Meer
Publicatiedatum: 08-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Hoofdstuk 1 Basis programmabegroting

1.1 Basis Programmabegroting 2020-2023

Collegeprogramma 2018-2022

Het collegeprogramma met de financiële vertaling is op 27 september 2018 aan de gemeenteraad ter kennisname aangeboden. De financiële vertaling van het collegeprogramma is als vertrekpunt genomen bij de opstelling van de Programmabegroting 2019-2022. Het meerjarenperspectief uit deze begroting is de basis voor de opstelling van de Programmabegroting 2020-2023

Uitgangspunten Programmabegroting 2020-2023

De uitgangspunten voor de Programmabegroting 2020-2023 zijn vastgesteld op 25 april 2019. De prijscompensatie voor de uitgaven en de inkomsten van 2020 is vastgesteld op 2%. Met ingang van begrotingsjaar 2016 wordt gebruik gemaakt van de prijsontwikkeling bruto binnenlands product (bbp) zoals opgenomen in de meest recente Septembercirculaire Algemene uitkering Gemeentefonds. In de Septembercirculaire 2018 is aangegeven dat de geraamde prijsontwikkeling BBP voor 2020 afgerond 2% bedraagt.

De huidige cao loopt tot 1 januari 2019. Voor 2019 bedraagt de totale verwachte stijging van de loonkosten en pensioenpremie voor werkgevers afgerond 4,5%. In de Programmabegroting 2019-2021 is rekening gehouden met een percentage van 2,5%. Voor 2020 wordt rekening gehouden met een stijging van de pensioenpremie voor de werkgever van 1%. Daarnaast wordt rekening gehouden met een verwachte stijging van de lonen van 3% op basis van andere ambtenarencao’s. Op basis van de hier beschreven ontwikkelingen en verwachtingen wordt voor 2020 een structurele loonstijging van totaal 6% voorgesteld.

Het percentage t.b.v. de compesatie reserves en voorzieningen is 1,5%.

Het percentage kapitaallasten is 1,5%.

Meicirculaire 2019

In de Meicirculaire wordt ingegaan op de ontwikkeling van de Algemene uitkering Gemeentefonds. In het volgende hoofdstuk wordt verder ingegaan op de Algemene uitkering.

1.2 Hoofdprioriteiten nieuw beleid 2020-2023

Bij het opstellen van het coalitieakkoord heeft de coalitie en de gemeenteraad een aantal prioriteiten voor nieuw beleid geformuleerd. Bij het vaststellen van de uitgangspunten bij de Programmabegroting 2020-2023 heeft de raad uitgesproken dat de aandacht voor nieuw beleid / prioriteiten moet liggen bij de 4 grote projecten.

Herinrichting Stationsomgeving

In 2020 wordt, afhankelijk van de besluitvorming in 2019, uitvoering gegeven aan de herinrichting van de stationsomgeving. Er zal een verdere uitwerking gegeven aan de keuzes van het project waar de gemeenteraad zich over heeft uitgesproken.

Onderwijshuisvesting

In 2020 wordt verder uitvoering gegeven aan het Huisvestingsplan ‘Extra oog voor de toekomst’. Hierbij kan worden gedacht aan het voorbereiden / realiseren van een IKC in Nunspeet, realisering nieuwbouw in Elspeet en verdere verduurzaming van de onderwijshuisvesting.

Duurzaamheid

Duurzaamheid is benoemd als een van de speerpunten voor 2020-2023. Op basis het vast te stellen duurzaamheidsplan zal de gemeente Nunspeet invulling geven aan deze prioriteit.

 Sportpark de Wiltsangh

In 2020 wordt er gewerkt aan de revitalisatie van sportpark De Wiltsangh overeenkomstig het door de gemeenteraad genomen besluit.

1.3 Uitgangspunten bestaand beleid

Op basis van bestaand beleid zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  1. Het bestaand beleid houdt in dat de ramingen voor de begroting 2020 zijn gebaseerd op de ramingen in Programmabegroting 2019-2022. Deze worden verhoogd met het vastgestelde percentage voor prijscompensatie. Zoals hiervoor aangegeven is dit percentage voor 2020 vastgesteld op 2%.
  2. De uitgangspunten zoals verwoord in de Financiële verordening 2017 gemeente Nunspeet en in de nota ‘Reserves en Voorzieningen herijking 2019’ zijn toegepast.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Op grond van de vastgestelde uitgangspunten begroting 2020-2023 mag de OZB jaarlijks worden verhoogd met de prijscompensatie. Voor 2020 is dit vastgesteld op 2%. Het beleid is dat van een verhoging van de gemeentelijke belasting alleen sprake is als gevolg van de jaarlijkse prijscompensatie en bij door de raad geaccordeerd nieuw beleid nadat eerst bekeken is welk oud beleid kan vervallen. Daarbij worden plannen zorgvuldig afgewogen tegen de lastenverzwaring voor de burgers. Tevens is aangegeven dat er een verhoging mag plaatsvinden voor eventueel grote projecten. Deze uitgangspunten zijn vertaald in de programmabegroting. Om verwarring te voorkomen wordt benadrukt dat in deze fase het OZB-tarief nog niet aan de orde is. Nu gaat het uitsluitend over de (procentuele stijging van de) raming van de totale opbrengst uit OZB. Wat het uiteindelijke OZB-tarief moet worden, gelet op de benodigde opbrengst, wordt mede bepaald door een inschatting van het volume waarover kan worden geheven (de WOZ-waarde binnen de gemeente) en komt bij de vaststelling van de tarieven aan de orde.

Overige belastingen en rechten

Overeenkomstig bestaand beleid is bij de berekening van de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en rechten rekening gehouden met het percentage dat is opgenomen voor de prijscompensatie. Van belang hierbij is op te merken dat de opbrengsten afvalstoffenheffing, rioolheffing, begraafplaatsen en weekmarkt rekening wordt gehouden met de kostendekkendheid.

Onvoorziene uitgaven

Op grond van artikel 8, lid 1 van het Besluit Begroting en Verantwoording is in de begroting een post voor ‘onvoorziene uitgaven’ opgenomen. In de begroting is een bedrag geraamd van € 90.000,--. Dit bedrag wordt gesplitst in onvoorziene uitgaven incidenteel (€ 64.000,--) en onvoorziene uitgaven structureel (€ 26.000,--).

Compensatie reserves en voorzieningen en kapitaalslasten nieuwe investeringen

Voor berekening van het percentage van de compensatie reserves en voorzieningen (overeenkomstig de nota ‘Reserves en Voorzieningen herijking 2019), wordt het percentage van de langlopende geldleningen ten tijde van het opstellen van de begroting als uitgangspunt genomen. Voor de begroting wordt 1,5% aangehouden. Aan enkele egalisatie- en bestemmingsreserves wordt een inflatiecorrectie toegevoegd. Bij de behandeling van de begroting 2010 is besloten deze inflatiecorrectie te verlagen naar 2%.

Het investeringsprogramma zoals dat in de lopende begroting en meerjarenbegroting is vastgesteld wordt beschouwd als bestaand beleid. Nieuwe investeringen worden als regel slechts in het laatste jaar van de meerjarenraming toegevoegd. Verder is het van belang te melden dat het percentage compensatie ook geldt als het percentage voor de rentelasten van de investeringen.

1.4 Financiële vertaling van bestaand en nieuw beleid

Financiële verkenning begroting 2020-2023         
         
( -/- = positief saldo)        
Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Bestaand beleid 1.123 1.341 1.541 1.256
Totaal financiële effecten begroting 2020-2023 1.123 1.341 1.541 1.256
         
Nieuw beleid         
Bestuurlijke wensen (structureel) (11) 0 0 195 195
Bestuurlijke wensen (incidenteel) (11) 0 0 0 0
Wijziging wetgeving (structureel) (11) 18 18 18 18
Wijziging wetgeving (incidenteel) (11) 17 17 0 0
Vervangingsinvestering (structureel) (11) 73 123 153 169
Overige investeringen (structureel) (11) 152 188 224 223
Overige investeringen (incidenteel) (11) 193 10 0 0
Totaal nieuw beleid 2020-2023 453 356 590 605
         
Totaal financiële effecten begroting 2020-2023 1.576 1.697 2.131 1.861
         

Saldo bestaand beleid 2020

De jaarschijf 2020 laat op basis van het saldo bestaand beleid een negatief verschil zien ten opzichte van de jaarschijf 2020 in begroting 2019. De oorzaak hiervan ligt in de volgende ontwikkelingen:

  • De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op-, trap af methode wordt het accres genoemd. Voor het meerjarige beeld 2020-2023 is het cumulatieve accres naar boven bijgesteld ten opzichte van de raming in de december circulaire gemeentefonds 2019.  De hogere uitkering t.b.v. van de jeugdzorg is hier een belangrijk gedeelte van wat direct wordt geraamd bij de budgetten.
  • Het financiële effect van de vastgestelde loon- en prijscompensatie.
  • Een structureel effect vanuit de 1e hoofdlijnenrapportage 2019.
  • Een verhoging van de vergoeding van raadsleden n.a.v. wetswijziging.
  • Verhoogde bijdrage in de jaren 2020-2021 Vitale Vakantieparken.
  • Verhoogde bijdrage VNOG n.a.v. niet compensabele BTW.
  • Bijdrage SNV inzake beleid Economie.

Algemene uitkering

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op-, trap af methode wordt het accres genoemd. Voor het meerjarige beeld 2020-2023 is het cumulatieve accres naar boven bijgesteld ten opzichte van de raming in de december circulaire gemeentefonds 2019. De belangrijkste oorzaak hiervan is de hogere rijksbijdragen t.b.v. het sociaal domein. In het kader van de landelijke tekorten op het onderdeel Jeugdhulp zijn de bijdragen verhoogd. Deze hogere inkomsten sociaal domein worden door de gemeente Nunspeet direct geraamd als uitgaven bij het desbetreffende taakveld.

Nieuw beleid

Voor nieuw beleid zijn in de Programmabegroting 2020-2023 kapitaallasten verwerkt. De kapitaallasten van het nieuwe beleid zijn ingedeeld in een aantal categorieën: lasten die voortvloeien vanuit een wettelijke verplichting, lasten die verband houden met vervangingsinvesteringen en lasten die betrekking hebben op overige bestuurlijke en vakinhoudelijke wensen. De overzichten zijn in de volgende bijlagen toegevoegd:

  • Bijlage A: overzicht voorstel te honoreren nieuw beleid Programmabegroting 2020-2023 per prioriteit.
  • Bijlage B: overzicht investeringen en uitgaven per programma 2020-2023.

Toelichting bijlagen

Aan de hand van de bijlagen A en B kan enerzijds het voorgestelde nieuwe beleid per prioriteit worden beoordeeld en anderzijds kan een totaaloverzicht worden gegeven van het nieuwe beleid per programma. Dit is de reden dat bijlage B is opgenomen.

1.5 Bijstelling van de programmabegroting

De begrotingspositie kan in structurele zin nog worden beïnvloed als gevolg van de uitkomsten Septembercirculaire Algemene uitkering Gemeentefonds en de hoofdlijnenrapportages 2019. Wanneer de uitkomsten van de hoofdlijnenrapportages 2019 structureel van invloed zijn op onze begrotingspositie (inclusief dekkingsplan) voor de jaren 2020-2023 wordt u via een afzonderlijke brief zo spoedig mogelijk (medio oktober 2019) geïnformeerd over de budgettaire effecten voor de begroting, inclusief eventuele wijzigingen in het dekkingsplan. De Programmabegroting 2020-2023 is geagendeerd voor de raadsvergadering van 31 oktober 2019. In deze vergadering kunt u een besluit nemen over een mogelijke bijstelling van de programmabegroting. Hierdoor is het mogelijk een eventuele aanpassing van de tarieven nog tijdig, voor 1 januari 2020, te behandelen.