Meer
Publicatiedatum: 30-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Jaarrekening - Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling

Foutenherstel

Met ingang van 2012 zijn de voorzieningen voor de grondexploitatie en dubieuze debiteuren gesaldeerd met de balansposten Grond en Debiteuren. Dit conform de voorschriften van het BBV die vereisen dat deze voorzieningen verwerkt worden als een waardecorrectie op de genoemde activaposten Bouwgronden in exploitatie en Debiteuren.

 

In de jaarrekening over het boekjaar 2017 is een materiële fout hersteld ten aanzien van de schuld afrekening jeugd RNV over het boekjaar 2016 met een effect van € 423.000,-- en de verantwoording van de te vorderen sociale zaken debiteuren voor € 270.810,--. De oorzaak van de materiële fout inzake de schuld afrekening jeugd RNV houdt verband met het ontvangen van de afrekening 2016 na het opstellen van de jaarrekening en bij de te vorderen sociale zaken debiteuren zijn in het verleden de baten en lasten voorzichtigheidshalve direct ten laste van de exploitatie gebracht. Achteraf gezien heeft deze verwerking ten onrechte plaatsgevonden. Het herstellen van de materiële fout heeft een effect van in totaal € 152.190,-- op het vermogen en is als correctie op het beginsaldo eigen vermogen verwerkt.

Daarnaast werden voorheen de zogenaamde beklemde middelen derden als egalisatie- en bestemmingsreserves in de balans verantwoord. Na de BBV wijziging behoren deze als voorziening gepresenteerd te worden, zoals o.a. in de BBV notitie riolering is vastgelegd. De volgende reserves zijn als gevolg van deze wijziging per beginbalans 1 januari 2017 omgezet naar  voorzieningen:

  • egalisatie tarieven afvalstoffenheffing voor een bedrag van € 1.227.644,--;
  • egalisatie tarieven Rioolheffing voor een bedrag van € 786.292,--;
  • de afkoop onderhoud graven voor een bedrag van € 43.910,--;
  • onderhoud recreatieve fietspaden voor een bedrag van € 1.302.406,--;
  • vermogen stichting D.G. van Beuningen voor een bedrag van € 256.951,--;

De in het verleden gevormde voorziening onderhoud riolering met een bedrag van € 1.106.001,-- dient ook als een voorziening met beklemde middelen te worden aangemerkt. Deze is daarbij samengevoegd met de voorziening egalisatie tarieven rioolheffing.  Bovengenoemde aanpassingen zijn verwerkt in de jaarstukken en als zodanig zichtbaar in het resultaat voor en na bestemming en in de balans.

In de onderstaande tabel zijn de effecten voor de balans weergegeven (afgerond in duizendtallen)

Balans

 

31-12-2017

31-12-2016

1-1-2017

Overlopende activa

Nog te ontvangen

7.646

5.927

6.197

Eigen vermogen

Algemene reserve

4.246

3.932

4.202

Bestemmingsreserve

37.486

41.611

37.570

Voorzieningen

7.977

3.932

7.550

Overlopende passiva

Opgebouwde verplichtingen

2.000

2.337

2.760

 

Grondslagen voor waardering

Activa

Voor zover niet anders vermeld, zijn de activa gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingprijs kan verder een redelijk deel van de indirecte kosten worden opgenomen. Als in de vervaardigingprijs is opgenomen de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend, moet worden toegelicht dat deze rente is geactiveerd. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Eerste afschrijving vindt plaats in het jaar van (gedeeltelijke) realisatie van het actief op basis van de begrote bedragen, tenzij het werkelijke investeringsbedrag lager is als de begrote afschrijving.

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingprijs verminderd met de afschrijvingen en/of eventuele beschikkingen over reserves voor zover het investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut betreft. De afschrijvingstermijn op kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en disagio is maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. De afschrijvingstermijn van kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedraagt ten hoogste vijf jaar.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs verminderd met afschrijvingen en/of bijdragen van derden (voor zover een directe relatie bestaat met het actief) en/of beschikkingen over reserves (voor zover het investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut betreft). De in erfpacht uitgegeven gronden zijn gewaardeerd tegen uitgifteprijs van eerste uitgifte. De in eeuwigdurende erfpacht uitgegeven gronden zijn gewaardeerd tegen registratiewaarde.

De geactiveerde investeringen in activa met een maatschappelijk nut zijn geactiveerd op basis van het gestelde in de Verordening ex artikel 212 dan wel op basis van afzonderlijke raadsbesluiten. De afschrijvingsmethode is vastgelegd in de door de raad vastgestelde Verordening ex artikel 212. Als hierop extra wordt afgeschreven, wordt dit toegelicht.

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen, leningen, overige langlopende leningen en overige uitzettingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs onder aftrek van eventuele aflossingen. Deelnemingen worden in afwijking hiervan gewaardeerd tegen marktwaarde als deze waarde lager is dan de verkrijgingprijs. De bijdrage in activa in eigendom van derden wordt gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdrage verminderd met afschrijvingen.

Onder uitzettingen worden aandelen, obligaties, maar ook leningen en vorderingen verstaan. Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar worden opgenomen onder de vlottende activa. Uitzettingen met een oorspronkelijke looptijd van langer dan één jaar worden gedurende de gehele looptijd onder de financiële vaste activa opgenomen.

Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs dan wel tegen lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken).

Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen.

Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen:

  1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat.
  2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht.
  3. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd). Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht.

Vorderingen

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Liquide middelen

De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Overlopende activa

De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Passiva

Voor zover niet anders vermeld, zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de staat van baten en lasten.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd ter afdekking van:

  • verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar welke redelijkerwijs is in te schatten;
  • op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
  • kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, als het maken van die kosten zijn oorsprong ook vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

Voorzieningen zijn gewaardeerd tegen de actuele waarde. Uitzondering is de voorziening pensioenaanspraken welke is gewaardeerd tegen de netto contante waarde.

Aan voorzieningen wordt geen rente toegevoegd.

 

 

Grondslagen voor resultaatbepaling

Onder baten worden verstaan de baten die rechtstreeks aan het jaar zijn toe te rekenen en die in het jaar als gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor al vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden verantwoord in het jaar waarin de goederen zijn geleverd en/of de diensten zijn verricht. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn.

De afschrijvingen gebeuren tijdsevenredig op basis van de verwachte economische levensduur. Op aanschaffingen in het verslagjaar wordt naar tijdsbeslag afgeschreven. Afschrijvingen gebeuren onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

 

 

De volgende afschrijvingstermijnen zijn gehanteerd zoals deze zijn omschreven in artikel 10 van de Financiële Verordening:

Artikel 10 – Waardering en afschrijving vaste activa

  1. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief het saldo van agio en disagio worden lineair in maximaal vijf jaar afgeschreven.
  2. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
  3. De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden lineair afgeschreven in:

 

Automatisering

 

  • hardware (voor zover niet geleased);

  5 jaar

  • software

  7 jaar

Begraafplaatsen

 

  • voorzieningen

10 jaar

Gebouwen (exclusief ondergrond)

 

  • stenen gebouwen

40 jaar

  • andere gebouwen

25 jaar

  • verbouwing (uitbreiding)

20 jaar

  • renovatie gebouwen (onderhoud)

15 jaar

  • woonwagens/woonwagencentra

15 jaar

  • installaties (lift, cv et cetera)

15 jaar

  • inrichting speelzalen

15 jaar

 

Terreinen

 

  • sportterreinen

15 jaar

  • speelterreinen

10 jaar

Installaties

10 jaar

 

 

Kantoorinrichting

 

  • inventaris

10 jaar

  • communicatiemiddelen

  5 jaar

 

 

Machines en gereedschappen

10 jaar

 

 

Onderwijs

 

  • noodlokalen

15 jaar

  • eerste inrichting

15 jaar

  • uitbreiding inrichting

15 jaar

  • leer- en hulpmiddelen

10 jaar

 

 

 

 

Riolering

 

  • drukriolering (BBL)

25 jaar

  • vrijvervalriolering

25 jaar

  • baggerwerk

15 jaar

  • pompen en gemalen

15 jaar

 

 

Speeltoestellen en voorzieningen

10 jaar

 

 

Vervoermiddelen

5-15 jaar*

 

Gronden

Op gronden en ondergrond van gebouwen wordt niet afgeschreven.

 

Activa met een verkrijgingprijs van meer dan € 20.000,-- worden geactiveerd. Activa met een waarde kleiner dan € 20.000,-- kunnen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.

  1. Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van: (inrichting) waterwegen; waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimte, parken, overig openbaar groen.
  2. Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering bij raadbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te geven tijdsduur.
  3. In afwijking van dit artikel, lid 1 tot en met 5, worden vaste activa, die op 31 december 2003 op een andere wijze zijn gewaardeerd en afgeschreven dan gesteld in dit artikel, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven volgens de gehanteerde afschrijvingsmethodiek.