Meer
Publicatiedatum: 22-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Jaarrekening - Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling

Grondslagen voor waardering

Grondslagen voor waardering

Activa
Voor zover niet anders vermeld zijn de activa gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs. De
verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten
van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden
toegerekend. ln de vervaardigingprijs kan verder een redelijk deel van de indirecte kosten worden opgenomen. Als
in de vervaardigingprijs is opgenomen de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden
toegerekend, moet worden toegelicht dat deze rente is geactiveerd. Op vaste activa met een beperkte
gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige
gebruiksduur. Conform de voorschriften van de BBV (notitie MVA, artikel 6.2.2.) vindt voor investeringen met een startdatum in 2019 de afschrijving plaats na volledige  ingebruikname van het  kapitaalgoed/actief.

Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingprijs verminderd met de afschrijvingen en/of
eventuele beschikkingen over reserves voor zover het investeringen in de openbare ruimte met een
maatschappelijk nut betreft. De afschrijvingstermijn op kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en
disagio is maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. De afschrijvingstermijn van kosten voor onderzoek en
ontwikkeling bedraagt ten hoogste vijf jaar.

Materiële vaste activa
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs verminderd met afschrijvingen
en/of bijdragen van derden (voor zover een directe relatie bestaat met het actief) en/of beschikkingen over
reserves (voor zover het investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut betreft). De in erfpacht
uitgegeven gronden zijn gewaardeerd tegen uitgifteprijs van eerste uitgifte. De in eeuwigdurende erfpacht
uitgegeven gronden zijn gewaardeerd tegen registratiewaarde.
De geactiveerde investeringen in activa met een maatschappelijk nut zijn geactiveerd op basis van het gestelde in
de Verordening ex artikel 212 dan wel op basis van afzonderlijke raadsbesluiten. De afschrijvingsmethode is
vastgelegd in de door de raad vastgestelde Verordening ex artikel 212. Als hierop extra wordt afgeschreven, wordt
dit toegelicht.

Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen, leningen, overige langlopende leningen en overige uitzettingen worden gewaardeerd tegen
verkrijgingprijs onder aftrek van eventuele aflossingen. Deelnemingen worden in afwijking hiervan gewaardeerd
tegen marktwaarde als deze waarde lager is dan de verkrijgingprijs. De bijdrage in activa in eigendom van derden
wordt gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdrage verminderd met afschrijvingen.
Onder uitzettingen worden aandelen, obligaties, maar ook leningen en vorderingen verstaan. Uitzettingen met een
looptijd korter dan één jaar worden opgenomen onder de vlottende activa. Uitzettingen met een oorspronkelijke
looptijd van langer dan één jaar worden gedurende de gehele looptijd onder de financiële vaste activa opgenomen.

Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs dan wel tegen lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs
omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en
kosten van bouw- en woonrijpmaken).
Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten
zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen.

Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Indien aan
de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen:
1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat.
2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht.
3. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd). Zolang daarvan geen
sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering
gebracht.

Vorderingen
De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in
mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte innningskansen.

Liquide middelen
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Overlopende activa
De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Passiva
Voor zover niet anders vermeld, zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de staat van baten en
lasten.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd ter afdekking van:
• verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar welke redelijkerwijs is in te schatten;
• op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen
waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
• kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, als het maken van die kosten zijn oorsprong
ook vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot
gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van
vergelijkbaar volume.

Voorzieningen zijn gewaardeerd tegen de actuele waarde. Uitzondering is de voorziening pensioenaanspraken
welke is gewaardeerd tegen de netto contante waarde.

Aan voorzieningen wordt geen rente toegevoegd.

Grondslagen voor resultaatbepaling

Onder baten worden verstaan de baten die rechtstreeks aan het jaar zijn toe te rekenen en die in het jaar als
gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor al vermelde grondslagen voor waardering en
toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden verantwoord in het jaar waarin de goederen zijn geleverd en/of de diensten zijn verricht. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin
deze voorzienbaar zijn.

De afschrijvingen gebeuren tijdsevenredig op basis van de verwachte economische levensduur. Op
aanschaffingen in het verslagjaar wordt naar tijdsbeslag afgeschreven. Afschrijvingen gebeuren onafhankelijk van
het resultaat van het boekjaar.

De volgende afschrijvingstermijnen zijn gehanteerd zoals deze zijn omschreven in artikel 10 van de Financiële Verordening:

Artikel 10 – Waardering en afschrijving vaste activa
1. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief het saldo van agio en disagio worden lineair in maximaal vijf jaar afgeschreven.
2. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
3. De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden lineair afgeschreven in:

Automatisering
• hardware (voor zover niet geleased); 5 jaar
• software 7 jaar

Begraafplaatsen
• voorzieningen 10 jaar

Gebouwen (exclusief ondergrond)
• stenen gebouwen 40 jaar
• andere gebouwen 25 jaar
• verbouwing (uitbreiding) 20 jaar
• renovatie gebouwen (onderhoud) 15 jaar
• woonwagens/woonwagencentra 15 jaar
• installaties (lift, cv et cetera) 15 jaar
• inrichting speelzalen 15 jaar

Terreinen
• sportterreinen 15 jaar
• speelterreinen 10 jaar

Installaties 10 jaar

Kantoorinrichting
• inventaris 10 jaar
• communicatiemiddelen 5 jaar

Machines en gereedschappen 10 jaar

Onderwijs
• noodlokalen 15 jaar
• eerste inrichting 15 jaar
• uitbreiding inrichting 15 jaar
• leer- en hulpmiddelen 10 jaar

Riolering
• drukriolering (BBL) 25 jaar
• vrijvervalriolering 25 jaar
• baggerwerk 15 jaar
• pompen en gemalen 15 jaar

Speeltoestellen en voorzieningen 10 jaar

Vervoermiddelen 5-15 jaar*

Gronden
Op gronden en ondergrond van gebouwen wordt niet afgeschreven.

Activa met een verkrijgingprijs van meer dan € 20.000,-- worden geactiveerd. Activa met een waarde kleiner dan € 20.000,-- kunnen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.

4. Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van: (inrichting) waterwegen; waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimte, parken, overig openbaar groen.
5. Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering bij raadbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te geven tijdsduur.
6. In afwijking van dit artikel, lid 1 tot en met 5, worden vaste activa, die op 31 december 2003 op een andere wijze zijn gewaardeerd en afgeschreven dan gesteld in dit artikel, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven volgens de gehanteerde afschrijvingsmethodiek.