Meer
Publicatiedatum: 27-08-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen

Inleiding

Om inzicht te verschaffen in de robuustheid van de begroting van de gemeente bepaalt artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dat in de paragraaf weerstandsvermogen een relatie wordt gelegd tussen de gemeentelijke weerstandscapaciteit en de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de aanwezige middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwacht en aanzienlijk zijn, af te dekken. Weerstandsvermogen is dat deel van de weerstandscapaciteit dat niet nodig is voor afdekking van alle risico’s ofwel:

Weerstandsvermogen is weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s.

De omvang van de weerstandscapaciteit is van belang voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De weerstandscapaciteit omvat de mogelijkheden voor een gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen structurele en incidentele weerstandscapaciteit. Met het eerste worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de programma’s. Met de incidentele weerstandscapaciteit wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau.

Gemeente Nunspeet gebruikt in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Mochten zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan mogen deze eerst incidenteel worden afgedekt door middel van incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens zal hiervoor bij de eerstvolgende begroting structurele dekking gezocht worden. Lukt dit niet dan wordt de structurele weerstandscapaciteit als dekkingsmiddel ingezet.

De weerstandscapaciteit bestaat uit:

Structurele weerstandcapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:

  1. Onvoorziene uitgaven structureel.
  2. Onbenutte belastingcapaciteit.

Incidentele weerstandscapaciteit

De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit:

  1. Het vrije deel van de algemene reserve
  2. De bestemmingsreserves.
  3. Stille reserves (gesteld op nihil).
  4. Onvoorzienbare uitgaven incidenteel.

Ad 1 Onvoorziene uitgaven

Artikel 8 (lid 1 en lid 6) van het BBV verplicht iedere gemeente een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen in de begroting. De post onvoorzien is een buffer voor externe onvoorzienbare tegenvallers. Het dekt uitgaven die voldoen aan de drie “O’s” (Onvoorzien, Onvermijdbaar en Onuitstelbaar). Er is een bedrag geraamd van € 89.500. Dit bedrag wordt gesplitst in onvoorzienbare uitgaven incidenteel € 64.000 en onvoorzienbare uitgaven structureel € 25.500.

Ad 2 Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is de verhouding tussen de opbrengst onroerendezaakbelastingen (OZB) versus het normtarief OZB-artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (FVW). Wanneer de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekort zullen schieten om in noodzakelijke behoeften te voorzien, kan een aanvullende uitkering worden aangevraagd. De Financiële-verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:

1. de onroerende-zaakbelastingen (OZB);

2. de rioolheffingen;

3. de afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten

Voor 2018 is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 vastgesteld op 0,1952.

 

     

 WOZ-waarde

 

 

 

1-1-2017

Woonruimten

 

 

2.775.496.700

Niet-woonruimten, eigenaar

 

 

458.887.405

Niet-woonruimten, gebruiker

 

 

418.010.000

Totaal

 

 

3.652.394.105

       

Maximale opbrengst volgens de uitzendpunten artikel 12 van de FVW

7.129.473

Begrote opbrengst 2018 OZB (inclusief dekkingsvoorstel)

4.171.705

Onbenut (uitgaande van netto opbrengsten)

 

2.957.768

Ad 3 Het vrije deel van de algemene reserve, de vrije reserve en de bestemmingsreserve

Algemene reserve

De doelstelling van de algemene reserve is het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten en van onvoorziene ontwikkelingen waarvoor geen voorziening is getroffen. Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 1 januari 2017 € 3.932.282 (per 1 januari 2016:€ 4.911.881). De algemene reserve bestaat uit drie onderdelen:

  • Het beslag in de algemene reserve per 1 januari 2017 bedraagt € 1.175.009 (1 januari 2016: € 2.109.986). Dit gedeelte maakt geen deel uit van het weerstandsvermogen, het is immers bestemd voor een ander doel.
  • Het bodembedrag voor 1 januari 2017 is berekend op € 1.719.000 (per 1 januari 2016 was dat € 1.706.000).
  • Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve bedraagt per 1 januari 2017 €1.038.273 (1 januari 2016 € 1.095.895) en maakt deel uit van het weerstandsvermogen.

Ad 4 De bestemmingsreserves

Bestemmingsreserves kunnen worden verdeeld in geblokkeerde of beklemde reserves en overige bestemmingsreserves. Onder geblokkeerde of beklemde reserves verstaan we reserves waarover niet (geheel of gedeeltelijk) vrij kan worden beschikt, omdat deze reserves worden gebruikt om structurele dekkingsmiddelen voor de gemeente begroting te genereren. Deze geblokkeerde of beklemde reserves maken geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit.

De overige bestemmingsreserves zijn gevormd voor een bepaald doel. De raad heeft de bevoegdheid de bestemming te wijzigen en deze in te zetten voor het opvangen van tegenvallers. De stand van de bestemmingsreserves op 31 december 2016 € 37,3 miljoen. Een belangrijk deel van de bestemmingsreserves is geblokkeerd vanwege de structurele inzet van de renteopbrengst als dekkingsmiddel. In onderstaand overzicht is aangegeven welke overige bestemmingsreserves niet geblokkeerd of beklemd zijn.

tabel overige bestemmingsreserves (niet geblokkeerd of beklemd)

   

Soort reserve

 

 

 

bedrag

Egalisatie tarieven afvalstoffenheffing

     

850.644

Egalisatiereserve bouwleges

     

12.750

Egalisatie tarieven rioolrecht

     

475.177

Reserve automatisering

     

128.877

Reserve restauratie gem monumenten

     

300.739

Reserve bodemverontreiniging

     

1.104.380

Reserve onderhoud graven Nunspeet West

     

3.731

Reserve afkoop onderhoud graven Elspeet

     

18.201

Reserve IRTV

     

47.301

Reserve bosexploitatie

     

883.701

Reserve grondexploitatie

     

1.018.899

Reserve wachtgeldverplichtingen

     

685.916

Reserve sociaal domein

     

2.621.281

Reserve stimulering goedkope woningbouw

     

18.756

Reserve BWS gelden

     

22.632

 

     

8.192.985

 

 

 

 

 

Ad 5 Stille reserves

Bij stille reserves moet worden gedacht aan bezittingen die beneden de marktwaarde in de boeken staan en die zonder bezwaar direct te verkopen zijn. De gemeente heeft echter nauwelijks nog bezittingen anders dan panden en gronden die nodig zijn voor de grondexploitatie in haar bezit. De gemeente is aandeelhouder van NV Bank Nederlandse Gemeente (BNG), NV Alliander en waterleidingmaatschappij Vitens. Aangenomen kan worden dat de aandelen bij een eventuele verkoop meer opbrengen dan de boekwaarde. Er is hier dus sprake van een stille reserve. Deze ruimte kan echter niet direct benut worden onder het huidige beleid en de huidige taakuitvoering, omdat de inkomsten uit deze aandelen structureel geraamd zijn in de begroting.

Weerstandscapaciteit 2018

In onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit voor de begroting 2018 weergegeven:

tabel weerstandscapaciteit

         

onderdeel weerstandscapaciteit

 

 

 

bedrag

 

 

 

 

 

Structurele weerstandscapaciteit

     

 

1. Onvoorzien structureel

     

26.000

2. Onbenutte belastingcapaciteit

     

2.957.768

 

     

 

Structurele weerstandscapaciteit

     

2.983.768

 

     

 

Incidentele weerstandscapaciteit

     

 

3. Vrije deel algemene reserve

     

1.038.273

3. Vrije deel bestemmingsreserves

     

8.192.985

4. Stille reserves

     

0

5. Onvoorzien incidenteel

     

64.000

 

     

 

Incidentele weerstandscapaciteit

     

9.295.258

 

     

 

Totale weerstandscapaciteit

     

12.279.026

 

 

 

 

 

Risico’s

Tegenover de hierboven geïnventariseerde weerstandscapaciteit staan de risico’s die de gemeente loopt. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard en hangen samen met onder andere de schaalgrootte en gemeente specifieke factoren. Het managen van deze risico’s wordt risicomanagement genoemd.

Test

Risicomanagement in relatie tot het weerstandsvermogen

Bij risicomanagement gaat het om het uitvoeren van een systematische en periodiek terugkerend proces van identificeren, beoordelen, kwantificeren van risico’s, het bepalen en uitvoeren van activiteiten en maatregelen die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s, beheersbaar houdt en het evalueren en rapporteren over de verschillende stappen in het proces.

Doelstellingen

De volgende doelstellingen streeft gemeente Nunspeet met risicomanagement:

  1. Reduceren van de gevolgen van risico’s
  2. Voldoen aan wet- en regelgeving
  3. Actualisering van het weerstandsvermogen
  4. Verhogen van risicobewustzijn
  5. Beoordelen en optimaliseren van het weerstandsvermogen

Indeling risico’s

Gemeente Nunspeet hanteert voor de identificatie van de risico’s de volgende indeling:

  1. Juridische risico’s;
  2. Financiële risico’s;
  3. Personele / organisatorische risico’s
  4. Grondexploitatie en strategische aankopen risico’s
  5. Milieurisico’s
  6. Verbonden partijen
  7. Risico’s sociaal domein
  8. Reguliere risico’s

Analyse en beoordelen van de risico’s

Om risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden. Als wordt geschat dat een risico zich bijvoorbeeld eenmaal in de tien jaar zal voordoen is de kans op optreden 10%. Als een risico zich eenmaal per jaar kan voordoen is de kans 90%. Bij 100% is het geen risico meer.

Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen.

Hierna treft u twee tabellen met de indeling van de kansen en financiële gevolgen aan. Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we vijf klassen met de volgende referentiebeelden:

 

Klasse

Aantal keren dat risico, zich naar verwachting voordoet

Kans

1

< 1 x per 10 jaar

10%

2

1 x per 5 – 10 jaar

30%

3

1 x per 2 – 5 jaar

50%

4

1 x per 1 – 2 jaar

70%

5

1 x per jaar of <

90%

Voor het bepalen van de financiële gevolgen wordt gebruik van de volgende indeling:

Klasse

Bandbreedte

Financieel gevolg

0

Geen gevolgen

Geen

1

€ 0 < € 5.000

Zeer laag

2

€ 5.000 < € 25.000

Laag

3

€ 25.000 < € 75.000

Midden

4

€ 75.000 < € 250.000

Hoog

5

>€ 250.000

Zeer hoog

Het reële financiële gevolg wordt dus bepaald door de ‘Kans’ en het ‘Financiële gevolg’ met elkaar te vermenigvuldigen. De risico’s met het grootste financiële gevolg krijgen de hoogste prioriteit bij het beheersen van de risico’s.

a. Juridische risico’s

Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet-tijdig beslissen in werking getreden. Als gevolg hiervan kunnen burgers de gemeente in gebreke stellen en verbeurt de gemeente, na ontvangst van de ingebrekestelling, een dwangsom als niet tijdig op een aanvraag is beslist. In een procedure zijn werkafspraken gemaakt om beslistermijnen te bewaken. In 2018 verwachten we dat er geen dwangsommen uitgekeerd worden.

Proceskosten

Voor bezwarenprocedures en (hoger) beroepsprocedures waarin de gemeente in het ongelijk wordt gesteld, wordt de gemeente veroordeeld in de proceskosten. De hoogte van de proceskostenvergoeding is gerelateerd aan het aantal proceshandelingen dat in de betreffende procedure is verricht. De afgelopen jaren is het aantal verzoeken dat wordt ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur niet verminderd. Er is een duidelijke aanwijzing dat deze verzoeken worden ingediend met het proceskostenvergoeding oogmerk om vervolgens in bezwaar en beroep te gaan tegen de beslissing en zo de vergoeding op te strijken. Afgaande op de verzoeken die het afgelopen jaar zijn ingediend, leidt dit in enkele gevallen tot een verplichting om proceskosten te vergoeden.

Inkoop en aanbesteding

Door de invoering van de Aanbestedingswet 2012 is het risico van een juridische procedure toegenomen. Voor de keuze van inkoopprocedure wordt uitgegaan van indicatieve bedragen. Dit geeft ruimte voor verschillen van inzicht en is daardoor een risico. Daarnaast is de economische situatie dusdanig, dat partijen eerder bereid zijn gunning via de rechter af te dwingen.

Claims van derden

Bij het opstellen van de jaarrekening 2016 is een inventarisatie gehouden van de op dat moment bekende verzoeken of te verwachte verzoeken voor planschade en de diverse juridische procedures (afkoopbedrag; schadeclaims). Hiervoor is voorziening Planschades en Juridische procedures gevormd.

De risico’s voor planschade zijn zo veel mogelijk bij de initiatiefnemer ondergebracht. (Plan)schades die onvermijdelijk ten laste van de gemeente komen, worden ten laste van het rekening resultaat gebracht. Ook de kosten van het opstellen van een schadeanalyse komen ten laste van de gemeente.

Omdat steeds meer juridisch adviesbureaus zich gaan specialiseren in planschaden, is het risico van schade-analysekosten steeds groter. In de begroting wordt hiermee geen rekening gehouden. In de voorziening is wel rekening gehouden met schade-analysekosten waarvan de melding bekend is. Er kunnen nog claims binnenkomen hoewel de kans gering is.

tabel juridische risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

S of I

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Dwangsom

I

10%

7.500

750

Proceskosten

I

50%

7.000

3.500

Inkoop en aanbesteding

I

10%

100.000

10.000

Claims van derden

I

30%

20.000

6.000

Totaal juridische risico's

   

 

20.250

 

 

 

 

 

 

b. Financiële risico’s

Financiële risico’s

Heroverwegingen

Het restant van de heroverweging taakstelling eigen organisatie bedraagt voor 2018 € 52.000 Wanneer er rekening wordt gehouden met natuurlijk verloop van onze medewerkers is deze taakstelling te realiseren. Dit risico wordt daarom op nihil gesteld.

Rente

De invoering van het zogenaamde Schatkistbankieren beperkt de mogelijkheid om bij tijdelijke overschotten aan liquide middelen een gunstig rendement te halen. Deze middelen kunnen niet meer uit oogpunt van een optimaal liquiditeitsbeheer in deposito uitgezet of tegen een gunstige rente op een spaarrekening bij een commerciële bank gezet worden. Dit kan in situaties met hogere rentetarieven een negatief effect op de rendementsverwachting hebben. Wel biedt de staat de mogelijkheid om overtollige gelden voor langere periode in depot weg te zetten. In de achterliggende jaren is gebleken dat de rentevergoeding lager is dan die bij commerciële banken. In het huidige rente klimaat zijn deze verschillen verwaarloosbaar.

De gemeente had in 2017 een begroot financieringstekort. Door de uitzonderlijk lage korte rente is er in 2017 met kort geld gefinancierd. De hiervoor geldende rentepercentages liggen ver onder de door de gemeente gehanteerde renteomslag. In geval van een overschot zouden de te behalen rentevergoedingen de waardevermindering door inflatie niet eens kunnen compenseren.

Omslagrente

De berekening van de renterisiconorm is opgenomen in de paragraaf financiering. Uit dit overzicht blijkt dat de gemeente vrijwel geen renterisico loopt. Wanneer de omslagrente lager is dan de marktrente, ontstaat er een risico. Dit is een gevolg van het feit dat hieruit een financieel nadeel voortvloeit voor de begroting. Als het rentepercentage van aan te trekken leningen lager is dan de geraamde omslagrente van 1,0% blijft het renterisico het komende jaar acceptabel. In het komende jaar zal de ECB (Europees centrale bank) een ruim monetair beleid blijven voeren. Verwacht wordt dat de kapitaalmarktrente (lange rente), gezien de verwachte economische ontwikkelingen (zoals economische groei, inflatie) in het komende jaar iets gaat stijgen (BNG-nieuwsbrief juli 2017). Op grond van deze verwachting is er, naar het zich nu laat aanzien, een beperkt renterisico te verwachten.

Gemeentefondsuitkeringen

Het gemeentefonds kent de volgende uitkeringen: de algemene uitkering, de integratie-uitkering Sociaal domein en de decentralisatie- en (overige)integratie-uitkeringen.

Basis voor de berekening is de meicirculaire 2017. De Voorjaarsnota van het rijk resulteert in een hogere groei dan in de septembercirculaire 2016 aangegeven. Gelet op het demissionaire karakter van de regering is sprake van een beleidsarme meicirculaire. Via de hoofdlijnenrapportage zullen ontwikkelingen in volgende circulaires worden aangegeven.

De voorgenomen overheveling per 2018 van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering is uitgesteld. Het Rijk heeft ingestemd met het verzoek van de VNG om eerst afspraken te maken over de structurele indexering van de budgetten. De overheveling kan op zijn vroegst in 2019 plaatsvinden.

Volgens de meicirculaire zal de integratie-uitkering sociaal domein teruglopen van €  12.670.000 in 2018 tot € 12.180.000 in 2021. Dit heeft geen invloed op het weerstandsvermogen voor 2018.   

Verstrekte garanties

In totaal zijn voor € 115.950.654 aan gemeentegaranties aan instellingen verstrekt (peildatum 31 december 2016). Het grootste deel hiervan zijn garanties voor geldleningen waar de gemeente samen met het Rijk een achtervangpositie inneemt (€ 115.521.000). Deze garanties zijn in eerste instantie gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het restant van de garanties heeft betrekking op geldleningen van instellingen binnen de gemeente en Vitens.

Aan particulieren is voor € 1.836.200 (peildatum 31 december 2016) aan gemeentegaranties verstrekt Deze leningen zijn in eerste instantie gegarandeerd door de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De gemeente heeft voor € 1.812.000 een achtervangpositie. Gezien de kredietwaardigheid van de geldnemers van zowel instellingen als particulieren is het aan de garanties verbonden risico zeer gering.

Precariobelasting

Met ingang van 2016 wordt er precariobelasting geheven op kabels en leidingen. De aanslagen worden gebaseerd op basis van opgave van de eigenaren van de kabels en leidingen en gecontroleerd door een externe partij. Gelet op de vele juridische procedures omtrent de verschuldigdheid van precariobelasting met betrekking tot netwerkbedrijven kan de opbrengst thans nog niet onherroepelijk worden ingeboekt.

tabel financiële risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Heroverwegingen

S

0%

0

0

Rente

S

0%

0

0

Omslagrente

S

0%

0

0

Gemeentefondsuitkering

S

0%

0

0

Verstrekte garanties

S

0%

0

0

Precariobelasting

S

10%

1.500.000

150.000

Totaal financiële risico's

   

 

150.000

 

 

 

 

 

 

c. Personele / organisatorische risico’s

Personele / organisatorische risico’s

Ziektekosten/knelpunten

De gemeente Nunspeet was in 2015 eigen risicodrager voor kosten die het gevolg zijn van ziekteverzuim. Per 1 januari 2016 is dit ondergebracht bij het UWV en verdisconteerd in de premies. Hierdoor is het financiële risico opgeheven.

Korps vrijwillige brandweer

Op basis van de rechtspositieregeling vrijwillige brandweer waren wij als gemeente verplicht om voor vrijwilligers bij de brandweer een ongevallenverzekering af te sluiten. Deze voorzag in een basisuitkering bij overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid en tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Het kon daarbij gebeuren dat schade die niet door de verzekering werd vergoed (zgn. restschade) voor rekening van de brandweervrijwilliger bleef. Om voor vergoeding van de restschade in aanmerking te komen, was het van belang te weten wie aansprakelijk was. Indien wij als werkgever schuld hadden aan het ongeval, kon dat leiden tot extra vergoeding van geleden schade wegens aansprakelijkheid. Ondanks de overgang van de vrijwillige brandweer naar de VNOG bestaat er nog een risico vanuit schadeclaims uit het verleden. Deze wordt zekerheidshalve begroot op maximaal € 350.000, -.

tabel personele/organisatorische risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Kosten vrijwillige brandweer

I

10%

350.000

35.000

Totaal personele/organisatorische risico's

   

 

35.000

 

 

 

 

 

 

d. Grondexploitatie en strategische aankopen risico’s

Grondexploitatie en strategische aankopen risico’s

Grondexploitatie

Voor de grondexploitaties is een berekening opgesteld van de nog te verwachten kosten en opbrengsten, resulterend in een bijstelling van de verwachte winst c.q. verlies. Deze bijstelling vindt plaats aan de hand van de laatste inzichten (waaronder contractuele verplichtingen en geformuleerde beleidsuitgangspunten) op het gebied van de ontwikkeling van de markt aan de kosten- en opbrengstenkant. Als dit resulteert in een neerwaartse bijstelling van de resultaten, wordt onderzocht op welke wijze dit kan worden gecompenseerd.

Daarnaast wordt binnen de reserve grondexploitatie een bodembedrag (financiële buffer) aangehouden dat varieert met de omvang van de risico’s die worden gelopen. Naarmate grondexploitaties vorderen, dalen vaak de onzekerheden (immers een steeds groter deel is gerealiseerd) en daalt ook het bodembedrag. Jaarlijks vindt op grond van artikel 12, lid 1 van de Verordening en artikel 212 van de Gemeentewet de bijstelling plaats na het vaststellen van de jaarrekening.

Het KWP (Kwalitatief WoonProgramma) heeft als doel het woningaanbod op regionaal niveau, zowel kwantitatief als kwalitatief zo goed mogelijk af te stemmen op de behoefte (vraag) aan woningen. Er ontstaat een probleem wanneer volgens het KWP de behoefte aan woningen of naar een bepaald soort woningen, achterblijft en er centraal afspraken worden gemaakt over woningaanbodreductie. Een ander risico is dat de boekwaarde van de aangekochte gronden en/of objecten die niet deel uitmaken van een exploitatieplan, stijgen, boven de actuele marktwaarde.

Molenbeek

Ten opzichte van de vorige begroting kan geconstateerd worden dat het risico in dit project gelijk is gebleven. In de achterliggende periode is het eerste deel bouwrijp gemaakt en grotendeels verkocht. De eerste afspraken en voorbereidingen voor de uitwerking van fase 2 zijn inmiddels gemaakt. Om het geconstateerde en gekwantificeerde risico in de grondexploitatie op te vangen is de Voorziening risico’s grondexploitatie getroffen. Van deze voorziening is een gedeelte van ad. €1.000.000 ten behoeve van het project Molenbeek.

Weversweg

Nadat een aantal jaren de verkopen hebben stil gelegen is er in 2017 een kavel verkocht. Daarnaast is er een CPO-vereniging opgericht waaruit een aanpassing van het plan is voortgekomen en die optie heeft op de aankoop van een aantal kavels. Ook is de belangstelling voor de diverse kavels dusdanig toegenomen dat voor een deel van de kavels een optie tot aankoop is genomen.

De Kolk

De aanleg van de rondweg en het bouwrijp maken van het bedrijventerrein worden in 2017 voltooid zodat ook de rest van het bedrijventerrein uitgegeven kan worden.

Vrijkomende MFA locaties

In de achterliggende jaren zijn alle gronden afgenomen. Bij het opstellen van de jaarrekening 2015 is er een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven t.a.v. de subsidies. De onzekerheid is hierdoor sterk afgenomen. Op dit moment is het afwachten op de afronding door de Provincie.

Stationslaan

De appartementen binnen het project zijn verkocht. Na afronding van het project dient de gemeente nog een aanpassing te doen in de infrastructuur om de bereikbaarheid te bevorderen. Hiervoor is reeds €65.000 geraamd. Om het geconstateerde en gekwantificeerde risico in de grondexploitatie op te vangen is de Voorziening risico’s grondexploitatie getroffen. Van deze voorziening is een gedeelte van ad. €240.000 ten behoeve van het project Stationslaan.

Elspeet Noord West

In 2016 is een deel van de woningen verkocht. Eveneens is een deel van de verkaveling aangepast aan de vraag. Momenteel is vooral behoefte aan goedkope woningen waardoor er meer goedkope rijwoningen in het plan zijn opgenomen. Hierdoor zijn de opbrengsten ten opzichte van het voorlopige verkavelingsplan omlaag gegaan. De aangepaste grondexploitatie zal worden aangeboden  gelijktijdig bij het aanbieden van de MPG.

Het financiële gevolg en de kans van optreden van de risico’s in de grondexploitatie zijn in onderstaande tabel weergegeven. Het financiële gevolg is gebaseerd op het worst case scenario. Dit is de boekwaarde van grondexploitatie. Ten opzichte van de begroting 2017 zijn de risico’s gedaald. Dit wordt mede veroorzaakt door de reeds afgesloten contracten en verkopen van gronden in plan Molenbeek.





Tabel Grondexploitatie en strategische risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Molenbeek

I

30%

12.131.000

3.639.300

Voorziening Molenbeek

     

-1.000.000

Weversweg

I

30%

1.662.000

498.600

De Kolk

I

30%

7.169.000

2.150.700

Vrijkomend MFA locaties

 

10%

100.000

10.000

Stationslaan

I

30%

35.000

10.500

Voorziening Stationslaan

I

   

-240.000

Elspeet Noord West

I

30%

2.308.000

692.400

Totaal grondexploitatie en strategische risico's

   

 

5.761.500

 

 

 

 

 

 

e. Milieurisico’s

Het algemeen beleid op dit punt is dat de kosten van een eventuele sanering worden verhaald op de veroorzaker. Is dit niet meer mogelijk, dan wordt bij een mobiele verontreiniging (een zich verplaatsende verontreiniging) gesaneerd en bij een immobiele verontreiniging nagegaan of er gevaren zijn voor de volksgezondheid. Is dit het geval, dan volgt sanering (zo mogelijk binnen de begrote budgetten). Is dit niet het geval, dan wordt nagegaan of op een nader geschikt moment sanering mogelijk is op een manier die effectief en doelmatig is (ook in relatie tot de hiermee gepaard gaande financiële middelen). Voor de bekende bodemverontreinigingen is de reserve bodemverontreiniging gevormd.

In 2014 is bekeken of de reserve deels of geheel kan vervallen. Omdat er nog geen duidelijkheid is over enkele grotere bodemsaneringslocaties zoals bijvoorbeeld de locatie van de Berkenhorst of de herinrichting van stortplaats De Wiltsangh wordt de reserve nog in stand gehouden. Ook bestaat er de mogelijkheid dat bij faillissement van bedrijven met een bodemverontreiniging de saneringskosten alsnog deels of geheel voor rekening van de gemeente komen. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat bij schuren met asbestdaken zonder dakgoot in sommige gevallen sprake is van bodemverontreiniging. Onderzoeks- en saneringskosten hiervan komen voor rekening van de eigenaar. Daar waar de gemeente eigenaar is of wordt, kan de gemeente hier op worden aangesproken. Bij aankoop zal hier rekening mee gehouden worden. Het is niet direct in te schatten of en welke kosten hieruit voorvloeien.

Voor niet bekende bodemverontreinigingen zijn de financiële gevolgen lastig in te schatten. Deze zijn afhankelijk van de aard en omvang van de verontreiniging en het tijdstip van het ontstaan van de verontreiniging, na 1987 is een nieuw geval en moet volledig opgeruimd worden en voor 1987 is een oud geval en mag functioneel gesaneerd worden. Daarnaast is het afhankelijk van de mogelijkheid om de kosten te verhalen op de veroorzaker. Om toch een inschatting te maken van de kosten wordt een bedrag van € 300.000 aangehouden worden met een risico van voorkomen van 10%. De reserve bodemsanering maakt onderdeel uit van het weerstandsvermogen.

tabel milieu en bodemverontreiniging risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Milieu en bodemverontreiniging

I

10%

300.000

30.000

Totaal milieu en bodemverontreiniging risico's

 

 

30.000

 

 

 

 

 

 

f. Verbonden partijen

De gemeente is financieel mede aansprakelijk voor een aantal samenwerkingsverbanden (paragraaf Verbonden partijen).

Directe deelnemingen in vennootschappen:

  • Bank Nederlandse Gemeenten NV;
  • NV Alliander;
  • Vitens NV.

Overige deelnemingen:

  • Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe;
  • Regio Noord-Veluwe;
  • Omgevingsdienst Noord-Veluwe;
  • Recreatiegemeenschap Veluwe;
  • Coöperatie Gastvrije randmeren
  • Stichting Muziekschool Noordwest-Veluwe;
  • Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;
  • NV Inclusief Groep;
  • Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe;
  • Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Gelre-IJssel.

Per verbonden partij is een risicoanalyse gemaakt. Via deze risicoanalyse wordt gekeken naar de mate van risico dat de gemeente bij de verbonden partijen loopt. Bij sommige verbonden partijen is een beoordeling op cijfers lastig. Soms komt dit doordat recente cijfers nog niet voorhanden zijn. Bij deze verbonden partijen is gekeken naar de bijdrage die de gemeente levert en het financiële nadeel dat de gemeente loopt bij een eventueel faillissement. Hierbij is een inschatting gemaakt van de kans dat een faillissement zich voordoet.

Van de directe deelnemingen in vennootschappen is de nominale waarde van het belang van onze gemeente in de vennootschap als risico opgenomen verhoogd met de ontvangen dividenden. Van de overige deelnemingen in vennootschappen is als financieel gevolg opgenomen de jaarbijdrage.

De kans van optreden wordt geclassificeerd met risico laag, gemiddeld of hoog. Per verbonden partij is het risico (kans van optreden) op grond daarvan, uitgedrukt in een percentage. De toelichting op de belangen voor onze gemeente vindt u terug in de paragraaf verbonden partijen. In onderstaande tabel zijn de risico’s per verbonden partij uitgedrukt in geld. Bij een kans van optreden die als “laag” is gekwalificeerd is rekening gehouden met een percentage van 10%. Bij een ‘hoge’ kwalificatie is een percentage van 30%, 50% of 70% aangehouden, afhankelijk van de inschatting van de kans van optreden. Er zijn drie deelnemingen waarbij het risico voor de gemeente Nunspeet als “hoog” wordt ingeschat.

Stichting Muziekschool Noordwest Veluwe

Op 30 juni 2011 heeft de gemeenteraad ingestemd met de kaders voor de bestuurlijke ontvlechting van de muziekschool. Een garantstellingsovereenkomst vormt de basis van de bestuurlijke ontvlechting. Conform de overeenkomst, staan de gemeentes voor een periode van 15 jaar (tot en met 2026) garant, voor uitkeringsverplichtingen voortvloeiend uit de rechtspositiebepalingen, zoals die van toepassing zijn op werknemers, die op 1 oktober 2011 in dienst zijn van de muziekschool. De deelnemende gemeenten staan garant voor € 767.692. Op 30 oktober 2013 is de Muziekschool failliet verklaard. Begin 2017 hebben de gemeenten een schikkingsvoorstel van de curator ontvangen. Dat voorstel is begin april 2017 in een gezamenlijk overleg met de advocaat van de desbetreffende gemeenten besproken. Op advies van de advocaat hebben de gemeenten besloten het voorstel af te wijzen. Het wachten is nu op een reactie van de curator. Het risico (voor onze gemeente +/- 74.000,--) is nog steeds aanwezig. Hier is rekening mee gehouden in de begroting. Naarmate de tijd verstrijkt daalt het risico. Zo ook ten opzichte van de begroting 2017.

NV Inclusief Groep

Als gevolg van het in werking treden van de Participatiewet stromen er geen nieuwe mensen in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Wat de gevolgen zijn voor de Inclusief Groep is nog niet duidelijk. Wel kunnen we stellen door deze grote mater van onzekerheid dat het risico voor de gemeente hoog is. Er wordt door alle deelnemende gemeenten georiënteerd wat de lijn is voor de toekomst.

Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe

De financiële situatie bij de stichting PrOo was de afgelopen jaren zorgelijk. De stichting heeft een aantal maatregelen genomen om te komen tot een oplossing van deze zorgelijke situatie. Dit heeft in het afgelopen jaar geresulteerd in een positief resultaat in de jaarrekening. Hierdoor is de financiële positie verbeterd en het risico gedaald ten opzichte van de begroting 2017. De enige openbare school in Nunspeet heeft te maken met een dalend aantal leerlingen. Deze ontwikkeling geeft aan dat het draagvlak onder het openbaar onderwijs wijzigt. Hoe dit in de toekomst verder gaat, is onduidelijk. Het risico voor de gemeente wordt als hoog geschat.

tabel risico's verbonden partijen

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

NV Bank Nederlandse Gemeenten

I

10%

310.688

31.069

NV Alliander

I

10%

245.265

24.527

NV Vitens

I

10%

74.035

7.404

NV Afvalsturing Friesland

I

10%

27.000

2.700

Streekarchivaat Noordwest Veluwe

I

10%

119.000

11.900

Regio Noord Veluwe

I

10%

273.000

27.300

Omgevingsdienst Noord Veluwe

I

10%

450.000

45.000

Leisurelands (Recreatiegemeentschap Veluwe)

I

10%

0

0

Coöperatie Gastvrije randmeren

I

10%

10.000

1.000

Stichting Muziekschool Noordwest-Veluwe

I

50%

74.000

37.000

Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland

I

10%

1.409.000

140.900

Inclusief Groep

I

50%

1.552.000

776.000

Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord Veluwe

I

50%

200.000

100.000

GGD Gelre-IJssel

I

10%

377.000

37.700

Totaal  risico's verbonden partijen

   

 

1.242.499

 

 

 

 

 

 

g. Risico’s sociaal domein

Op 1 januari 2015 zijn drie nieuwe wetten in werking getreden binnen het sociaal domein, namelijk de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), de Participatiewet en de Jeugdwet. Openeindefinanciering betekent dat het uit te keren bedrag afhangt van het aantal ingediende aanvragen. Hierdoor is geen maximum van het uit te keren bedrag aan te geven. Voorbeelden van Openeindefinanciering zijn de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), de participatiewet en de Jeugdwet. Tegenover de te verwachten uitgaven aan Participatiewetuitkeringen en Jeugdwet is een gelijk bedrag als rijksbijdrage geraamd. Evenals vorige jaren is dus sprake van een budgettair neutrale raming. Tevens bestaat er nog een Reserve Sociaal Domein.

WWB

Er is een nieuw verdeelmodel voor de rijksbijdrage voor de uitkeringen maar hier is in het land nog veel kritiek op en het verdeelmodel wordt nog aangepast. Voor 2018 opnieuw uitgegaan van een budgettair neutrale raming. Als blijkt dat de rijksbijdrage uiteindelijk lager uitvalt dan de te verstrekken uitkeringen, kan onder voorwaarden een aanvullende uitkering worden aangevraagd, waarbij het wel zo is dat in ieder geval 5% van de rijksuitkering voor rekening van de gemeente blijft. Als er een aanvullende uitkering wordt toegekend dan bedraagt deze de helft van het tekort tussen de 5 en 10% en het tekort boven de 10% wordt dan helemaal vergoed. Om een aanvullende uitkering te verkrijgen die te zijner tijd een verbeterplan ingeleverd te worden. Een tekort moet ten laste gebracht worden gebracht van de lopende exploitatie. Via de tussenrapportages worden eventuele afwijkingen aangegeven.

Participatiewet

De Participatiewet is ingegaan op 1 januari 2015. Met de Participatiewet wil het kabinet bereiken dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk gaan (participeren). De Wajong is alleen nog maar toegankelijk voor volledig arbeidsongeschikten. De instroom in de Wet sociale werkvoorziening (WSW) stopt en er wordt een korting op de rijksbijdrage ingevoerd over een periode van zes jaar voor de huidige WSW-werknemers. De gemeente krijgt door de wijzigingen in de Wajong en de WSW een nieuwe doelgroep waarbij meer middelen ingezet moeten worden dan bij de huidige doelgroep zoals beschut werken, loonkostensubsidies, begeleidingskosten, job coaches en no riskpolissen. In relatie tot de korting op het participatiebudget brengen deze wijzigingen financiële risico’s met zich mee. De instroom vanuit de nieuwe doelgroepen blijft beperkt, met name de doelgroep “Beschut”, waardoor de risico’s vooralsnog ook beperkt zijn. De afbouw van de WSW brengt ook risico’s met zich mee omdat dit gevolgen heeft voor het functioneren van de GR en de Inclusief Groep. Voor 2018 zijn deze gevolgen nog beperkt en de Inclusief Groep heeft voldoende reserves om de eerste jaren deze risico’s op te vangen.

Jeugdwet

Met het inwerkingtreden van de Jeugdwet in 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Het Centrum voor Jeugd en Gezin vormt de toegang voor de niet vrij-toegankelijke jeugdhulp. Naast het Centrum voor Jeugd en Gezin kunnen ook huisartsen, medisch specialisten en de rechter in geval van jeugdbescherming en jeugdreclassering verwijzen naar niet vrij toegankelijke jeugdhulp. Ongeveer 50% van alle verwijzingen loopt via een huisarts, met name de verwijzingen naar JGGZ. Op deze trajecten heeft de gemeente niet direct invloed. Door het creëren van een hoogwaardige toegang hopen we dat het percentage verwijzingen dat via het CJG loopt te verhogen en het percentage verwijzingen dat via de huisartsen loopt te verlagen en zo het beroep op zwaardere jeugdhulp te laten afnemen.

De uitgaven voor jeugdzorg laten de laatste tijd een aanmerkelijke groei zien. Dit is een landelijke ontwikkeling. Er is sprake van sterke toename van complexiteit en behandeltijd en een toename van het aantal cliënten. Toename is met name te zien bij LVB, landelijke zorg en  bovenregionale zorg. Op dit moment constateren we een regionale ontwikkeling waarbij het budget dat door het rijk beschikbaar wordt gesteld flink zal worden overschreden.

Daarnaast hebben we te maken met een bezuinigingstaakstelling sinds het inwerking treden van de Jeugdwet. De transformatieslag die hiervoor gemaakt moet worden neemt meerdere jaren in beslag. Beoogde effecten (afname van problematiek en van jeugdhulpkosten) zullen daarom naar verwachting pas na een aantal jaren zichtbaar worden.

tabel  risico's sociaal domein

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

WWB

S

10%

300.000

30.000

WMO

S

10%

100.000

10.000

Participatiewet

S

50%

50.000

25.000

Jeugdwet

S

70%

1.300.000

910.000

Totaal risico's sociaal domein

   

 

975.000

 

 

 

 

 

 

h. Reguliere risico’s

Btw-compensatiefonds

Per 1 januari 2003 is het btw-compensatiefonds ingevoerd. Uit het fonds krijgen gemeenten de betaalde btw op nota’s van derden gecompenseerd met uitzondering van de btw die wordt betaald over onderwijsuitgaven en de btw die samenhangt met de subsidiëring van derden. Tegenover deze lagere lasten voor de gemeente staat een uitnamen uit het Gemeentefonds. Dit houdt in dat de invoering van het btw-compensatiefonds voor de gemeenten gezamenlijk geen voordeel heeft. Voor een individuele gemeente kan de invoering van het btw-compensatiefonds echter wel gevolgen hebben. Gezien de duur van het btw-compensatiefonds, worden op dit moment geen financiële gevolgen verwacht.

Vennootschapsbelasting

Vanaf 2016 moeten de gemeenten vennootschapsbelasting betalen over de winsten die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. Wat dit voor financieel gevolg heeft voor onze gemeente is naar verwachting gering. Voor de uitoefening van haar publieke taak levert de vennootschapsbelasting geen risico op.

Tegenvallende subsidieverwachtingen

Een risico dat er gelopen wordt, is dat projecten of activiteiten worden uitgevoerd die (deels) gedekt worden door subsidies vanuit de Provinicie. Wanneer achteraf blijkt dat er niet voldaan wordt aan de subsidievoorwaarden, ontstaat het risico van een dekkingstekort.Tot op heden is steeds voldaan aan de subsidievoorwaarden. Voor de bepaling van het weerstandsvermogen wordt daarom het risico op vooralsnog op nihil gesteld.

Gemeentelijke gebouwen

De gemeente heeft verschillende gebouwen in eigendom. Er worden daarbij verschillende risico’s gelopen. De belangrijkste risico’s zijn: asbest, legionellabesmetting, brandveiligheid, veilig werken op daken en wateraccumulatie. De risico’s worden per gebouw geïnventariseerd en in kaart gebracht. Op het gebied van asbest worden de grootste risico’s gelopen. Van de meeste gemeentelijke gebouwen is de asbestsanering uitgevoerd. Van enkele gemeentelijke woningen en kleine objecten moeten de inventarisaties nog plaatsvinden.

tabel reguliere risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Btw compensatiefonds

I

0%

0

0

Vennootschapsbelasting

I

10%

150.000

15.000

Tegenvallende subsidieverwachtingen

I

0%

0

0

Asbestsanering schoolgebouwen

I

0%

0

0

Gemeentelijke gebouwen

I

10%

20.000

2.000

Totaal reguliere risico's

   

 

17.000

 

 

 

 

 

 

Beheersing van risico’s

Voor elk risico moet een keuze gemaakt worden uit de volgende maatregelen:

  • Vermijden: Het beleid waar een risico door ontstaat, wordt beëindigd. Op een andere manier wordt vormgegeven of wordt geen beleid gestart dat een risico met zich meebrengt.
  • Verminderen: Het risico afdekken via een verzekering, een voorziening of een ander budget in de begroting; de gevolgen van een risico worden beperkt.
  • Overdragen: Dit kan door het beleid dat een risico met zich meebrengt, te laten uitvoeren door een andere betrokken partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt.
  • Accepteren: Risico’s kunnen ook bewust genomen worden. Als een risico niet wordt vermeden, verminderd of overgedragen, wordt een risico geaccepteerd en moet de eventuele financiële schade volledig via de weerstandscapaciteit worden

Financiële vertaling van de risico’s

Voor vrijwel alle financiële risico’s die zijn te voorzien en kwantificeerbaar zijn, zijn toereikende voorzieningen of bestemmingsreserves gevormd. Van de risico’s die van materiële betekenis en niet goed te kwantificeren zijn, is een financiële vertaling gemaakt zodat deze risico’s meegenomen worden bij het bepalen van het weerstandsvermogen. Van onderstaande risico’s is de kans van optreden uitgedrukt in een percentage. Het reële financiële gevolg wordt berekend door dit percentage te vermenigvuldigen met het financiële gevolg.

 

Tabel totalen incidentele en structurele risico's

     

Risico

 

 

 

Reëel financieel gevolg

Structurele risico's:

 

 

 

 

Financiële risico's

     

0

Personele risico's

     

35.000

Sociaal domein

     

975.000

Totaal structureel

     

1.010.000

 

     

 

Incidentele risico's

     

 

Juridische risico's

     

20.250

Financiële risico's

     

150.000

Personele risico's

     

35.000

Grondexploitaties

     

5.761.500

Milieu en bodemverontreiniging

     

30.000

Verbonden partijen

     

1.242.499

Reguliere risico's

     

17.000

Totaal incidenteel

     

7.256.249

 

     

 

Totaal  risico's

     

8.266.249

 

 

 

 

 

 

Beoordeling weerstandsvermogen

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie gelegd worden tussen de hierboven genoemde financieel vertaalde risico’s en de eerder genoemde beschikbare weerstandscapaciteit. Dit wordt uitgedrukt in een ratio. De berekeningswijze van de ratio weerstandsvermogen is als volgt:

Ratio weerstandsvermogen:      Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit

Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt gebruikt gemaakt van onderstaande waarderingstabel:

Ratio

Betekenis

< 2,0

Uitstekend

1,4 tot 2,0

Ruim voldoende

1,0 tot 1,4

Voldoende

0,8 tot 1,0

Matig

0,6 tot 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

Kwantificering van de incidentele risico’s in tijd en geld, waarvoor de gemeente geplaatst zou kunnen worden is arbitrair. Geconstateerd kan worden dat het incidentele weerstandsvermogen onvoldoende. Daartegenover is het structurele weerstandsvermogen ruim voldoende. In onderstaande tabel is de structurele en incidentele weerstandscapaciteit versus de structurele en incidentele risico’s, weergegeven.

 

ratio weerstandsvermogen

 

12.279.026 / 8.183.049

 =

1,5

 

Met een uitkomst van het ratio weerstandsvermogen van 1,5 (niet afgerond 1,501) kan worden geconcludeerd worden dat het totale weerstandsvermogen als ruim voldoende kan worden aangemerkt.

Tabel totaal incidenteel en structureel weerstandsvermogen

   

 

 

weerstands capaciteit

Risico's

weerstands vermogen

 

     

 

Incidenteel

 

9.295.258

7.164.049

2.131.209

 

     

 

Structureel

 

2.983.768

1.019.000

1.964.768

 

     

 

Totaal

 

12.279.026

8.183.049

4.095.977

 

Toekomstige ontwikkelingen

De prognose van de risico’s voor de komende jaren voor de gemeente Nunspeet is als volgt:

De verwachting is dat de totale weerstandscapaciteit voldoende zal zijn voor de financiële gevolgen van de risico’s.

Grondexploitatie en strategische aankopen

In de komende jaren worden de volgende projecten verder ontwikkeld / afgerond: het bedrijventerrein De Kolk, rondweg Oost en het plan Molenbeek fase 1 & 2. Daar tegenover staat de gevormde reserve grondexploitatie waarmee in de berekening van het weerstandsvermogen geen rekening is gehouden. Het saldo van deze reserve bedraagt per 1 januari 2018 € 2,5 miljoen.

Ook zien we dat de decentralisatie gepaard is gegaan met een bezuinigingstaakstelling, terwijl organisaties en gemeenten onvoldoende tijd hebben gehad om de daarvoor noodzakelijke transformatieslag te kunnen maken. Beoogde effecten (afname van problematiek en van jeugdhulpkosten) worden langzaam zichtbaar. Zo wordt nu fors geïnvesteerd in de toegang tot jeugdhulp (Stichting Jeugd Noord-Veluwe), terwijl het beroep op zwaardere hulp nog onvoldoende afneemt.

Tabel prognose meerjarige incidentele en structurele risico's

     

Risico

 

financieel gevolg

 

 

2018

2019

2020

2021

Structurele risico's

       

 

Financiële risico's

 

0

9.000

9.000

9.000

Personele risico's

 

35.000

35.000

35.000

35.000

Sociaal domein

 

975.000

425.000

425.000

425.000

 

       

 

Totaal structurele risico's

 

1.010.000

469.000

469.000

469.000

 

       

 

Incidentele risico's

       

 

Juridische risico's

 

20.250

36.000

36.000

36.000

Financiële risico's

 

150.000

159.000

159.000

159.000

Personele risico's

 

35.000

35.000

35.000

35.000

Grondexploitaties

 

5.761.500

5.660.300

5.660.300

5.660.300

Milieu en bodemverontreiniging

 

30.000

30.000

30.000

30.000

Verbonden partijen

 

1.242.499

1.242.499

1.242.499

1.242.499

Reguliere risico's

 

17.000

17.000

17.000

17.000

Totaal incidenteel

       

 

 

       

 

Totaal  risico's verbonden partijen

 

7.256.249

7.179.799

7.179.799

7.179.799

 

       

 

Totaal reëel financieel gevolg

 

8.266.249

7.648.799

7.648.799

7.648.799

 

 

 

 

 

 

Financiële kengetallen

Ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) worden in deze paragraaf kengetallen opgenomen die inzicht geven in de financiële positie van onze gemeente.

De volgende financiële kengetallen worden hieronder weergegeven:

  • Netto schuld quote (bezittingen / schulden)
  • Solvabiliteitsratio (eigen vermogen / vreemd vermogen)
  • Kengetal grondexploitatie (boekwaarde in-/nog niet in exploitatie gebruik genomen gronden / totale baten voor bestemming)
  • Structurele exploitatieruimte ((structurele baten – structurele lasten) / totale baten voor bestemming)
  • Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden.

Begroting jaar 2018

Verloop van de kengetallen

Kengetallen:

jaarrek 2016

begr. 2017

begr. 2018

Netto schuldquote

33,4%

39,9%

38,0%

Netto schuldquote gecorr.voor verstrekte leningen

29,7%

39,1%

38,0%

Solvabiliteitsratiorisico

61,1%

58,2%

59,0%

Structurele exploitatieruimte

4,1%

1,2%

-3,6%

Grondexploitatie

50,3%

56,7%

39,7%

Belastingcapaciteit

          563,22

              572,10

               577,82

 

Toelichting kengetallen

Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Voor Gemeente Nunspeet ligt dit rond de 38%. Een percentage boven de 100% geeft aan dat de schuldenlast hoger is dan de baten, waardoor het voldoen aan de betalingsverplichtingen een probleem kan worden.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

Met deze berekening wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Voor onze gemeente wijkt dit percentage in 2018 niet veel af van de netto schuldquote. Ofwel het aandeel van de verstrekte leningen is klein.

Solvabiliteitsratio

Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen. Wanneer dit percentage onder de 50% komt is het aandeel van eigen vermogen in het balanstotaal minder dan de helft. Dit kan een signaal zijn dat het moelijker wordt om aan de verplichtingen te voldoen. Het percentage voor onze gemeente komt uit op 59%.

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte onze gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Het percentage bedraagt voor onze gemeente -3,6%. De conclusie is dat er op dit moment geen structurele ruimte is voor extra structurele lasten.

Grondexploitatie

Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. Het percentage neemt de komende jaren waarschijnlijk verder toe door de ontwikkeling van industrieterrein de Kolk en Molenbeek. Hoe hoger het percentage, hoe groter het risico. Voor volgend jaar wordt een percentage van 39,7% verwacht. Dit is niet verontrustend. Wanneer dit percentage boven de 100% uit komt, kan er aanleiding zijn om maatregelen te nemen.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De totale woonlasten voor een gemiddeld gezin bij een gemiddelde woz waarde in Nunspeet bedraagt voor 2017 € 572,10. Het landelijk gemiddelde bedraagt € 745,54. Het tarief voor 2018 is nog niet bekend maar de verwachting is, dat het iets hoger ligt. Wel zal het lager zijn dan het landelijk gemiddelde.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

De gemeente Nunspeet is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 12.500 ha) en een groot deel hiervan is bij de gemeente als openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten vinden plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, openbaar groen, gebouwen en bossen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten.

Het beleid van de gemeente Nunspeet voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is onder meer opgenomen in de nota’s:

  • ‘Afvalwaterketenplan Nunspeet-Elburg’(2013-2020);
  • ‘Beleids- en beheerplan wegen’ (2014-2018);
  • ‘Beleids- en beheerplan gemeentelijke gebouwen’ (2014-2017);
  • ‘Beleidsplan openbare verlichting’ (2011-2020);
  • ‘Bestemming en beheer van de bossen gemeente Nunspeet’;
  • ‘Landschapsontwikkelingsplan’ (2007-2014);
  • ‘Groenbeleid- en beheerplan’ (2011-2017);
  • ‘Beheerplan heideterreinen gemeente Nunspeet’ (2011-2021).

Waterbeheer

Het Afvalwaterketenplan is het resultaat van een planproces met de gemeente Elburg en het waterschap Vallei&Veluwe en omvat o.a. de aan de riolering te stellen doelen, de maatregelen om deze doelen te bereiken en de daarvoor in te zetten middelen. Het Afvalwaterketenplan is opgesteld voor de periode 2013-2020 met een evaluatie in 2017. Het onderhoud en het doen van nieuwe investeringen alsmede de verbetermaatregelen worden overeenkomstig de kaders van het Afvalwaterketenplan uitgevoerd.

Onderhoudsbudget rioleringen

Voor het onderhoud/overige werkzaamheden aan rioleringen is binnen de begroting 2018 een budget beschikbaar van € 593.000,--.

Wegenbeheer

In 2014 is een geactualiseerd beleids- en beheerplan wegen opgesteld voor de periode 2014-2018. In het plan wordt onder meer aangegeven dat het gemiddelde onderhoudsniveau in de gemeente Nunspeet redelijk tot goed te noemen is. Om dit niveau te handhaven dan wel te verbeteren is een aanzienlijke onderhoudsbudget, voor met name grootonderhoud asfaltverhardingen, nodig. De financiële gevolgen van het Wegenplan zijn vanaf 2015 verwerkt in de begroting.

Tweejaarlijks worden de wegen door derden geïnspecteerd om een zuiver beeld te krijgen van de staat van onderhoud. De andere jaren vindt inspectie plaats door eigen medewerkers. De inspectiegegevens worden telkens toegevoegd aan het wegenbeheerssysteem en op basis daarvan worden uitvoeringsmaatregelen voorgesteld. De uitvoeringsmaatregelen worden getoetst aan de praktijk (kan onderhoud van een weg nog worden uitgesteld ten gunste van een andere weg?) en op basis van deze toets wordt het noodzakelijke onderhoud uitgevoerd. Op deze wijze wordt dus niet puur theoretisch onderhoud gepland maar op een efficiënte wijze gewerkt.

Onderhoudsbudget wegen

Voor het onderhoud aan wegen is binnen de begroting 2018 een budget beschikbaar van € 1.197.000 ,-- Dit budget is inclusief structurele verhoging uit de meerjarenbegroting en de coalitieonderhandelingen.

Openbaar groen

Het onderhoud van het openbaar groen wordt zowel door derden als in eigen beheer uitgevoerd. De door derden uit te voeren werken zijn opgenomen in vijf onderhoudsbestekken. Het huidige onderhoudsniveau is, gelet op het beschikbare budget, redelijk tot goed.

Voor het beheer in de buitengebieden is een Landschapsontwikkelingsplan (LOP 2006-2014) opgesteld dat in de raad van maart 2006 is vastgesteld. In juni 2006 is ook het Uitvoeringsprogramma LOP door de raad vastgesteld. De uitvoering van het programma is een doorlopend proces waarvan de financiële consequenties zijn verwerkt in de programmabegroting. In het collegeprogramma 2014-2018 is geen nieuw Landschapsontwikkelingsplan opgenomen.

Openbare verlichting

Het Beleidsplan openbare verlichting (2011-2020) is in 2011 door de raad vastgesteld. Het vervangingsschema maakt hier deel van uit en geeft aan welke vervanging er in een bepaald jaar moet plaatsvinden. De gemeente Nunspeet telt momenteel ruim 4.600 lichtmasten van diverse typen, kwaliteit en leeftijd.

Afhankelijk van de wegfunctie wordt gekozen voor een verlichtingsniveau gerelateerd aan minimaal de normen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Deze richtlijnen worden door de meeste gemeenten en nutsbedrijven gehanteerd. Het vervangen van verouderde armaturen en lichtmasten wordt de komende jaren verder voortgezet. In het Beleidsplan openbare verlichting is in het kader van energie- en onderhoudskostenbesparing een zo neutraal mogelijk lichtniveau aangehouden met gebruikmaking van de meest efficiënte verlichtingsmiddelen. Hierbij worden verkeersveiligheid, openbare orde, sociale beleving en de woon- en leefbaarheid gewaarborgd. In het kader van de financiële heroverwegingen is rekening gehouden met de verwachte besparingen door gebruik van duurzame producten. Vanaf 2014 wordt rekening gehouden met een structurele energiebesparing van € 10.000,--. De komende jaren wordt ingestoken op de vervanging van oudere armaturen door energiezuinige led-armaturen.

Onderhoudsbudget openbare verlichting

Voor het onderhoud aan straatverlichting is binnen de begroting 2018 een budget beschikbaar van € 87.600,--.

Bossen en natuurterreinen

De gemeente Nunspeet heeft een groot areaal aan bos- en natuurterreinen (circa 3200 ha) en het beheer en onderhoud ervan vergt een grote inspanning. Sinds 2002 is voor het bosbeheer het FSC-certificaat (Forest Stewardship Council) verkregen. De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de voorwaarden hieruit uitgevoerd. In 2011 is het Beheerplan heideterreinen 2011-2021 vastgesteld.

Jaarlijks wordt circa 5000 m3 hout uit de gemeentelijke bossen middels aanbesteding verkocht aan houthandelaren die zelf zorg dragen voor het oogsten en verwijderen van dit hout.

Gebouwen

In 2014 is het Beleids- en beheerplan gemeentelijke gebouwen door de raad vastgesteld. Een onderdeel hiervan is het meerjarenonderhoudsplan dat jaarlijks wordt bijgesteld en de basis vormt voor het bepalen van de onderhoudsbudgetten. Naast adequaat onderhoud is het aspect veiligheid van groot belang. Veiligheid is een blijvend punt van aandacht. In de komende tijd wordt ingezet (uit financiële motieven en ter reducering van de milieubelasting) om de energieverbruiken verder omlaag te brengen door het uitvoeren van energiebesparende maatregelen.

Paragraaf Financiering

Algemeen

De financieringsparagraaf is samen met het financieringsstatuut (treasurystatuut) een belangrijk instrument voor het transparant maken van het treasurybeheer. De treasuryfunctie houdt in dat de geldstromen van en naar de gemeente zo optimaal mogelijk op elkaar worden afgestemd, met als resultaat dat de rentelasten zo laag mogelijk of de rentebaten zo hoog mogelijk zijn.

In het financieringsstatuut van de gemeente Nunspeet dat op 17 februari 2015 is vastgesteld, zijn de uitgangspunten, de doelstellingen en de beleidsmatige en organisatorische kaders (inclusief toezicht op de uitvoering van treasury) bepaald. De voor de gemeente Nunspeet relevante uitvoeringsregels zijn hierin opgenomen.

De financierings- en beleggingsactiviteiten van de gemeente Nunspeet vinden plaats binnen het formele kader van het financieringsstatuut en de financiële verordening van de gemeente Nunspeet. De uitvoering van het treasurybeleid vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf van de begroting en het jaarverslag. In de begroting komen de concrete beleidsplannen aan de orde. In het jaarverslag gaat het om de realisatie van de plannen en om een verschillenanalyse tussen de plannen en de uitkomsten.

Schatkistbankieren

Sinds eind 2013 is het schatkistbankieren voor de gemeente van toepassing. Het heeft een wettelijke basis in de wet Financiering decentrale overheden (Wet FIDO) en betekent dat decentrale overheden hun liquide middelen aanhouden bij ’s Rijks schatkist. Dit moet leiden tot een verminderde externe financieringsbehoefte van het Rijk met als gevolg een lagere staatsschuld en een lagere EMU schuld van de collectieve sector. Voor de aan te houden middelen in ’s Rijks schatkist is een drempel van toepassing die is vastgesteld op 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000,-- en een maximum van € 2.500.000,--. Het schatkistbankieren kan voor de gemeente een negatieve uitwerking hebben op de rendementsverwachting. De hoogte van het negatieve effect is afhankelijk van de afwijking tussen de door het Rijk gehanteerde rentepercentages en de percentages van marktconforme partijen. Uitzettingen (verstrekken van leningen) uit hoofde van de publieke taak blijven mogelijk. Ook het onderling lenen tussen decentrale overheden biedt wellicht mogelijkheden voor een hoger rendement. Voorwaarde hierbij is dat er geen toezichtrelatie mag zijn tussen de betrokken decentrale overheden.

Risicobeheer

Het treasurybeleid van onze gemeente is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico's zo goed mogelijk worden beheerst. Het tot nu toe gehanteerde beleid bij de gemeente is dat het eigen vermogen volledig wordt ingezet als intern financieringsmiddel en niet wordt belegd. Ook wordt geen gebruik gemaakt van rente-instrumenten. Dit beleid wordt in 2018 voortgezet. Binnen de in het financieringsstatuut opgenomen randvoorwaarden worden eventuele tijdelijke financieringsoverschotten of -tekorten tegen gunstige rentepercentages uitgezet of aangetrokken. Tijdelijke overschotten aan liquide middelen worden uit oogpunt van een optimaal liquiditeitsbeheer in deposito uitgezet.

Rentebeleid (renterisico's)

Toerekening rente aan investeringen

Onze gemeente streeft naar een evenwichtige samenstelling van de balans. Er wordt in een aantal gevallen gewerkt met een vast rentepercentage voor de toerekening van de rentelasten aan investeringen (bijvoorbeeld rioleringsinvesteringen). Dit rentepercentage blijft gedurende de hele levensduur van de investering aan deze investering gekoppeld.

Op begrotingsbasis wordt aan de grondexploitaties geen rente toegerekend. Uitganspunt hierbij is dat de verschillende exploitaties budgettair neutraal verlopen.

Daarnaast maken wij voor de aan de taakvelden toe te rekenen rente gebruik van de zogenoemde ‘renteomslag’. Deze methodiek van rentetoerekening wordt ook in 2018 als voorgenomen beleid uitgevoerd. In onderstaand schema wordt weergegeven hoe de rentetoerekening plaats vindt.

Rentetoerekening

Vanaf het begrotingsjaar 2017 is een BBV wijziging voor de rentetoerekening en renteberekening van toepassing. Een belangrijk onderdeel van deze wijziging betreft de renteberekening over het eigen vermogen en de grondexploitatie. De commissie BBV adviseert vanwege het inzicht, de eenvoud en transparantie geen rentevergoeding over het eigen vermogen te berekenen. Voor de grondexploitatie moet gebruik worden gemaakt van een gewogen gemiddeld rentepercentage.

Een ander onderdeel betreft de verantwoording van de rentelasten op één centraal taakveld Treasury. Wel mag vanuit dit taakveld rente (kapitaallast) worden doorbelast naar andere taakvelden voor de activa behorend tot deze taakvelden. 

Met deze aanbeveling van de commissie BBV wordt echter met ingang van 2017 geen rente meer berekend over het eigen vermogen. Om te voorkomen dat deze reserves onvoldoende dekking bieden aan het doel waarvoor ze dienen worden ze gecompenseerd met een inflatiecorrectie van 1 %. Voor 2018 wordt deze correctie geraamd  op een bedrag van ruim €  70.000,--.

 

RENTESCHEMA

 

 

 

 

 

 

a.

Externe rentelasten korte en lange financiering

 

600.266

b.

Externe rentebaten

 

0

 

 

 

 

c.

Totaal door te berekenen externe rente

 

600.266

 

Rente die aan de Grondexploitatie moet worden doorberekend

nvt

 

 

Rente projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

nvt 

 

 

 

 

0

 

 

 

 

d1.

Saldo door te rekenen externe rente

 

600.266

 

Rente over het eigen vermogen

 

0

d2.

Rente voorzieningen( waardering op contante waarde)

19.047

 

(voorziening pens.aanspr. weth. 1.904.662 * 1,00%)

 

 

 

 

 

 

 

De aan taakvelden toe te rekenen rente

 

619.313

 

 

 

 

e.

De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente

 

-786.171

 

(incl. overhead)

 

 

 

 

 

 

f.

renteresultaat taakveld Treasury

 

-166.858

Financieringspositie

De financieringspositie per 1 januari 2018 geeft een begroot financieringstekort van bijna € 1,2   miljoen. Opgemerkt moet worden dat hierbij de middelen van ruim € 23,4 miljoen uit de reserve verkoopopbrengst NUON-aandelen buiten beschouwing zijn gelaten. Dit vanwege het feit dat het rendement op deze middelen dient ter compensatie van de weggevallen dividendopbrengsten. In het algemeen wordt geprobeerd een financieringstekort tijdelijk aan te vullen door het aantrekken van kort geld. Dit is niet altijd toegestaan in verband met de zogenoemde kasgeldlimiet.

 

Op grond van de Wet Fido is de gemeente verplicht per kwartaal de gemiddelde netto vlottende schuld te berekenen. Als deze gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de drie kwartaalrapportages toezenden aan de toezichthouder, vergezeld van een plan om weer aan de kasgeldlimiet te voldoen.

 

De werkelijke financieringspositie en de daarbij behorende financieringsbehoefte zijn, ondanks de periodieke berekening van de liquiditeitspositie, veelal moeilijk in te schatten. Dit heeft onder andere te maken met de voortgang van de uitvoering van diverse projecten en de daaruit voortvloeiende investeringen. Ook uitgaven als gevolg van de in exploitatie zijnde bestemmingsplannen spelen hierbij een belangrijke rol. Bij de grondexploitatie moet overigens enerzijds rekening worden gehouden met het aankopen van grond, de kosten van bouw- en woonrijp maken en anderzijds met de verkoop van grond.

Financieringspositie

De financieringspositie per 1 januari 2018 geeft een begroot financieringstekort van bijna € 1,2   miljoen. Opgemerkt moet worden dat hierbij de middelen van ruim € 23,4 miljoen uit de reserve verkoopopbrengst NUON-aandelen buiten beschouwing zijn gelaten. Dit vanwege het feit dat het rendement op deze middelen dient ter compensatie van de weggevallen dividendopbrengsten. In het algemeen wordt geprobeerd een financieringstekort tijdelijk aan te vullen door het aantrekken van kort geld. Dit is niet altijd toegestaan in verband met de zogenoemde kasgeldlimiet.

Op grond van de Wet Fido is de gemeente verplicht per kwartaal de gemiddelde netto vlottende schuld te berekenen. Als deze gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de drie kwartaalrapportages toezenden aan de toezichthouder, vergezeld van een plan om weer aan de kasgeldlimiet te voldoen.

De werkelijke financieringspositie en de daarbij behorende financieringsbehoefte zijn, ondanks de periodieke berekening van de liquiditeitspositie, veelal moeilijk in te schatten. Dit heeft onder andere te maken met de voortgang van de uitvoering van diverse projecten en de daaruit voortvloeiende investeringen. Ook uitgaven als gevolg van de in exploitatie zijnde bestemmingsplannen spelen hierbij een belangrijke rol. Bij de grondexploitatie moet overigens enerzijds rekening worden gehouden met het aankopen van grond, de kosten van bouw- en woonrijp maken en anderzijds met de verkoop van grond.

Liquiditeitspositie

Door een goed beheer van de dagelijkse saldi wordt gestreefd naar een optimaal rendement en wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie steeds voldoende is om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Het betalingsverkeer verloopt daarbij voornamelijk via onze huisbankier de BNG.

Bij het optimaliseren van het renteresultaat kunnen voor het aantrekken of uitzetten van geld als gevolg van de liquiditeitspositie in overeenstemming met het financieringsstatuut en de regelgeving voor het schatkistbankieren meerdere partijen benaderd worden voor offertes. Aan de hand van deze offertes wordt een keuze gemaakt.

Als de rentepercentages van kort geld aanzienlijk lager liggen dan die van langlopende leningen, wordt zo veel mogelijk met kort geld gefinancierd. Voor zover dit mogelijk is binnen het wettelijk kader van de kasgeldlimiet en de voorwaarden waaronder de rekening-courantovereenkomst met de huisbankier dit toestaat.

Leningenportefeuille

De omvang van de in het begrotingsjaar aan te trekken geldleningen hangt mede af van de te ramen investeringen. Dit wordt in de programmabegroting bepaald aan de hand van bijlage B Overzicht investeringen en uitgaven per programma.

Voor 2018 wordt het financieringstekort geraamd op bijna € 1,2 miljoen. Dit geraamde tekort is exclusief de geblokkeerde middelen uit de verkoopopbrengst NUON-aandelen. Voor een juiste verhouding in de financiering met kort en lang geld zijn ook langlopende leningen geraamd. Op basis van bovenstaande gegevens wordt de totale stand per 31 december 2018 van de opgenomen langlopende geldleningen geraamd op ruim € 17,3 miljoen.

Geïnvesteerd vermogen/financieringsstructuur

Het geïnvesteerd vermogen wordt per 1 januari en 31 december 2018 respectievelijk geraamd op € 40,1 en € 37,2 miljoen. Het gaat hierbij om de totale boekwaarde van de geactiveerde kapitaaluitgaven. Van het geraamde geïnvesteerde vermogen maken de verstrekte geldleningen aan derden deel uit die geen budgettaire gevolgen voor de gemeente hebben (bijvoorbeeld de verstrekte hypothecaire geldleningen aan het personeel). Het gaat hierbij om een totaalbedrag van € 0,42 miljoen.

Het deel van het geïnvesteerde vermogen dat budgettaire lasten voor de gemeente veroorzaakt, wordt daarom geraamd op € 39,7 miljoen (€ 40,1 miljoen -/- € 0,4 miljoen). Het totaal geïnvesteerd vermogen wordt voor € 18,3 miljoen gefinancierd met vreemd vermogen (opgenomen langlopende geldleningen) en het restant van € 21,8 miljoen met eigen middelen en kortlopende financieringsmiddelen.

Gezien de gemiddelde rentelast van het per 31 december 2018 met vreemd vermogen gefinancierde deel kan worden geconcludeerd dat de geraamde financieringsstructuur en in relatie hiermee ook het weerstandsvermogen van onze gemeente op 1 januari 2018 als redelijk kan worden beoordeeld.

Omslagrente

De berekening van de renterisiconorm is opgenomen in onderstaand overzicht. Uit dit overzicht blijkt dat de gemeente vrijwel geen renterisico loopt. Wanneer de omslagrente lager is dan de marktrente, ontstaat er een risico. Dit is een gevolg van het feit dat hieruit een financieel nadeel voortvloeit voor de begroting. Als het rentepercentage van aan te trekken leningen lager is dan de geraamde omslagrente van 1,00%, blijft het renterisico in de begroting 2018 acceptabel. Verwacht wordt dat de kapitaalmarktrente (lange rente), gezien de verwachte economische ontwikkelingen (zoals economische groei, inflatie) in het komende jaar iets gaat stijgen (BNG-nieuwsbrief  juli 2017). Op grond van deze verwachting is er, naar het zich nu laat aanzien, een beperkt renterisico te verwachten.

De rentegevoeligheid – het renterisico – kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rentelooptijd van één jaar of langer.

Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisiconorm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zo veel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal.

 

Renterisico per 2018 (x € 1.000)

Begroot 2018

Begroot 2019

Begroot 2020

Begroot 2021

1.

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

2.

Te betalen aflossingen

2.436

2.044

2.065

1.981

3.

Renterisico op vaste schuld (1+2)

2.436

2.044

2.065

         1.981

4.

Renterisiconorm

11.865

11.627

11.570

11.484

5.

Ruimte (+)/Overschrijding (-); (4-3)

 

9.429

9.583

9.505

9.503

 

Berekening renterisiconorm

 

 

 

 

4a.

Begrotingstotaal lasten (2018)

59.323

58.135

57.849

57.420

4b.

Percentage

20%

20%

            20%

20%

4.

Renterisiconorm berekend op basis van cijfers 2016 (4ax4b)

11.865

11.627

11.570

11.484

 

Beheer beschikbare liquiditeiten

Kasbeheer

Saldo- en liquiditeitsbeheer

Voor het liquiditeitsbeheer zijn overeenkomsten met de BNG (geïntegreerde dienstverlening) en de Rabobank gesloten. Hierdoor kunnen tekorten aan middelen op een voordelige wijze worden geleend en kan de gemeente tegen voordelige voorwaarden snel over voldoende middelen beschikken. Daarnaast is van belang dat het Rijk alle financiële transacties met de gemeente verrekend bij de BNG (dit geldt overigens voor alle gemeenten). Als gevolg van de invoering van het schatkistbankieren is het eventueel uitzetten van overtollige liquide middelen niet meer bij commerciële banken toegestaan, maar alleen bij ’s Rijks schatkist of andere lokale overheden waarbij geen toezicht relatie bestaat.

Geldstromenbeheer

Voor een optimaal beheer van de geldstromen is een goede liquiditeitsprognose onontbeerlijk. Dit brengt een inspanningsverplichting voor de totale organisatie met zich mee. Een continu bijstellen van de liquiditeitsprognose, met als basis de planning van de investeringen is daarbij van groot belang. Het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjareninvesteringsplanning waardoor de financieringskosten hoger kunnen uitvallen dan geraamd, vergt de nodige inspanning. Het verkrijgen van betrouwbare informatie is hierbij cruciaal. Ook het aanscherpen van het debiteurenbeheer en de invordering van belastingen speelt hier een belangrijke rol. Het niet nakomen van betalingsverplichtingen heeft invorderingsmaatregelen tot gevolg. In eerste fase een aanmaning en in tweede fase (dwang)invordering, door gebruik te maken van een (gerechts)deurwaarder.

Duurzame toegang tot financiële markten

Een gemeente heeft als overheidsinstelling een zogenoemde AAA-rating. Dit houdt in dat een gemeente door geldverstrekkers als zeer kredietwaardig wordt beschouwd. Als gevolg hiervan is de toegang tot financiële markten gegarandeerd en kan een gemeente tegen voordelige voorwaarden lenen. Bovendien heeft de gemeente Nunspeet door de overeenkomsten met de banken een zeer snelle toegang tot de financiële markten. Overigens worden bij het aantrekken van leningen offertes gevraagd bij diverse geldverstrekkers.

Leningenportefeuille

Onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen.

De mutaties als gevolg van nieuwe leningen, aflossingen en rente zijn:

 

Mutaties in leningenportefeuille

Bedrag in € 1.000,--

Gemiddelde rente

Stand per 1 januari 2018

18.253

3,46%

Nieuwe leningen

1.500

 

Reguliere aflossingen

-2.436

 

Vervroegde aflossingen

0

 

Stand per 31 december 2018

17.317

 

Voor de komende jaren moeten, gezien de investeringen volgens het overzicht ‘investeringen en uitgaven per product’, nog een aantal geldleningen worden aangetrokken. Gelet op de huidige rentestanden en de overheidsbemoeienis betreffende de rentepercentages zal de rentelast nagenoeg niet stijgen.

Organisatie

In het Financieringsstatuut en de financiële verordening is opgenomen welke personen bevoegd zijn tot het aantrekken en uitzetten van middelen. In het kader van het gemeentebrede project ‘Risico management’ is de administratieve organisatie van de treasuryfunctie beschreven.

Gemeentefinanciering

De financiering van de gemeentelijke activiteiten is de verantwoordelijkheid van de afdeling Financiën. Hierbij wordt de gemeente als een geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit kunnen worden ingezet voor het financieren van een andere activiteit. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Op deze wijze worden de rentekosten beperkt. Projectfinanciering wordt in principe niet toegepast.

Voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – is de zogenoemde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door een door het ministerie van Financiën vastgesteld percentage (voor 2018 e.v. 8,5%) vermenigvuldigd met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Per kwartaal wordt de gemiddelde liquiditeitspositie bepaald en getoetst aan de kasgeldlimiet. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de drie kwartaalrapportages toezenden aan de provincie als toezichthouder, vergezeld van een plan om weer aan de kasgeldlimiet te voldoen. Voor het begrotingsjaar 2018 bedraagt de berekende kasgeldlimiet € 5.042.000,--.

Onderstaand wordt de berekening van de begrote kasgeldlimiet voor de jaren 2018 tot en met 2021 weergegeven.

 

 

 

 

 

 

Kasgeldlimiet 2018 (x € 1.000)

 

2018

2019

2020

2021

 

 

 

 

 

 

 

 

Begrotingstotaal

59.323

58.135

57.849

57.420

Begrotingsomvang 1 januari (is grondslag)

 

 

 

 

Toegestaan kasgeldlimiet

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

Kasgeldlimiet in bedrag

5.042

4.941

4.917

4.881

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

Nadat de gemeenteraad in de programmabegroting en beleidsnotities heeft bepaald wat de gewenste maatschappelijke effecten en doelstellingen van het beleid zijn en welke budgetten daarvoor beschikbaar zijn, neemt het college de uitvoering ter hand. Het geheel van uitvoeringsmaatregelen – inclusief de effectieve en efficiënte inzet van middelen, het hanteren van een systeem van planning & control en de voorbereiding van raadsbesluiten – noemen wij de gemeentelijke bedrijfsvoering.

De bedrijfsvoering is een bevoegdheid en verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders. Toch heeft de wetgever het goed gedacht om in de programmabegroting, het document waarin college en gemeenteraad afspraken maken over het komende jaar, een toelichting op de bedrijfsvoering op te laten nemen.

Organisatieontwikkelingen

In de huidige samenleving zijn onomkeerbare ontwikkelingen waarneembaar die vragen om een andere overheid. Denk aan thema’s zoals participatie, netwerken, flexibiliteit, diversiteit en maatwerk. Ook de gemeente moet een antwoord geven op het ontstaan van een netwerksamenleving, die vraagt om het leggen van verbindingen tussen de belangen en de beschikbare oplossingen bundelt naar het gewenste resultaat. In deze veranderende samenleving ontstaan op participatieve wijze lokale maatwerkoplossingen in wisselende samenwerkingsverbanden.

We willen een professionele, betrouwbare en ambitieuze overheid zijn die meedenkt, transparant werkt en midden in de samenleving staat.

De organisatie visie “Nunspeet in beweging” is gerelateerd aan de vier begrippen: Vakmanschap, Verbinding, Verantwoordelijkheid en Vertrouwen. Het zijn begrippen die bij de andere overheid horen en richting geven aan onze ‘handel en wandel’ de komende jaren. Dit komt tot uiting in het strategische opleidings- en ontwikkelprogramma. Met dit programma geven leidinggevenden, professionals en teams invulling aan de vier V’s. Het programma is bedoeld als aanjager om onze ambities te bereiken, maar is ook de basis voor een nieuwe manier van werken die past bij de veranderende rol van onze gemeente (Overheid 3.0).

Kwaliteitszorg

Het lijnmanagement is verantwoordelijk voor de succesvolle groei van het eigen organisatieonderdeel. Daarnaast is de kwaliteitscoördinator de eerstverantwoordelijke voor de ondersteuning in het door ontwikkelen van de organisatie. Hij zoekt daarbij aansluiting bij landelijke initiatieven die geborgd worden in het in juni 2009 opgerichte Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING), een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waarin het kwaliteitsmanagement voor gemeenten wordt georganiseerd.

Op deze manier kunnen specifieke kennis, capaciteit, en netwerken bijdragen aan de verbetering van het kwaliteitsniveau van de gemeentelijke dienstverlening.

Een van de activiteiten van het KING is het verzamelen van kwalitatief hoogwaardige benchmarkgegevens via www.waarstaatjegemeente.nl. De gemeente Nunspeet neemt actief deel aan dit project. De uitkomsten worden gebruikt bij de beleidsevaluaties en vormen mogelijk een vernieuwingsimpuls voor verdere verbeteringen.

Van onze gemeente wordt verwacht dat we effectief, efficiënt, flexibel, innovatief en vooral klantgericht zijn. Dit betekent onder andere het behalen van concrete resultaten, zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen omgaan, continue oriëntatie op de toekomst, kansen en bedreigingen afwegen.

Daarnaast hebben we te maken met een aantal ontwikkelingen waaronder, regionale samenwerking, digitalisering en de decentralisaties vanuit het rijk. Om de samenhang van de veelheid aan initiatieven gericht op organisatieontwikkeling te managen, wordt gebruik gemaakt van het Overheidsontwikkelmodel. Dit model is zowel een ontwikkelinstrument voor bedrijfsvoering, een meetinstrument voor behaalde resultaten als wel een middel om betrokkenheid te stimuleren. Voor 2018 staan enkele onderzoeken gepland. De resultaten worden gebruikt om verbeteracties op te starten.

Personeel- en organisatiebeleid

Het bestuurs- en managementmodel onderkent dat onze medewerkers het belangrijkste productiemiddel van de gemeente zijn. Binnen de kaders die de gemeenteraad stelt en in opdracht van burgemeester en wethouders ontwikkelen zij het gemeentelijke beleid en leveren ambtenaren de gemeentelijke diensten. De moderne maatschappij en het moderne bestuur vraagt om taakvolwassen vakmensen. Hij/zij is een deskundige sparringpartner voor politiek en bestuur, is een publiek entrepreneur en een netwerker.

De gemeente Nunspeet kiest daarom voor een organisatiebeleid dat daarop is afgestemd. In de samenwerking tussen ambtenaren en college is er respect voor elkaars inbreng, is er ruimte om inhoud te geven aan de eigen verantwoordelijkheden en wordt ingespeeld op de wederzijdse afhankelijk- en duidelijkheid over de grenzen van elkaars handelen. Er is een humanresourcesmanagement (hrm) dat zorgt dat elke individuele bijdrage van een organisatielid leidt tot het behalen van de strategische doelen.

Planning & control

Voor de beheersing en de regie van werkprocessen is een systeem van planning & control nodig. Zoals hierboven al is aangegeven, is in het bestuurs- en managementmodel rekening gehouden met frequent overleg tussen de diverse spelers: collegeleden, directie, afdelingen en directieteams.

Daarnaast kent de organisatie een systeem waarin adviezen aan college en gemeenteraad door (staf)afdelingen, concerncontroller en kwaliteitscoördinator worden getoetst op bijvoorbeeld de juridische en financiële kwaliteit. En in de derde plaats is er de periodieke rapportage van de organisatie aan directie, college en gemeenteraad – uiteraard gestart met de programmabegroting en afgesloten met de programmarekening.

Planning & control is een belangrijk instrument voor een continue verbetering van de bedrijfsvoering. Hierbij moet – naast de instrumentele kant – het accent vooral worden gelegd op de verantwoordelijkheid en gedragskant. Instrumenten zijn belangrijk, maar nog belangrijker is hoe deze gehanteerd worden binnen de organisatie. Planning & control is ook een gezamenlijke mentaliteit: zeggen wat je doet (planning) en doen wat je zegt (control/verantwoording). Daar hoort ook transparantie bij: fouten maken mag, als er maar open over wordt gecommuniceerd en als er maar van wordt geleerd.

Administratieve organisatie en interne controle

Een van de speerpunten voor de bedrijfsvoering is de zogenoemde interne controle als onderdeel van het gemeentelijke risicomanagement. Jaarlijks beziet de externe accountant het zelf controlerend vermogen van de gemeente. De omgeving waarin de gemeente opereert, is continu aan verandering onderhevig en daarom moet ook de interne controle blijven ontwikkelen.

Screening

De afbakening van de interne controle vindt plaats in het interne controleplan. Dit plan bevat een gemeentebrede inventarisatie van processen die voor verbijzonderde interne controle in aanmerking komen, een risicoanalyse van deze processen om de prioritering te kunnen vaststellen, gevolgd door een keuze van processen waarop verbijzonderde interne controle moet plaatsvinden.

Voorbereiding

De voorbereiding vindt plaats aan de hand van het interne controleplan:

  • Per gekozen proces wordt een inventarisatie van de beheersingsrisico’s gemaakt.
  • Per gekozen proces wordt een inventarisatie van de in de organisatie getroffen beheersmaatregelen gemaakt.
  • Per gekozen proces wordt vastgesteld welke beheersmaatregelen getoetst moeten worden door middel van verbijzonderde interne controle.
  • Aan de hand van bovenstaande punten wordt een werkprogramma vastgesteld.

Uitvoering

Uitvoering van de werkzaamheden en het vastleggen ervan in een controleverslag (audittrail).

Met deze werkwijze is het zelfcontrolerend vermogen van de gemeente voorlopig up-to-date gebracht. Aan de hand van conclusies en bevindingen – niet in de laatste plaats naar voren gebracht door de accountant – blijven wij waar nodig de maatregelen ook in de toekomst bijstellen.

Doelmatig- en doeltreffendheidonderzoeken

De effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering vormen een rode draad door het dagelijks bestuur van de gemeente. De middelen zijn beperkt en er is een groot scala aan doelen te behalen. Kritisch doelgericht werken en verspilling voorkomen zijn dan ook aandachtspunten waarvan nagenoeg al het gemeentelijke handelen is doortrokken.

Omdat met beperkte middelen, die bovendien nauwelijks kunnen worden beïnvloed, een heel groot takenpakket moet worden uitgevoerd hebben de gemeenten doelmatig- en doeltreffendheid over het algemeen hoog in het vaandel staan. De wetgever heeft in artikel 213a van de Gemeentewet voorgeschreven dat het college regelmatig onderzoek moet doen naar de doelmatig- en doeltreffendheid van het gevoerde beleid. Ook de manier waarop dat moet gebeuren, wordt ten dele voorgeschreven. Dit blijkt voor gemeenten een forse administratieve lastenverzwaring met zich mee te brengen. Middelgrote en kleinere gemeenten komen in de praktijk niet of nauwelijks toe aan de voorgeschreven onderzoekscyclus. Zij zijn wel degelijk bezig met doelmatig- en doeltreffendheid, maar voldoen formeel niet aan artikel 213a van de Gemeentewet. Daar staat geen sanctie tegenover en overigens wordt een wijziging van de wet verwacht waarbij artikel 213a wordt geschrapt of minder verplichtend gemaakt.

In Nunspeet wordt de toepassing van artikel 213a uitgevoerd door koppeling aan de Kwaliteitszorg en de hoofdlijnenrapportages. Daarnaast komt de doelmatigheid aan de orde in de onderzoeken van de rekenkamercommissie en de accountant.

Informatieveiligheid

Met ingang van 2017 legt het college verantwoording af ten aanzien van de informatieveiligheid op basis van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit systematiek (ENSIA). Het doel van ENSIA is om de verantwoording over Basisregistratie Personen (BRP), Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), Digitale persoonsidentificatie (DigiD), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Gezamenlijke Elektronische Voorzieningen Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (Suwinet) te bundelen in één systematiek dat onder meer uitgaat van de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG). ENSIA sluit aan op de gemeentelijke planning en control cyclus voor informatiebeveiliging. Hierdoor heeft het gemeentebestuur meer overzicht over de informatieveiligheid van de gemeente en kan het bestuur beter sturen en verantwoording afleggen aan de gemeenteraad en andere belanghebbenden.

Voor het jaar 2017 is op rijksniveau de keuze gemaakt in te zoomen op de informatiebeveiligingsnormen inzake DigiD en Suwinet. Over deze normen wordt assurance gevraagd van een onafhankelijke IT auditor. De collegeverklaring omvat het op 31 december 2017 in opzet en bestaan voldoen van de beheersingsmaatregelen aan de geselecteerde normen inzake DigiD (Norm ICT-beveiligingsassessments DigiD versie 2.0 (de Norm v2.0) en Suwinet (Specifiek Suwinet normenkader Afnemers, versie 1.0). De normen staan op het openbare deel van de websites van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en het Bureau Keteninformatisering Werk & Inkomen (BKWI). De verklaring omvat niet de werking van de maatregelen over 2017. De collegeverklaring wordt opgesteld voor de gemeenteraad en de departementen die toezien op de veiligheid van DigiD en Suwinet.

Subsidies

Subsidieplafonds worden op basis van de Algemene subsidieverordening Nunspeet 2011 door de raad vastgesteld tijdens de begrotingsbehandeling. Subsidieplafonds hebben als doel om een subsidie te kunnen weigeren op het moment dat het budget niet meer toereikend is en er op basis van een verordening wel aanspraak kan worden gemaakt op een subsidie.

Bij het bekendmaken van een subsidieplafond wordt weergegeven welke subsidie het betreft, welk bedrag beschikbaar is en op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld. De volgende subsidieplafonds gelden voor 2018:

Tabel 1.1 - Subsidieplafonds 2018

Omschrijving subsidie

Subsidieplafond

Verdeling bij bereiken subsidieplafond

Eenmalige subsidie cultuur

€ 2.650,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Jaarlijkse subsidie amateurkunstverenigingen

€ 10.300,--

Naar rato

Eenmalige subsidie sport

€ 10.000,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Restauratie monumenten

€ 124.400,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Afkoppelen verhard oppervlak

€ 50.250,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Bevorderen verkeersveiligheid

€ 30.000,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Gewoon Gemak

€ 20.000,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Collectief Particulier Opdrachtgeverschap

€ 60.000,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Jaarlijkse eenmalige subsidies sociale samenhang en leefbaarheid

€ 25.000,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

 

Paragraaf Verbonden partijen

Paragraaf Verbonden partijen

Wat zijn verbonden partijen? Volgens artikel 1 lid b van het Besluit begroting en verantwoording is een verbonden partij:

‘Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft’.

Vervolgens worden in de leden c en d aangegeven wat een bestuurlijk en een financieel belang is. Een bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Het gaat bij verbonden partijen om de specifieke combinatie van financiële en bestuurlijke inbreng.

Bij de gemeente Nunspeet is sprake van de volgende verbonden partijen:

Directe deelnemingen in vennootschappen:

  • Bank Nederlandse Gemeenten NV;
  • NV Alliander;
  • Vitens NV.

Overige deelnemingen:

  • Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe;
  • Regio Noord-Veluwe (wordt in principe: Samenwerking Moord-Veluwe);
  • Omgevingsdienst Noord-Veluwe;
  • Leisurelands;
  • Coöperatie Gastvrije randmeren;
  • Stichting Muziekschool Noordwest-Veluwe (in afronding);
  • Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;
  • NV Inclusief Groep;
  • NV Afvalsturing Friesland;
  • Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe;
  • Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Gelre-IJssel.

Per verbonden partij wordt een risicoanalyse opgenomen. Via deze risicoanalyse wordt gekeken naar de mate van risico dat de gemeente bij de verbonden partijen loopt. Een manier van risicometing is te kijken naar de solvabiliteit. De solvabiliteit is de mate waarin de onderneming in staat is het totale vreemd vermogen terug te betalen. Het is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen van een onderneming. Men berekent de solvabiliteit als verhouding tussen eigen vermogen/totaal vermogen. Een solvabiliteit wordt goed genoemd als deze hoger is dan 25% (eigen vermogen is meer dan 25% van het balanstotaal).

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording (artikel 2 BBV) moeten gemeenten voor verbonden partijen informatie opnemen. De volgende informatie moet tenminste worden opgenomen:

  1. de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt;
  2. het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
  3. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
  4. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;
  5. de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente.

Bij de bepaling van de verwachte omvang van het eigen en vreemd vermogen en het financiële resultaat worden de meest recente jaarcijfers als basis gehanteerd. Bij de weging van het risico van verbonden partijen zal gekeken worden naar de bijdrage die de gemeente levert en het financiële nadeel dat de gemeente loopt bij een eventueel faillissement. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat een faillissement zich voordoet.

Bank Nederlandse Gemeenten NV

Vestigingsplaats

Den Haag

Publiek belang

De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Daarmee is de bank essentieel voor de publieke taak.

Bestuurlijk belang

De gemeente heeft zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de aandelen die zij bezit (één stem per aandeel van € 2,50). Het aandelenbezit wordt gezien als een duurzame belegging. Gedurende het afgelopen jaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in het belang van onze gemeente in de BNG.

Financieel belang

De gemeente Nunspeet bezit een aandelenbelang van 0,13% in de BNG, met een nominale waarde van € 187.688,--. De gemeente bezit 75.075 aandelen van nominaal € 2,50. Dit financieel belang zal naar verwachting in 2018 niet wijzigen.

Beleidsvoornemens

Geen beleidswijzigingen voorzien.

Risicoanalyse

Bij het verwachte eigen en vreemd vermogen is uitgegaan van de meest recente jaarcijfers van de BNG. Dit zijn de jaarcijfers 2016.

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 4.486 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 149.483 miljoen
Achtergestelde schulden per 1 januari/31 december 2018 € 31 miljoen
Verwacht resultaat 2018 € 365 miljoen

Op basis van de verhouding eigen vermogen/totaal vermogen zou geconcludeerd kunnen worden dat de solvabiliteit niet goed is. Dat zou betekenen dat het risico hoog is. Echter het eigenaarschap ligt bij gemeenten, provincies en de Staat. De bank heeft een (door de statuten) beperkt werkterrein. Dit biedt de financiers vertrouwen en hierdoor is het risico van kredietverlening aan de BNG beperkt. Dit zorgt ervoor dat de bank tegen gunstige tarieven gelden kan aantrekken. Daarnaast vermeldt de BNG in het jaarverslag 2016 een uitgebreide risicoparagraaf. Hieruit kan worden opgemaakt dat risicomanagement een centrale plek inneemt bij het BNG en dat de risico’s goed beheerst worden. Per saldo wordt geconcludeerd dat het risico van de BNG bank laag is.

NV Alliander

Vestigingsplaats

Arnhem

Publiek belang

Het veiligstellen van de levering van elektriciteit onder alle omstandigheden en het genereren van dividend door belegging van middelen. Deze middelen kunnen in beginsel vrij worden aangewend voor gemeentelijke taken (algemeen dekkingsmiddel).

Bestuurlijk belang

De zeggenschap die met het aandelenbezit verband houdt, komt tot uiting in de algemene vergadering van aandeelhouders.

Financieel belang

Het financiële belang bij aandelenbezit in het algemeen is het risico van koersschommelingen en/of winstdalingen (lager dividend). Sinds 2004 is het dividend gelijk aan het pay-outpercentage van 45% van de nettowinst uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen. De gemeente bezit 339.318 aandelen met een nominale waarde van € 34.424. Dit belang zal naar verwachting in 2018 niet wijzigen.

Beleidsvoornemens

Geen beleidswijzigingen te voorzien.

Risicoanalyse

Het verwachte eigen en vreemd vermogen 2018 en het verwacht resultaat 2018 zijn gebaseerd op de jaarcijfers 2016:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 €3.864 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 3.871 miljoen
Verwacht resultaat 2018 € 280 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 50,0%. Algemeen genomen worden een minimaal percentage van 25% als goed of gezond aangemerkt. Het resultaat over 2016 bedraagt € 280 miljoen. Over 2015 bedroeg het resultaat € 235 miljoen. Op basis van deze cijfers wordt het verwachte resultaat 2018 op € 280 miljoen gesteld. Gezien het hoge eigen vermogen wordt het risico van NV Alliander als laag aangemerkt.

NV Vitens

Vestigingsplaats

Lelystad

Publiek belang

De gemeente Nunspeet is aandeelhouder van NV Vitens, het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland. Bij het leveren van vers en betrouwbaar drinkwater wil Vitens respectvol blijven omgaan met de natuur. Om waterbronnen te beschermen werkt het bedrijf samen met waterschappen, natuurorganisaties, gemeenten en provincies. Om verdroging te voorkomen, verplaatst het bedrijf waar nodig waterwingebieden. Ook werkt het bedrijf zo veel mogelijk met milieuvriendelijke installaties. Dit past bij de verantwoordelijkheden van de aandeelhouders: de provincies en gemeenten.

Bestuurlijk belang

De zeggenschap die met het aandelenbezit verband houdt, komt tot uiting in de algemene vergadering van aandeelhouders.

Financieel belang

De gemeente Nunspeet bezit een aandelenpakket van 24.035 aandelen met een nominale waarde van € 4.062. Dit belang zal naar verwachting in 2017 niet wijzigen. Het financiële belang bij aandelenbezit in het algemeen is het risico van koersschommelingen en/of winstdalingen (lager dividend). Als de solvabiliteit hoger of gelijk is aan de streefsolvabiliteit (een eigen vermogen (EV) minimaal gelijk aan 25% van het balanstotaal en een garantievermogen (EV + achtergestelde leningen minimaal gelijk aan 30% van het balanstotaal) en als de winst toereikend is, wordt aan de houders van gewone aandelen een dividend uitgekeerd van minimaal 40% en maximaal 75% van het netto resultaat.

Beleidsvoornemens

Geen beleidswijzigingen te voorzien.

Risicoanalyse

Het verwachte eigen en vreemd vermogen 2018 en het verwacht resultaat 2018 zijn gebaseerd op geprognoticeerde cijfers die Vitens zelf bij de aandeelhouders heeft aangeleverd:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari 2018 € 526.3 miljoen
Verwacht eigen vermogen per 31 december 2018 €525.7 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari 2018 €1223.8 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 31 december 2018 € 1233.9 miljoen
Verwacht resultaat 2018 € 13 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen per 31 december 2018 bedraagt 29,8%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde is. Vitens is daarnaast bewust bezig met het verhogen van de solvabiliteit en de versterking van het eigen vermogen.

Vitens houdt zich bezig met een primair product waar altijd vraag naar zal zijn: schoon drinkwater. Dit zorgt voor een stabiele en continue afzetmarkt. Op basis van deze argumenten en de bewuste verhoging van de solvabiliteit wordt het risico van Vitens als laag aangemerkt.

Gemeenschappelijke regeling Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Vestgingsplaats

Elburg

Publiek belang

Deelnemende gemeenten zijn Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek. Deze gemeenten werken samen voor de uitvoering van het bepaalde in hoofdstuk V van de Archiefwet 1995. Het beheer van en het toezicht op archiefbescheiden gebeurt op gemeenschappelijke basis.

Bestuurlijk belang

De gemeente Elburg is centrumgemeente. De Archiefcommissie Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe adviseert het gemeentebestuur van Elburg over beleidzaken. De gemeente is door de burgemeester vertegenwoordigd in de Archiefcommissie.

Financieel belang

De gemeenten betalen een jaarlijkse bijdrage aan het streekarchivariaat. In 2018 is een bijdrage geraamd van € 119.600,--. De gemeente is financieel medeaansprakelijk voor de gemeenschappelijke regeling.

Beleidsvoornemens

Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse

De gemeente loopt een beperkt risico. De kans op een faillissement van het streekarchivariaat wordt laag ingeschat. Het totale risico wordt laag ingeschat.

Regio Noord-Veluwe

Vestigingsplaats

Harderwijk

Publiek belang

De Regio Noord-Veluwe (RNV) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten. Die gemeenten werken samen aan de ontwikkeling van een gebied waar het goed wonen, werken en recreëren is.

De activiteiten van de RNV richten zich op diverse terreinen van overheidszorg, zoals economie, toerisme en recreatie, milieu, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, openbare werken, arbeidsmarktbeleid, sociale werkvoorziening, welzijn en onderwijs. De RNV biedt de gemeenten een solide basis voor duurzame vrijwillige samenwerking, met het doel om gezamenlijk taken efficiënter uit te voeren, kosten te besparen en een sterkere positie in te nemen. De gemeenten Epe, Hattem, Heerde, Nijkerk en Zeewolde nemen voor bepaalde taken ook deel aan de regionale samenwerking.

Bestuurlijk belang

De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het dagelijks bestuur. Een raadslid en de burgemeester zijn lid van het algemeen bestuur.

Financieel belang

Voor het algemene deel (Platform en Ontwikkeling) van de gemeentelijke bijdrage 2017 is een bijdrage geraamd van € 273.000,--.

Beleidsvoornemens

In het voorjaar van 2016 is in de gemeenteraden gesproken over de toekomst van de RNV. Dit heeft  er  toe  geleid  dat  de  Stuurgroep  RNV  de  heer  Jansen  als kwartiermaker heeft aangesteld om te adviseren over een heroriëntatie en een nieuwe aanpak binnen de regio. Van deze stuurgroep zijn de burgemeesters van de gemeenten Elburg, Ermelo, Hattem, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten de leden.

De opdracht van de kwartiermaker was tweeledig: 1) een advies geven over de manier waarop samenwerking in de toekomst kan worden georganiseerd en 2) de consequenties hiervan voor de bestaande Regio Noord-Veluwe (RNV) beschrijven, mede in het licht van het verzoek van de gemeenten Ermelo en Harderwijk om de uitvoeringstaken in het sociaal domein bij de RNV te beëindigen. In zijn rapportage doet de kwartiermaker verslag van zijn bevindingen en formuleert hij adviezen voor een vernieuwde samenwerking.

De kwartiermaker concludeert dat het inhoudelijke takenpakket binnen de huidige RNV-structuur in de afgelopen jaren sterk is gewijzigd. Op elk niveau van samenwerking – strategisch, beleidsmatig/tactisch en operationeel – wordt de RNV als vehikel niet meer als passend ervaren. De gemeenschappelijke regeling dient daarom te worden vervangen door een nieuwe vorm.

De essentie van het advies van de Kwartiermaker is om op de drie niveaus van samenwerking steeds te werken met een zo licht mogelijke juridische vorm, waarbij het primaat bij de gemeenten ligt en geen openbaar lichaam wordt opgericht. Het meest aangewezen model is dan het model van de centrumgemeente of gastheergemeente, waarin een gemeente een taak uitvoert voor de andere gemeenten. De andere gemeenten dragen hieraan financieel bij.

Streven is de gemeenschappelijke regeling op te heffen per 1 januari 2018. Op die datum moeten alle taken bij de deelnemende gemeenten zijn ondergebracht, de betreffende medewerkers met die taak zijn overgegaan naar de gemeenten en de overige medewerkers een andere functie hebben dan wel zicht daarop.

Er zal worden bezien of de RNV daadwerkelijk per 1 januari 2018 wordt opgeheven of dat het wenselijk is de gemeenschappelijke regeling na die datum nog voor een periode in stand te houden voor de afronding van diverse zaken. Per de datum dat de gemeenschappelijke regeling daadwerkelijk wordt opgeheven is de gemeente Nunspeet aangewezen als zogenaamde ‘erfgenaamgemeente’. Zij zorgt voor de afhandeling van alle lopende zaken op het gebied van personeel, huisvesting en financiën.

Risicoanalyse

Onderliggende cijfers zijn gebaseerd op de jaarcijfers 2016 van de RNV:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari 2018 € 3.3 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari 2018 € 20.5 miljoen
Verwacht resultaat 2018 Nihil

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 13,9%. Op basis van dit percentage zou geconcludeerd kunnen worden dat de solvabiliteit niet op orde is. Bij een mogelijk faillissement zullen de gemeente moeten meebetalen in de financiële afwikkeling. Daarnaast zullen de taken die de RNV voor de gemeente uitvoert, naar de gemeente terugkomen. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. Zoals hierboven vermeld hebben echter de deelnemende gemeenten zelf besloten tot opheffing van de RNV. De afwikkeling van deze opheffing gaat voor de gemeenten leiden tot frictiekosten. Om het financiële risico hiervan af te dekken is in de begroting rekening gehouden met een stelpost voor frictiekosten.

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Vestigingsplaats

Harderwijk

Publiek belang

Omgevingsdienst Noord-Veluwe voert vanaf 1 april 2013 de milieutaken op de Noord-Veluwe uit. Dit gebeurt in opdracht van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten en van de Provincie Gelderland. De adviseurs van ODNV bieden hoogwaardige kennis en expertise op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en milieuadvies.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder Milieu is lid van het dagelijks bestuur.

Financieel belang

De gemeenten betalen een bijdrage aan de omgevingsdienst voor het uitvoeren van de taken. Voor 2018 is een bijdrage geraamd van € 455.000,--.

Beleidsvoornemens

Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse

Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarstukken 2016:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 9 duizend
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 870 duizend
Verwacht resultaat 2018 Nihil

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 1,0%. Op basis van dit percentage zou geconcludeerd kunnen worden dat hiermee de solvabiliteit onvoldoende is. Echter de reden hiervan is dat de deelnemende gemeenten afgesproken hebben dat de ODNV geen reserves mag vormen. Hierdoor kan ook geen eigen vermogen worden opgebouwd en worden resultaten direct met de deelnemende gemeenten afgerekend. Bij een mogelijk faillissement zal de gemeente moeten meebetalen in de financiële afwikkeling. Daarnaast zullen de taken die de ODNV voor de gemeente uitvoert naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De ODNV voert milieutaken voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.

Leisurelands

Vestigingsplaat

Arnhem

Publiek belang

Leisurelands beheert en exploiteert de volgende recreatiegebieden: Berendonck, Bussloo, Groene Heuvels, Haven Hattem, Heerderstrand, Surfoever Hoge Bijssel, Strand Horst, Kievitsveld, Mookerplas, Nieuw Hulckesteijn, Strand Nulde, Rhederlaag, Wylerbergmeer, Zandenplas en Zeumeren.

De handelsnaam van RGV Holding B.V. is Leisurelands. Onder RGV Holding vallen drie vennootschappen die actief zijn. Leisurelands Exploitatie B.V. en Leisurelands Onroerend Goed B.V. houden zich bezig met de kernactiviteit van Leisurelands, namelijk het exploiteren van recreatievoorzieningen. De activiteiten van de derde actieve vennootschap, Interhuis B.V., met haar dochtervennootschappen SchatEiland Zeumeren B.V., Zeumeren B.V., RGV Delfstoffen B.V. en Katerbosch B.V. zijn niet direct gerelateerd aan dagrecreatie, maar zijn erop gericht de kernactiviteit te ondersteunen.

Bestuurlijk belang

De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur door de portefeuillehouder recreatie.

Financieel belang

De gemeente verstrekt geen bijdrage in de exploitatielasten.

Beleidsvoornemens

Geen bijzondere beleidsvoornemens

Risicoanalyse

Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van Leisurelands:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 56.2 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 20.2 miljoen
Verwacht resultaat 2018 € 1.2 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 73,6%. Dit veronderstelt een laag risico voor de eigenaren. Het resultaat van Leisurelands is sterk afhankelijk van opbrengsten uit vermogensbeheer. Uit de jaarstukken blijkt dat dergelijke financiële baten van belang zijn om de RGV financieel gezond te houden. Het operationele resultaat laat echter een stijgende lijn zien. Was in het verleden het operationele resultaat negatief, in 2016 is sprake van een positief resultaat. Als deze lijn wordt vastgehouden wordt het belang van de financiële baten minder en nemen de financiële risico’s af. Gezien de solvabiliteit en een geschatte afname van de financiële risico’s wordt het risico voor de gemeente laag ingeschat.

Coöperatie gastvrije randmeren

Vestigingsplaats

Harderwijk

Publiek belang

Gastvrije Randmeren is een samenwerkingsverband voor de Randmeren, in de vorm van een coöperatieve vereniging. De deelnemers zijn in eerste instantie de gemeenten Almere, Blaricum, Bunschoten, Dronten, Eemnes, Elburg, Ermelo, Harderwijk, Huizen, Kampen, Naarden, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde. De coöperatie heeft de volgende taken:

  • Hoofdtaak van de coöperatie is het structureel onderhouden van de recreatieve voorzieningen in de Randmeren. Het gaat daarbij onder andere om het onderhouden van aanlegplaatsen  voor de recreatievaart, het verminderen van de overlast door waterplanten in dieper water  en het uitvoeren van overig klein onderhoud.
  • De Randmeren staan bekend om hun natuurschoon, rust en ruimte. Er wordt veel aan gedaan om de natuurwaarden in het gebied te versterken. Veel vogels profiteren van het heldere water en de overvloed aan voedsel. De natuur maakt de Randmeren aantrekkelijk voor de recreant, maar is ook kwetsbaar. De coöperatie Gastvrije Meren vindt het belangrijk dat bij de inrichting van het gebied de balans tussen natuur en recreatie voorop staat. Gastvrije Randmeren rekent het bewaren en bevorderen van het natuur- en landschapsschoon in het gebied tot één van haar taken.
  • Een andere belangrijke taak van de coöperatie is het op de recreatieve kaart zetten van de Randmeren via gebiedspromotie. In het kader hiervan zijn in het voorjaar van 2013 onder het logo 'Randmeren, eindeloos meer....' de eerste producten gelanceerd: een recreatieve kaart en de website. De gebiedspromotie 'Randmeren, eindeloos meer ... zal de komende jaren verder worden uitgebouwd.
  • Afronding van het project Integrale Inrichting Veluwerandmeren (IIVR) vindt plaats onder verantwoordelijkheid van Gastvrije Randmeren. Daarnaast moet de ontwikkelingsvisie 2030 Zuidelijke Randmeren (Blauwe As) verder vorm gegeven worden.
  • Verder vormt Gastvrije Randmeren een platform waar ruimtelijke-economische ontwikkelingen kunnen worden afgestemd. Ook kan het samenwerkingsverband gecoördineerd haar deskundigheid op het gebied van vergunningen en procedures inzetten en het gezamenlijk belang van gemeenten inbrengen in regionale en landelijke projecten. Voorbeelden zijn de maatregelen rond de zwemwaterkwaliteit, het Delta-programma, etc.

Bestuurlijk belang

De gemeente is vertegenwoordigd in de algemene ledenvergadering door de portefeuillehouder recreatie.

Financieel belang

De gemeente participeert in het eigen vermogen van de coöperatie. De gemeente verstrekt geen bijdrage in de exploitatielasten.

Beleidsvoornemens

Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse

Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van coöperatie Gastvrije Randmeren:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 4.2 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 11.8 miljoen
Verwacht resultaat 2018 nihil

De gemeente betaalt geen bijdrage in de exploitatielasten van de coöperatie. De coöperatie beheert ontvangen subsidiegelden (ook van de gemeente Nunspeet) en voert daarvoor werkzaamheden uit. Het risico van de coöperatie wordt laag ingeschat.

Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Gelre-IJssel

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Publiek belang

De GGD Gelre-IJssel is de gezondheidsdienst van 21 gemeenten, waaronder Nunspeet. GGD Gelre-IJssel bewaakt de gezondheid van de inwoners van de gemeenten in de regio.

Bestuurlijk belang

De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur door de portefeuillehouder Volksgezondheid.

Financieel belang

De gemeente betaalt een jaarlijkse exploitatiebijdrage in de vorm van een bedrag per inwoner. Voor 2018 is € 377.000,-- geraamd voor de gemeentelijke bijdrage aan de GGD.

Beleidsvoornemens

Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse

Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van de GGD:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 2.8 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 3.6 miljoen
Verwacht resultaat 2018 Nihil

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 43,8%. Dit veronderstelt een laag risico voor de eigenaren. De GGD Gelre-IJssel voert taken uit voor de gemeente. Bij een faillissement zal de gemeente moeten meebetalen in de financiële afwikkeling. Daarnaast zullen de taken die de GGD voor de gemeente uitvoert naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De GGD voert taken op het gebied van volksgezondheid voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Vestigingsplaats

Apeldoorn

Bestuurlijk belang

Het algemeen bestuur van de VNOG bestaat uit alle burgemeesters van de gemeenten in de regio. Het dagelijks bestuur wordt gekozen uit het algemeen bestuur. De burgemeester van Harderwijk heeft zitting in het dagelijks bestuur namens het cluster Veluwe-West.

 Financieel belang

De gemeente heeft voor 2018 een bijdrage van € 1.409.000,-- geraamd.

 Beleidsvoornemens

Met ingang van begrotingsjaar 2017 vindt kostenverdeling op basis van een nieuw verdeelmodel plaats. Het kostenverdeelmodel is gebaseerd op de Algemene uitkering Gemeentefonds. Voor Nunspeet heeft dit geleid tot een lagere bijdrage.

 Risicoanalyse

Onderliggende cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van de VNOG:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 1.4 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 32.9 miljoen
Verwacht resultaat 2018 Nihil

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 4,1%. Dit veronderstelt een hoog risico voor de eigenaren. De VNOG voert taken uit voor de gemeente. De taken die de VNOG voor de gemeente uitvoert zullen naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De VNOG voert brandweertaken voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.

NV Inclusief Groep

Vestigingsplaats

Nunspeet

Algemeen

De NV Inclusief Groep (Ondernemer in passend werk) is een geprivatiseerde organisatie die belast is met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) voor de bij de RNV aangesloten gemeenten en Nijkerk.

De Dienst Sociale Werkvoorziening Noordwest-Veluwe (DSW) is opdrachtgever voor de uitvoering van de wet. De praktische uitvoering is in handen van de Inclusief Groep. Men begeleidt mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt naar werk en biedt hen daarbij scholing en/of leerwerktrajecten. De werkzaamheden voor de doelgroep worden verricht in vier werkbedrijven die eigendom zijn van de Inclusief Groep. Die bedrijven opereren in de sectoren industrie (metaal, hout, elektra, verpakken, montage), dienstverlening (schoonmaak, groen, kwekerij, schilderwerken) en (groeps)detachering.

Bestuurlijk belang

Enig aandeelhouder van de Inclusief Groep is de RNV. Een vertegenwoordiging uit het algemeen bestuur van de RNV vormt de algemene vergadering van aandeelhouders van NV Inclusief Groep.

Inclusief Groep krijgt de opdrachten van de DSW (onderdeel van de RNV). Het dagelijks bestuur van de DSW wordt gevormd door de bestuurscommissie: de wethouders sociale zaken van de zeven deelnemende gemeenten.

Financieel belang

Via de RNV is de gemeente Nunspeet financieel medeverantwoordelijk voor Inclusief Groep.

Beleidsvoornemens

In het kader van de komst van de Participatiewet vindt onderzoek plaats naar de toekomst van de sociale werkvoorziening.

Risicoanalyse

Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van de Inclusief Groep:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 9.7 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 18.3 miljoen
Verwacht resultaat 2018 € 0.6 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 34,6%. Dit veronderstelt een laag risico voor de eigenaren. Op 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd en stopt de instroom in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Met de Participatiewet krijgen de gemeenten te maken met een bredere doelgroep. Tegelijkertijd is er bezuinigd op het Re-integratiebudget dat gemeenten van het rijk ontvangen om de totale doelgroep vallend onder de Participatiewet te "bedienen". De stuurgroep transities heeft de projectgroep Toekomst Sociale Werkvoorziening, bestaande uit vertegenwoordigers van 7 bij de Inclusief Groep (IG) betrokken gemeenten, de opdracht gegeven onderzoek te doen naar de toekomst sociale werkvoorziening (Wsw). Gezien de onzekerheden en onduidelijkheden wordt het risico als hoog aangemerkt.

NV Afvalsturing Friesland

Vestigingsplaat

Leeuwarden

Algemeen

De NV Afvalsturing Friesland verzorgd voor de gemeente Nunspeet, en de overige RNV gemeenten, de afvalverwerking. In 2015 is de door de RNV uitgeschreven aanbesteding gegund aan NV Afvalsturing Friesland. Mede hierdoor is de RNV toegetreden al aandeelhouder van de NV Afvalsturing Friesland.

Bestuurlijk belang

De gemeente Nunspeet neemt via de RNV deel in de NV Afvalsturing Friesland. Met andere woorden: de RNV heeft de aandelen NV Afvalsturing Friesland in bezit en heeft dus namens de deelnemende gemeenten stemrecht in de aandeelhoudersvergadering.

Financieel belang

Via de RNV is de gemeente Nunspeet financieel medeverantwoordelijk voor de NV Afvalsturing Friesland.

Beleidsvoornemens

Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse

Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van de NV Afvalsturing Friesland:

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 44 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 180 miljoen
Verwacht resultaat 2018 € 1 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen per 31 december 2018 bedraagt 19,6%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit niet op orde is. Echter gezien de jaarlijks behaalde financiële resultaten over de afgelopen jaren wordt geconcludeerd dat het risico van NV Afvalsturing Friesland laag is.

Stichting primair openbaar onderwijs Noord-Veluwe (Proo)

Vestigingsplaats

Harderwijk

Algemeen

De gemeenteraden van Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben in december 2002 besloten het bevoegd gezag van het openbaar primair onderwijs per 1 januari 2003 over te dragen aan de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Noordwest-Veluwe. Door het onderbrengen van het bevoegde gezag in een stichting komt het openbaar onderwijs in een vergelijkbare positie als het bijzonder onderwijs, in die zin dat er een autonoom bestuur is dat zowel beleidsinhoudelijk als vermogensrechtelijk zelfstandig opereert. Het toezicht op de stichting is overgedragen aan de RNV. De stichting Proo heeft voor de periode 2004-2008 een strategisch beleidsplan opgesteld, waarin de visie en missie worden beschreven voor het openbaar basisonderwijs in de regio Noordwest-Veluwe. Vanwege de toetreding van de gemeente Heerde per 1 januari 2006 heet de stichting voluit: Stichting primair Openbaar onderwijs Noord-Veluwe.

Bestuurlijk belang

Het toezicht op de stichting is overgedragen aan de RNV en de gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van de RNV.

Financieel belang

Aan de stichting wordt door de gemeente geen financiële bijdrage verstrekt. De stichting ontvangt financiële middelen rechtstreeks van de rijksoverheid. De gemeenten blijven financieel aansprakelijk voor de stichting.

Beleidsvoornemens

Het belang van het openbaar onderwijs in de deelnemende gemeenten (blijven) behartigen.

Risicoanalyse

Onderstaande cijfers zijn ontleend aan de jaarrekening 2016.

Verwacht eigen vermogen per 1 januari/31 december 2018 € 1.7 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 1 janurai/31 december 2018 € 3.8 miljoen
Verwacht resultaat 2018 Nihil

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen per 31 december 2018 bedraagt 30,5%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde is. In het kader van het toezicht op Stichting Proo hebben de acht gemeenten in het werkgebied van Proo besloten dat het Coördinatiepunt (CP) de zienswijzeprocedure van de begroting en de jaarrekening van Proo coördineert en de aangeboden documenten voorziet van een inhoudelijk advies. Voor het kenbaar maken van een zienswijze door de gemeenten heeft CP de jaarstukken 2016 laten beoordelen. In de vergadering van 27 maart 2014 heeft het Coördinatiepunt (CP) namelijk besloten de financiële commissie (FC), die de RNV indertijd voor haar toezichthoudende taken enkele jaren heeft geadviseerd over de financiële stukken, te vragen deze functie ook de komende twee jaren voor het CP te vervullen. Deze commissie bestaat uit drie financiële deskundigen van de gemeenten Epe, Harderwijk en Oldebroek. De financiële commissie constateert het volgende: ‘De financiële positie van Proo blijft vooralsnog een aandachtspunt. De verschillen ten opzichte van de begroting zijn over de hele linie kleiner dan in andere jaren en het saldo wijkt in positieve zin circa € 200.000,-- af van de begroting. Dit wordt in hoofdlijnen veroorzaakt door hogere baten (€ 500.000), hogere personele lasten (€ 200.000) en hogere materiële lasten (€ 100.000)’. Gezien de opwikkeling van de solvabiliteit en de constateringen van de financiële commissie van het CP wordt het risico op gemiddeld geschat.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van programma’s, zoals op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu, verkeer en openbare ruimte, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Het grondbeleid heeft daarnaast een grote financiële impact. De grondexploitatie (inclusief de resultaten hieruit) is een onderdeel van de totale exploitatie van de gemeente. Gelet op de risico’s in relatie tot de omvang van de bedragen waarover het op dit terrein gaat, is een afzonderlijke paragraaf over het grondbeleid verplicht gesteld.

Beleid in ontwikkeling

Het grondbeleid van de gemeente Nunspeet is vastgelegd in de nota ‘Grondbeleid’. Deze nota is in 2017 geactualiseerd en in juni 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze nota is de te volgen grondpolitiek vastgelegd, waarbij het gaat om bijvoorbeeld aan- en verkoopbeleid ter uitvoering van bestemmingsplannen, prijsvorming, kostenverhaal en risico’s.

Deze paragraaf gaat vooral in op de uitvoering van het grondbeleid.

In de Integrale Ruimtelijke Toekomstvisie (IRTV), de vastgestelde uitgangspunten voor het financieel beleid en de nota ‘Reserves en voorzieningen’ is ook beleid vastgelegd dat betrekking heeft op het grondbeleid. Als project uit de IRTV is een Woonvisie ontwikkeld waarin de toekomstige woningbehoefte is vastgelegd. In 2017 zal een herziening van de Woonvisie door de gemeenteraad worden vastgesteld.

 

In 2004 heeft de gemeente Nunspeet de wettelijke mogelijkheid gekregen de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVG) in het kader van een actief grondbeleid in te zetten. Het in de nabije toekomst te ontwikkelen woongebied Molenbeek en het bedrijventerrein De Kolk zijn door de gemeenteraad aangewezen als gebied waarop de WVG van toepassing is. Eigenaren van onroerende goederen in dit gebied die tot verkoop willen overgaan, mogen het alleen aan de gemeente te koop aanbieden. Binnen twee jaar na het besluit tot aanwijzing voor het desbetreffende gebied moet een structuurplan en vervolgens een bestemmingsplan worden vastgesteld (zo niet, dan vervalt het voorkeursrecht). Deze termijnen zijn gehaald, zodat het voorkeursrecht van kracht blijft.

Bestaand beleid

In het verleden werd een actief grondbeleid gevoerd bij het realiseren van bestemmingsplannen voor zowel woningbouw als bedrijventerrein. Op verzoek van derden wordt medewerking verleend (passief grondbeleid) aan het ontwikkelen van vaak kleinschalige projecten. Van dit gevoerde actieve grondbeleid is in 2010 (ten dele) afgestapt. Met het vaststellen van de nota ‘Grondbeleid 2017-2020’ in juni 2017 is het beleid om per project de keuze te maken voor een actief of een faciliterend grondbeleid, voortgezet. Het belang van een actief grondbeleid voor de mogelijkheid voor kostenverhaal inclusief een bijdrage aan de infrastructuur is door de invoering van de nieuwe wet Ruimtelijke Ordening in 2008 van minder belang geworden. Voor actief grondbeleid wordt waar mogelijk gekozen als de gemeente minimaal budgetneutraal kan ontwikkelen of er moet sprake is van een specifiek maatschappelijk belang waarbij een andere partij deze ontwikkeling niet tot stand zal brengen.

Financieel kader

Zoals weergegeven in de nota ‘Grondbeleid’ is het grondbeleid in onze gemeente gebaseerd op minimaal sluitende exploitatieopzetten waarin een substantiële bijdrage aan de infrastructuur is verwerkt. Grondverkopen geschieden tegen marktconforme prijzen. Als incidenteel een prijssubsidie noodzakelijk is, gebeurt dat alleen als het hiermee gediende doel tegelijkertijd wordt gewaarborgd.

Van oudsher was al gekozen voor het realiseren van exploitaties met een positief resultaat of ten minste kostendekkendheid. Door de jaren heen heeft dit geleid tot een saldo in de grondexploitatie (reserve grondexploitatie). Hiervan is een deel niet-besteedbaar, omdat dit nodig is om exploitatierisico’s te kunnen afdekken. In de door de raad op 29 juni 2017 vastgestelde nota ‘Reserves en voorzieningen, herijking 2017’ is uitgebreid ingegaan op deze reserve. Vooral is stilgestaan bij de onderbouwing van het bodem- en plafondbedrag.

De jaarlijkse herijking van het bodem- en plafondbedrag vindt op grond van artikel 12, lid 1 van de Verordening en artikel 212 van de Gemeentewet plaats na het vaststellen van de jaarrekening.

De stand van de reserve bedraagt per 31 december 2016 € 2.763.246,--. Het bodembedrag is gebaseerd op een in de nota ‘Reserves en voorzieningen 2017’ opgenomen berekening. Het plafondbedrag is berekend om een buffer te hebben voor mogelijke strategische aankopen. Er is een beslag op deze reserve gelegd van € 305.000,--. Het bodembedrag is berekend op €  1.439.000,-- zodat per saldo een bedrag van afgerond € 1.019.000,-- voor het doen van strategische aankopen.

Door de veranderde economische omstandigheden is er naast bovengenoemde reserve, een voorziening getroffen voor het afdekken van de risico’s in de grondexploitatie. Deze voorziening heeft per 31 december 2016 een saldo van € 1.240.000,--. Dit bedrag is opgebouwd om de verliezen te dekken voor een bedrag van € 1.000.000,-- ten behoeve van het plan Molenbeek en een bedrag van € 240.000,-- ten behoeve van het project Stationslaan 48. Het instellen van deze voorziening is nodig omdat uit de berekeningen voor de grondexploitatie een aantal verliezen naar voren komen. De herziene BBV geeft heeft hierbij de mogelijkheid om de diverse exploitatie meteen af te boeken of hiervoor een voorziening te treffen. Voor dit laatste middel is gekozen omdat de diverse verliezen nog niet zijn gerealiseerd en de economische omstandigheden in de toekomst nog kunnen veranderen.

De kostendekkendheid van exploitaties is een vereiste om deze tot ontwikkeling te brengen. Hiervan kan slechts worden afgeweken als sprake is van een specifiek maatschappelijk belang of als de ontwikkeling door een derde gebeurt en de gemeente geen (financiële) risico’s loopt bij de ontwikkeling ervan.

Risico’s grondexploitatie

In de diverse grondexploitaties zijn inmiddels forse bedragen geïnvesteerd waarover de gemeente een risico loopt. Op dit moment werkt de marktsituatie in het nadeel.

De belangrijkste risico’s in de grondexploitatie zijn:

  • Daling van grondprijzen
  • Niet of later verkopen van gronden
  • Sterke stijging van kosten

Deze risico’s kunnen zich op verschillende wijze voordoen. De risico’s van daling van grondprijzen en het stijgen van kosten zijn algemene risico’s waarop vooral de marktsituatie van invloed is. De marktsituatie voor grondverkoop is op dit moment wel dusdanig dat daling van grondprijzen een hoog risico vormt.

Het niet of later verkopen van gronden kan op verschillende wijzen ontstaan. Enerzijds door de marktsituatie waardoor grond te duur is geworden of dat een bepaalde woningen geen behoefte is. Anderzijds kan dit ook ontstaan door het niet of later goedkeuren van bestemmings- en exploitatieplannen.

Actualiteit exploitatiegebieden

Bestaande exploitatiegebieden

De basis voor de bestaande gebieden zijn de kostprijsberekeningen die bij het in ontwikkeling nemen van het gebied zijn vastgesteld. Het zijn de gebieden industrieterrein De Kolk, Molenbeek, Weversweg Hulshorst, Stationslaan 48 en Elspeet NoordWest.

Bij de jaarrekening wordt jaarlijks volledige verantwoording afgelegd over de mutaties in de grondexploitatie in het jaar waarop de rekening betrekking heeft.

Dit gebeurt als volgt:

  • In het jaarverslag wordt op hoofdlijnen een tekstuele toelichting gegeven.
  • Als bijlage bij de jaarrekening is de cijfermatige onderbouwing van de grondexploitatie tot en met het desbetreffende jaar opgenomen. De desbetreffende bijlage is voor het inzicht in het totaal van de grondexploitatie gesplitst in de verschillende paragrafen. Paragraaf 4.1 gaat in op de ruwe gronden en toekomstige complexen. Voor deze gronden is nog geen exploitatieopzet opgesteld. Paragraaf 4.2 (Bouwrekening complexen in uitvoering) is een van de belangrijkste onderdelen. Per complex wordt aangegeven: de in het boekjaar en het totaal tot en met het boekjaar verantwoorde inkomsten en uitgaven, het restant van de aangegane verplichtingen, calculatieverschillen en nog te besteden en te ontvangen bedragen. Daarnaast wordt nog een toelichting op het desbetreffende complex gegeven.
  • De tekstuele toelichting per project in de paragraaf grondbeleid.

Zo nodig worden ontwikkelingen ook gerapporteerd via de viermaands rapportages.

Bij de lopende projecten is er een planning gehanteerd van verkopen van woningen en gronden voor 2018. Deze planning voor 2018 is als volgt:

 

Panning 2018

Weversweg

 

Hoek- en rijwoningen tussen €181.000 en €270.000

2

Tweekappers en vrijstaand €270.000 en €370.000

6

Elspeet NoordWest

 

Tweekappers en vrijstaand €270.000 en €370.000

6

Molenbeek

 

Tweekappers en vrijstaand €270.000 en €370.000

31

   

Totaal

45

Molenbeek

Het project Molenbeek is na het vaststellen van de strategienota in 2015 opnieuw in gang getrokken. In 2016 is een nieuw uitwerkingsplan vastgesteld en zijn voor de gronden voor de eerste fase zijn contracten afgesloten. In 2016 is het eerste deel bouwrijp gemaakt van Molenbeek. De de eerste kavels zijn inmiddels uitgegeven.

Voor dit project is een nieuwe grondexploitatie vastgesteld. Het resultaat uit deze grondexploitatie is € 1.874.000,- negatief. Dit verlies wordt opgevangen door de jaarlijkse rente af te boeken en het restant ten laste van de voorziening grondexploitatie te brengen. In deze voorziening is een bedrag van € 1.000.000,- voor het project Molenbeek gereserveerd.

Project Stationslaan 48

Op de grond van het voormalige tankstation Van Espelo is een plan ontwikkeld om huizen te bouwen en is een bestemmingsplanwijziging vastgesteld. Met de ontwikkelaar zijn contracten afgesloten voor de verkoop van de gronden. Inmiddels is een omgevingsvergunning afgegeven en is een groot deel van de woningen verkocht. De gronden zijn overgedragen en de bouw van de appartementen is inmiddels vrijwel voltooid. De exploitatieberekening van dit complex laat een negatief saldo zien van afgerond € 240.000,--. Hiervoor is een voorziening gevormd van € 240.000,--.

Elspeet NoordWest

Het bouwrijp maken in dit project is inmiddels voltooid. Een groot deel van de kavels is inmiddels uitgegeven. De verkaveling is echter aangepast. De gevolgen van deze aanpassing moeten nog worden doorgerekend.

Voor dit project is de grondexploitatie opnieuw berekend. Uit deze berekening komt een negatief saldo van € 43.000,--. Dit saldo is inmiddels onttrokken aan de reserve grondexploitatie waarmee de boekwaarde van het project is afgeboekt.

Weversweg Hulshorst

De exploitatieberekening laat licht positieve uitkomst (€ 58.000,--) zien. De grondverkopen bij dit project hebben een aantal jaren volledig stil gelegen maar in 2017 is één kavel verkocht. Bezien moet worden om naar de geplande categorieën woningen te kijken en deze eventueel aan te passen zodat deze beter aansluiten op de huidige marktsituatie.

Er is een CPO-vereniging opgericht waaruit een aanpassing van het plan is voortgekomen en die optie heeft op de aankoop van een aantal kavels. Ook is de belangstelling voor de diverse kavels dusdanig toegenomen dat voor een deel van de kavels een optie tot aankoop is genomen. De aanpassing van het bestemmingsplan en de financiële gevolgen die er aan verbonden zijn worden aan u voorgelegd.

Bedrijventerrein De Kolk

Voor het bedrijventerrein De Kolk is een nieuwe exploitatieberekening opgesteld. Deze heeft een positief saldo van afgerond € 337.000,--. Door diverse procedures rondom de uitgifte van de NB wet vergunning voor de Oostelijke rondweg en het bedrijventerrein is het project vertraagd. De aanleg van de rondweg wordt in 2017 en in 2017 zal het bedrijventerrein bouwrijp worden gemaakt voltooid zodat ook de rest van het bedrijventerrein uitgegeven kan worden.

Paragraaf Gemeentelijke heffingen

Algemeen

Algemeen

In deze paragraaf wordt conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) aandacht geschonken aan het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. 

De gemeente ontvangt de financiële middelen waarmee de gemeentelijke taken moeten worden uitgevoerd in hoofdzaak van de rijksoverheid, in de vorm van een algemene uitkering uit het Gemeentefonds en diverse doeluitkeringen. Daarnaast beschikt de gemeente over een relatief klein eigen belastinggebied.

Op grond van artikel 216 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad besluiten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. In artikel 219 van de Gemeentewet is limitatief aangegeven dat het om belastingen moet gaan die hetzij in de Gemeentewet zijn genoemd, hetzij in een andere bijzondere wet.

De gemeenteraad bepaalt welke belastingen de gemeente heft en heeft een aantal vrijheden waar het de invulling van het gemeentelijk belastinggebied betreft. Zo kan besloten worden over:

• de hoogte van de tarieven;

• de totale opbrengst van belastingen;

• de verdeling van belastingdruk over bijvoorbeeld burgers en bedrijven.

De gemeente Nunspeet kent de volgende gemeentelijke heffingen:

  1. Onroerende-zaakbelastingen (artikel 220 van de Gemeentewet).
  2. Forensenbelasting (artikel 223 van de Gemeentewet).
  3. Toeristenbelasting (artikel 224 van de Gemeentewet).
  4. Precariobelasting (artikel 228 van de Gemeentewet).
  5. Afvalstoffenheffing (artikel 15.33 van de Wet milieubeheer).
  6. Rioolheffing (artikel 228a van de Gemeentewet).
  7. Rechten (artikel 229 van de Gemeentewet): leges, begraafplaatsrechten, rioolaansluitrechten en marktgelden.

Heffingen in Nunspeet: lokale lastendruk

Lokale lastendruk

Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de onroerende-zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De gemeente Nunspeet kent al jaren relatief lage woonlasten.

 

Tarievenontwikkeling ozb

2017

2016

2015

2014

Eigenaarsgedeelte woning

0,09 % van de WOZ-waarde

0,088 %

0,0878 %

0,083 %

Eigenaarsgedeelte niet-woning

0,163 % van de WOZ-waarde

0,161 %

0,158 %

0,15 %

Gebruikersgedeelte niet-woning

0,133 % van de WOZ-waarde

0,13 %

0,128 %

0,12 %

 



Tarievenontwikkeling

rioolheffing

 

2017

 

2016

 

2015

 

2014

Per woning

€ 153,00

€ 133,30

€ 133,30

€ 140,00

Per niet-woning

€ 253,00

€ 232,50

€ 232,50

€ 242,50

 

Tarievenontwikkeling

afvalstoffenheffing

 

2017

 

2016

 

2015

 

2014

Eenpersoonshuishouden

€ 149,40

€ 159,36

€ 162,00

€ 166,20

Tweepersoonshuishouden

€ 174,00

€ 184,30

€ 186,12

€ 195,00

Drie- of meerpersoonshuishouden

 

€ 195,00

 

€ 205,92

 

€ 211,92

 

€ 224,40

Recreatief gebruik

€ 149,40

€ 159,36

€ 162,00

€ 166,20

 

Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een atlas lokale heffingen opgesteld. Deze atlas geeft inzicht in de heffingen die een individuele gemeente hanteert ten opzichte van andere gemeenten. In de Coelo-atlas van zowel 2015, 2016 als 2017 staat de gemeente Nunspeet qua woonlasten in de top 15 op de ranglijst, waarbij nummer 1 de laagste woonlasten heeft.

De Nunspeetse heffingen nader beschouwd

Er is een onderscheid te maken tussen opbrengsten bedoeld als algemeen dekkingsmiddel en opbrengsten die dienen ter dekking van gemaakte kosten. De onroerende-zaakbelastingen, forensenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting behoort tot de eerste categorie. De afvalstoffen- en rioolheffing zijn bestemmingsheffingen en ook de rechten vallen hieronder. Bij bestemmingsheffingen is er een direct verband tussen de heffing en bepaalde uitgaven. De geraamde opbrengst mag niet uitgaan boven de geraamde kosten.

Op grond van de vastgestelde begrotingsuitgangspunten geldt voor heffingen in het algemeen een prijscompensatie van 1,0%. In de raadsvergadering van december worden bij de reguliere behandeling van de belastingverordeningen de tarieven van de bovengenoemde belastingen en rechten vastgesteld.

Ad 1. Onroerende-zaakbelastingen

De onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn algemene belastingen. De opbrengst kan vrij worden besteed. Wij onderscheiden twee onroerende-zaakbelastingen:

  • OZB-eigenaren

Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar het genot hebben van een onroerende zaak op grond van eigendom, bezit of beperkt recht (eigenaren, vruchtgebruikers, erfpachters). Een onroerende zaak kan bijvoorbeeld een woning, winkel, bedrijfspand of perceel grond zijn.

  • OZB-gebruikers
    Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar een onroerende zaak gebruiken.

De OZB worden berekend over de vastgestelde WOZ-waarde. Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) dient jaarlijks een nieuwe waarde te worden vastgesteld voor alle objecten in de gemeente. De waardepeildatum ligt een jaar voor het begin van het jaar waarin de waarde geldt. Voor de OZB over het jaar 2018 geldt dus de WOZ-waarde per 1 januari 2017.

De te betalen OZB is het resultaat van een combinatie tussen de WOZ-waarde en het tarief. In deze begroting stelt de gemeenteraad het in totaal te verkrijgen bedrag vast en gegeven (een inschatting van de ontwikkeling van) de WOZ-waarde volgt daaruit een tarief in de later door de gemeenteraad vast te stellen belastingverordening.

Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten afgesproken dat de landelijke opbrengst OZB niet meer dan met een bepaald percentage, de macronorm, mag stijgen. Voor 2018 is deze macronorm bepaald op 3,1%.

Ad 2. Recreatieve heffingen

De gemeente Nunspeet kent een zogenoemde woonforensenbelasting. De woonforensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Dit geldt zowel voor stacaravans als recreatiewoningen. De opbrengst van de forensenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen. Gemeenten worden niet beperkt in het vaststellen van het tarief van de forensenbelasting. De gemeente Nunspeet heeft gekozen voor een vast bedrag per recreatieobject om zodoende de perceptiekosten laag te houden.

De gemeente Nunspeet heft toeristenbelasting voor het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven. Toeristenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen. Gemeenten kunnen kiezen voor het heffen van toeristenbelasting van degene die verblijf houdt of van degene die gelegenheid tot verblijf biedt. Net als de meeste andere gemeenten, doet de gemeente Nunspeet dat laatste. Degene die verblijf biedt, mag de belasting overigens wel doorberekenen aan degene die verblijf houdt.

De heffing vindt in principe plaats per overnachting per persoon, maar er kan ook voor een seizoen- of jaarplaats een vast tarief betaald worden. Bij de jaar- en seizoenplaatsen wordt gewerkt met een forfaitaire berekening van het aantal overnachtingen.

Gelet op de bestuurlijke afspraken vindt er eens in de drie jaar een verhoging van de toeristenbelasting plaats met 5 cent (per persoon per nacht). De eerstvolgende verhoging geldt voor 2018. Echter in navolging van de dekkingsvoorstellen ten aanzien van de sportinvesteringen revitalisering sportpark, nieuwbouw sporthal en nieuwbouw zwembad is voorgesteld vanaf belastingjaar 2018 naast de bovengenoemde verhoging, een extra verhoging van € 0,20 mee te nemen bij de toeristenbelasting en het tarief van de forensenbelasting evenredig te verhogen. Vanaf 2019 is voorgesteld nogmaals een tariefsverhoging plaats te laten vinden van € 0,05.

Ad 3. Precariobelasting

Gemeente Nunspeet heeft vanaf belastingjaar 2016 precariobelasting voor het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ingevoerd. Als gevolg van een wetswijziging is per 1 juli 2017 de precariobelasting op nutsleidingen is afgeschaft. Dat betekent dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen van nutsbedrijven over netwerken die ze in, op of boven gemeentegrond exploiteren. Gemeenten die echter op 10 februari 2016 in hun belastingverordening een tarief hadden voor nutsnetwerken, mogen uiterlijk tot 1 januari 2022 nog precariobelasting op nutsnetwerken blijven heffen, voor overige belastingschuldige geldt dit niet. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal het tarief in rekening brengen dat op 10 februari 2016 gold.

Ad 4. Afvalstoffenheffing

Op grond van de Wet milieubeheer heeft de gemeente de plicht ervoor zorg te dragen dat ten minste eenmaal in de week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij percelen waar deze kunnen ontstaan. Om de kosten voor het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen te verhalen, hebben gemeenten de keuze uit twee soorten reinigingsheffingen: de afvalstoffenheffing (gebaseerd op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer) en de reinigingsrechten (gebaseerd op artikel 229 van de Gemeentewet). Voor beide geldt dat geen winst mag worden gemaakt. In de gemeente Nunspeet wordt afvalstoffenheffing geheven.

 

Het staat gemeenten binnen de grenzen van redelijkheid vrij de grondslag van de belasting te bepalen. In de gemeente Nunspeet is de heffingsgrondslag het aantal personen per huishouden. Om te komen tot een eerlijke verdeling van de kosten wordt een onderscheid gemaakt tussen een-, twee- en meerpersoonshuishouden.

Bedrijven vallen buiten de heffing, omdat de gemeente daarvoor geen inzamelingsplicht heeft. Bedrijven moeten dit zelf (laten) verzorgen.

Verwachte kosten

Het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval. De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. Ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder.

Herkomst middelen

Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. In de gemeente Nunspeet is het uitgangspunt 100% kostendekkendheid.

Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing

 

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

2.046.965

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen

-452.946

Netto kosten taakveld

 

 

 

Toe te rekenen kosten:

1.594.019

Overhead incl. (omslag)rente

49.451

BTW

386.241

Totale kosten

2.092.711

Opbrengst heffingen

2.092.711

 

 

Dekking

100%

 

Ad 5 Rioolheffing

Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet heeft een gemeente de mogelijkheid om een rioolheffing op te leggen. De gemeente heeft bij wet een zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer: de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het kwaliteitsbeheer van grondwater.

De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de hierboven genoemde zorgtaken. De gemeente Nunspeet legt de rioolheffing op aan de eigenaar van een direct of indirect op het riool aangesloten onroerende zaak in het kader van de WOZ-wetgeving. Dit vanuit het oogpunt van perceptiekosten en eenduidigheid alsmede duidelijkheid. Er wordt bij de heffing onderscheid gemaakt tussen een woning en een niet-woning in het kader van de Wet WOZ.

Verwachte kosten

Het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld riolering. De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Naast de jaarlijkse operationele taken wordt er in 2018 verder geïnvesteerd in voorkoming van wateroverlast. In Elspeet worden er grootschalige maatregelen uitgevoerd. In Nunspeet wordt er bij de herinrichting van de Oenenburgweg een infiltratieriool aangelegd. De aanliggende wijken kunnen bij toekomstige reconstructies hier op aansluiten. Zo is Nunspeet Noordoost voorbereid op de klimatologische ontwikkelingen.

Herkomst middelen

Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. In onze gemeente is het uitgangspunt 100% kostendekkendheid.

Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing

 

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

1.654.817

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen

-

Netto kosten taakveld

1.654.817

 

 

Toe te rekenen kosten:

 

Overhead incl. (omslag)rente

120.007

BTW

138.819

Totale kosten

1.913.643

Opbrengst heffingen

1.913.643

 

 

Dekking

100%

 

Ad 6 Rechten

Gemeenten mogen op grond van artikel 229 van de Gemeentewet rechten heffen voor door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Bij rechten betalen burgers voor een prestatie van de gemeente. Leges zijn daar een voorbeeld van. Leges worden geheven voor een door de gemeente te verlenen individuele dienst (zoals het verstrekken van een paspoort of uittreksel uit het bevolkingsregister), maar ook voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning (zoals een bouwvergunning).

Het uitgangspunt is 100% kostendekking. Binnen een groep van tariefsoorten mogen sommige tarieven hoger zijn dan de kosten, maar dan moet dat gecompenseerd worden door andere tarieven. Bijvoorbeeld bij de omgevingsvergunningen voor bouwen kan sprake zijn van kruissubsidiering.

Rechten: begraafplaatsrechten

Onder de naam begraafrechten worden in Nunspeet rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van daarop betrekking hebbende diensten. Deze tarieven zijn kostendekkend geraamd.

Rechten: rioolaansluitrechten

Dit recht wordt geheven voor het genot van de door of vanwege het gemeentebestuur verleende dienst, bestaande uit het aanleggen van de aansluitbuis tussen het riool en de grens van de openbare weg.

Rechten: marktgelden

Onder de naam marktgelden worden in Nunspeet rechten geheven voor het innemen van een standplaats op de voor markt aangewezen plaatsen gedurende de voor markt aangewezen tijd.

Kwijtschelding

Het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid maakt een integraal deel uit van het gemeentelijk minimabeleid. Kwijtschelding is alleen mogelijk voor de afvalstoffenheffing. Er zijn twee routes naar min of meer hetzelfde doel. Er is de kwijtscheldingsprocedure en er is de minimaregeling. Vanuit laatstgenoemde regeling kunnen mensen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van de afvalstoffenheffing. De gemeente Nunspeet hanteert geen lokaal beleid voor de kwijtschelding, maar hanteert de landelijke ‘uitvoeringsregeling invorderingswet 1990’.

Overzicht geraamde inkomsten

Voor het overzicht geraamde inkomsten wordt verwezen naar het bijlagenboek bijlage 5 Belastingopbrengsten.