Meer
Publicatiedatum: 08-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Hoofdstuk 2 Dekkingsplan

Inleiding

In hoofdstuk 1 is in de tabel ‘Resultaat Programmabegroting 2020-2023’ het resultaat weergegeven van de uitkomsten van de programma’s. Uitgangspunt is een sluitende meerjarenbegroting met sluitende jaarschijven, waarbij de begroting structureel minimaal in evenwicht is.

In het dekkingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen dekking van enerzijds incidentele lasten en anderzijds dekking van resterende (structurele) lasten. Incidentele lasten mogen met incidentele middelen gedekt worden. In bijlage A (overzicht voorstel te honoreren nieuw beleid 2020-2023) zijn onder andere per prioriteit de incidentele lasten nieuw beleid 2020 tot en met 2023 inzichtelijk gemaakt.

2.1 Dekkingsvoorstellen

In onderstaande tabel staan de dekkingsvoorstellen voor de Programmabegroting 2020-2023.

Financiële verkenning begroting 2020-2023         
         
( -/- = positief saldo)        
Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Bestaand beleid 1.123 1.341 1.541 1.256
Nieuw beleid  453 356 590 605
Totaal financiële effecten begroting 2020-2023 1.576 1.697 2.131 1.861
         
Dekkingsvoorstellen        
Onderuitputting exploitatie (12) -385 -385 -385 -385
Dekking incidenteel bestaand beleid; Algemene reserve (13) -20 -20 0 0
Geen effect prijsontwikkeling (2%); lasten (14) -622 -639 -645 -645
Onderuitputting salarissen (15) -150 -150 -150 -150
Loonontwikkeling i.a.v. sept. Circulaire 3% naar 2,5% (16) -70 -70 -70 -70
Taakstelling (discussie) (17) 0 -150 -250 -300
Dekking incidenteel nieuw beleid; Algemene reserve (18) -210 -27 0 0
Project De Wiltsangh zwembad/sporthal (19) 0 0 -195 -195
OZB opbrengst stijging 3% t.b.v. nieuw beleid (20) -131 -131 -131 -131
Verevening via Algemene reserve (21) 12 -125 -305 15
Totaal dekkingsmogelijkheden -1.576 -1.697 -2.131 -1.861
         
Totaal financieel effect bestaand en nieuw beleid begroting 2020-2023 0 0 0 0
         

 

Ter dekking van het financiële meer jaren effect wordt het volgende voorstel gedaan:

  • Voor de structurele lasten van de 1e hoofdlijnenrapportage, vergoeding raadsleden, VNOG en de SNV Sociaal Economische Ontwikkeling wordt voorgesteld het totale bedrag van € 384.700,-- te dekken door onderuitputting van de exploitatie. Hiervoor zijn enkele denkrichtingen welke intern nog afgestemd dienen te worden met de budgethouders.
  • Incidentele lasten mogen met incidentele middelen gedekt worden. Daarom wordt voorgesteld het incidentele bestaand beleid inzake Vitale vakantieparken (zie punt 8) te dekken uit de Algemene reserve.
  • Voorgesteld wordt om de prijscompensatie t.b.v. de lasten niet door te voeren. De prijscompensatie voor de inkomsten blijft wel gehandhaafd.
  • Ten aanzien van de salariskosten wordt een onderuitputting van € 150.000,-- voorgesteld. Deze worden bijvoorbeeld gerealiseerd door openstaande en nog niet in gevulde vacatures.
  • In de meicirculaire wordt door het ministerie rekening gehouden met een loonontwikkeling van 2,5% in plaats van de geraamde 3%. Afgaande op deze aanname van het ministerie wordt voorgesteld de gehanteerde, gemeentelijk loonontwikkeling 2020 aan te passen van 3% naar 2,5% voor 2020. Wanneer in de Septembercirculaire blijkt dat het percentage verhoogd wordt naar 3% dienen deze gelden bijgeraamd te worden bij de loonkosten.
  • Om een sluitende meerjarenbegroting te kunnen presenteren is c.a. € 300.000,-- structureel meer nodig vanaf jaarschijf 2023. Jaarschijf 2021 en 2022 laten ook een tekort zien. Gekozen kan worden voor een verhoging van de baten (belastingen) of verlaging van de lasten. Voorgesteld wordt dit tekort te dekken met een nader uit te werken taakstelling binnen de totale programmabegroting. Deze taakstelling loopt vanaf  2021 op van €150.000,- tot structureel € 300.000,- in 2023. Wanneer de komende circulaires inzake de Algemene Uitkering positief zullen zijn boven de loonontwikkeling worden deze ingezet voor de invulling van deze taakstelling.
  • Incidentele lasten mogen met incidentele middelen gedekt worden. Daarom wordt voorgesteld het incidentele nieuw beleid te dekken uit de Algemene reserve.
  • In de raadsvergadering van 27 juni jl. heeft de raad ingestemd met het aangepaste project De Wiltsangh. De meerkosten van deze aanpassing worden gedekt uit de kapitaallasten De Brake en de onttrekking aan de nieuw gevormde bestemmingsreserve nieuwbouw Wiltsangh.
  • Ten aanzien van nieuw beleid wordt een OZB verhoging van 3% voorgesteld.
  • Met bovengenoemde dekkingsvoorstellen zijn het 1e en het 4e begrotingsjaar sluitend. Voor de jaren 2021 en 2022 zijn er nog incidenteel tekorten. Voorgesteld wordt om deze te verevenen via de Algemene Reserve. Opgemerkt dient te worden dat de Algemene Reserve zonder aanvullende stortingen dan in die jaren onder het drempelbedrag, zoals vastgesteld in de Nota reserves en voorzieningen 2019, komt.