Hoofdstuk 1 Basis programmabegroting

1.1 Basis Programmabegroting

Collegeprogramma 2018-2022

Het collegeprogramma met de financiële vertaling is op 27 september 2018 aan de gemeenteraad ter kennisname aangeboden. De financiële vertaling van het collegeprogramma is als vertrekpunt genomen bij de opstelling van de Programmabegrotingen 2019 tot en met 2021. Het meerjarenperspectief uit de Programmabegroting 2021-2024 is de basis voor de opstelling van de Programmabegroting 2022-2025.

Uitgangspunten Programmabegroting 2022-2025

De uitgangspunten voor de Programmabegroting 2022-2025, onderdeel van de Perspectievennota 2022-2025, zijn vastgesteld op 29 april 2021. De prijscompensatie voor de uitgaven en de inkomsten van 2022 is vastgesteld op 1%. Met ingang van begrotingsjaar 2016 wordt gebruik gemaakt van de prijsontwikkeling bruto binnenlands product (bbp) zoals opgenomen in de meest recente Septembercirculaire Algemene uitkering Gemeentefonds. In de Septembercirculaire 2020 is aangegeven dat de geraamde prijsontwikkeling BBP voor 2021 afgerond 1% bedraagt.

De lopende cao gemeenten had een looptijd t/m 1 januari 2021. In het najaar 2020 zijn de bonden in overleg gegaan om te komen tot een nieuwe cao. Tot op heden liggen de eisen te ver uit elkaar om te komen tot een nieuwe cao. Daarom is het lastig om een inschatting te maken met welk percentage rekening gehouden moet worden. Bij de uitgangspunten Programmabegroting 2021-2024 is rekening gehouden met 2% loonstijging in 2021. In het dekkingsvoorstel is voorgesteld dit terug te brengen naar 1% gezien de ontwikkelingen en onzekerheden inzake Covid19. Gezien de reeds afgesloten cao rijksambtenaren wordt voor 2022 rekening gehouden met een geringe stijging van 1% gelijk aan de stijging van het percentage prijsontwikkeling BBP.

Bij het opstellen van de perspectievennota 2022-2025 is de pensioenpremie 2022 nog niet bekend. Het bestuur van ABP beziet de premie vanuit een meerjarenperspectief. Omdat het verwachte rendement in 3 jaar in stapjes naar beneden gaat, zal - op basis van de huidige uitgangspunten - naar verwachting de premie ook in 2022 en 2023 stijgen. Pensioenen worden op basis van de huidige regeling steeds duurder. In de begroting 2021 is reeds rekening gehouden met een forse stijging van de pensioenpremie van 3%. De uiteindelijke stijging was 1%. Voor 2022 wordt vooralsnog rekening gehouden met een stijging van 2%. Op basis van de hier beschreven ontwikkelingen en verwachtingen wordt voor 2022 met een structurele loonstijging van totaal afgerond 1% gerekend en voor de pensioenpremie is de stijging reeds verwerkt door de te hoge raming in 2021.

Het percentage ten behoeve van de compensatie reserves is 1%.

Het percentage kapitaallasten is 1%.

Meicirculaire 2021

In de Meicirculaire wordt ingegaan op de ontwikkeling van de Algemene uitkering Gemeentefonds. In het volgende hoofdstuk wordt verder ingegaan op de Algemene uitkering.

1.2 Hoofdprioriteiten nieuw beleid

Bij het opstellen van het coalitieakkoord hebben de coalitie en de gemeenteraad een aantal prioriteiten voor nieuw beleid geformuleerd. Bij het vaststellen van de Perspectievennota 2022-2025 heeft de raad uitgesproken dat er in de op te stellen programmabegroting aandacht moet zijn voor de volgende onderwerpen:

  • Sociaal regisseur
  • Meer BOA-capaciteit door herschikking van taken of eventueel beperkte uitbreiding
  • Onderzoek naar semipermanente, tijdelijke of alternatieve woonvormen, eventueel op daartoe geschikte recreatieterreinen
  • (Onderzoek) realisering schaapskooi
  • Oplossing verkeerssituatie Halfweg (rotonde)
  • Renovatie (en aanleg fietspad) Gortelseweg Vierhouten
  • Milieustraat
  • Indexering welzijnsinstellingen/grote projecten
  • Publieke dienstverlening in dorpshuizen en wijkontmoetingscentra

De hierboven genoemde onderwerpen zijn verwerkt binnen de begroting en zijn te vinden onder het kopje "nieuw beleid" wat in (bijna) elk programma te vinden is als ook in de toegevoegde bijlagen "nieuw beleid programmabegroting 2022-2025.

1.3 Uitgangspunten bestaand beleid

Op basis van bestaand beleid zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  1. Het bestaand beleid houdt in dat de ramingen voor de begroting 2022 zijn gebaseerd op de ramingen in Programmabegroting 2021-2024. Deze worden verhoogd met het vastgestelde percentage voor prijscompensatie. Zoals hiervoor aangegeven is dit percentage voor 2022 vastgesteld op 1%.
  2. De uitgangspunten zoals verwoord in de Financiële verordening 2017 gemeente Nunspeet en in de nota ‘Reserves en Voorzieningen herijking 2021’ zijn toegepast.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Op grond van de vastgestelde Perspectievennota programmabegroting 2022-2025 mag de OZB jaarlijks worden verhoogd met de prijscompensatie. Voor 2022 is dit vastgesteld op 1%. Het beleid is dat van een verhoging van de gemeentelijke belasting alleen sprake is als gevolg van de jaarlijkse prijscompensatie en bij door de raad geaccordeerd nieuw beleid nadat eerst bekeken is welk oud beleid kan vervallen. Daarbij worden plannen zorgvuldig afgewogen tegen de lastenverzwaring voor de burgers. Tevens is aangegeven dat er een verhoging mag plaatsvinden voor eventueel grote projecten. Deze uitgangspunten zijn vertaald in de programmabegroting. Om verwarring te voorkomen wordt benadrukt dat in deze fase het OZB-tarief nog niet aan de orde is. Nu gaat het uitsluitend over de (procentuele stijging van de) raming van de totale opbrengst uit OZB. Wat het uiteindelijke OZB-tarief moet worden, gelet op de benodigde opbrengst, wordt mede bepaald door een inschatting van het volume waarover kan worden geheven (de WOZ-waarde binnen de gemeente) en komt bij de vaststelling van de tarieven aan de orde.

Overige belastingen en rechten

Overeenkomstig bestaand beleid is bij de berekening van de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en rechten rekening gehouden met het percentage dat is opgenomen voor de prijscompensatie. Van belang hierbij is op te merken dat wat betreft de opbrengsten afvalstoffenheffing, rioolheffing, begraafplaatsen en weekmarkt rekening wordt gehouden met de kostendekkendheid.

Onvoorziene uitgaven

Op grond van artikel 8, lid 1 van het Besluit Begroting en Verantwoording is in de begroting een post voor ‘onvoorziene uitgaven’ opgenomen. In de begroting is een bedrag geraamd van € 90.000,--. Dit bedrag wordt gesplitst in onvoorziene uitgaven incidenteel (€ 64.000,--) en onvoorziene uitgaven structureel (€ 26.000,--).

Compensatie reserves en voorzieningen en kapitaalslasten nieuwe investeringen

Voor berekening van het percentage van de compensatie reserves(overeenkomstig de nota ‘Reserves en Voorzieningen herijking 2021), wordt het percentage van de langlopende geldleningen ten tijde van het opstellen van de begroting als uitgangspunt genomen. Voor de begroting wordt 1% aangehouden. Aan enkele egalisatie- en bestemmingsreserves wordt een inflatiecorrectie toegevoegd. Bij de behandeling van de begroting 2010 is besloten deze inflatiecorrectie te verlagen naar 2%.

Het investeringsprogramma zoals dat in de lopende begroting en meerjarenbegroting is vastgesteld wordt beschouwd als bestaand beleid. Nieuwe investeringen worden als regel slechts in het laatste jaar van de meerjarenraming toegevoegd. Verder is het van belang te melden dat het percentage compensatie ook geldt als het percentage voor de rentelasten van de investeringen.

1.4 Financiële vertaling van bestaand en nieuw beleid

Financiële verkenning begroting 2022-2025        
         
( -/- = positief saldo)        
Omschrijving 2022 2023 2024 2025
Totaal bestaand beleid 2022-2025 -761 -590 -459 -557
Totaal bestaand beleid 2022-2025 -761 -590 -459 -557
         
Nieuw beleid        
Wijziging wetgeving (structureel) 41 41 41 41
Wijziging wetgeving (incidenteel) 20      
Bestuurlijke wensen (structureel) 87 147 152 138
Bestuurlijke wensen (incidenteel) 38      
Vervangingsinvestering (structureel) 76 120 120 105
Overige investeringen (structureel) 583 597 618 625
Overige investeringen (incidenteel) 721 129 45  
Totaal nieuw beleid 2022-2025 1.566 1038 976 909
         
Totaal financiële effecten begroting 2022-2025 805 444 517 352

Saldo bestaand beleid 2022

De jaarschijf 2022 laat op basis van het saldo bestaand beleid een positief verschil zien ten opzichte van de jaarschijf 2022 in begroting 2021. De oorzaak hiervan ligt in de volgende ontwikkelingen:

  • De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de trap op-, trap af methode wordt het accres genoemd. Voor het meerjarige beeld 2022-2025 is, vanuit de meicirculaire 2021, het cumulatieve accres naar boven bijgesteld ten opzichte van de raming in de decembercirculaire gemeentefonds 2020.  De hogere uitkering t.b.v. van de jeugdzorg is hier een belangrijk gedeelte van wat direct wordt geraamd bij de budgetten.
  • Het financiële effect van de vastgestelde loon- en prijscompensatie.
  • De structurele effecten 2e hoofdlijnenrapportage 2020 en de 1e managementrapportage 2021 zijn verwerkt de financiële verkenning. Per saldo zijn deze budgettair neutraal.
  • Door de geplande ontwikkelingen binnen de stationsomgeving is er binnen het ontwerp geen ruimte voor Stationsplein 1. Omdat dit een gemeentelijk eigendom is komen de geraamde exploitatie baten/lasten te vervallen.
  • Door de deelname in Alliander en Vitens is de gemeente Nunspeet aangesloten bij het zogenaamde Nuvalplatform. Deze kosten worden 3 jaarlijks in rekening gebracht. Deze kosten worden jaarlijks verwerkt in de begroting.
  • T.a.v. de gemeenschappelijke regelingen zijn de vastgestelde begrotingen als uitgaven opgenomen. Deze wijken af ten aanzien van de geraamde bedragen. Het verschil is opgenomen in de financiële verkenning.

Algemene uitkering

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de trap op-, trap af methode wordt het accres genoemd. Voor het meerjarige beeld 2022-2025 is, vanuit de meicirculaire 2021, het cumulatieve accres naar boven bijgesteld ten opzichte van de raming in de decembercirculaire gemeentefonds 2020. De belangrijkste oorzaak hiervan is de hogere rijksbijdragen t.b.v. het sociaal domein. In het kader van de landelijke tekorten op het onderdeel Jeugdhulp zijn de bijdragen verhoogd. Deze hogere inkomsten sociaal domein worden door de gemeente Nunspeet direct geraamd als uitgaven bij het desbetreffende taakveld.

Nieuw beleid

Voor nieuw beleid zijn in de Programmabegroting 2022-2025 (kapitaal)lasten verwerkt. De lasten van het nieuwe beleid zijn ingedeeld in een aantal categorieën: lasten die voortvloeien vanuit een wettelijke verplichting, lasten die verband houden met vervangingsinvesteringen en lasten die betrekking hebben op overige bestuurlijke en vakinhoudelijke wensen. De overzichten zijn in de volgende bijlagen toegevoegd:

  • Bijlage A: overzicht voorstel te honoreren nieuw beleid Programmabegroting 2022-2025 per prioriteit.
  • Bijlage B: overzicht investeringen en uitgaven per programma 2022-2025.

Toelichting bijlagen

Aan de hand van de bijlagen A en B kan enerzijds het voorgestelde nieuwe beleid per prioriteit worden beoordeeld en anderzijds kan een totaaloverzicht worden gegeven van het nieuwe beleid per programma. Dit is de reden dat bijlage B is opgenomen.

1.5 Bijstelling van de programmabegroting

Als gevolg van de uitkomsten Septembercirculaire Algemene uitkering Gemeentefonds en de hoofdlijnenrapportages/managementrapportage 2021 is de raad een bijstellingsbrief verzonden. In de commissie Maatschappij en Middelen is ingestemd met het verwerken van de budgettaire effecten van de bijstellingsbrief in de programmabegroting en het raadsvoorstel. De Programmabegroting 2022-2025 is geagendeerd voor de raadsvergadering van 25 oktober 2021.