Hoofdstuk 1 Basis programmabegroting

1.1 Basis Programmabegroting 2021-2024

Collegeprogramma 2018-2022

Het collegeprogramma met de financiële vertaling is op 27 september 2018 aan de gemeenteraad ter kennisname aangeboden. De financiële vertaling van het collegeprogramma is als vertrekpunt genomen bij de opstelling van de Programmabegroting 2019 en 2020. Het meerjarenperspectief uit de Programmabegroting 2020-2023 is de basis voor de opstelling van de Programmabegroting 2021-2024.

Uitgangspunten Programmabegroting 2021-2024

De uitgangspunten voor de Programmabegroting 2021-2024 zijn vastgesteld op 23 april 2020. De prijscompensatie voor de uitgaven en de inkomsten van 2021 is vastgesteld op 2%. Met ingang van begrotingsjaar 2016 wordt gebruik gemaakt van de prijsontwikkeling bruto binnenlands product (bbp) zoals opgenomen in de meest recente Septembercirculaire Algemene uitkering Gemeentefonds. In de Septembercirculaire 2019 is aangegeven dat de geraamde prijsontwikkeling BBP voor 2021 afgerond 2% bedraagt.

De huidige cao loopt tot 1 januari 2021. Voor 2019 en 2020 bedraagt de totale stijging van de loonkosten en pensioenpremie voor werkgevers afgerond 6,65%. In de Programmabegroting 2020-2024 is rekening gehouden met een percentage van 7%. Voor 2021 wordt rekening gehouden met een stijging van de pensioenpremie voor de werkgever van 3%. Daarnaast wordt rekening gehouden met een verwachte stijging van de lonen van 2% op basis van het percentage prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2019. Op basis van de hier beschreven ontwikkelingen en verwachtingen wordt voor 2021 een structurele loonstijging van totaal afgerond 4,75% voorgesteld.

Het percentage t.b.v. de compesatie reserves en voorzieningen is 1%.

Het percentage kapitaallasten is 1%.

Meicirculaire 2020

In de Meicirculaire wordt ingegaan op de ontwikkeling van de Algemene uitkering Gemeentefonds. In het volgende hoofdstuk wordt verder ingegaan op de Algemene uitkering.

1.2 Hoofdprioriteiten nieuw beleid 2021-2024

Bij het opstellen van het coalitieakkoord heeft de coalitie en de gemeenteraad een aantal prioriteiten voor nieuw beleid geformuleerd. Bij het vaststellen van de uitgangspunten bij de Programmabegroting 2021-2024 heeft de raad uitgesproken dat de aandacht voor nieuw beleid / prioriteiten moet liggen bij de 4 grote projecten maar ook bij de knelpunten welke worden ervaren bij de uitvoering van de gemeentelijke taken.

Sociaal domein

In de afgelopen jaren is het duidelijk geworden dat de budgetten WMO ruim toereikend zijn met een structurele onderschrijding van € 200.000,--. De budgetten jeugdzorg, ondanks de extra jaarlijkse toevoeging van € 850.000,--, laten een structureel tekort zien van € 1.200.000,--. Vastgesteld is voor de verwachte overschrijding op Jeugd (begroot € 1,2 miljoen) binnen het onderdeel Jeugd een taakstelling in de Programmabegroting 2021-2024 op te nemen. Voor de overige onderdelen (Wmo en Participatie) wordt voorgesteld vast te houden aan een budgettair neutrale raming.

Brandweerzorg

De veiligheidsregio Noord Veluwe (VNOG) zit in financieel zwaar weer. De programmabegroting van de VNOG is echter onveranderd vastgesteld. Voor Nunspeet leidt dit tot een aanvullende gemeentelijke bijdrage van afgerond € 150.000,--.

Basismobiliteit

Uit alles blijkt dat het vervoer door ViaVé succesvol is. Er zijn meer mensen met een WMO-indicatie voor vervoer gebruik gaan maken van ViaVé. Daarin schuilt echter ook een gevaar, aangezien het een open-eind-regeling is. In de laatste twee boekjaren zijn er overschrijdingen geconstateerd en gerapporteerd. De verwachting is dat er structureel minimaal € 200.000,-- noodzakelijk is om het collectief vraagafhankelijk vervoer aan te blijven bieden.

Omgevingswet

Het Rijksbeleid is dat de omgevingswet per 1 januari 2021 van kracht is. De verwachting is dat er, naar aanleiding van veranderende regelgeving, minder leges in rekening gebracht zullen worden. Een daling van € 200.000,-- structureel wordt voorzien.

Recreatie en toerisme
Voor recreatie en toerisme is in 2020 een nieuw beleidsplan vastgesteld. De uitvoering van dit beleidsplan vergt structurele dekkingsmiddelen. Op dit moment is de inschatting dat € 130.000,- structureel nodig is voor dit onderwerp.

Grondexploitaties

Naast de lopende grondexploitaties zijn een aantal exploitaties in de onderzoeksfase (’t Hul Noord) of in de voorbereidingsfase (Kijktuinen en bedrijvenstrip Elspeet). De financiële gevolgen hiervan zijn nog onduidelijk.

Duurzaamheid

Duurzaamheid is benoemd als een van de speerpunten voor 2021-2024. Op basis het vastgesteld duurzaamheidsplan zal de gemeente Nunspeet invulling geven aan deze prioriteit.

Herinrichting Stationsomgeving

In 2020 is een realisatie besluit genomen t.a.v. de stationsomgeving. In de komende jaren wordt verder uitvoering gegeven aan de herinrichting van de stationsomgeving.

Onderwijshuisvesting

In 2021 wordt verder uitvoering gegeven aan het Huisvestingsplan ‘Extra oog voor de toekomst’. Hierbij kan worden gedacht aan het voorbereiden / realiseren van een IKC in Nunspeet en verdere verduurzaming van de onderwijshuisvesting. Een herijking van het SHP is noodzakelijk naar aanleiding van de sterk gestegen bouwkosten.

 Sportpark de Wiltsangh

In 2021 wordt er gewerkt aan de revitalisatie van sportpark De Wiltsangh overeenkomstig het door de gemeenteraad genomen besluit.

1.3 Uitgangspunten bestaand beleid

Op basis van bestaand beleid zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  1. Het bestaand beleid houdt in dat de ramingen voor de begroting 2021 zijn gebaseerd op de ramingen in Programmabegroting 2020-2023. Deze worden verhoogd met het vastgestelde percentage voor prijscompensatie. Zoals hiervoor aangegeven is dit percentage voor 2021 vastgesteld op 2%.
  2. De uitgangspunten zoals verwoord in de Financiële verordening 2017 gemeente Nunspeet en in de nota ‘Reserves en Voorzieningen herijking 2020’ zijn toegepast.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Op grond van de vastgestelde uitgangspunten begroting 2021-2024 mag de OZB jaarlijks worden verhoogd met de prijscompensatie. Voor 2021 is dit vastgesteld op 2%. Het beleid is dat van een verhoging van de gemeentelijke belasting alleen sprake is als gevolg van de jaarlijkse prijscompensatie en bij door de raad geaccordeerd nieuw beleid nadat eerst bekeken is welk oud beleid kan vervallen. Daarbij worden plannen zorgvuldig afgewogen tegen de lastenverzwaring voor de burgers. Tevens is aangegeven dat er een verhoging mag plaatsvinden voor eventueel grote projecten. Deze uitgangspunten zijn vertaald in de programmabegroting. Om verwarring te voorkomen wordt benadrukt dat in deze fase het OZB-tarief nog niet aan de orde is. Nu gaat het uitsluitend over de (procentuele stijging van de) raming van de totale opbrengst uit OZB. Wat het uiteindelijke OZB-tarief moet worden, gelet op de benodigde opbrengst, wordt mede bepaald door een inschatting van het volume waarover kan worden geheven (de WOZ-waarde binnen de gemeente) en komt bij de vaststelling van de tarieven aan de orde.

Overige belastingen en rechten

Overeenkomstig bestaand beleid is bij de berekening van de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en rechten rekening gehouden met het percentage dat is opgenomen voor de prijscompensatie. Van belang hierbij is op te merken dat de opbrengsten afvalstoffenheffing, rioolheffing, begraafplaatsen en weekmarkt rekening wordt gehouden met de kostendekkendheid.

Onvoorziene uitgaven

Op grond van artikel 8, lid 1 van het Besluit Begroting en Verantwoording is in de begroting een post voor ‘onvoorziene uitgaven’ opgenomen. In de begroting is een bedrag geraamd van € 90.000,--. Dit bedrag wordt gesplitst in onvoorziene uitgaven incidenteel (€ 64.000,--) en onvoorziene uitgaven structureel (€ 26.000,--).

Compensatie reserves en voorzieningen en kapitaalslasten nieuwe investeringen

Voor berekening van het percentage van de compensatie reserves en voorzieningen (overeenkomstig de nota ‘Reserves en Voorzieningen herijking 2020), wordt het percentage van de langlopende geldleningen ten tijde van het opstellen van de begroting als uitgangspunt genomen. Voor de begroting wordt 1% aangehouden. Aan enkele egalisatie- en bestemmingsreserves wordt een inflatiecorrectie toegevoegd. Bij de behandeling van de begroting 2010 is besloten deze inflatiecorrectie te verlagen naar 2%.

Het investeringsprogramma zoals dat in de lopende begroting en meerjarenbegroting is vastgesteld wordt beschouwd als bestaand beleid. Nieuwe investeringen worden als regel slechts in het laatste jaar van de meerjarenraming toegevoegd. Verder is het van belang te melden dat het percentage compensatie ook geldt als het percentage voor de rentelasten van de investeringen.

1.4 Financiële vertaling van bestaand en nieuw beleid

Financiële verkenning begroting 2021-2024        
         
( -/- = positief saldo)        
Omschrijving 2021 2022 2023 2024
Bestaand beleid 451 332 328 256
Totaal financiële effecten begroting 2021-2024 451 332 328 256
         
Nieuw beleid         
Bestuurlijke wensen (structureel) 1.544 1.973 2.292 2.544
Wijziging wetgeving (structureel) 21 21 21 21
Wijziging wetgeving (incidenteel) - - 15 15
Vervangingsinvestering (structureel) 129 165 132 163
Overige investeringen (structureel) 400 389 339 340
Overige investeringen (incidenteel) 211 52 0 0
Totaal nieuw beleid 2021-2024 2.304 2.600 2.800 3.082
         
Totaal financiële effecten begroting 2021-2024 2.755 2.932 3.128 3.338
         

 

Saldo bestaand beleid 2021

De jaarschijf 2021 laat op basis van het saldo bestaand beleid een negatief verschil zien ten opzichte van de jaarschijf 2021 in begroting 2020. De oorzaak hiervan ligt in de volgende ontwikkelingen:

  • De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op-, trap af methode wordt het accres genoemd. Voor het meerjarige beeld 2021-2024 is het cumulatieve accres naar boven bijgesteld ten opzichte van de raming in de december circulaire gemeentefonds 2020.  De hogere uitkering t.b.v. van de jeugdzorg is hier een belangrijk gedeelte van wat direct wordt geraamd bij de budgetten.
  • Het financiële effect van de vastgestelde loon- en prijscompensatie.
  • Een structureel effect vanuit de 1e en 2e hoofdlijnenrapportage 2020.
  • Een structureel effect n.a.v. de vastgestelde nota Reserves en voorzieningen 2020.
  • Het vervallen van de SNV taak economie.
  • Verwachte verlaging dividenden.

Algemene uitkering

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voordvloeiend uit de trap op-, trap af methode wordt het accres genoemd. Voor het meerjarige beeld 2021-2024 is het cumulatieve accres naar boven bijgesteld ten opzichte van de raming in de december circulaire gemeentefonds 2020. De belangrijkste oorzaak hiervan is de hogere rijksbijdragen t.b.v. het sociaal domein. In het kader van de landelijke tekorten op het onderdeel Jeugdhulp zijn de bijdragen verhoogd. Deze hogere inkomsten sociaal domein worden door de gemeente Nunspeet direct geraamd als uitgaven bij het desbetreffende taakveld.

Nieuw beleid

Voor nieuw beleid zijn in de Programmabegroting 2021-2024 kapitaallasten verwerkt. De kapitaallasten van het nieuwe beleid zijn ingedeeld in een aantal categorieën: lasten die voortvloeien vanuit een wettelijke verplichting, lasten die verband houden met vervangingsinvesteringen en lasten die betrekking hebben op overige bestuurlijke en vakinhoudelijke wensen. De overzichten zijn in de volgende bijlagen toegevoegd:

  • Bijlage A: overzicht voorstel te honoreren nieuw beleid Programmabegroting 2021-2024 per prioriteit.
  • Bijlage B: overzicht investeringen en uitgaven per programma 2021-2024.

Toelichting bijlagen

Aan de hand van de bijlagen A en B kan enerzijds het voorgestelde nieuwe beleid per prioriteit worden beoordeeld en anderzijds kan een totaaloverzicht worden gegeven van het nieuwe beleid per programma. Dit is de reden dat bijlage B is opgenomen.

1.5 Bijstelling van de programmabegroting

Als gevolg van de uitkomsten Septembercirculaire Algemene uitkering Gemeentefonds en de hoofdlijnenrapportages 2020 is de raad een bijstellingsbrief verzonden. In de commissie Maatschappij en Middelen is ingestemd met het verwerken van de budgettaire effecten van de bijstellingsbrief in de programmabegroting en het raadsvoorstel. De Programmabegroting 2021-2024 is geagendeerd voor de raadsvergadering van 29 oktober 2020.