestanden en de overheidsbemoeienis betreffende de rentepercentages zal de rentelast nagenoeg niet stijgen.

Organisatie
In het Financieringsstatuut en de financiële verordening is opgenomen welke personen bevoegd zijn tot het aantrekken en uitzetten van middelen. In het kader van het gemeentebrede project ‘Risico management’ is de administratieve organisatie van de treasuryfunctie beschreven.

Gemeentefinanciering
De financiering van de gemeentelijke activiteiten is de verantwoordelijkheid van de afdeling Financiën. Hierbij wordt de gemeente als een geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit kunnen worden ingezet voor het financieren van een andere activiteit. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Op deze wijze worden de rentekosten beperkt. Projectfinanciering wordt in principe niet toegepast.
Voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – is de zogenoemde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door een door het ministerie van Financiën vastgesteld percentage (voor 2017 e.v. 8,5%) vermenigvuldigd met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Per kwartaal wordt de gemiddelde liquiditeitspositie bepaald en getoetst aan de kasgeldlimiet. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de drie kwartaalrapportages toezenden aan de provincie als toezichthouder, vergezeld van een plan om weer aan de kasgeldlimiet te voldoen. Voor het begrotingsjaar 2017 bedraagt de berekende kasgeldlimiet € 4.839.000,--.

Onderstaand wordt de berekening van de begrote kasgeldlimiet voor de jaren 2016 tot en met 2019 weergegeven.

 

 

 

 

 

Kasgeldlimiet 2017 (x € 1.000)

2017

2018

2019

2020

 

 

 

 

 

Begrotingstotaal

56.926

57.527

57.166

56.521

Begrotingsomvang 1 januari (is grondslag)

 

 

 

 

Toegestaan kasgeldlimiet

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

Kasgeldlimiet in bedrag

4.839

4.890

4.574

4.804

 

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

Nadat de gemeenteraad in de programmabegroting en beleidsnotities heeft bepaald wat de gewenste maatschappelijke effecten en doelstellingen van het beleid zijn en welke budgetten daarvoor beschikbaar zijn, neemt het college de uitvoering ter hand. Het geheel van uitvoeringsmaatregelen – inclusief de effectieve en efficiënte inzet van middelen, het hanteren van een systeem van planning & control en de voorbereiding van raadsbesluiten – noemen wij de gemeentelijke bedrijfsvoering.

De bedrijfsvoering is een bevoegdheid en verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders. Toch heeft de wetgever het goed gedacht om in de programmabegroting, het document waarin college en gemeenteraad afspraken maken over het komende jaar, een nadere toelichting op de bedrijfsvoering op te laten nemen.

Organisatieontwikkelingen

In de huidige samenleving zijn onomkeerbare ontwikkelingen waarneembaar die vragen om een andere overheid. Denk aan thema’s zoals participatie, netwerken, flexibiliteit, diversiteit en maatwerk. Ook de gemeente moet een antwoord geven op het ontstaan van een netwerksamenleving, die vraagt om het leggen van verbindingen tussen de belangen en de beschikbare oplossingen bundelt naar het gewenste resultaat. In deze veranderende samenleving ontstaan op participatieve wijze lokale maatwerkoplossingen in wisselende samenwerkingsverbanden.

Werken voor de burger
In onze organisatievisie ‘Werken voor de burger’ is de missie van onze organisatie als volgt geformuleerd:

 ‘De organisatie ontwikkelen tot een samenwerkende eenheid gericht op realisatie van gewenst maatschappelijk effect, waarbij de klant centraal staat, de cultuur taakgericht en innovatief is en het Overheidsontwikkelmodel leidraad is’.

 De visie en missie zijn nog steeds actueel. In andere woorden: Gemeente Nunspeet wil een professionele, betrouwbare en ambitieuze overheid zijn die meedenkt, transparant werkt en de kracht van andere partners gebruikt om haar doel te bereiken en daarmee midden in de samenleving staat. De huidige organisatie heeft een betrouwbaar fundament. De directie kiest ervoor daarop voort te bouwen en de schaarste aan middelen te gebruiken om grenzen te verleggen of te doorbreken en de organisatie nog scherper, alerter, meer lean, meer zakelijk en efficiënter te maken. In het kader van kwaliteitsontwikkeling is geconcludeerd dat de organisatie voor een groot deel proces georiënteerd is en daarmee een belangrijk onderdeel van onze ‘genen’ vormt. Voor de komende jaren worden vier kernbegrippen toegevoegd die bij het daadwerkelijk vormgeven van de andere overheid en een compacte organisatie, opgeld doen.

De vier nieuwe kernbegrippen zijn: Vakmanschap, Verbinding, Verantwoordelijkheid en Vertrouwen. Allen begrippen die de komende jaren waardevol zijn bij de doorontwikkeling van de organisatie. Het zijn begrippen die bij de andere overheid horen en richting geven aan onze ‘handel en wandel’ de komende jaren. De vier V’s zeggen iets over ons gedrag en wat daarin in de huidige omstandigheden van groot belang is om uit te dragen, als organisatie. Dit gaan wij tot uiting brengen in het op te stellen strategische opleidings- en ontwikkelprogramma. Met dit programma geven leidinggevenden, professionals en teams invulling aan de vier V’s. Het programma is bedoeld als aanjager om onze ambities te bereiken, maar is ook de basis voor een nieuwe manier van werken die past bij de veranderende rol van onze gemeente.

 De agenda voor de organisatie is verwoord in het Collegeprogramma, waarin staat aangegeven welke positie de gemeente Nunspeet in de samenleving wil innemen. In combinatie met de meerjarenbegroting biedt dat de politiek-bestuurlijke opdrachten en ook bedrijfsvoeringzaken voor de organisatie. Het leidt tot de volgende strategische opgaven:

  • opstarten en implementeren Het Nunspeets Werken (HNW)
  • opstarten en implementeren van een organisatie-doorontwikkelingsprogramma
  • ontwikkeling programma- en projectmanagement
  • (netwerk)samenwerking

Onze organisatie begint in de uitvoering van de strategie niet bij nul. Onze inspanningen-gebaseerd ook op de uitgangspunten in ‘Werken voor de burger’- hebben al veel opgeleverd. Concreet betekent dit:

  • bij de dienstverlening staat de burger centraal
  • één organisatie die integrale producten levert
  • kwaliteitsontwikkeling van dienstverlening met gebruikmaking van het kwaliteitsmodel overheidsorganisaties
  • medewerkers krijgen zoveel mogelijk bevoegdheden en mandaat om zaken zelfstandig af te handelen
  • medewerkers fungeren als professionals, leidinggevenden faciliteren medewerkers daarbij
  • optimaal gebruik van digitalisering

Het Nunspeets Werken en het opleidings-/ontwikkelprogramma vormen het middel voor organisatieontwikkeling. De vraag hoe de organisatie het beste het werk kan organiseren staat daarbij centraal. De ontwikkelingen in de samenleving hebben een effect op de organisatie en de huidige manier van werken, de processen. HNW geeft ruimte aan medewerkers om zaakgericht te werken. Om afhankelijk van de klus, zelf te kiezen voor de partners met wie je samengewerkt, de werkwijze en vorm waarin je samenwerkt, het tijdstip en de plaats. De benodigde ondersteuning wordt langs drie samenhangende lijnen gerealiseerd:

  • opleidings- en ontwikkelprogramma
  • Binnen dit programma wordt aandacht besteedt aan leiderschap, afdelings-/teamsynergie, verantwoordelijkheid en de professionele medewerker.
  • informatie- en communicatietechnologie
  • HNW vraagt hulpmiddelen om bereikbaar te zijn, virtueel samen te werken en digitalisering
  • van gegevens. De ICT-gelden van het Meerjarenprogramma ICT worden de komende jaren
  • met name ingezet om de ICT en informatie in relatie tot de processen gereed te maken voorde andere manier van werken en samenwerken.
  • huisvesting
  • De komende jaren ontstaat de mogelijkheid in te spelen op een andere indeling en inrichting van kantoorruimte waarover de organisatie beschikt. Daarbij gaat het onder meer om concentratieruimten, flexplekken, ontmoetingsruimten en samenwerk- (of project-)ruimten.

Kwaliteitszorg

Het lijnmanagement is verantwoordelijk voor de succesvolle groei van het eigen organisatieonderdeel. Daarnaast is de kwaliteitscoördinator de eerstverantwoordelijke voor de ondersteuning in het door ontwikkelen van de organisatie. Hij zoekt daarbij aansluiting bij landelijke initiatieven die geborgd worden in het in juni 2009 opgerichte Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING), een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waarin het kwaliteitsmanagement voor gemeenten wordt georganiseerd.

Op deze manier kunnen specifieke kennis, capaciteit, en netwerken bijdragen aan de verbetering van het kwaliteitsniveau van de gemeentelijke dienstverlening.

Een van de activiteiten van het KING is het verzamelen van kwalitatief hoogwaardige benchmarkgegevens via www.waarstaatjegemeente.nl. De gemeente Nunspeet neemt actief deel aan dit project.

Personeel- en organisatiebeleid

Het bestuurs- en managementmodel onderkent dat personeel het belangrijkste productiemiddel van de gemeente is. Binnen de kaders die de gemeenteraad stelt en in opdracht van burgemeester en wethouders ontwikkelen ambtenaren het gemeentelijke beleid en leveren ambtenaren de gemeentelijke diensten. De moderne maatschappij en het moderne bestuur vragen om taakvolwassen ambtenaren. De moderne ambtenaar is een deskundige sparringpartner voor politiek en bestuur, is een publiek entrepreneur en een netwerker.

De moderne ambtenaar heeft een omgeving nodig waarin hij of zij goed uit de verf komt en resultaten kan behalen. De gemeente Nunspeet kiest daarom voor een organisatiebeleid dat daarop is afgestemd. In de samenwerking tussen ambtenaren en college is respect voor elkaars inbreng, is er ruimte om inhoud te geven aan de eigen verantwoordelijkheden, en wordt ingespeeld op de wederzijdse afhankelijk- en duidelijkheid over de grenzen van elkaars handelen. Er is een humanresourcesmanagement (hrm) dat zorgt dat elke individuele bijdrage van een organisatielid leidt tot het behalen van de strategische doelen.

Een breed inwerkprogramma moet ervoor zorgen dat ambtenaren de bijzonderheden van hun ambtenarenstatus inzien. Verder wordt ingezet op voldoende ontwikkelingsmogelijkheden, personeelsplanning, competentiemanagement, een coachende manier van leidinggeven en het belonen van kwaliteit. Bureaupolitiek en verkokering worden tegengegaan. Afdelingen moeten zo veel mogelijk elkaars taal spreken en als eenheid naar buiten treden.

Het personeelsbeleid van de gemeente Nunspeet wordt in de praktijk vormgegeven door de afdelingshoofden in hun hoedanigheid van integraal manager. Zij worden daarin ondersteund door de directie en het team P&O van de afdeling Facilitair. Dat team is ook de initiator en de concernbewaker van het hrm. Elk afdelingshoofd wordt ondersteund door een personeelsconsulent.

De gemeente Nunspeet staat voor een modern en gedifferentieerd hrm, gericht op het binnenhalen en -houden van medewerkers uit diverse groepen die bijvoorbeeld gebaseerd zijn op leeftijd, cultuur of geslacht. De gemeente investeert in leren en kwaliteit en gaat uit van een volwassen werkrelatie. De medewerker kan niet achterover leunen maar wordt zelf verantwoordelijk geacht voor zijn of haar competenties, loopbaan en prestatie, waarbij de werkgever faciliteert en stimuleert. Personeelsinstrumenten worden geïntegreerd toegepast: werving en selectie, personeelsplanning, het opstellen van functieprofielen en opleidingsplannen staan in directe relatie tot elkaar. Het hrm is geborgd in de organisatie door een cyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken alsmede door een cyclus van opleidingsplannen en door protocollen voor werving en selectie en voor de introductie van nieuwe medewerkers.

Planning & control

Voor de beheersing en de regie van werkprocessen is een systeem van planning & control nodig. Zoals hierboven al is aangegeven, is in het bestuurs- en managementmodel rekening gehouden met frequent overleg tussen de diverse spelers: collegeleden, directie en afdelingen.

Daarnaast kent de organisatie een systeem waarin adviezen aan college en gemeenteraad door (staf)afdelingen, concerncontroller en kwaliteitscoördinator worden getoetst op bijvoorbeeld de juridische en financiële kwaliteit. En in de derde plaats is er de periodieke rapportage van de organisatie aan directie, college en gemeenteraad – uiteraard gestart met de programmabegroting en afgesloten met de programmarekening.

Planning & control is een belangrijk instrument voor een continue verbetering van de bedrijfsvoering. Hierbij moet – naast de instrumentele kant – het accent vooral worden gelegd op de verantwoordelijkheid en gedragskant. Instrumenten zijn belangrijk, maar nog belangrijker is hoe deze gehanteerd worden binnen de organisatie. Planning & control is ook een gezamenlijke mentaliteit: zeggen wat je doet (planning) en doen wat je zegt (control/verantwoording). Daar hoort ook transparantie bij: fouten maken mag, als er maar open over wordt gecommuniceerd en als er maar van wordt geleerd.

Administratieve organisatie en interne controle

Een van de speerpunten voor de bedrijfsvoering is de zogenoemde interne controle als onderdeel van het gemeentelijke risicomanagement. Jaarlijks beziet de externe accountant het zelf controlerend vermogen van de gemeente. De omgeving waarin de gemeente opereert, is continu aan verandering onderhevig en daarom moet ook de interne controle blijven ontwikkelen.

Screening
De afbakening van de interne controle vindt plaats in het interne controleplan. Dit plan bevat een gemeentebrede inventarisatie van processen die voor verbijzonderde interne controle in aanmerking komen, een risicoanalyse van deze processen om de prioritering te kunnen vaststellen, gevolgd door een keuze van processen waarop verbijzonderde interne controle moet plaatsvinden.

Voorbereiding
De voorbereiding vindt plaats aan de hand van het interne controleplan:

  • Per gekozen proces wordt een inventarisatie van de beheersingsrisico’s gemaakt.
  • Per gekozen proces wordt een inventarisatie van de in de organisatie getroffen beheersmaatregelen gemaakt.
  • Per gekozen proces wordt vastgesteld welke beheersmaatregelen getoetst moeten worden door middel van verbijzonderde interne controle.
  • Aan de hand van bovenstaande punten wordt een werkprogramma vastgesteld.

Uitvoering
Uitvoering van de werkzaamheden en het vastleggen ervan in een controleverslag (audittrail).

Met deze werkwijze is het zelfcontrolerend vermogen van de gemeente voorlopig up-to-date gebracht. Aan de hand van conclusies en bevindingen – niet in de laatste plaats naar voren gebracht door de accountant – blijven wij waar nodig de maatregelen ook in de toekomst bijstellen.

Doelmatig- en doeltreffendheidonderzoeken

De effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering vormen een rode draad door het dagelijks bestuur van de gemeente. De middelen zijn beperkt en er is een groot scala aan doelen te behalen. Kritisch doelgericht werken en verspilling voorkomen zijn dan ook aandachtspunten waarvan nagenoeg al het gemeentelijke handelen is doortrokken.

Omdat met beperkte middelen, die bovendien nauwelijks kunnen worden beïnvloed, een heel groot takenpakket moet worden uitgevoerd hebben de gemeenten doelmatig- en doeltreffendheid over het algemeen hoog in het vaandel staan. De wetgever heeft in artikel 213a van de Gemeentewet voorgeschreven dat het college regelmatig onderzoek moet doen naar de doelmatig- en doeltreffendheid van het gevoerde beleid. Ook de manier waarop dat moet gebeuren, wordt ten dele voorgeschreven. Dit blijkt voor gemeenten een forse administratieve lastenverzwaring met zich mee te brengen. Middelgrote en kleinere gemeenten komen in de praktijk niet of nauwelijks toe aan de voorgeschreven onderzoekscyclus. Zij zijn wel degelijk bezig met doelmatig- en doeltreffendheid, maar voldoen formeel niet aan artikel 213a van de Gemeentewet. Daar staat geen sanctie tegenover en overigens wordt een wijziging van de wet verwacht waarbij artikel 213a wordt geschrapt of minder verplichtend gemaakt.

In Nunspeet wordt de toepassing van artikel 213a uitgevoerd door koppeling aan de Kwaliteitszorg en de hoofdlijnenrapportages. Daarnaast komt de doelmatigheid aan de orde in de onderzoeken van de rekenkamercommissie en de accountant.

Informatiebeleid

Naast geld en mensen is ook informatietechnologie een onmisbaar productiemiddel van de gemeente. Burgers en bedrijven vragen om een overheid die snel, efficiënt en klantgericht werkt en niet steeds naar de bekende weg vraagt: betere dienstverlening met minder administratieve lasten. Om dat te bereiken brengen de verschillende overheden samenhang aan in de ontwikkeling van de basisinfrastructuur van de elektronische overheid (e-overheid). Deze basisinfrastructuur omvat elektronische toegang tot de overheid, elektronische authenticatie, eenduidige informatienummers, basisregistraties en elektronische informatie-uitwisseling. Een en ander is neergelegd in het Nationaal uitvoeringsprogramma (NUP) betere dienstverlening en e-overheid, getiteld ‘Burger en bedrijf centraal’, waaraan rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen zich hebben gecommitteerd.

De gemeente Nunspeet onderschrijft de doelstellingen van het NUP. Ze passen goed bij het gekozen bestuurs- en managementmodel, waarin de burger centraal staat. De doelstellingen zijn bovendien logisch. Maar dat betekent niet dat ze eenvoudig zijn te realiseren. De effecten van de maatregelen doortrekken de gehele gemeentelijke organisatie. De invoering van de e-overheid zorgt voor een onomkeerbare verandering binnen de gemeente. Dit wordt projectmatig aangepakt met ondersteuning door EGEM-i.

 

Subsidies

Subsidieplafonds worden op basis van de Algemene subsidieverordening Nunspeet 2011 door de raad vastgesteld tijdens de begrotingsbehandeling. Subsidieplafonds hebben als doel om een subsidie te kunnen weigeren op het moment dat het budget niet meer toereikend is en er op basis van een verordening wel aanspraak kan worden gemaakt op een subsidie.

Bij het bekendmaken van een subsidieplafond wordt weergegeven welke subsidie het betreft, welk bedrag beschikbaar is en op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld. De volgende subsidieplafonds gelden voor 2017:

Tabel 1.1 - Subsidieplafonds 2017

Omschrijving subsidie

Subsidieplafond

Verdeling bij bereiken subsidieplafond

Eenmalige subsidie cultuur

€ 2.633,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Jaarlijkse subsidie amateurkunstverenigingen

€ 10.201,--

Naar rato

Eenmalige subsidie sport

€ 4.271,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Jaarlijkse subsidie jeugdledensport (incl. scouting)

€ 14.070,--

Naar rato

Restauratie monumenten

€ 98.163,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Afkoppelen verhard oppervlak

€ 50.250,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Bevorderen verkeersveiligheid

€ 30.000,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Gewoon Gemak

€ 20.000,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Collectief Particulier Opdrachtgeverschap

€ 60.000,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Jaarlijkse eenmalige subsidies sociale samenhang en leefbaarheid

€ 12.075,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

 

Paragraaf Verbonden partijen

Paragraaf Verbonden partijen

Wat zijn verbonden partijen? Volgens artikel 1 lid b van het Besluit begroting en verantwoording is een verbonden partij:

‘Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft’.

Vervolgens worden in de leden c en d aangegeven wat een bestuurlijk en een financieel belang is. Een bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Het gaat bij verbonden partijen om de specifieke combinatie van financiële en bestuurlijke inbreng.

Bij de gemeente Nunspeet is sprake van de volgende verbonden partijen:

Directe deelnemingen in vennootschappen:

  • Bank Nederlandse Gemeenten NV;
  • NV Alliander;
  • Vitens NV.

Overige deelnemingen:

  • Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe;
  • Regio Noord-Veluwe;
  • Omgevingsdienst Noord-Veluwe;
  • Leisurelands;
  • Coöperatie Gastvrije randmeren;
  • Stichting Muziekschool Noordwest-Veluwe (in afronding);
  • Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;
  • NV Inclusief Groep;
  • NV Afvalsturing Friesland;
  • Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe;
  • Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Gelre-IJssel.

Per verbonden partij wordt een risicoanalyse opgenomen. Via deze risicoanalyse wordt gekeken naar de mate van risico dat de gemeente bij de verbonden partijen loopt. Een manier van risicometing is te kijken naar de solvabiliteit. De solvabiliteit is de mate waarin de onderneming in staat is het totale vreemd vermogen terug te betalen. Het is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen van een onderneming. Men berekent de solvabiliteit als verhouding tussen eigen vermogen/totaal vermogen. Een solvabiliteit wordt goed genoemd als deze hoger is dan 25% (eigen vermogen is meer dan 25% van het balanstotaal).

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) moeten gemeenten voor verbonden partijen informatie opnemen (zie bijlage bij deze paragraaf). Het gaat daarbij om het verwachte belang aan het eind van het begrotingsjaar, de verwachte omvang van het eigen vermogen aan het begin en het eind van het begrotingsjaar en het verwachte resultaat over het begrotingsjaar. Bij deze bepaling worden de meest recente jaarcijfers als basis gehanteerd. Bij de weging van het risico van verbonden partijen zal gekeken worden naar de bijdrage die de gemeente levert en het financiële nadeel dat de gemeente loopt bij een eventueel faillissement. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat een faillissement zich voordoet.

Bank Nederlandse Gemeenten NV

Vestigingsplaats
Den Haag

Publiek belang
De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Daarmee is de bank essentieel voor de publieke taak.

Bestuurlijk belang
De gemeente heeft zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de aandelen die zij bezit (één stem per aandeel van € 2,50). Het aandelenbezit wordt gezien als een duurzame belegging. Gedurende het afgelopen jaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in het belang van onze gemeente in de BNG.

Financieel belang
De gemeente Nunspeet bezit een aandelenbelang van 0,13% in de BNG, met een nominale waarde van € 187.688. De gemeente bezit 75.075 aandelen van nominaal € 2,50. Dit financieel belang zal naar verwachting in 2017 niet wijzigen.

Beleidsvoornemens
Geen beleidswijzigingen voorzien.

Risicoanalyse

Bij het verwachte eigen en vreemd vermogen  
Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 4.163 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017:  € 145.317 miljoen
Achtergestelde schulden per 1 januari/31 december 2017: € 32 miljoen
Verwacht resultaat 2017: € 226 miljoen

Op basis van de verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen zou geconcludeerd kunnen worden dat de solvabiliteit niet goed is. Dat zou betekenen dat het risico hoog is. Echter het eigenaarschap ligt bij gemeenten, provincies en de Staat. De bank heeft een (door de statuten) beperkt werkterrein. Dit biedt de financiers vertrouwen en hierdoor is het risico van kredietverlening aan de BNG beperkt. Dit zorgt ervoor dat de bank tegen gunstige tarieven gelden kan aantrekken. Daarnaast vermeldt de BNG in zijn jaarrekening 2015 dat zij een sterke solvabiliteitspositie heeft. Dit komt tot uitdrukking in een hoge zgn. Common Equity Tier 1-ratio. Deze naar risico gewogen kapitaalratio is relatief stabiel gebleven en kwam per eind 2015 uit op 23%. Per saldo wordt geconcludeerd dat het risico van de BNG bank laag is.

NV Alliander

Vestigingsplaats
Arnhem

Publiek belang
Het veiligstellen van de levering van elektriciteit onder alle omstandigheden en het genereren van dividend door belegging van middelen. Deze middelen kunnen in beginsel vrij worden aangewend voor gemeentelijke taken (algemeen dekkingsmiddel).

Bestuurlijk belang
De zeggenschap die met het aandelenbezit verband houdt, komt tot uiting in de algemene vergadering van aandeelhouders.

Financieel belang
Het financiële belang bij aandelenbezit in het algemeen is het risico van koersschommelingen en/of winstdalingen (lager dividend). Sinds 2004 is het dividend gelijk aan het pay-outpercentage van 45% van de nettowinst uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen. De gemeente bezit 339.318 aandelen met een nominale waarde van € 34.424. Dit belang zal naar verwachting in 2017 niet wijzigen.

Beleidsvoornemens
Geen beleidswijzigingen te voorzien.

Risicoanalyse

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 3.687 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 4.039 miljoen
Verwacht resultaat 2017: € 235 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 47,7%. Algemeen genomen worden een minimaal percentage van 25% als goed of gezond aangemerkt. Het resultaat over 2015 bedraagt € 235 mln. Over 2014 bedroeg het resultaat € 323 miljoen. Op basis van deze cijfers wordt het verwachte resultaat 2017 op € 235 miljoen gesteld. Gezien het hoge eigen vermogen wordt geconcludeerd dat het risico van NV Alliander als laag aangemerkt.

NV Vitens

Vestigingsplaats
Lelystad

Publiek belang
De gemeente Nunspeet is aandeelhouder van NV Vitens, het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland. Bij het leveren van vers en betrouwbaar drinkwater wil Vitens respectvol blijven omgaan met de natuur. Om waterbronnen te beschermen werkt het bedrijf samen met waterschappen, natuurorganisaties, gemeenten en provincies. Om verdroging te voorkomen, verplaatst het bedrijf waar nodig waterwingebieden. Ook werkt het bedrijf zo veel mogelijk met milieuvriendelijke installaties. Dit past bij de verantwoordelijkheden van de aandeelhouders: de provincies en gemeenten.

Bestuurlijk belang
De zeggenschap die met het aandelenbezit verband houdt, komt tot uiting in de algemene vergadering van aandeelhouders.

Financieel belang
De gemeente Nunspeet bezit een aandelenpakket van 24.035 aandelen met een nominale waarde van € 4.062. Dit belang zal naar verwachting in 2017 niet wijzigen. Het financiële belang bij aandelenbezit in het algemeen is het risico van koersschommelingen en/of winstdalingen (lager dividend). Als de solvabiliteit hoger of gelijk is aan de streefsolvabiliteit (een eigen vermogen (EV) minimaal gelijk aan 25% van het balanstotaal en een garantievermogen (EV + achtergestelde leningen minimaal gelijk aan 30% van het balanstotaal) en als de winst toereikend is, wordt aan de houders van gewone aandelen een dividend uitgekeerd van minimaal 40% en maximaal 75% van het netto resultaat.

Beleidsvoornemens
Geen beleidswijzigingen te voorzien.

Risicoanalyse

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 471 miljoen € 466 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017:    € 1.243 miljoen € 1.290 miljoen
Verwacht resultaat 2017:          € 29,1 miljoen

De verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen per 31 december 2017 bedraagt 36,1%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde is. Vitens is daarnaast bewust bezig met het verhogen van de solvabiliteit en de versterking van het eigen vermogen.

Vitens houdt zich bezig met een primair product waar altijd vraag naar zal zijn: schoon drinkwater. Dit zorgt voor een stabiele en continue afzetmarkt. Op basis van deze argumenten en de bewuste verhoging van de solvabiliteit wordt het risico van Vitens als laag aangemerkt.

Gemeenschappelijke regeling Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Vestgingsplaats
Elburg

Publiek belang
Deelnemende gemeenten zijn Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek. Deze gemeenten werken samen voor de uitvoering van het bepaalde in hoofdstuk V van de Archiefwet 1995. Het beheer van en het toezicht op archiefbescheiden gebeurt op gemeenschappelijke basis.

Bestuurlijk belang
De gemeente Elburg is centrumgemeente. De Archiefcommissie Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe adviseert het gemeentebestuur van Elburg over beleidzaken. De gemeente is door de burgemeester vertegenwoordigd in de Archiefcommissie.

Financieel belang
De gemeenten betalen een jaarlijkse bijdrage aan het streekarchivariaat. In 2017 is een bijdrage geraamd van € 106.766. De gemeente is financieel medeaansprakelijk voor de gemeenschappelijke regeling.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
De gemeente loopt een beperkt risico. De kans op een faillissement van het streekarchivariaat wordt ook laag ingeschat. Het totale risico wordt laag ingeschat.

Regio Noord-Veluwe

Vestigingsplaats
Harderwijk

Publiek belang
De Regio Noord-Veluwe (RNV) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten. Die gemeenten werken samen aan de ontwikkeling van een gebied waar het goed wonen, werken en recreëren is.

De activiteiten van de RNV richten zich op diverse terreinen van overheidszorg, zoals economie, toerisme en recreatie, milieu, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, openbare werken, arbeidsmarktbeleid, sociale werkvoorziening, welzijn en onderwijs. De RNV biedt de gemeenten een solide basis voor duurzame vrijwillige samenwerking, met het doel om gezamenlijk taken efficiënter uit te voeren, kosten te besparen en een sterkere positie in te nemen. De gemeenten Epe, Hattem, Heerde, Nijkerk en Zeewolde nemen voor bepaalde taken ook deel aan de regionale samenwerking.

Bestuurlijk belang
De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het dagelijks bestuur. Een raadslid en de burgemeester zijn lid van het algemeen bestuur.

Financieel belang
Voor het algemene deel (Platform en Ontwikkeling) van de gemeentelijke bijdrage 2017 is een bijdrage geraamd van € 273.000,--.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
Onderliggende cijfers zijn gebaseerd op de jaarcijfers 2015 van de RNV:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 3,9 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 11 miljoen
Verwacht resultaat 2017: € 429 duizend

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 32,6%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde en ten opzichte van voorgaande jaren sterk verbeterd is. Bij een mogelijk faillissement zal de gemeente moeten meebetalen in de financiële afwikkeling. Daarnaast zullen de taken die de RNV voor de gemeente uitvoert, naar de gemeente terugkomen. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De RNV voert een (groot) aantal taken voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Vestigingsplaats
Harderwijk

Publiek belang
Omgevingsdienst Noord-Veluwe voert vanaf 1 april 2013 de milieutaken op de Noord-Veluwe uit. Dit gebeurt in opdracht van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten en van de Provincie Gelderland. De adviseurs van ODNV bieden hoogwaardige kennis en expertise op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en milieuadvies.

Bestuurlijk belang
De portefeuillehouder Milieu is lid van het dagelijks bestuur.

Financieel belang
De gemeenten betalen een bijdrage aan de omgevingsdienst voor het uitvoeren van de taken. Voor 2017 is een bijdrage geraamd van € 410.000,--.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
Onderliggende cijfers zijn gebaseerd op de jaarstukken 2015:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 356 duizend
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 896 duizend
Verwacht resultaat 2017: € 286 duizend

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 39,7%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde en ten opzichte van voorgaande jaren verbeterd is. Bij een mogelijk faillissement zal de gemeente moeten meebetalen in de financiële afwikkeling. Daarnaast zullen de taken die de ODNV voor de gemeente uitvoert naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De ODNV voert milieutaken voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.

Leisurelands

Vestigingsplaats
Arnhem

Publiek belang
Leisurelands beheert en exploiteert de volgende recreatiegebieden: Berendonck, Bussloo, Groene Heuvels, Haven Hattem, Heerderstrand, Surfoever Hoge Bijssel, Strand Horst, Kievitsveld, Mookerplas, Nieuw Hulckesteijn, Strand Nulde, Rhederlaag, Wylerbergmeer, Zandenplas en Zeumeren.

De handelsnaam van RGV Holding B.V. is Leisurelands. Onder RGV Holding vallen drie vennootschappen die actief zijn. Leisurelands Exploitatie B.V. en Leisurelands Onroerend Goed B.V. houden zich bezig met de kernactiviteit van Leisurelands, namelijk het exploiteren van recreatievoorzieningen. De activiteiten van de derde actieve vennootschap, Interhuis B.V., met haar dochtervennootschappen SchatEiland Zeumeren B.V., Zeumeren B.V., RGV Delfstoffen B.V. en Katerbosch B.V. zijn niet direct gerelateerd aan dagrecreatie, maar zijn erop gericht de kernactiviteit te ondersteunen.

Bestuurlijk belang
De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur door de portefeuillehouder recreatie.

Financieel belang
De gemeente verstrekt geen bijdrage in de exploitatielasten.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2015 van Leisurelands:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 55    miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 21 miljoen
Verwacht resultaat 2017: € 2,5 miljoen

De verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen bedraagt 261,9%. Dit veronderstelt een laag risico voor de eigenaren. Het resultaat van Leisurelands is sterk afhankelijk van opbrengsten uit vermogensbeheer. Uit de jaarstukken blijkt dat dergelijke financiële baten noodzakelijk zijn om de RGV financieel gezond te houden. Het operationele resultaat over afgelopen jaren is namelijk negatief. Uit de cijfers blijkt dat de RGV afhankelijk is van de resultaten op het vermogensbeheer. Dit brengt een risico met zich mee. De resultaten zijn sterk afhankelijk van de ontwikkeling in de markt. Alles overziend wordt het risico van het RGV als laag ingeschat.

Coöperatie gastvrije randmeren

Vestigingsplaats
Harderwijk

Publiek belang
Gastvrije Randmeren is een samenwerkingsverband voor de Randmeren, in de vorm van een coöperatieve vereniging. De deelnemers zijn in eerste instantie de gemeenten Almere, Blaricum, Bunschoten, Dronten, Eemnes, Elburg, Ermelo, Harderwijk, Huizen, Kampen, Naarden, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde. De coöperatie heeft de volgende taken:

  • Hoofdtaak van de coöperatie is het structureel onderhouden van de recreatieve voorzieningen in de Randmeren. Het gaat daarbij onder andere om het onderhouden van aanlegplaatsen  voor de recreatievaart, het verminderen van de overlast door waterplanten in dieper water  en het uitvoeren van overig klein onderhoud.
  • De Randmeren staan bekend om hun natuurschoon, rust en ruimte. Er wordt veel aan gedaan om de natuurwaarden in het gebied te versterken. Veel vogels profiteren van het heldere water en de overvloed aan voedsel. De natuur maakt de Randmeren aantrekkelijk voor de recreant, maar is ook kwetsbaar. De coöperatie Gastvrije Meren vindt het belangrijk dat bij de inrichting van het gebied de balans tussen natuur en recreatie voorop staat. Gastvrije Randmeren rekent het bewaren en bevorderen van het natuur- en landschapsschoon in het gebied tot één van haar taken.
  • Een andere belangrijke taak van de coöperatie is het op de recreatieve kaart zetten van de Randmeren via gebiedspromotie. In het kader hiervan zijn in het voorjaar van 2013 onder het logo 'Randmeren, eindeloos meer....' de eerste producten gelanceerd: een recreatieve kaart en de website. De gebiedspromotie 'Randmeren, eindeloos meer ... zal de komende jaren verder worden uitgebouwd.
  • Afronding van het project Integrale Inrichting Veluwerandmeren (IIVR) vindt plaats onder verantwoordelijkheid van Gastvrije Randmeren. Daarnaast moet de ontwikkelingsvisie 2030 Zuidelijke Randmeren (Blauwe As) verder vorm gegeven worden.
  • Verder vormt Gastvrije Randmeren een platform waar ruimtelijke-economische ontwikkelingen kunnen worden afgestemd. Ook kan het samenwerkingsverband gecoördineerd haar deskundigheid op het gebied van vergunningen en procedures inzetten en het gezamenlijk belang van gemeenten inbrengen in regionale en landelijke projecten. Voorbeelden zijn de maatregelen rond de zwemwaterkwaliteit, het Delta-programma, etc.

Bestuurlijk belang
De gemeente is vertegenwoordigd in de algemene ledenvergadering door de portefeuillehouder recreatie.

Financieel belang
De gemeente participeert in het eigen vermogen van de coöperatie. De gemeente verstrekt geen bijdrage in de exploitatielasten.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2015 van coöperatie Gastvrije Randmeren:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 4,4 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 12 miljoen
Verwacht resultaat 2017: € 140 duizend

De gemeente betaalt geen bijdrage in de exploitatielasten van de coöperatie. De coöperatie beheert ontvangen subsidiegelden en voert daarvoor werkzaamheden uit. Het risico van de coöperatie wordt laag ingeschat.

Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Gelre-IJssel

Vestigingsplaats
Apeldoorn

Publiek belang
De GGD Gelre-IJssel is de gezondheidsdienst van 21 gemeenten, waaronder Nunspeet. GGD Gelre-IJssel bewaakt de gezondheid van de inwoners van de gemeenten in de regio.

Bestuurlijk belang
De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur door de portefeuillehouder Volksgezondheid.

Financieel belang
De gemeente betaalt een jaarlijkse exploitatiebijdrage in de vorm van een bedrag per inwoner. Voor 2017 is € 360.000,-- geraamd voor de gemeentelijke bijdrage aan de GGD.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2015 van de GGD:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 2,9 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 3,0 miljoen
Verwacht resultaat 2017:    € 250 duizend

De verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen bedraagt 96,7%. Dit veronderstelt een laag risico voor de eigenaren. De GGD Gelre-IJssel voert taken uit voor de gemeente. Bij een faillissement zal de gemeente moeten meebetalen in de financiële afwikkeling. Daarnaast zullen de taken die de GGD voor de gemeente uitvoert naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De GGD voert taken op het gebied van volksgezondheid voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.

 

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Vestigingsplaats
Apeldoorn

Algemeen
Per 1 april 2004 is door samenvoeging van de drie brandweerregio’s en de twee GHOR-organisaties (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) in de Achterhoek, Noordwest-Veluwe en Stedendriehoek de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) ontstaan. In de VNOG werken GHOR en brandweer nauw samen, ieder vanuit een eigen invalshoek, maar met een gezamenlijke missie: een veilige leefomgeving. De VNOG wil een herkenbare bijdrage leveren aan het creëren van meer veiligheid voor de bewoners, instellingen en bedrijven binnen haar grenzen.

Met ingang van 1 januari 2010 is in het kader van de regionalisering van de brandweer het brandweercluster Veluwe-West van start gegaan. In dit cluster zijn de gemeenten Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Putten vertegenwoordigd.

Bestuurlijk belang
Het algemeen bestuur van de VNOG bestaat uit alle burgemeesters van de gemeenten in de regio. Het dagelijks bestuur wordt gekozen uit het algemeen bestuur. De burgemeester van Harderwijk heeft zitting in het dagelijks bestuur namens het cluster Veluwe-West.

Financieel belang
De gemeente heeft voor 2017 een bijdrage van € 1.385.000,-- geraamd.

Beleidsvoornemens
Met ingang van begrotingsjaar 2017 vindt kostenverdeling op basis van een nieuw verdeelmodel plaats. Het kostenverdeelmodel is gebaseerd op de Algemene uitkering Gemeentefonds. Voor Nunspeet heeft dit geleid tot een lagere bijdrage.

Risicoanalyse
Onderliggende cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2015 van de VNOG en verkregen informatie van de VNOG:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 0,6 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 43 miljoen
Verwacht resultaat 2017: nihil

De VNOG voert taken uit voor de gemeente. De taken die de VNOG voor de gemeente uitvoert zullen naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De VNOG voert brandweertaken voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat

NV Inclusief Groep

Vestigingsplaats
Nunspeet

Algemeen
De NV Inclusief Groep (Ondernemer in passend werk) is een geprivatiseerde organisatie die belast is met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) voor de bij de RNV aangesloten gemeenten en Nijkerk.

De Dienst Sociale Werkvoorziening Noordwest-Veluwe (DSW) is opdrachtgever voor de uitvoering van de wet. De praktische uitvoering is in handen van de Inclusief Groep. Men begeleidt mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt naar werk en biedt hen daarbij scholing en/of leerwerktrajecten. De werkzaamheden voor de doelgroep worden verricht in vier werkbedrijven die eigendom zijn van de Inclusief Groep. Die bedrijven opereren in de sectoren industrie (metaal, hout, elektra, verpakken, montage), dienstverlening (schoonmaak, groen, kwekerij, schilderwerken) en (groeps)detachering.

Bestuurlijk belang
Enig aandeelhouder van de Inclusief Groep is de RNV. Een vertegenwoordiging uit het algemeen bestuur van de RNV vormt de algemene vergadering van aandeelhouders van NV Inclusief Groep.

Inclusief Groep krijgt de opdrachten van de DSW (onderdeel van de RNV). Het dagelijks bestuur van de DSW wordt gevormd door de bestuurscommissie: de wethouders sociale zaken van de zeven deelnemende gemeenten.

Financieel belang
Via de RNV is de gemeente Nunspeet financieel medeverantwoordelijk voor Inclusief Groep.

Beleidsvoornemens
In het kader van de komst van de Participatiewet vindt onderzoek plaats naar de toekomst van de sociale werkvoorziening.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2015 van de Inclusief Groep:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 8,9 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 18,3 miljoen
Verwacht resultaat 2017:   nihil

Op 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd en stopt de instroom in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Met de Participatiewet krijgen de gemeenten te maken met een bredere doelgroep. Tegelijkertijd is er bezuinigd op het Re-integratiebudget dat gemeenten van het rijk ontvangen om de totale doelgroep vallend onder de Participatiewet te "bedienen". De stuurgroep transities heeft de projectgroep Toekomst Sociale Werkvoorziening, bestaande uit vertegenwoordigers van 7 bij de Inclusief Groep (IG) betrokken gemeenten, de opdracht gegeven onderzoek te doen naar de toekomst sociale werkvoorziening (Wsw). Gezien de onzekerheden en onduidelijkheden wordt het risico als hoog aangemerkt.

NV Afvalsturing Friesland

Vestigingsplaats
Leeuwarden

Algemeen
De NV Afvalsturing Friesland verzorgd voor de gemeente Nunspeet, en de overige RNV gemeenten, de afvalverwerking. In 2015 is de door de RNV uitgeschreven aanbesteding gegund aan NV Afvalsturing Friesland. Mede hierdoor is de RNV toegetreden al aandeelhouder van de NV Afvalsturing Friesland.

Bestuurlijk belang
De gemeente Nunspeet neemt via de RNV deel in de NV Afvalsturing Friesland. Met andere woorden. De RNV heeft de aandelen NV Afvalsturing Friesland in bezit en heeft dus namens de deelnemende gemeenten stemrecht in de aandeelhoudersvergadering.

Financieel belang
Via de RNV is de gemeente Nunspeet financieel medeverantwoordelijk voor de NV Afvalsturing Friesland.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2015 van de NV Afvalsturing Friesland:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 43 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 170 miljoen
Verwacht resultaat 2017: € 2,2 miljoen

De verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen per 31 december 2017 bedraagt 25,3%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde is. Geconcludeerd kan worden dat het risico van NV Afvalsturing Friesland als laag is.

Stichting primair openbaar onderwijs Noord-Veluwe (Proo)

Vestigingsplaats
Harderwijk

Algemeen
De gemeenteraden van Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben in december 2002 besloten het bevoegd gezag van het openbaar primair onderwijs per 1 januari 2003 over te dragen aan de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Noordwest-Veluwe. Door het onderbrengen van het bevoegde gezag in een stichting komt het openbaar onderwijs in een vergelijkbare positie als het bijzonder onderwijs, in die zin dat er een autonoom bestuur is dat zowel beleidsinhoudelijk als vermogensrechtelijk zelfstandig opereert. Het toezicht op de stichting is overgedragen aan de RNV. De stichting Proo heeft voor de periode 2004-2008 een strategisch beleidsplan opgesteld, waarin de visie en missie worden beschreven voor het openbaar basisonderwijs in de regio Noordwest-Veluwe. Vanwege de toetreding van de gemeente Heerde per 1 januari 2006 heet de stichting voluit: Stichting primair Openbaar onderwijs Noord-Veluwe.

Bestuurlijk belang
Het toezicht op de stichting is overgedragen aan de RNV en de gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van de RNV.

Financieel belang
Aan de stichting wordt door de gemeente geen financiële bijdrage verstrekt. De stichting ontvangt financiële middelen rechtstreeks van de rijksoverheid. De gemeenten blijven financieel aansprakelijk voor de stichting.

Beleidsvoornemens
Het belang van het openbaar onderwijs in de deelnemende gemeenten (blijven) behartigen.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn ontleend aan de jaarrekening 2015.

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2017: €   1,6 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: €   5,2 miljoen
Verwacht resultaat 2017: €   50.000

De financiële situatie bij de stichting PrOo was de afgelopen jaren zorgelijk. De stichting heeft een aantal maatregelen genomen om te komen tot een oplossing van deze zorgelijke situatie. Ondanks verbeteringen blijft de vermogenspositie van stichting PrOo zorgelijk. De verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen bedraagt 30,7%. Op basis van bovengenoemde punten wordt het risico voor de stichting PrOo als hoog ingeschat.

 

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van programma’s, zoals op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu, verkeer en openbare ruimte, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Het grondbeleid heeft daarnaast een grote financiële impact. De grondexploitatie (inclusief de resultaten hieruit) is een onderdeel van de totale exploitatie van de gemeente. Gelet op de risico’s in relatie tot de omvang van de bedragen waarover het op dit terrein gaat, is een afzonderlijke paragraaf over het grondbeleid verplicht gesteld.

Beleid in ontwikkeling

Het grondbeleid van de gemeente Nunspeet is vastgelegd in de nota ‘Grondbeleid’. Deze nota is in oktober 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze nota is de te volgen grondpolitiek vastgelegd, waarbij het gaat om bijvoorbeeld aan- en verkoopbeleid ter uitvoering van bestemmingsplannen, prijsvorming, kostenverhaal en risico’s.

Deze paragraaf gaat vooral in op de uitvoering van het grondbeleid.

In de Integrale Ruimtelijke Toekomstvisie (IRTV), de vastgestelde uitgangspunten voor het financieel beleid en de nota ‘Reserves en voorzieningen’ is ook beleid vastgelegd dat betrekking heeft op het grondbeleid. Als project uit de IRTV is een Woonvisie ontwikkeld waarin de toekomstige woningbehoefte is vastgelegd. De herziene Woonvisie is in 2008 door de gemeenteraad vastgesteld.

In 2004 heeft de gemeente Nunspeet de wettelijke mogelijkheid gekregen de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVG) in het kader van een actief grondbeleid in te zetten. Het in de nabije toekomst te ontwikkelen woongebied Molenbeek en het bedrijventerrein De Kolk zijn door de gemeenteraad aangewezen als gebied waarop de WVG van toepassing is. Eigenaren van onroerende goederen in dit gebied die tot verkoop willen overgaan, mogen het alleen aan de gemeente te koop aanbieden. Binnen twee jaar na het besluit tot aanwijzing voor het desbetreffende gebied moet een structuurplan en vervolgens een bestemmingsplan worden vastgesteld (zo niet, dan vervalt het voorkeursrecht). Deze termijnen zijn gehaald, zodat het voorkeursrecht van kracht blijft.

Bestaand beleid

In het verleden werd een actief grondbeleid gevoerd bij het realiseren van bestemmingsplannen voor zowel woningbouw als bedrijventerrein. Op verzoek van derden wordt medewerking verleend (passief grondbeleid) aan het ontwikkelen van vaak kleinschalige projecten. Van dit gevoerde actieve grondbeleid is in 2010 (ten dele) afgestapt. Met het vaststellen van de nieuwe nota ‘Grondbeleid’ is gekozen om per project de keuze te maken voor een actief of een faciliterend grondbeleid. Het belang van een actief grondbeleid voor de mogelijkheid voor kostenverhaal inclusief een bijdrage aan de infrastructuur is door de invoering van de nieuwe wet Ruimtelijke Ordening in 2008 van minder belang geworden. Voor actief grondbeleid wordt waar mogelijk gekozen als de gemeente minimaal budgetneutraal kan ontwikkelen of er moet sprake is van een specifiek maatschappelijk belang waarbij een andere partij deze ontwikkeling niet tot stand zal brengen.

Financieel kader

Zoals weergegeven in de nota ‘Grondbeleid’ is het grondbeleid in onze gemeente gebaseerd op minimaal sluitende exploitatieopzetten waarin een substantiële bijdrage aan de infrastructuur is verwerkt. Grondverkopen geschieden tegen marktconforme prijzen. Als incidenteel een prijssubsidie noodzakelijk is, gebeurt dat alleen als het hiermee gediende doel tegelijkertijd wordt gewaarborgd.

Van oudsher was al gekozen voor het realiseren van exploitaties met een positief resultaat of ten minste kostendekkendheid. Door de jaren heen heeft dit geleid tot een saldo in de grondexploitatie (reserve grondexploitatie). Hiervan is een deel niet-besteedbaar, omdat dit nodig is om exploitatierisico’s te kunnen afdekken. In de door de raad op 29 januari 2004 vastgestelde nota ‘Reserves en voorzieningen’ (2003) is uitgebreid ingegaan op deze reserve. Vooral is stilgestaan bij de onderbouwing van het bodem- en plafondbedrag.

De jaarlijkse herijking van het bodem- en plafondbedrag vindt op grond van artikel 12, lid 1 van de Verordening en artikel 212 van de Gemeentewet plaats na het vaststellen van de jaarrekening.

De stand van de reserve bedraagt per 31 december 2015 € 4.261.408,--. Het bodembedrag is gebaseerd op een in de nota ‘Reserves en voorzieningen 2016’ opgenomen berekening. Het plafondbedrag is berekend om een buffer te hebben voor mogelijke strategische aankopen. Een overschot in de reserve grondexploitatie wordt volgens aanbeveling toegevoegd (via de algemene reserve) aan de reserve IRTV Er is een beslag op deze reserve gelegd van € 1.772.000,-- waarvan € 1.173.000,-- bestemd is voor de oostelijke rondweg. Het bodembedrag is berekend op €  1.487.000,-- zodat per saldo een bedrag van afgerond € 1.283.000,-- voor het doen van strategische aankopen.

Door de veranderde economische omstandigheden is er naast bovengenoemde reserve, een voorziening getroffen voor het afdekken van de risico’s in de grondexploitatie. Deze voorziening heeft per 31 december 2015 een saldo van € 1.236.000,--. Dit bedrag is opgebouwd om de verliezen te dekken voor een bedrag van € 1.000.000,-- ten behoeve van het plan Molenbeek en een bedrag van € 236.000,-- ten behoeve van het project Stationslaan 48. Het instellen van deze voorziening is nodig omdat uit de berekeningen voor de grondexploitatie een aantal verliezen naar voren komen. De herziene BBV geeft heeft hierbij de mogelijkheid om de diverse exploitatie meteen af te boeken of hiervoor een voorziening te treffen. Voor dit laatste middel is gekozen omdat de diverse verliezen nog niet zijn gerealiseerd en de economische omstandigheden in de toekomst nog kunnen veranderen.

De kostendekkendheid van exploitaties is een vereiste om deze tot ontwikkeling te brengen. Hiervan kan slechts worden afgeweken als sprake is van een specifiek maatschappelijk belang of als de ontwikkeling door een derde gebeurt en de gemeente geen (financiële) risico’s loopt bij de ontwikkeling ervan.

Risico’s grondexploitatie
In de diverse grondexploitaties zijn inmiddels forse bedragen geïnvesteerd waarover de gemeente een risico loopt. Op dit moment werkt de marktsituatie in het nadeel.

De belangrijkste risico’s in de grondexploitatie zijn:

  • Daling van grondprijzen
  • Niet of later verkopen van gronden
  • Sterke stijging van kosten

Deze risico’s kunnen zich op verschillende wijze voordoen. De risico’s van daling van grondprijzen en het stijgen van kosten zijn algemene risico’s waarop vooral de marktsituatie van invloed is. De marktsituatie voor grondverkoop is op dit moment wel dusdanig dat daling van grondprijzen een hoog risico vormt.

Het niet of later verkopen van gronden kan op verschillende wijzen ontstaan. Enerzijds door de marktsituatie waardoor grond te duur is geworden of dat een bepaalde woningen geen behoefte is. Anderzijds kan dit ook ontstaan door het niet of later goedkeuren van bestemmings- en exploitatieplannen. Hierbij speelt ook het KWP een rol. Door de grote hoeveelheid aan plannen is het KWP inmiddels overschreden en zullen er keuzes gemaakt moeten worden binnen deze plannen. Hierover wordt u afzonderlijk geïnformeerd.

Actualiteit exploitatiegebieden

Bestaande exploitatiegebieden
De basis voor de bestaande gebieden zijn de kostprijsberekeningen die bij het in ontwikkeling nemen van het gebied zijn vastgesteld. Het zijn de gebieden industrieterrein De Kolk, Molenbeek, Weversweg Hulshorst, Stationslaan 48 en Elspeet NoordWest.

Bij de jaarrekening wordt jaarlijks volledige verantwoording afgelegd over de mutaties in de grondexploitatie in het jaar waarop de rekening betrekking heeft.

Dit gebeurt als volgt:

  • In het jaarverslag wordt op hoofdlijnen een tekstuele toelichting gegeven.
  • Als bijlage bij de jaarrekening is de cijfermatige onderbouwing van de grondexploitatie tot en met het desbetreffende jaar opgenomen. De desbetreffende bijlage is voor het inzicht in het totaal van de grondexploitatie gesplitst in de verschillende paragrafen. Paragraaf 4.1 gaat in op de ruwe gronden en toekomstige complexen. Voor deze gronden is nog geen exploitatieopzet opgesteld. Paragraaf 4.2 (Bouwrekening complexen in uitvoering) is een van de belangrijkste onderdelen. Per complex wordt aangegeven: de in het boekjaar en het totaal tot en met het boekjaar verantwoorde inkomsten en uitgaven, het restant van de aangegane verplichtingen, calculatieverschillen en nog te besteden en te ontvangen bedragen. Daarnaast wordt nog een toelichting op het desbetreffende complex gegeven.
  • De tekstuele toelichting per project in de paragraaf grondbeleid.

Zo nodig worden ontwikkelingen ook gerapporteerd via de viermaands rapportages.

Bij de lopende projecten is er een planning gehanteerd van verkopen van woningen en gronden voor 2017. Deze planning voor 2017 is als volgt:

 

Molenbeek
Het project Molenbeek is na het vaststellen van de strategienota in 2015 opnieuw in gang getrokken. In 2016 wordt een nieuw uitwerkingsplan vastgesteld en voor de gronden voor de eerste fase zijn contracten afgesloten. In 2016 is een start gemaakt met het bouwrijp maken van Molenbeek. Naar verwachting zullen de eerste kavels in 2017 worden uitgegeven.
Voor dit project is een nieuwe grondexploitatie vastgesteld. Het resultaat uit deze grondexploitatie is € 3.960.000,- negatief. Dit verlies wordt opgevangen door de jaarlijkse rente af te boeken en het restant ten laste van de voorziening grondexploitatie te brengen. In deze voorziening is een bedrag van € 1.000.000,- voor het project Molenbeek gereserveerd.

Project Stationslaan 48
Op de grond van het voormalige tankstation Van Espelo is een plan ontwikkeld om huizen te bouwen en is een bestemmingsplanwijziging vastgesteld. Met de ontwikkelaar zijn inmiddels contracten afgesloten voor de verkoop van de gronden. Inmiddels is een omgevingsvergunning afgegeven en de verkoop van de woningen van start gegaan. De gronden zijn overgedragen en de werkzaamheden zijn van start gegaan. De exploitatieberekening van dit complex laat een negatief saldo zien van afgerond € 236.000,--. Hiervoor is een voorziening gevormd van € 236.000,--.

Elspeet NoordWest
Het bouwrijp maken in dit project is inmiddels voltooid. Naar verwachting zullen in de loop van 2016 de eerste kavels worden uitgegeven.
Voor dit project is de grondexploitatie opnieuw berekend. Uit deze berekening komt een negatief saldo van € 227.000,--. Dit saldo is inmiddels onttrokken aan de reserve grondexploitatie waarmee de boekwaarde van het project is afgeboekt.

Weversweg Hulshorst
De exploitatieberekening laat licht positieve uitkomst (€ 25.000,--) zien. De grondverkopen liggen bij dit project op dit moment volledig stil. Bezien moet worden om naar de geplande categorieën woningen te kijken en deze eventueel aan te passen zodat deze beter aansluiten op de huidige marktsituatie.

Bedrijventerrein De Kolk
Voor het bedrijventerrein De Kolk is een nieuwe exploitatieberekening opgesteld. Deze heeft een positief saldo van afgerond € 1.091.000,--. Door een uitspraak van de Raad van State is de NB wet vergunning voor de Oostelijke rondweg en het bedrijventerrein vernietigd. Hierdoor lopen de aanleg van de rondweg en de aanleg van het bedrijventerrein verdere vertraging op. Dit kan extra kosten met zich meebrengen waardoor het resultaat onder druk komt te staan.

Paragraaf Gemeentelijke heffingen

Algemeen

In deze paragraaf wordt conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) aandacht geschonken aan de geraamde inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Belastingen en rechten
De gemeente ontvangt de financiële middelen waarmee de gemeentelijke taken moeten worden uitgevoerd in hoofdzaak van de rijksoverheid, in de vorm van een algemene uitkering uit het Gemeentefonds en diverse doeluitkeringen. Daarnaast beschikt de gemeente over een relatief klein eigen belastinggebied dat uiteenvalt in belastingen en rechten.

Op grond van artikel 216 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad besluiten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. In artikel 219 van de Gemeentewet is limitatief aangegeven dat het om belastingen moet gaan die hetzij in de Gemeentewet zijn genoemd, hetzij in een andere bijzondere wet.

Tegenover een belasting hoeft geen rechtstreekse individuele tegenprestatie van de overheid te staan en de geraamde opbrengsten mogen hoger zijn dan de geraamde kosten. Een recht (of retributie) is een betaling die de gemeente op grond van algemene regels vordert ter zake van een concreet bewezen dienst. De geraamde opbrengst mag niet uitgaan boven de geraamde kosten. Een ander onderscheid is er tussen algemene en bestemmingsheffingen. Algemene belastingen hebben het karakter van een algemeen dekkingsmiddel. Bij bestemmingsbelastingen is er een rechtstreeks verband tussen de heffing en bepaalde uitgaven. De afvalstoffen- en rioolheffing zijn bestemmingsheffingen en ook de rechten vallen hieronder.

De gemeenteraad bepaalt welke belastingen de gemeente heft en heeft een aantal vrijheden waar het de invulling van het gemeentelijk belastinggebied betreft. Zo kan besloten worden over:

  • de hoogte van de tarieven;
  • de totale opbrengst van belastingen;
  • de verdeling van belastingdruk over bijvoorbeeld burgers en bedrijven.

Heffingen in Nunspeet: lokale lastendruk

Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de onroerende-zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De gemeente Nunspeet kent al jaren relatief lage woonlasten.

Tarievenontwikkeling ozb

2016

2015

2014

Eigenaarsgedeelte woning

0,088 % van de WOZ-waarde

0,0878 %

0,083 %

Eigenaarsgedeelte niet-woning

0,161 % van de WOZ-waarde

0,158 %

0,15 %

Gebruikersgedeelte niet-woning

0,13 % van de WOZ-waarde

0,128 %

0,12 %

Tarievenontwikkeling rioolheffing

2016

2015

2014

Per woning

€ 133,30

€ 133,30

€ 140,00

Per niet-woning

€ 232,50

€ 232,50

€ 242,50

Tarievenontwikkeling

Afvalstoffenheffing

2016

2015

2014

Eenpersoonshuishouden

€ 159,36

€ 162,--

€ 166,20

Tweepersoonshuishouden

€ 184,30

€ 186,12

€ 195,00

Drie- of meerpersoonshuishouden

€ 205,92

€ 211,92

€ 224,40

Recreatief gebruik

€ 159,36

€ 162,--

€ 166,20

Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een atlas lokale heffingen opgesteld. Deze atlas geeft inzicht in de heffingen die een individuele gemeente hanteert ten opzichte van andere gemeenten. Deze Atlas bevat uitgebreide informatie over de ontwikkeling van de lokale belastingen in de gemeenten. In de Coelo-atlas van zowel 2015 als 2016 staat de gemeente Nunspeet qua woonlasten in de top 10 op de ranglijst, waarbij nummer 1 de laagste woonlasten heeft.

De Nunspeetse heffingen nader beschouwd

De gemeente Nunspeet kent de volgende gemeentelijke heffingen:

  1. Onroerende-zaakbelastingen (artikel 220 van de Gemeentewet).
  2. Forensenbelasting (artikel 223 van de Gemeentewet).
  3. Toeristenbelasting (artikel 224 van de Gemeentewet).
  4. Precariobelasting (artikel 228 van de Gemeentewet).
  5. Afvalstoffenheffing (artikel 15.33 van de Wet milieubeheer).
  6. Rioolheffing (artikel 228a van de Gemeentewet).
  7. Rechten (artikel 229 van de Gemeentewet): leges, begraafplaatsrechten, rioolaansluitrechten en marktgelden.

Op grond van de vastgestelde begrotingsuitgangspunten geldt voor heffingen in het algemeen een prijscompensatie van 0,50%. In de raadsvergadering van december worden bij de reguliere behandeling van de belastingverordeningen de tarieven van de bovengenoemde belastingen en rechten vastgesteld.

Ad 1. Onroerende-zaakbelastingen

De onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn algemene belastingen. De opbrengst kan vrij worden besteed. Wij onderscheiden twee onroerende-zaakbelastingen:

  • OZB-eigenaren
    Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar het genot hebben van een onroerende zaak op grond van eigendom, bezit of beperkt recht (eigenaren, vruchtgebruikers, erfpachters). Een onroerende zaak kan bijvoorbeeld een woning, winkel, bedrijfspand of perceel grond zijn.
  • OZB-gebruikers
    Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar een onroerende zaak gebruiken.

De OZB worden berekend over de vastgestelde WOZ-waarde. Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) dient jaarlijks een nieuwe waarde te worden vastgesteld voor alle objecten in de gemeente. De waardepeildatum ligt een jaar voor het begin van het jaar waarin de waarde geldt. Voor de OZB over het jaar 2017 geldt dus de WOZ-waarde per 1 januari 2016.

De te betalen OZB is het resultaat van een combinatie tussen de WOZ-waarde en het tarief. In deze begroting stelt de gemeenteraad het in totaal te verkrijgen bedrag vast en gegeven (een inschatting van de ontwikkeling van) de WOZ-waarde volgt daaruit een tarief in de later door de gemeenteraad vast te stellen belastingverordening.

Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten afgesproken dat de landelijke opbrengst OZB niet meer dan met een bepaald percentage, de macronorm, mag stijgen. Voor 2017 is deze macronorm bepaald op 1,97%.

Ad 2. Forensenbelasting

De gemeente Nunspeet kent een zogenoemde woonforensenbelasting. De woonforensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Dit geldt zowel voor stacaravans als recreatiewoningen. De opbrengst van de forensenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen.

Gemeenten worden niet beperkt in het vaststellen van het tarief van de forensenbelasting. De gemeente Nunspeet heeft gekozen voor een vast bedrag per recreatieobject om zodoende de perceptiekosten laag te houden.

Ad 3. Toeristenbelasting

De gemeente Nunspeet heft toeristenbelasting voor het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven. Toeristenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen.

Gemeenten kunnen kiezen voor het heffen van toeristenbelasting van degene die verblijf houdt of van degene die gelegenheid tot verblijf biedt. Net als de meeste andere gemeenten, doet de gemeente Nunspeet dat laatste. Degene die verblijf biedt, mag de belasting overigens wel doorberekenen aan degene die verblijf houdt.

De heffing vindt in principe plaats per overnachting per persoon, maar er kan ook voor een seizoen- of jaarplaats een vast tarief betaald worden. Bij de jaar- en seizoenplaatsen wordt gewerkt met een forfaitaire berekening van het aantal overnachtingen.

Gelet op de bestuurlijke afspraken vindt er eens in de drie jaar (eerstvolgende is 2018) een verhoging van de toeristenbelasting plaats met 5 cent (per persoon per nacht). Echter in navolging van de dekkingsvoorstellen ten aanzien van de sportinvesteringen revitalisering sportpark, nieuwbouw sporthal en nieuwbouw zwembad wordt vanaf belastingjaar 2018 naast de bovengenoemde verhoging, een extra verhoging van € 0,20 meegenomen bij de toeristenbelasting en wordt het tarief van de forensenbelasting evenredig verhoogd. Vanaf 2019 vindt nogmaals een tariefsverhoging plaats van € 0,05.

Ad 4. Precariobelasting

Gemeente Nunspeet heeft voor belastingjaar 2016 precariobelasting voor het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ingevoerd. Echter vooruitlopend op de hervorming van het lokaal belastinggebied wil het kabinet de precariobelasting op nutsleidingen afschaffen. Dat betekent dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen van nutsbedrijven over netwerken die ze in, op of boven gemeentegrond exploiteren. Er is inmiddels een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede kamer. Het vermelde overgangsrecht geldt alleen voor gemeenten die in 2015 precariobelasting hebben geheven. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, kan de gemeente Nunspeet vanaf belastingjaar 2017 geen precariobelasting op nutsleidingen meer opleggen.

Ad 5. Afvalstoffenheffing

Op grond van de Wet milieubeheer heeft de gemeente de plicht ervoor zorg te dragen dat ten minste eenmaal in de week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij percelen waar deze kunnen ontstaan. Om de kosten voor het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen te verhalen, hebben gemeenten de keuze uit twee soorten reinigingsheffingen: de afvalstoffenheffing (gebaseerd op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer) en de reinigingsrechten (gebaseerd op artikel 229 van de Gemeentewet). Voor beide geldt dat geen winst mag worden gemaakt. In de gemeente Nunspeet wordt afvalstoffenheffing geheven.

Het staat gemeenten binnen de grenzen van redelijkheid vrij de grondslag van de belasting te bepalen. In de gemeente Nunspeet is de heffingsgrondslag het aantal personen per huishouden. Om te komen tot een eerlijke verdeling van de kosten wordt een onderscheid gemaakt tussen een-, twee- en meerpersoonshuishouden.

Bedrijven vallen buiten de heffing, omdat de gemeente daarvoor geen inzamelingsplicht heeft. Bedrijven moeten dit zelf (laten) verzorgen.

Verdeling kosten
Het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval. De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. Ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder. Ook begroten wij kosten die onder het taakveld verkeer en wegen vallen. Dat betreft een deel van de kosten van het straatvegen. Van de kosten van straatvegen wordt 60% toegerekend. Zo draagt het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen bij aan een afvalvrije openbare ruimte. Naast het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen omvat de taak straatvegen echter ook het schoonhouden van de riolering.

Herkomst middelen
Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. In de gemeente Nunspeet is het uitgangspunt 100% kostendekkendheid.

Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

€ 2.278.005

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen

€ 448.441

Netto kosten taakveld

€ 1.829.564

 

 

Toe te rekenen kosten:

 

Overhead incl. (omslag)rente

€ 130.184

BTW

€ 5.533

Totale kosten

€ 1.965.281

Opbrengst heffingen

€ 1.965.281

 

 

Dekking

100%

 

Ad 6 Rioolheffing

Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet, heeft een gemeente de mogelijkheid om een rioolheffing op te leggen. De gemeente heeft bij wet een zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer: de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het kwaliteitsbeheer van grondwater.

De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de hierboven genoemde zorgtaken. De gemeente Nunspeet legt de rioolheffing op aan de eigenaar van een direct of indirect op het riool aangesloten onroerende zaak in het kader van de WOZ-wetgeving. Dit vanuit het oogpunt van perceptiekosten en eenduidigheid alsmede duidelijkheid. Er wordt bij de heffing onderscheid gemaakt tussen een woning en een niet-woning in het kader van de Wet WOZ.

Verdeling kosten
Het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld riolering. De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Naast de jaarlijkse operationele taken wordt er in 2017 geïnvesteerd in voorkoming van wateroverlast. Met name in Elspeet worden er grootschalige maatregelen uitgevoerd.

Ook begroten wij kosten die onder het taakveld verkeer en wegen vallen. Dat betreft een deel van de kosten van het straatvegen. Van de kosten van straatvegen wordt 40% toegerekend. Minder vuil op straat zorgt voor minder vuil in de kolken en het riool (besparing op kolkenzuigen en rioolreiniging). Daarnaast wordt de kans op verstopte kolken (minder bladophoping) kleiner, waardoor de kans op waterhinder en wateroverlast gereduceerd wordt. Het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen draagt echter ook bij aan een afvalvrije openbare ruimte. Daarom is gekozen voor het percentage van 50%.

Herkomst middelen
Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. In onze gemeente is het uitgangspunt 100% kostendekkendheid.

Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

€ 1.140.328

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen

-

Netto kosten taakveld

€ 1.140.328

 

 

Toe te rekenen kosten:

 

Overhead incl. (omslag)rente

€ 566.039

BTW

€90.566

Totale kosten

€ 1.796.934

Opbrengst heffingen

€ 1.796.934

 

 

Dekking

100%

 

Ad 7 Rechten

Ad 7a Rechten: leges
Bij belastingen moeten burgers betalen zonder dat zij er in directe zin iets voor terugkrijgen. Bij rechten betalen burgers voor een prestatie van de gemeente. Leges zijn daar een voorbeeld van. Leges worden geheven voor een door de gemeente te verlenen individuele dienst (zoals het verstrekken van een paspoort of uittreksel uit het bevolkingsregister) maar ook voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning (zoals een bouwvergunning).

Het uitgangspunt is 100% kostendekking. Binnen een groep van tariefsoorten mogen sommige tarieven hoger zijn dan de kosten, maar dan moet dat gecompenseerd worden door andere tarieven. Vooral bij de omgevingsvergunningen voor bouwen kan sprake zijn van kruissubsidiering.

Ad 7b Rechten: begraafplaatsrechten
Onder de naam begraafrechten worden in Nunspeet rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van daarop betrekking hebbende diensten. Deze tarieven zijn kostendekkend geraamd.

Ad 7c Rechten: rioolaansluitrechten
Dit recht wordt geheven voor het genot van de door of vanwege het gemeentebestuur verleende dienst, bestaande uit het aanleggen van de aansluitbuis tussen het riool en de grens van de openbare weg.

Ad 7d Rechten: marktgelden
Onder de naam marktgelden worden in Nunspeet rechten geheven voor het innemen van een standplaats op de voor markt aangewezen plaatsen gedurende de voor markt aangewezen tijd.

Kwijtschelding

Het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid maakt een integraal deel uit van het gemeentelijk minimabeleid. Kwijtschelding is alleen mogelijk voor de afvalstoffenheffing. Er zijn twee routes naar min of meer hetzelfde doel. Er is de kwijtscheldingsprocedure en er is de minimaregeling. Vanuit laatstgenoemde regeling kunnen mensen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van de afvalstoffenheffing.

De gemeente Nunspeet hanteert geen lokaal beleid voor de kwijtschelding, maar hanteert de landelijke ‘uitvoeringsregeling invorderingswet 1990’.

Overzicht geraamde inkomsten

Voor het overzicht geraamde inkomsten wordt verwezen naar het bijlagenboek bijlage 5 Belastingopbrengsten.