Meer
Publicatiedatum: 19-05-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Inleiding

Inleiding

Voor u ligt de eerste hoofdlijnenrapportage van het jaar 2020.

De opzet van de rapportage is als volgt: per programma wordt de stand van zaken van de geformuleerde maatregelen (elementen 'kwaliteit'en 'tijd') en de taakvelden (element 'geld') uit de programmabegroting met een kleurencode aangegeven.

De gehanteerde kleurencodes zijn als volgt:

 Groen

=

Realisatie volgens begroting, + gewijzigde opdracht na afweging en besluitvorming door raad.

Oranje

=

Realisatie staat onder druk.

Rood

=

Realisatie niet in begrotingsjaar.

 

Doelstelling/actiepunten: de kleurencode en de toelichting geven aan in hoeverre de geplande activiteit is uitgevoerd.

(Deel)taakvelden: de kleurencode en de toelichting geven aan in hoeverre de geplande activiteit binnen het beschikbare budget wordt uitgevoerd.

Door een raadswerkgroep is een eerste aanzet gemaakt met het formuleren van een aantal gemeentelijke indicatoren. Gezien de ontwikkelfase waarin deze indicatoren zich bevinden is nog niet op alle onderdelen informatie beschikbaar of de benoemde onderdelen zijn pas gestart in het begrotingsjaar 2020.

De geformuleerde indicatoren binnen het programma Sociaal domein zijn momenteel onderhevig aan een wijziging. De uitwerking hiervan is voor zover mogelijk in deze hoofdlijnenrapportage verwerkt.  Over de  verdere finetuning is intensief overleg met de raadswerkgroep indicatoren.

Ten aanzien van de programma's en projecten wordt afzonderlijk gerapporteerd via de bijgevoegde bijlage. Deze bijlage is in te zien via de "Meer"-knop aan de rechterzijde van het scherm.

Financiële gevolgen
In onderstaand overzicht zijn de financiële consequenties van de eerste hoofdlijnenrapportage aangegeven.

1.1 Samenkracht en burgerparticipatie
Ambulantisering GGZ en invoering Wet verplichte GGZ
Met ingang van 1 januari 2020 is de Wet verplichte GGZ in werking getreden. Deze wet vervangt de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de GGZ. In de meicirculaire 2019 zijn voor de ge-meentelijke taken en bijbehorende kosten die volgen uit de Wet verplichte GGZ vanaf 2020 structureel middelen toegevoegd aan het taakveld 1.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO). Op verzoek van de VNG worden de middelen herverdeeld van het taakveld 1.6 naar het taakveld 1.1 Samenkracht en burgerparticipatie. Voor Nunspeet gaat het in de jaren 2020 tot en met 2023 om budgetten van € 21.200,--, € 21.300,--, € 21.500,-- en € 21.500,--.

Op 5 juni 2019 is op de Algemene Ledenvergadering van de VNG ingestemd met het hoofdlijnen-akkoord GGZ. In dit akkoord wordt ingezet op ambulantisering van de zorg. Dit leidt tot een groter beroep op zorg en begeleiding in het gemeentelijke domein. Het kabinet heeft financiële middelen beschikbaar gesteld voor het realiseren van de ambities uit het hoofdlijnenakkoord. Voor Nunspeet gaat het in 2020 om € 28.300,--, in 2021 om € 31.500,-- en vanaf 2022 structureel om € 37.000,--. Deze middelen zijn bij de verwerking van de september- en meicirculaire toegevoegd aan het budget Transformatie WMO binnen het taakveld 1.6 Maatwerkvoorzieningen.

Voorgesteld wordt om de budgetten over te boeken van het taakveld 1.6 Maatwerkvoorzieningen naar het taakveld 1.1 Samenkracht en burgerparticipatie (onderdeel multiprobleem, verward gedrag).

Plaatselijke werkgroep toegankelijkheid
Om te kunnen voldoen aan de vraag naar toegankelijkheid gehandicapten is het wenselijk dit budget binnen het taakveld 1.6 Maatwerkvoorzieningen WMO structureel te verhogen met een bedrag van € 1.400,-- ten laste van de middelen binnen het taakveld 1.1 welke geraamd zijn onder het onderdeel Kansrijk wonen.

1.3 Inkomensregelingen
Als gevolg van de in 2020 ontstane Coronacrisis heeft het kabinet een noodpakket aan maatregelen voor het bedrijfsleven ingevoerd. Een daarvan de is Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Deze regeling valt onder de Participatiewet en wordt in de begroting toegevoegd onder de 1.3 Inkomensregelingen onder kostenplaats 6610420. Het uitgangspunt is dat de uitkeringen aan ondernemers en de uitvoeringskosten door het Rijk volledig worden vergoed aan gemeenten. Op grond van nu ingediende aanvragen (230) en nog te verwachten aanvragen worden de uitgaven voorlopig geschat op € 2.000.000,--. We gaan uit van een budgettair neutrale raming en bij de baten wordt eenzelfde bedrag opgenomen. Aan voorschotten is aan Nunspeet toegekend een bedrag van € 2.750.336,-- (eerste voorschot ad € 474.196,-- en tweede voorschot ad € 2.276.140,--). De naverrekening zal plaatsvinden op basis van toegekende aanvragen en een eventueel teveel ontvangen bedrag zal moeten worden terugbetaald aan het ministerie van SZW. Ook is op dit moment nog niet duidelijk of de regeling na 3 maanden nog zal worden verlengd. Voorgesteld wordt het tweede voorschot budgettair neutraal in de begroting 2020 te verwerken.
Door verdergaande plaatsingen van uitkeringsgerechtigden met een beperking bij werkgevers stijgen de uitgaven voor loonkostensubsidies structureel. Hiertegenover staat een daling van de uitgaven voor de uitkeringen. De uitgaven voor loonkostensubsidies worden om die reden in de begroting verhoogd met € 100.000,-- tot € 350.000,--. De uitkeringen Participatiewet worden met hetzelfde bedrag verlaagd tot € 3.260.975,--.
Niet te voorzien is wat de gevolgen zijn van de Corona-crisis voor de toename op de reguliere uitkeringen van de Participatiewet en het BUIG-budget in 2020. In de tweede hoofdlijnenrappor-tage zal worden teruggekomen op een mogelijke verlenging van de overbruggingsregeling en de gevolgen voor de reguliere uitkeringen.
Gelet op de uitgaven in het eerste kwartaal van de inkomensregelingen onder de 1.3 is sprake van een te verwachten onderschrijding voor 2020 van circa € 300.000,-- maar gezien de huidige toenemende druk op de uitkeringen vanwege de verslechterde economische omstandigheden zal eerst in de verdere loop van 2020 hierover meer duidelijkheid ontstaan. Hierdoor is bij deze rapportage het financiële effect niet meegenomen.

1.6.2 Maatwerkvoorzieningen (WMO) Dienstverlening
Voor een toelichting inzake de ambulantisering GGZ en het hoofdlijnenakkoord GGZ wordt ver-wezen naar het taakveld 1.1 Samenkracht en burgerparticipatie.

Veilig Thuis
Tot taakveld 1.81 Geëscaleerde zorg 18+ behoren alle opvang- en beschermd wonen voorzieningen met inbegrip van eventuele maatwerkdienstverlening en maatwerkvoorzieningen voor personen die in de betreffende opvangvoorzieningen verblijven. Financiering van dit onderdeel vindt voor een deel nog plaats uit het transformatiebudget jeugd binnen het taakveld 1.6 Maatwerkvoorzieningen WMO. Voorgesteld wordt om structureel vanaf 2021 dit bedrag van € 38.430,-- van taakveld 1.6 conform de verantwoording van de BBV voorschriften te verschuiven naar taakveld 1.81.

1.7.2. Maatwerkdienstverlening 18-
Bij het Sociaal domein is sprake van budgettair neutraal ramen. Hogere/lagere inkomsten van het rijk betekenen anderzijds hogere/lagere uitgaven voor Jeugd. In 2020 is vanwege verwachte tekorten boven de uitkering een bedrag van € 850.000,-- extra geraamd waarvan € 500.000,-- voor Jeugdzorg en € 350.000,-- aanzuigende werking WMO (taakveld 1.7.1 Maatwerkdienstverlening 18+). Hiervan wordt in 2020 € 500.000,-- onttrokken aan de reserve Sociaal Domein. Ondanks de extra middelen vanuit de macrogelden van 300 mln. voor de Jeugdhulp zal 2020 resulteren met een fors tekort binnen dit taakveld.
Vanwege deze tekorten in de jeugdhulp is door het college en de raadscommissie Maatschappij en Middelen ingestemd met een actieplan om de tekorten terug te dringen. In het najaar 2019 is een raadsbrede commissiebijeenkomst georganiseerd om de gemeenteraad inhoudelijk en pro-cesmatig op de hoogte te brengen van de voortgang en inzicht te geven in de ontwikkelingen en mogelijkheden. In het 1e kwartaal 2020 is aan de commissie een overzicht verstrekt van ingezette en te verwachten maatregelen om het tekort terug te brengen. Voor 2020 is de verwachte besparing € 498.000,-- en voor 2021 € 807.000,--. Vanwege de coronacrisis worden aanbieders gecompenseerd voor extra kosten. Of en wat het Rijk hier mogelijk extra aan gaat bijdragen wordt later bekend.
Voor het jaar 2020 zijn de baten op basis van de decembercirculaire 2019 € 6.736.456,--. Dit budget aan rijksmiddelen is zoals hierboven aangegeven nog verhoogd met een extra budget van € 850.000,-- uit het collegeprogramma.
Het totale budget bedraagt hiermee € 7.586.456,-- De verwachte totale lasten komen uit op € 8.586.803,--. Dit is als volgt opgebouwd:

Jeugdzorg 2020                      € 6.735.000,--
Bedrijfsvoering                            € 250.000,--
PGB                                                     € 375.000,--
Basisteam Jeugd                     € 1.063.483,--
Flexbudget                                     € 125.000,--
Verder Thuis                                    € 20.000,--
Subsidie Veilig Thuis                   € 82.470,--
Schoolmaatsch. Werk                 € 84.150,-- -/-

Het verwachte tekort (exclusief het effect van de maatregelen 2020) komt daarmee uit op circa 1 miljoen. In afwachting van de Meicirculaire en andere ontwikkelingen op het gebied van Jeugd is bij deze rapportage het financiële effect niet meegenomen.

1.81 Geëscaleerde zorg 18+
Veilig Thuis
Voor een nadere toelichting zie taakveld 1.6.2 Maatwerkvoorzieningen (WMO) Dienstverlening

2.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
In 2019 is bij de begrotingsvoorbereiding 2020 een fout opgetreden voor het onderdeel schoolzwemmen. Bij het genereren van de meerjarenraming zijn de lasten van dit onderdeel niet verwerkt in de Programmabegroting 2020-2023. Dit leidt tot een structurele aanpassing van de begroting voor een bedrag van € 164.810,--. Voorgesteld wordt het budget voor schoolzwemmen structureel met dit bedrag te verhogen.

5.5 Openbaar vervoer
Het tekort bij het WMO-vervoer als onderdeel van ViaVé heeft in eerste instantie te maken met het feit dat voorgaande jaren de begroting niet is opgehoogd naar de te verwachten kosten voor dat jaar. In de jaren daarna is dit ook niet gecorrigeerd. Daarnaast is het WMO-vervoer zeer succesvol gebleken omdat er veel meer mensen mee zijn gaan reizen. Omdat dit vervoer niet gelimiteerd is, is er sprake van een open eind regeling. Dat er thans door de coronacrisis minimaal WMO-vervoer plaatsvindt, wil overigens niet zeggen dat er geen kosten zijn. De deelnemende gemeenten hebben besloten vooralsnog maandelijks een voorschot van 80% van de te verwach-ten kosten door te betalen aan de vervoerders teneinde te voorkomen dat de vervoerbedrijven omvallen en chauffeurs moeten ontslaan. In de uitgangspunten voor de begroting 2021 -2024 is een extra bedrag opgenomen van € 200.000,-- teneinde dit tekort weg te werken. Daarnaast wordt gewerkt aan andere maatregelen om de kosten van het WMO-vervoer te beperken. Voor 2020 wordt voorgesteld het budget incidenteel te verhogen met € 200.000,--.

6.1 Crisisbeheersing en brandweer
De gemeentelijke bijdrage aan de VNOG laat een overschrijding zien van € 196.000,--. Deze overschrijding houdt verband met de gehanteerde werkwijze bij de opstelling van Programmabe-groting 2020-2023. Gemeente Nunspeet heeft besloten een zienswijze in te dienen op de Pro-grammabegroting 2020-2023 van de VNOG. Aanleiding hiervoor was de geplande bestuurstwee-daagse in september 2019 waarbij het Algemeen Bestuur richtinggevende uitspraken heeft ge-daan over de toekomst van de VNOG. Deze richtinggevende uitspraken hebben geleid tot de gemeentelijke bijdragen zoals deze nu in rekening zijn gebracht. Voorgesteld wordt de overschrijding van € 196.000,-- incidenteel in de eerste hoofdlijnenrapportage te verwerken. Overigens is het structurele financiële effect grotendeels verwerkt in de uitgangspunten Programmabegroting 2021-2024. Hierin zijn financiële effecten voor o.a. gemeentelijke taken verwerkt inclusief een structureel dekkingsvoorstel.

7.2.1 Sportaccommodaties BeM
Vanaf 2019 is de dotatie aan de voorziening De Brake niet meer van toepassing. Voor de nieuw-bouw op de Wiltsangh is het hiervoor van toepassing zijnde bedrag van € 174.000,-- aangewend als dekking voor de kapitaal- en exploitatielasten in de begroting. Het resterende bedrag van € 21.750,-- dient te worden aangewend voor dekking van exploitatie- en kapitaallasten van de sporthal Feithenhof. Dit bedrag is echter in de begroting 2020-2023 niet opgenomen. Bij de nota Herijking reserves en voorzieningen 2019 is het bedrag wat oorspronkelijk in de voorziening onderhoud de Brake zou worden gestort volledig toebedeeld aan de reserve revitalisering sportcomplex De Wiltsangh. Deze reserve dient ter dekking van de kosten (kapitaallasten) die verband houden met de revitalisering van sportpark de Wiltsangh en de nieuwbouw van het zwembad. Verzuimd is echter een bedrag van € 21.750,-- als exploitatiekosten voor de sporthal Feithenhof aan te merken.
Voorgesteld wordt om de oorspronkelijke dotatie van € 195.750,-- aan de reserve te verlagen met een bedrag van € 21.750,-- en dit structureel te ramen als exploitatielasten voor de sporthal Feithenhof.

7.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
Uitgaven voor volksfeesten
Voor de viering van Koningsdag, de 4 mei-herdenking en Bevrijdingsdag wordt een subsidie verleend aan de Oranjeverenigingen in de vier kernen van de gemeente Nunspeet, op basis van de Deelverordening Sociale samenhang en leefbaarheid gemeente Nunspeet 2019. Via de overheveling restantbudgetten 2019 is een extra budget van € 4.000,-- beschikbaar in 2020. In de bijzondere herdenkingsperiode rondom ‘Nunspeet herdenkt 75 jaar bevrijding’ wordt voor eenmalige extra activiteiten in dat kader in de vier kernen dit budget ingezet.

In 2020 vindt een onttrekking aan de reserves van € 20.000,- plaats voor de 5-mei viering. Het beleid is dat eens in de vijf jaar deze dag ‘groots’ wordt gevierd. Om geen piek in de begroting te krijgen is er een structureel bedrag van € 5.000,-- geraamd. Over de jaren 2016 t/m 2019 is € 5.000,-- per jaar in de reserve gestort. Voor het jaar 2020 zijn de lasten van € 25.000,-- binnen het taakveld 7.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie en de onttrekking van € 20.000,-- onder taakveld 9.10 Mutaties reserves nog niet in de begroting 2020 verwerkt. Voorgesteld wordt deze mutaties incidenteel te verwerken.

8.1 Economische Ontwikkeling
Bij de uitvoering van het regionale, economische beleid in 2019 is geconstateerd dat bepaalde budgetten op een ander taakveld zijn geraamd. Het budget voor overige uitgaven en de geraamde inkomsten van de overige deelnemers voor economische aangelegenheden zijn geraamd op taakveld 8.3 Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen. Voorgesteld wordt de ramingen (€ 31.800,-- voor overige uitgaven en € 114.770,-- voor de bijdragen van de overige gemeenten) structureel over te zetten naar taakveld 8.1 Economische ontwikkeling.

Het college heeft in 2019 een besluit genomen om te stoppen met de SNV-samenwerking op het onderdeel strategisch economisch beleid. Het beschikbare budget is hierom bij de invulling van de taakstelling Programmabegroting 2020-2023 ingezet en komen te vervallen. 3 maart jl. heeft het college ingestemd met het betalen van een eenmalige bijdrage voor uitvoering van activiteiten binnen Economic Board Noord-Veluwe. Dekking zou moeten plaatsvinden vanuit het budget voor strategisch economisch beleid. Dit budget is vervallen. Daarom wordt voorgesteld een eenmalig budget van € 7.500,-- te ramen voor de activiteiten.

8.3 Bedrijfsloket en Bedrijfsregelingen
Bij de uitvoering van het regionale, economische beleid in 2019 is geconstateerd dat bepaalde budgetten op een ander taakveld zijn geraamd. Het budget voor overige uitgaven en de geraamde inkomsten van de overige deelnemers zijn geraamd op taakveld 8.3 Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen. Voorgesteld wordt de ramingen (€ 31.800,-- voor overige uitgaven en € 114.770,-- voor de bijdragen van de overige gemeenten) over te zetten naar taakveld 8.1 Economische ontwikkeling.

8.4 Economische promotie
Als gevolg van de situatie rondom het coronavirus is de huidige inschatting dat de opbrengst van de toeristenbelasting € 500.000,-- euro lager zal uitvallen dan geraamd. Voorgesteld wordt de begrote baten met dit bedrag te verlagen.

9.3 Beheer overige gebouwen en gronden
De kosten die samenhangen met het onderhoud aan gemeentelijke gebouwen vergt een herschikking van het totale budget wat hiervoor beschikbaar is. Deze herschikking vloeit voort uit de jaarlijkse actualisatie van de onderhoudsplanning gemeentelijke gebouwen. De wijziging is budgettair neutraal en van administratief technische aard. Omdat de lasten wel verdeeld zijn over meerdere programma's is het aan de raad om deze wijziging goed te keuren. Voorgesteld wordt om de herschikking van de onderhoudsbudgetten over de diverse programma’s structureel in de begroting te verwerken.

9.4.6 Overhead ondersteuning organisatie
In verband met personele mutaties en ziekte is er tijdelijk personeel ingeschakeld om zo de dienstverlening zeker te kunnen stellen. Voor dergelijke calamiteiten is een bedrag van € 76.890,-- opgenomen in de begroting, de zgn. knelpuntenpot. Dit bedrag is niet toereikend geweest. Het begrote bedrag voor de inhuur van personeel, waarbij rekening is gehouden met het bedrag van € 76.890,--, wordt met een bedrag van € 187.000,-- overschreden. Doordat de eigen salariskosten voor een bedrag € 122.000,-- lager uitvallen dan begroot (openstaande vacatures) is er per saldo een tekort op deze post van € 65.000,--. Voorgesteld wordt dit bedrag incidenteel aan te vullen.

9.5 Treasury
Geen dividenduitkering 2019 Vitens
In de vergadering van aandeelhouders op 12 juni 2019 van Vitens is besloten om geen dividend over boekjaar 2019 aan de aandeelhouders uit te keren. Bovendien is meegedeeld dat voor de komende jaren ook geen dividend wordt uitgekeerd. De onderstaande voorwaarden en overwegingen zijn daarbij in acht genomen:

  • Ultimo 2019 bedraagt de solvabiliteit 29,2% (2018: 30,2%), hiermee voldoet Vitens niet aan de continuïteitsdoelstelling van een solvabiliteit van minimaal 30%.
  • De financiële ratio’s opgelegd door de kredietverstrekkers van Vitens staan onder druk. Dit wordt veroorzaakt door de lage WACC (in combinatie met teruggave overwinsten) en het hogere investeringsniveau.

Voor Nunspeet betekent dit besluit een structureel nadeel van € 84.620,-- ten opzichte van de geraamde dividendinkomsten.

Lagere dividenduitkering 2019 BNG
De nettowinst van BNG Bank over 2019 bedraagt € 163 miljoen. Na aftrek van de uitkering van dividend aan verschaffers van hybride kapitaal is een bedrag van € 142 miljoen (2018: € 318 mil-joen) beschikbaar voor aandeelhouders. Het voorstel om 50% uit te keren komt neer op een divi-dendbedrag van € 71 miljoen (2018: € 159 miljoen). Het restant wordt toegevoegd aan de reserves. Het dividend bedraagt € 1,27 per aandeel (2018: € 2,85 per aandeel).
Voor Nunspeet komt de dividenduitkering uit op een bedrag van € 95.345,--. De begrote dividendinkomsten bedragen € 250.000,--. Dit betekent dat de dividenduitkering € 154.655,-- incidenteel lager uitkomt.

9.7 Algemene uitkering gemeentefonds
De raming in de programmabegroting 2020-2023 is gebaseerd op de Meicirculaire 2019. De ont-wikkeling van de Septembercirculaire 2019 is via de Bijstellingsbrief begroting 2020-2023 aan de raad voorgelegd en verwerkt in de programmabegroting 2020-2023. Bij de verwerking van de dekkingsvoorstellen 2020-2023 is al rekening gehouden met een risico inschatting van de uitname BTW compensatiefonds uit de Algemene uitkering en in de loop van 2020 zal blijken in hoeverre deze inschatting bijstelling behoeft.
De gehanteerde aantallen die het Ministerie van BZK gebruikt bij de berekening van de algemene uitkering wijken af van de oorspronkelijk bij de begrotingsopzet 2020-2023 toegepaste aantallen. Dit geeft voor 2020 een positieve bijstelling van in totaal € 1.090.000,--. Met name een wijziging eind 2019 in de maatstaven medicijngebruik hebben hierop een grote invloed. Via een bestand van Vektis worden op basis van het declaratiegedrag van verzekerden deze maatstaven bepaald. Het aantal verzekerden per gemeente wordt ingedeeld in zogenaamde Farmaceutische Kosten Groepen (FKG) die uiteindelijk leiden tot het toegepaste berekeningsmodel. De aanpassing van deze maatstaven medicijngebruik leveren een positieve bijstelling van ruim € 680.000,--. Het ove-rige verschil ontstaat door de wijziging in enkele tientallen andere maatstaven als aantal leerlingen, gemiddelde grootte van huishoudens, aantal jongeren, etc.

Aan het gemeentefonds worden bedragen toegevoegd voor onderwerpen die voor de gemeente extra uitgaven betekenen. Niet altijd is volledig duidelijk op welke wijze deze zullen worden inge-zet en moet (nadere) besluitvorming worden afgewacht. Per 1 april 2020 staat nog een bedrag aan stelposten van € 171.280,-- 'geparkeerd'. Het betreft een budget van € 57.000,-- voor het rijksvaccinatieprogramma, € 28.500,-- voor toezicht handhaving kinderopvang en gastouderop-vang, € 25.780,-- voor extra contactmoment jong volwassenen, € 24.400,-- voor schulden en armoede, € 31.600,-- voor verhoging taalniveau statushouders en € 4.000,-- voor de Donorwet.

Aangezien de herijking van de uitkering Gemeentefonds is uitgesteld tot 2021 wordt de Meicirculaire 2020 nog op de huidige basis samengesteld. De effecten hiervan worden in een volgende hoofdlijnenrapportage verwerkt.

9.10 mutaties reserves
Voor de 5-mei viering is het beleid dat eens in de vijf jaar deze dag ‘groots’ wordt gevierd. Om geen piek in de begroting te krijgen is er een structureel bedrag van € 5.000,-- geraamd. Over de jaren 2016 t/m 2019 is deze € 5.000,-- jaarlijks in de reserve gestort. Voor het jaar 2020 is de onttrekking van € 20.000,-- nog niet in de begroting 2020 verwerkt. Voorgesteld wordt deze muta-tie voor de dekking van de lasten binnen het taakveld 7.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie incidenteel te verwerken.

Vanaf 2019 is de dotatie aan de voorziening De Brake niet meer van toepassing. Voor de nieuwbouw op de Wiltsangh is het hiervoor van toepassing zijnde bedrag van € 174.000,-- aangewend als dekking voor de kapitaal- en exploitatielasten in de begroting. Het resterende bedrag van € 21.750,-- dient te worden aangewend voor dekking van exploitatie- en kapitaallasten van de sporthal Feithenhof. Dit bedrag is echter in de begroting 2020-2023 niet opgenomen. Bij de nota Herijking reserves en voorzieningen 2019 is het bedrag wat oorspronkelijk in de voorziening onderhoud de Brake zou worden gestort volledig toebedeeld aan de reserve revitalisering sport-complex De Wiltsangh. Verzuimd is echter een bedrag van € 21.750,-- als exploitatiekosten voor de sporthal Feithenhof aan te merken. Voorgesteld wordt om de oorspronkelijke dotatie van € 195.750,-- aan de reserve te verlagen met een bedrag van € 21.750,-- en dit binnen het taakveld 7.2.1 Sportaccommodaties BeM structureel te ramen als exploitatielast voor sporthal Feithenhof.

Structurele gevolgen

De hoofdlijnenrapportage is niet bedoeld om (structureel) nieuw beleid in de lopende (meerjaren)begroting te verwerken. In deze rapportage zijn een aantal taken met een structureel karakter opgenomen die het gevolg zijn van onder andere bijstellingen van uitkeringen van derden of van reeds in het verleden genomen bestuurlijke besluiten. Het gaat om de volgende onderwerpen:

taakveld 2.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 164.810 N
taakveld 9.5 Treasury 84.620 N
Totaal 249.430 N

 

 

-

Totaaloverzicht met financiële gevolgen 2020 en meerjarenperspectief