Meer
Publicatiedatum: 27-08-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Hoofdstuk 2 Dekkingsplan

Inleiding

In hoofdstuk 1 is in de tabel ‘Resultaat Programmabegroting 2019-2022’ het resultaat weergegeven van de uitkomsten van de programma’s. Uitgangspunt is een sluitende meerjarenbegroting met sluitende jaarschijven, waarbij de begroting structureel minimaal in evenwicht is.

In het dekkingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen dekking van enerzijds incidentele lasten en anderzijds dekking van resterende (structurele) lasten. Incidentele lasten mogen met incidentele middelen gedekt worden. In bijlage A (overzicht voorstel te honoreren nieuw beleid 2019-2022) zijn onder andere per prioriteit de incidentele lasten nieuw beleid 2019 tot en met 2022 inzichtelijk gemaakt.

2.1 Dekkingsvoorstellen

In onderstaande tabel staan de dekkingsvoorstellen voor de Programmabegroting 2019-2022.

De afzonderlijke dekkingsvoorstellen worden hieronder verder toegelicht:

  1. Incidentele lasten mogen met incidentele middelen gedekt worden. Daarom wordt voorgesteld het incidentele nieuw beleid te dekken uit de Algemene reserve.
  2. Bij het verwerken van de Maart- en Meicirculaire is rekening gehouden met het meest negatieve scenario inzake het BTW compensatiefonds. Verschillende partijen zijn met het ministerie in overleg over de hoogte van dit bedrag. Voorgesteld wordt dit risico voor 60% te nemen en de opbrengst van de algemene uitkering gemeentefonds te verhogen.
  3. In het coalitieakkoord is aangegeven dat, er voor grote projecten, de OZB verhoogd kan worden. In de begroting en het coalitieakkoord is voor het project stationsomgeving al rekening gehouden met de dekking van de afschrijvingslast, het investeringsbedrag van 10 miljoen wordt gedekt uit de reserve Nuongelden. Aanvullend hierop wordt voorgesteld de resterende kapitaalslasten (rente) te dekken met een OZB opbrengststijging. Voorgesteld wordt de OZB opbrengst in 2020 met 1,75% en in 2021 met 1,5% te laten stijgen.
  4. Om een sluitende begroting te kunnen presenteren is c.a. €140.000 nodig om vanaf jaarschijf 2021 structureel sluitend te zijn. Jaarschijf 2019-2021 laten nog wel een incidenteel tekort zien. Gekozen kan worden voor een verhoging van de baten (belastingen) of verlaging van de lasten. Voorgesteld wordt dit tekort in te boeken als een nog nader uit te werken taakstelling binnen de totale programmabegroting. Afhankelijk van de septembercirculaire wordt de uiteindelijke hoogte van de taakstelling bepaald.
  5. Naar aanleiding van de bijstellingsbrief is gebleken dat er naast de eerder opgenomen taakstelling een aanvullende taakstelling van €130.000 nodig is om een sluitende begroting te kunnen presenteren. In december zal de raad een voorstel gepresenteerd worden hoe de beide taakstellingen ingevuld kunnen worden.
  6. Alle investeringen zijn beoordeeld. Zowel van oud als nieuw beleid. Gebleken is dat er geschoven kon worden in tijd (jaar van investeren). Zo hebben bijvoorbeeld tractiemiddelen een economische en een technische levensduur die van elkaar kunnen verschillen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een jaarlijks lagere kapitaalslast.
  7. Naar aanleiding van de bijstellingsbrief is gebleken dat er structureel een lagere Algemene Uitkering zal worden ontvangen daarnaast zijn er effecten naar aanleiding van een collegebesluit, de hoofdlijnenrapportages en overige effecten. De bedragen zijn in dit dekkingsvoorstel verwerkt.
  8. De jaarschijf 2022 is na verwerking van de bovenstaande dekkingsvoorstellen structureel sluitend. Voorgesteld wordt de incidentele tekorten van de jaren 2019 - 2021 te dekken door een onttrekking aan de Algemene reserve. Per saldo is dit over alle jaren een onttrekking van €475.000 aan de Algemene reserve.

Met bovengenoemde dekkingsvoorstellen is sprake van een meerjarig sluitende begroting.