Meer
Publicatiedatum: 13-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Jaarverslag - Paragrafen

Jaarverslag - Paragraaf Weerstandsvermogen

Inleiding

Om inzicht te verschaffen in de robuustheid van de begroting van de gemeente bepaalt artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dat in de paragraaf weerstandsvermogen een relatie wordt gelegd tussen de gemeentelijke weerstandscapaciteit en de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de aanwezige middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwacht en aanzienlijk zijn, af te dekken. Weerstandsvermogen is dat deel van de weerstandscapaciteit dat niet nodig is voor afdekking van alle risico’s ofwel:

Weerstandsvermogen is weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s.

De omvang van de weerstandscapaciteit is van belang voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De weerstandscapaciteit omvat de mogelijkheden voor een gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen structurele en incidentele weerstandscapaciteit. Met het eerste worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de programma’s. Met de incidentele weerstandscapaciteit wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed op de voortzetting van taken op het geldende niveau.

Gemeente Nunspeet gebruikt in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Mochten zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan mogen deze eerst incidenteel worden afgedekt door middel van incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens zal hiervoor bij de eerstvolgende begroting structurele dekking gezocht worden. Lukt dit niet dan wordt de structurele weerstandscapaciteit als dekkingsmiddel ingezet.

De weerstandscapaciteit bestaat uit:

Structurele weerstandcapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:

  1. Onvoorziene uitgaven structureel.
  2. Onbenutte belastingcapaciteit.

Incidentele weerstandscapaciteit

De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit:

  1. Het vrije deel van de algemene reserve
  2. De bestemmingsreserves.
  3. Stille reserves (gesteld op nihil).
  4. Onvoorzienbare uitgaven incidenteel.

Ad 1 Onvoorziene uitgaven

Artikel 8 (lid 1 en lid 6) van het BBV verplicht iedere gemeente een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen in de begroting. De post onvoorzien is een buffer voor externe onvoorzienbare tegenvallers. Het dekt uitgaven die voldoen aan de drie “O’s” (Onvoorzien, Onvermijdbaar en Onuitstelbaar). In de begroting is een bedrag geraamd van € 88.900,--. Dit bedrag wordt gesplitst in onvoorzienbare uitgaven incidenteel € 63.500,-- en onvoorzienbare uitgaven structureel € 25.400,--. Na de doorgevoerde begrotingswijzigingen was aan het einde van het boekjaar nog een bedrag beschikbaar van € 38.000 onvoorzien incidenteel en € 16.000 onvoorzien structureel.

Ad 2 Onbenutte belastingcapaciteit

Opbrengst onroerendezaakbelastingen (OZB) versus normtarief OZB-artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (FVW). Wanneer de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekort zullen schieten om in noodzakelijke behoeften te voorzien, kan een aanvullende uitkering worden aangevraagd. Wel moeten de eigen inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Onderstaand is de berekening weergegeven tussen dit ‘redelijke’ peil en de werkelijke begrote opbrengsten OZB.

 In de Meicirculaire 2016 (paragraaf 5.1 – bijlage 5.6.1) staat aangegeven dat de WOZ-waarde 0,1927% bedraagt voor toelating tot artikel 12 van de FVW.

Waarde zoals is gebruikt bij de berekening van de Algemene uitkering gemeentefonds

Waarde woningen 70%           2.727.500.000

Waarde niet-woningen               548.500.000

Totale WOZ-waarde                3.276.000.000

Maximale opbrengst volgens uitgangspunten artikel 12 van de FVW            € 7.456.527

Werkelijke opbrengst 2017 OZB                                                                                           € 3.871.000

Onbenut                                                                                                                                                € 3.585.199

De toename van de onbenutte belastingcapaciteit ten opzichte van het vorige boekjaar wordt veroorzaakt door een stijging van de WOZ waarden.

Ad 3 Het vrije deel van de algemene reserve, de vrije reserve en de bestemmingsreserve

Algemene reserve

De doelstelling van de algemene reserve is het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten en van onvoorziene ontwikkelingen waarvoor geen voorziening is getroffen. Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2017 € 3.932.281,--.  De algemene reserve bestaat uit drie onderdelen:

  • Het beslag in de algemene reserve per 31 december 2017 bedraagt € 1.215.009,--. Dit gedeelte maakt geen deel uit van het weerstandsvermogen, het is immers bestemd voor een ander doel.
  • Het bodembedrag voor 2017 is berekend op € 1.719.000,--. Het bodembedrag is geen onderdeel van het weerstandsvermogen.
  • Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2017 €1.279.147,-- en maakt deel uit van het weerstandsvermogen.

Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserves kunnen worden verdeeld in geblokkeerde of beklemde reserves en overige bestemmingsreserves. Onder geblokkeerde of beklemde reserves verstaan we reserves waarover niet (geheel of gedeeltelijk) vrij kan worden beschikt, omdat deze reserves worden gebruikt om structurele dekkingsmiddelen voor de gemeente begroting genereren. Deze geblokkeerde of beklemde reserves maken geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit.

De stand van de bestemmingsreserves op 31 december 2017 € 42,2 miljoen (31 december 2016: € 38,1 miljoen). Een belangrijk deel van de bestemmingsreserves is geblokkeerd vanwege de structurele inzet van de renteopbrengst als dekkingsmiddel. In onderstaand overzicht is aangegeven welke overige bestemmingsreserves niet geblokkeerd of beklemd zijn.

tabel overige bestemmingsreserves (niet geblokkeerd of beklemd)        
Soort reserve       bedrag
Egalisatiereserve wegen       6.295
Egalisatiereserve bouwleges       12.750
Reserve automatisering       128.877
Reserve restauratie eigen monumenten       58.471
Reserve restauratie gem monumenten       150.739
Reserve bodemverontreiniging       804.380
Reserve IRTV       710.030
Reserve bosexploitatie       870.360
Reserve grondexploitatie       1.324.246
Reserve wachtgeldverplichtingen       821.619
Reserve sociaal domein       2.315.281
Reserve stimulering goedkope woningbouw       2.368
Reserve BWS gelden       31.238
        7.236.654
         

 

Ad 4 Stille reserves

Bij stille reserves moet worden gedacht aan bezittingen die beneden de marktwaarde in de boeken staan en die zonder bezwaar direct te verkopen zijn. De gemeente heeft echter nauwelijks nog panden anders dan panden en gronden die nodig zijn voor de grondexploitatie. De gemeente is aandeelhouder van NV Bank Nederlandse Gemeente (BNG), NV Alliander en waterleidingmaatschappij Vitens. Aangenomen kan worden dat de aandelen bij een eventuele verkoop meer opbrengen dan de boekwaarde. Er is hier dus sprake van een stille reserve. Deze ruimte kan echter niet direct benut worden onder het huidige beleid en de huidige taakuitvoering, omdat de inkomsten uit deze aandelen structureel geraamd zijn in de begroting.

Weerstandscapaciteit 2017

In onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit voor de jaarrekening 2017 weergegeven:

tabel weerstandscapaciteit

tabel weerstandscapaciteit        
onderdeel weerstandscapaciteit       bedrag
         
Structurele weerstandscapaciteit        
1. Onvoorzien structureel       16.000
2. Onbenutte belastingcapaciteit       3.585.199
         
Structurele weerstandscapaciteit       3.601.199
         
Incidentele weerstandscapaciteit        
3. Vrije deel algemene reserve       1.279.147
3. Vrije deel bestemmingsreserves       7.236.654
4. Stille reserves       0
5. Onvoorzien incidenteel       38.000
         
Incidentele weerstandscapaciteit       8.553.801
         
Totale weerstandscapaciteit       12.155.000
         

Risico’s

Tegenover de hierboven geïnventariseerde weerstandscapaciteit staan de risico’s die de gemeente loopt. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard en hangen samen met onder andere de schaalgrootte en gemeente specifieke factoren. Het managen van deze risico’s wordt risicomanagement genoemd.

Risicomanagement in relatie tot het weerstandsvermogen

Bij risicomanagement gaat het om het uitvoeren van een systematische en periodiek terugkerend proces van identificeren, beoordelen, en kwantificeren van risico’s, het bepalen en uitvoeren van activiteiten en maatregelen die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s, beheersbaar houdt en het evalueren en rapporteren over de verschillende stappen in het proces.

Doelstellingen

De volgende doelstellingen streeft gemeente Nunspeet met risicomanagement:

  1. Reduceren van de gevolgen van risico’s
  2. Voldoen aan wet- en regelgeving
  3. Actualisering van het weerstandsvermogen
  4. Verhogen van risicobewustzijn
  5. Beoordelen en optimaliseren van het weerstandsvermogen

Indeling risico’s

Gemeente Nunspeet hanteert voor de identificatie van de risico’s de volgende indeling:

  1. Juridische risico’s;
  2. Financiële risico’s;
  3. Personele / organisatorische risico’s
  4. Grondexploitatie en strategische aankopen risico’s
  5. Milieurisico’s
  6. Verbonden partijen
  7. Risico’s sociaal domein
  8. Reguliere risico’s

Analyse en beoordelen van de risico’s

Om risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden. Als wordt geschat dat een risico zich bijvoorbeeld eenmaal in de tien jaar zal voordoen is de kans op optreden 10%. Als een risico zich eenmaal per jaar kan voordoen is de kans 90%. Bij 100% is het geen risico meer.

Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen.

Hierna treft u twee tabellen de indeling van de kansen en financiële gevolgen aan. Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we vijf klassen met de volgende referentiebeelden:

 

Klasse

Aantal keren dat risico, zich naar verwachting voordoet

Kans

1

< 1 x per 10 jaar

10%

2

1 x per 5 – 10 jaar

30%

3

1 x per 2 – 5 jaar

50%

4

1 x per 1 – 2 jaar

70%

5

1 x per jaar of <

90%

Voor het bepalen van de financiële gevolgen wordt gebruik van de volgende indeling:

Klasse

Bandbreedte

Financieel gevolg

0

Geen gevolgen

Geen

1

€ 0 < € 5.000

Zeer laag

2

€ 5.000 < € 25.000

Laag

3

€ 25.000 < € 75.000

Midden

4

€ 75.000 < € 250.000

Hoog

5

>€ 250.000

Zeer hoog

Het reële financiële gevolg wordt dus bepaald door de ‘Kans’ en het ‘Financiële gevolg’ met elkaar te vermenigvuldigen. De risico’s met het grootste financiële gevolg krijgen de hoogste prioriteit bij het beheersen van de risico’s.

a. Juridische risico’s

Dwangsom

In het boekjaar 2017 is er geen enkele dwangsom opgelegd aan de gemeente. Ook zijn er geen signalen van dwangsommen welke betrekking hebben op 2017. Daarom wordt het risico op nihil gesteld.

Proceskosten

Voor bezwarenprocedures en (hoger) beroepsprocedures waarin de gemeente in het ongelijk wordt gesteld, wordt de gemeente veroordeeld in de proceskosten. De hoogte van de proceskostenvergoeding is gerelateerd aan het aantal proceshandelingen dat in de betreffende procedure is verricht. De afgelopen jaren is het aantal verzoeken dat wordt ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur niet verminderd. Er is een duidelijke aanwijzing dat deze verzoeken worden ingediend met het proceskostenvergoeding oogmerk om vervolgens in bezwaar en beroep te gaan tegen de beslissing en zo de vergoeding op te strijken. Afgaande op de verzoeken die het afgelopen jaar zijn ingediend, leidt dit in enkele gevallen tot een verplichting om proceskosten te vergoeden. Rondom de balansdatum zijn geen beroepsprocedures bekend welke tot financiële gevolgen kunnen leiden.

Inkoop en aanbesteding

Door de invoering van de Aanbestedingswet 2012 is het risico van een juridische procedure toegenomen. Voor de keuze van inkoopprocedure wordt uitgegaan van indicatieve bedragen. Dit geeft ruimte voor verschillen van inzicht en is daardoor een risico. Daarnaast is de economische situatie dusdanig, dat partijen eerder bereid zijn gunning via de rechter af te dwingen. Per balansdatum zijn er geen procedures of signalen in die richting. Het risico wordt daarom in de jaarrekening op nihil gesteld.

Claims van derden

Bij het opstellen van de jaarrekening 2017 is een inventarisatie gehouden van de op dat moment bekende verzoeken of te verwachte verzoeken voor planschade en de diverse juridische procedures (afkoopbedrag; schadeclaims). Hiervoor is een voorziening Planschades en Juridische procedures gevormd. De risico’s voor planschade zijn zo veel mogelijk bij de initiatiefnemer ondergebracht. (Plan)schades die onvermijdelijk ten laste van de gemeente komen, worden ten laste van het rekening resultaat gebracht. Ook de kosten van het opstellen van een schadeanalyse komen ten laste van de gemeente.

Omdat steeds meer juridisch adviesbureaus zich gaan specialiseren in planschaden, is het risico van schade-analysekosten steeds groter. Dit risico kan bijvoorbeeld optreden bij onbedoelde of onvoorziene effecten bij actualisatie van bestemmingsplannen. In de begroting wordt hiermee geen rekening gehouden.

 

tabel juridische risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

S of I

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Dwangsom

I

0%

0

0

Proceskosten

I

0%

0

0

Inkoop en aanbesteding

I

0%

0

0

Claims van derden

I

50%

40.000

20.000

Totaal juridische risico's

   

 

20.000

 

 

 

 

 

 

b. Financiële risico’s

Heroverwegingen

De taakstelling 2017 is gerealiseerd. Het restant van de heroverweging taakstelling eigen organisatie bedraagt vanaf 2018 € 52.000. Wanneer rekening wordt gehouden met natuurlijk verloop van onze medewerkers is deze taakstelling vanaf 2018 te realiseren.

Rente

Eind 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Dit houdt in dat decentrale overheden verplicht hun liquide middelen aanhouden bij de Nederlandse schatkist. Tijdelijke overschotten aan liquide middelen kunnen niet uit oogpunt van een optimaal liquiditeitsbeheer in deposito uitgezet of tegen een gunstige rente op een spaarrekening bij een commerciële bank gezet worden. Dit kan in situaties met hogere rentetarieven een negatief effect op de rendementsverwachting hebben. Wel biedt de staat de mogelijkheid om overtollige gelden voor langere periode in depot weg te zetten. Echter de rentevergoeding is aanzienlijk lager dan die bij commerciële banken. Gezien de gemiddelde rentelast van het per 31 december 2017 met vreemd vermogen gefinancierde deel kan worden geconcludeerd dat de geraamde financieringsstructuur en in relatie hiermee ook het weerstandsvermogen van onze gemeente op 31 december 2017 als voldoende kan worden beoordeeld.

Omslagrente

De berekening van de renterisiconorm is opgenomen in de paragraaf financiering. Uit dit overzicht blijkt dat de gemeente vrijwel geen renterisico loopt. Wanneer de omslagrente lager is dan de marktrente, ontstaat er een risico. Dit is een gevolg van het feit dat hieruit een financieel nadeel voortvloeit voor de begroting. Als het rentepercentage van aan te trekken leningen lager is dan de geraamde omslagrente van 1,75%, blijft het renterisico acceptabel. In het komende jaar zal de ECB (Europees centrale bank) een ruim monetair beleid blijven voeren. Verwacht wordt dat de kapitaalmarktrente (lange rente), gezien de verwachte economische ontwikkelingen (zoals lichte economische groei, inflatie) in het komende jaar iets gaat stijgen. Op grond van deze verwachting is er, naar het zich nu laat aanzien, nog vrijwel geen renterisico te verwachten.

Algemene uitkering

In de Programmabegroting 2017-2020 is de raming van de uitkeringen uit het Gemeentefonds gebaseerd op de meicirculaire 2016. In de latere circulaires 2017 zijn door het ministerie voor diverse maatstaven actuele (soms al definitieve) aantallen opgenomen. Dit heeft voor 2017 geresulteerd in een hogere Algemene Uitkering. De onderdelen vanuit de Algemene Uitkering m.b.t. het sociaal domein zijn op begrotingsbasis budgettair neutraal verwerkt. Eventuele voordelige resultaten zijn verwerkt in de jaarrekening.

Precariobelasting

Met ingang van 2016 wordt er precariobelasting geheven op kabels en leidingen. De aanslagen worden gebaseerd op basis van opgave van de eigenaren van de kabels en leidingen en gecontroleerd door een externe partij. De ingediende bezwaren tegen de opgelegde aanslagen zijn in behandeling. De verwachting is dat deze, op basis van jurisprudentie, geen stand zullen houden. Veiligheidshalve wordt de precariobelasting niet verantwoord in de exploitatie maar voorlopige gestort in een reserve. Het risico is dan ook gesteld op nihil.

Verstrekte garanties

In totaal zijn voor € 87.201.000,-- aan gemeentegaranties aan instellingen verstrekt (peildatum 31 december 2017). Het grootste deel hiervan zijn garanties voor geldleningen waar de gemeente samen met het Rijk een achtervangpositie inneemt (€ 84.594.000,--). Deze garanties zijn in eerste instantie gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het restant van de garanties heeft betrekking op geldleningen van instellingen binnen de gemeente en Vitens. Aan particulieren is voor € 1.119.200,-- (peildatum 31 december 2017) aan gemeentegaranties verstrekt. Deze leningen zijn in eerste instantie gegarandeerd door de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De gemeente heeft voor deze leningen een achtervangpositie. Gezien de kredietwaardigheid van de geldnemers van zowel instellingen als particulieren is het aan de garanties verbonden risico zeer gering.

 

tabel financiële risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Heroverwegingen

S

0%

0

0

Rente

S

10%

90.000

9.000

Omslagrente

S

0%

0

0

Gemeentefondsuitkering

S

0%

0

0

Precariobelasting

S

0%

0

0

Verstrekte garanties

S

0%

0

0

Totaal financiële risico's

   

 

9.000

 

 

 

 

 

 

c. Personele / organisatorische risico’s

Ziektekosten/knelpunten

De gemeente Nunspeet was in 2015 eigen risicodrager voor kosten die het gevolg zijn van ziekteverzuim. Per 1 januari 2016 is dit ondergebracht bij het UWV en verdisconteerd in de premies. Hierdoor is het financiële risico opgeheven.

 

Korps vrijwillige brandweer

Op basis van de rechtspositieregeling vrijwillige brandweer waren wij als gemeente verplicht om voor vrijwilligers bij de brandweer een ongevallenverzekering af te sluiten. Deze voorzag in een basisuitkering bij overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid en tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Het kon daarbij gebeuren dat schade die niet door de verzekering werd vergoed (zgn. restschade) voor rekening van de brandweervrijwilliger bleef. Om voor vergoeding van de restschade in aanmerking te komen, was het van belang te weten wie aansprakelijk was. Indien wij als werkgever schuld hadden aan het ongeval, kon dat leiden tot extra vergoeding van geleden schade wegens aansprakelijkheid. Ondanks de overgang van de vrijwillige brandweer naar de VNOG bestaat er nog een risico vanuit schadeclaims uit het verleden. Deze wordt zekerheidshalve begroot op maximaal € 350.000, -.

 

tabel personele/organisatorische risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Kosten vrijwillige brandweer

S

10%

350.000

35.000

Totaal personele/organisatorische risico's

   

 

35.000

 

 

 

 

 

d. Grondexploitatie en strategische aankopen risico’s

Grondexploitatie
Voor de grondexploitaties is een berekening opgesteld van de nog te verwachten kosten en opbrengsten, resulterend in een bijstelling van de verwachte winst c.q. verlies. Deze bijstelling vindt plaats aan de hand van de laatste inzichten (waaronder contractuele verplichtingen en geformuleerde beleidsuitgangspunten) op het gebied van de ontwikkeling van de markt aan de kosten- en opbrengstenkant. Als dit resulteert in een neerwaartse bijstelling van de resultaten, wordt onderzocht op welke wijze dit kan worden gecompenseerd.

Daarnaast wordt binnen de reserve grondexploitatie een bodembedrag (financiële buffer) aangehouden dat varieert met de omvang van de risico’s die worden gelopen.

Naarmate grondexploitaties vorderen, dalen vaak de onzekerheden (immers een steeds groter deel is gerealiseerd) en daalt ook het bodembedrag. Jaarlijks vindt op grond van artikel 12, lid 1 van de Verordening en artikel 212 van de Gemeentewet de bijstelling plaats na het vaststellen van de jaarrekening.

Het KWP (Kwalitatief WoonProgramma) heeft als doel het woningaanbod op regionaal niveau, zowel kwantitatief als kwalitatief zo goed mogelijk af te stemmen op de behoefte (vraag) aan woningen. Er ontstaat een probleem wanneer volgens het KWP de behoefte aan woningen of naar een bepaald soort woningen, achterblijft en er centraal afspraken worden gemaakt over woningaanbodreductie. Een ander risico is dat de boekwaarde van de aangekochte gronden en/of objecten die niet deel uitmaken van een exploitatieplan, stijgen, boven de actuele marktwaarde.

Molenbeek
Ten opzichte van de vorige begroting kan geconstateerd worden dat het risico in dit project is afgenomen. In de achterliggende periode zijn er contracten / overeenkomsten afgesloten en gronden verkocht. Dit verkleint het risico. Om het geconstateerde en gekwantificeerde risico in de grondexploitatie op te vangen is de Voorziening risico’s grondexploitatie getroffen. Van deze voorziening is een gedeelte van ad. €1.000.000 ten behoeve van het project Molenbeek.

Weversweg
In 2017 zijn er ontwikkelingen geweest in het plan Weversweg. Een deel van het plangebied is gewijzigd en voor deze grond zijn inmiddels contracten afgesloten voor de verkoop. Van de overige gronden zijn er een tweetal kavels verkocht en is op een deel van de kavels een optie tot koop genomen.

De Kolk

De aanleg van de rondweg is in 2017 afgerond. Inmiddels is ook met het bouwrijp maken van het bedrijventerrein begonnen. De verwachting is  het bouwrijp maken in het voorjaar van 2018 afgerond. Op een deel van de kavels is inmiddels een optie genomen en de verwachting is dat deze in de loop van 2018 uitgegeven zullen worden.

Vrijkomende MFA locaties

In de achterliggende periode zijn alle gronden afgenomen. Bij het opstellen van de jaarrekening 2015 is er een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven t.a.v. de subsidies. De onzekerheid is hierdoor sterk afgenomen. De verwachting is dat deze subsidie binnenkort ontvangen zal worden.

Stationslaan

Eind 2017 staat nog een vrijstaande woning en een patiowoning te koop. De overige woningen zijn verkocht. Na afronding van het project dient de gemeente nog een aanpassing te doen in de infrastructuur om de bereikbaarheid te bevorderen. Hiervoor is reeds €55.000 geraamd. Om het geconstateerde en gekwantificeerde risico in de grondexploitatie op te vangen is de Voorziening risico’s grondexploitatie getroffen. Van deze voorziening is een gedeelte van ad. €240.000 ten behoeve van het project Stationslaan.

Elspeet Noord West

Eind 2017 is een groot deel van de gronden verkocht. Voor het restant van de kavels is grotendeels een optie tot koop genomen.

Het financiële gevolg en de kans van optreden van de risico’s in de grondexploitatie zijn in onderstaande tabel weergegeven. Het financiële gevolg is gebaseerd op het worst case scenario. Dit is de boekwaarde van grondexploitatie. Ten opzichte van de begroting 2016 zijn de risico’s gedaald. Dit wordt mede veroorzaakt door de reeds afgesloten contracten en verkopen van gronden in plan Molenbeek.

 

tabel Grondexploitatie en strategische risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Molenbeek totaal

I

30%

10.952.000

3.285.600

Voorziening Molenbeek

     

-1.000.000

Weversweg

I

30%

1.442.000

432.600

De Kolk

I

10%

11.528.000

1.152.800

Vrijkomend MFA locaties

 

1%

100.000

1.000

Stationslaan

I

100%

177.000

177.000

Voorziening Stationslaan

I

   

-236.000

Elspeet Noord West

I

30%

-36.000

-10.800

Totaal grondexploitatie en strategische risico's

   

 

3.802.200

 

 

 

 

 

 

e. Milieurisico’s

Milieu en bodemverontreiniging

Het algemeen beleid op dit punt is dat de kosten van een eventuele sanering worden verhaald op de veroorzaker. Is dit niet meer mogelijk, dan wordt bij een mobiele verontreiniging (een zich verplaatsende verontreiniging) gesaneerd en bij een immobiele verontreiniging nagegaan of er gevarenzijn voor de volksgezondheid. Is dit het geval, dan volgt sanering (zo mogelijk binnen de begrote budgetten). Is dit niet het geval, dan wordt nagegaan of op een nader geschikt moment sanering mogelijk is op een manier die effectief en doelmatig is (ook in relatie tot de hiermee gepaard gaande financiële middelen). Voor de bekende bodemverontreinigingen is de reserve bodemverontreiniging gevormd.

In 2014 is bekeken of de reserve deels of geheel kan vervallen. Omdat er nog geen duidelijkheid is over enkele grotere bodemsaneringslocaties zoals bijvoorbeeld de locatie van de Berkenhorst of de herinrichting van stortplaats De Wiltsangh wordt de reserve nog in stand gehouden. Ook bestaat er de mogelijkheid dat bij faillissement van bedrijven met een bodemverontreiniging de saneringskosten alsnog deels of geheel voor rekening van de gemeente komen. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat bij schuren met asbestdaken zonder dakgoot in sommige gevallen sprake is van bodemverontreiniging. Onderzoeks- en saneringskosten hiervan komen voor rekening van de eigenaar. Daar waar de gemeente eigenaar is of wordt, kan de gemeente hier op worden aangesproken. Bij aankoop zal hier rekening mee gehouden worden. Het is niet direct in te schatten of en welke kosten hieruit voorvloeien.

Voor niet bekende bodemverontreinigingen zijn de financiële gevolgen lastig in te schatten. Deze zijn afhankelijk van de aard en omvang van de verontreiniging en het tijdstip van het ontstaan van de verontreiniging, na 1987 is een nieuw geval en moet volledig opgeruimd worden en voor 1987 is een oud geval en mag functioneel gesaneerd worden. Daarnaast is het afhankelijk van de mogelijkheid om de kosten te verhalen op de veroorzaker. Om toch een inschatting te maken van de kosten wordt een bedrag van € 300.000 aangehouden worden met een risico van voorkomen van 10 %. De reserve bodemsanering maakt onderdeel uit van het weerstandsvermogen.

In 2017 is besloten geld beschikbaar te stellen om een inventarisatie te doen naar de lopende of te verwachten saneringen en de daarbij behorende kosten. Dit zal in de loop van 2018 uitgevoerd worden na de overdracht van de dossiers van de Provincie aan de gemeente.

tabel milieu en bodemverontreiniging risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Milieu en bodemverontreiniging

I

10%

300.000

30.000

Totaal milieu en bodemverontreiniging risico's

   

 

30.000

 

 

 

 

 

 

f. Verbonden partijen

De gemeente is financieel mede aansprakelijk voor een aantal samenwerkingsverbanden (paragraaf Verbonden partijen).

Directe deelnemingen in vennootschappen:

  • Bank Nederlandse Gemeenten NV;
  • NV Alliander;
  • Vitens NV.

 Overige deelnemingen:

  • Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe;
  • NV Afvalsturing Friesland;
  • Regio Noord-Veluwe;
  • Omgevingsdienst Noord-Veluwe;
  • Leisurelands BV;
  • Coöperatie Gastvrije randmeren;
  • Stichting Muziekschool Noordwest-Veluwe;
  • Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;
  • NV Inclusief Groep;
  • Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe;
  • Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Gelre-IJssel.

Per verbonden partij is een risicoanalyse gemaakt. Via deze risicoanalyse wordt gekeken naar de mate van risico dat de gemeente bij de verbonden partijen loopt. Bij sommige verbonden partijen is een beoordeling op cijfers lastig. Soms komt dit doordat recente cijfers nog niet voorhanden zijn. Bij deze verbonden partijen is gekeken naar de bijdrage die de gemeente levert en het financiële nadeel dat de gemeente loopt bij een eventueel faillissement. Hierbij is een inschatting gemaakt van de kans dat een faillissement zich voordoet.

Van de directe deelnemingen in vennootschappen is de nominale waarde van het belang van onze gemeente in de vennootschap als risico opgenomen verhoogd met de ontvangen dividenden. Van de overige deelnemingen in vennootschappen is als financieel gevolg opgenomen de jaarbijdrage.

De kans van optreden wordt geclassificeerd met risico laag, gemiddeld of hoog. Per verbonden partij is het risico (kans van optreden) op grond daarvan, uitgedrukt in een percentage. De toelichting op de belangen voor onze gemeente vindt u terug in de paragraaf verbonden partijen. In onderstaande tabel zijn de risico’s per verbonden partij uitgedrukt in geld. Bij een kans van optreden die als “laag” is gekwalificeerd is rekening gehouden met een percentage van 10%. Bij een ‘hoge’ kwalificatie is een percentage van 30%, 50% of 70% aangehouden, afhankelijk van de inschatting van de kans van optreden. Er zijn drie deelnemingen waarbij het risico voor de gemeente Nunspeet als “hoog” wordt ingeschat.

Stichting Muziekschool Noordwest Veluwe
Op 30 juni 2011 heeft de gemeenteraad ingestemd met de kaders voor de bestuurlijke ontvlechting van de muziekschool. Een garantstellingsovereenkomst vormt de basis van de bestuurlijke ontvlechting. Conform de overeenkomst, staan de gemeentes voor een periode van 15 jaar (tot en met 2026) garant, voor uitkeringsverplichtingen voortvloeiend uit de rechtspositiebepalingen, zoals die van toepassing zijn op werknemers, die op 1 oktober 2011 in dienst zijn van de muziekschool. De gemeente Nunspeet staat garant voor € 767.692. Op 30 oktober 2013 is de Muziekschool failliet verklaard. De curator is bezig met de afwikkeling. Nieuwe initiatieven zijn gerealiseerd. Een aantal werknemers heeft inmiddels een andere dienstbetrekking. Het risico wordt hoog ingeschat. Het maximale risico dat de gemeente loopt is €74.000. Dit bedrag is reeds opgenomen in de begroting.

NV Inclusief Groep
Als gevolg van het in werking treden van de Particratie wet stromen er geen nieuwe mensen in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Wat de gevolgen zijn voor de Inclusief Groep is nog niet duidelijk. Wel kunnen we stellen door deze grote mater van onzekerheid dat het risico voor de gemeente hoog is. Er wordt door alle deelnemende gemeenten georiënteerd wat de lijn is voor de toekomst.

Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe
De financiële situatie bij de stichting PrOo was de afgelopen jaren zorgelijk. De stichting heeft een aantal maatregelen genomen om te komen tot een oplossing van deze zorgelijke situatie. De enige openbare school in Nunspeet heeft te maken met een dalend aantal leerlingen. Deze ontwikkeling geeft aan dat het draagvlak onder het openbaar onderwijs wijzigt. Hoe dit in de toekomst verder gaat, is onduidelijk. Het risico voor de gemeente wordt als hoog geschat.

tabel risico's verbonden partijen S=Structureel I=Incidenteel  
Risico   Kans van optreden Financieel gevolg Reëel financieel gevolg
NV Bank Nederlandse Gemeenten I 10% 377.628 37.763
NV Alliander I 10% 261.388 26.139
NV Vitens I 10% 103.351 10.335
NV Afvalsturing Friesland I 10% 27.000 2.700
Streekarchivaat Noordwest Veluwe I 10% 119.000 11.900
Regio Noord Veluwe I 10% 0 0
Omgevingsdienst Noord Veluwe I 10% 447.000 44.700
Leisurelands (Recreatiegemeentschap Veluwe) I 10% 0 0
Coöperatie Gastvrije randmeren I 10% 10.000 1.000
Stichting Muziekschool Noordwest-Veluwe I 70% 0 0
Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland  I 10% 1.440.000 144.000
Inclusief Groep I 50% 1.427.200 713.600
Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord Veluwe I 70% 29.000 20.300
GGD Gelre-IJssel I 10% 413.000 41.300
Totaal  risico's verbonden partijen       1.053.737
         

 

Ten opzichte van de jaar rekening 2016 / begroting 2017 zijn er een aantal onderdelen aangepast qua kans op optreden. De RNV is in ontmateling. In de frictiekosten, die hiermee samen hangen, is voorzien. Daarom is het risico ingeschat op nihil dit geldt ook voor de muziekschool. Het budget voor de mogelijke kosten, die samen hangen met het failisement van de muziekschool, worden reeds enkele jaren overgeheveld.

g. Risico’s sociaal domein

Openeindefinanciering

Openeindefinanciering betekent dat het uit te keren bedrag afhangt van het aantal ingediende aanvragen. Hierdoor is geen maximum van het uit te keren bedrag aan te geven. Bij de nieuwe taken die de gemeente sinds 2015 voor het Sociaal domein uitvoert waren de uitgaven in 2015 en 2016 lager dan de van het rijk ontvangen integratie-uitkering en zijn bedragen aan de reserve Sociaal domein toegevoegd. Voor 2017 constateren we dat uitvoering niet budgettair neutraal is gerealiseerd. Met name bij de jeugdzorg is sprake van een groot tekort, dat niet geheel kan worden opgevangen door de onderdelen WM0 en Participatie. Per saldo blijft sprake van een tekort van ruim € 100.000.

Bij de overige voorzieningen  (als b.v. huishoudelijke hulp, woon- en vervoersvoorzieningen) is er sprake van dat uitvoering binnen de bestaande budgetten kan worden gerealiseerd.

Ook bij de Wet werk en bijstand (WWB) is sprake van een open eindfinanciering. Tegenover de te verwachten uitgaven aan WWB-uitkeringen is een gelijk bedrag als rijksbijdrage geraamd. Evenals vorige jaren is dus sprake van een budgettair neutrale raming. Bij de WWB is sprake van een vangnetregeling, de eerste 5% van de rijksuitkering  moet de gemeente zelf opvangen. Voor het tekort tussen de 5% en 10% kan een vangnetuitkering aangevraagd worden van 50% van dit deel.

Per saldo is het resultaat van het totale programma 1 vrijwel in evenwicht. Gezien de economische ontwikkelingen en de gevormde reserve Sociaal Domein in de achterliggende jaren is het risico ingeschat op nihil.

tabel  risico's sociaal domein

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Sociaal domein

S

10%

0

0

Totaal risico's sociaal domein

   

 

0

 

 

 

 

 

 

h. Reguliere risico’s

Tegenvallende subsidieverwachtingen

Een risico dat er gelopen wordt, is dat projecten of activiteiten worden uitgevoerd die (deels) gedekt worden door subsidies vanuit de Provinicie. Wanneer achteraf blijkt dat er niet voldaan wordt aan de subsidievoorwaarden, ontstaat het risico van een dekkingstekort. Dit risico wordt beperkt door de aanstelling van een subsidiecoordinator. Tot op heden is steeds voldaan aan de subsidievoorwaarden. Voor de bepaling van het weerstandsvermogen wordt daarom het risico op vooralsnog op nihil gesteld.

 

Gemeentelijke gebouwen

De gemeente heeft verschillende gebouwen in eigendom. Er worden daarbij verschillende risico’s gelopen. De belangrijkste risico’s zijn: asbest, legionellabesmetting, brandveiligheid, veilig werken op daken en wateraccumulatie. De risico’s worden per gebouw geïnventariseerd en in kaart gebracht. Op het gebied van asbest worden de grootste risico’s gelopen. Van de meeste gemeentelijke gebouwen is de asbestsanering uitgevoerd. Van enkele gemeentelijke woningen en kleine objecten moeten de inventarisaties nog plaatsvinden.

 

tabel reguliere risico's

S=Structureel I=Incidenteel

 

Risico

 

Kans van optreden

Financieel gevolg

Reëel financieel gevolg

Tegenvallende subsidieverwachtingen

I

0%

0

0

Gemeentelijke gebouwen

I

10%

20.000

2.000

Totaal reguliere risico's

   

 

2.000

 

 

 

 

 

Beheersing van risico’s

Voor elk risico moet een keuze gemaakt worden uit de volgende maatregelen:

  • Vermijden: Het beleid waar een risico door ontstaat, wordt beëindigd. Op een andere manier wordt vormgegeven of wordt geen beleid gestart dat een risico met zich meebrengt.
  • Verminderen: Het risico afdekken via een verzekering, een voorziening of een ander budget in de begroting; de gevolgen van een risico worden beperkt.
  • Overdragen: Dit kan door het beleid dat een risico met zich meebrengt, te laten uitvoeren door een andere betrokken partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt.
  • Accepteren: Risico’s kunnen ook bewust genomen worden. Als een risico niet wordt vermeden, verminderd of overgedragen, wordt een risico geaccepteerd en moet de eventuele financiële schade volledig via de weerstandscapaciteit worden.

Financiële vertaling van de risico’s

Voor vrijwel alle financiële risico’s die zijn te voorzien en kwantificeerbaar zijn, zijn toereikende voorzieningen of bestemmingsreserves gevormd. Van de risico’s die van materiële betekenis en niet goed te kwantificeren zijn, is een financiële vertaling gemaakt zodat deze risico’s meegenomen worden bij het bepalen van het weerstandsvermogen. Van onderstaande risico’s is de kans van optreden uitgedrukt in een percentage. Het reële financiële gevolg wordt berekend door dit percentage te vermenigvuldigen met het financiële gevolg.

Tabel totalen incidentele en structurele risico's        
Risico       Reëel financieel gevolg
Structurele risico's:        
Financiële risico's       9.000
Personele risico's       35.000
Sociaal domein       0
Totaal structureel       44.000
         
Incidentele risico's        
Juridische risico's       20.000
Financiële risico's       0
Personele risico's       0
Grondexploitaties       3.802.200
Milieu en bodemverontreiniging       30.000
Verbonden partijen       1.053.737
Reguliere risico's       2.000
Totaal incidenteel       4.907.937
         
Totaal  risico's       4.951.937
         

 

Beoordeling weerstandsvermogen

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie gelegd worden tussen de hierboven genoemde financieel vertaalde risico’s en de eerder genoemde beschikbare weerstandscapaciteit. Dit wordt uitgedrukt in een ratio. De berekeningswijze van de ratio weerstandsvermogen is als volgt:

Ratio weerstandsvermogen:   Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit

Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt gebruikt gemaakt van onderstaande waarderingstabel:

Ratio

Betekenis

< 2,0

Uitstekend

1,4 tot 2,0

Ruim voldoende

1,0 tot 1,4

Voldoende

0,8 tot 1,0

Matig

0,6 tot 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

Kwantificering van de incidentele risico’s in tijd en geld, waarvoor de gemeente geplaatst zou kunnen worden is arbitrair. Geconstateerd kan worden dat het incidentele weerstandsvermogen onvoldoende. Daartegenover is het structurele weerstandsvermogen ruim voldoende. In onderstaande tabel is de structurele en incidentele weerstandscapaciteit versus de structurele en incidentele risico’s, weergegeven.

ratio weerstandsvermogen   12.155.000  = 2,5
    4.951.937    

Met een uitkomst van het ratio weerstandsvermogen van 2,5 (niet afgerond 2,455) kan worden geconcludeerd worden dat het totale weerstandsvermogen als uitstekend kan worden aangemerkt.

Tabel totaal incidenteel en structureel weerstandsvermogen        
    weerstands capaciteit Risico's weerstands vermogen
         
Incidenteel   8.553.801 4.907.937 3.645.864
         
Structureel   3.601.199 44.000 3.557.199
         
Totaal   12.155.000 4.951.937 7.203.063

Financiële kerngetallen

Financiële kengetallen

Ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) worden in deze paragraaf kengetallen opgenomen die inzicht geven in de financiële positie van onze gemeente.

De volgende financiële kengetallen worden hieronder weergegeven:

  • Netto schuld quote (bezittingen / schulden)
  • Solvabiliteitsratio (eigen vermogen / vreemd vermogen)
  • Kengetal grondexploitatie (boekwaarde in-/nog niet in exploitatie gebruik genomen gronden / totale baten voor bestemming)
  • Structurele exploitatieruimte ((structurele baten – structurele lasten) / totale baten voor bestemming)
  • Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
Jaarrekening 2017   Verloop van de kengetallen
Kengetallen:   jaarrek 2016 jaarrek 2017 begr. 2017 begr. 2018
Netto schuldquote   31,2% 19,0% 39,9% 38,0%
Netto schuldquote gecorr.voor verstrekte leningen   28,6% 19,0% 39,9% 43,2%
Solvabiliteitsratiorisico   61,4% 64,1% 58,2% 59,0%
Structurele exploitatieruimte   4,1% -0,4% 1,2% -3,6%
Grondexploitatie   48,9% 39,9% 56,7% 40,8%
Belastingcapaciteit                 563,22                572,10                572,10 577,82

Toelichting kengetallen

Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Voor Gemeente Nunspeet ligt dit rond de 19%. Een percentage boven de 100% geeft aan dat de schuldenlast hoger is dan de baten, waardoor het voldoen aan de betalingsverplichtingen een probleem kan worden.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
Met deze berekening wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Voor onze gemeente wijkt dit percentage in 2017 niet veel af van de netto schuldquote. Ofwel het aandeel van de verstrekte leningen is klein.

Solvabiliteitsratio
Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen. Wanneer dit percentage onder de 50% komt is het aandeel van eigen vermogen in het balanstotaal minder dan de helft. Dit kan een signaal zijn dat het moeilijker wordt om aan de verplichtingen te voldoen. Het percentage voor onze gemeente komt uit op 64,1%.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte onze gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Het percentage bedraagt voor onze gemeente afgerond -0% (-0.4%). De conclusie is dat er weinig structurele ruimte is voor extra structurele lasten.

Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. Het percentage neemt de komende jaren waarschijnlijk verder toe door de ontwikkeling van industrieterrein de Kolk en Molenbeek. Hoe hoger het percentage, hoe groter het risico. In 2017 is het percentage 40%. Dit is daling ten opzichte van 2016. Dit komt door de afnemende risico's en de aantrekkende economie en woningmarkt. Wanneer dit percentage boven de 100% uit komt, kan er aanleiding zijn om maatregelen te nemen.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De totale woonlasten voor een gemiddeld gezin bij een gemiddelde woz waarde in Nunspeet bedraagt voor 2017 € 572,10. Het landelijk gemiddelde bedraagt € 745,54.

Conclusie
Op basis van bovenstaande kengetallen wordt geconcludeerd dat Nunspeet een financieel gezonde gemeente is: de netto schuldquote neemt af en de solvabiliteitsratio neemt toe. Beide ontwikkelingen wijzen op een verbetering van de financiële situatie. De structurele exploitatieruimte is negatief omdat in de cijfers geen rekening is gehouden met het voor te stellen dekkingsplan. Als het dekkingsplan wordt doorgevoerd dan komt de structurele exploitatieruimte positief uit. Het begrote risico op de grondexploitaties neemt af. De woningmarkt trekt aan en grondexploitaties komen steeds meer tot ontwikkeling. Dit alles vindt plaats tegen de achtergrond van een gunstige verhouding Nunspeetse en landelijke woonlasten. De Nunspeetse woonlasten liggen aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde.

Jaarverslag - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

De gemeente Nunspeet is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 12.500 ha) en een groot deel hiervan is bij de gemeente als openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten vinden plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, openbaar groen, gebouwen en bossen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten.

Het beleid van de gemeente Nunspeet voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is onder meer opgenomen in de nota’s:

  • ‘Afvalwaterketenplan Nunspeet-Elburg’(2013-2020);
  • ‘Beleids- en beheerplan wegen’ (2014-2018);
  • ‘Beleids- en beheerplan gemeentelijke gebouwen’ (2014-2017);
  • ‘Beleidsplan openbare verlichting’ (2011-2020);
  • ‘Bestemming en beheer van de bossen gemeente Nunspeet’;
  • ‘Landschapsontwikkelingsplan’ (2007-2014);
  • ‘Groenbeleid- en beheerplan’ (2011-2017);
  • ‘Beheerplan heideterreinen gemeente Nunspeet’ (2011-2021).

Waterbeheer

Het Afvalwaterketenplan is het resultaat van een planproces met de gemeente Elburg en het waterschap Vallei&Veluwe en omvat o.a. de aan de riolering te stellen doelen, de maatregelen om deze doelen te bereiken en de daarvoor in te zetten middelen. Het Afvalwaterketenplan is opgesteld voor de periode 2013-2020 met een evaluatie in 2017. Het onderhoud en het doen van nieuwe investeringen alsmede de verbetermaatregelen worden overeenkomstig de kaders van het Afvalwaterketenplan uitgevoerd.

Onderhoudsbudget rioleringen
Voor het onderhoud/overige werkzaamheden aan rioleringen is binnen de begroting 2017 een budget beschikbaar van € 340.000,--.

Wegenbeheer

In 2014 is een geactualiseerd beleids- en beheerplan wegen opgesteld voor de periode 2014-2018. In het plan wordt onder meer aangegeven dat het gemiddelde onderhoudsniveau in de gemeente Nunspeet redelijk tot goed te noemen is. Om dit niveau te handhaven dan wel te verbeteren is een aanzienlijke onderhoudsbudget, voor met name grootonderhoud asfaltverhardingen, nodig. De financiële gevolgen van het Wegenplan zijn vanaf 2015 verwerkt in de begroting.

Tweejaarlijks worden de wegen door derden geïnspecteerd om een zuiver beeld te krijgen van de staat van onderhoud. De andere jaren vindt inspectie plaats door eigen medewerkers. De inspectiegegevens worden telkens toegevoegd aan het wegenbeheerssysteem en op basis daarvan worden uitvoeringsmaatregelen voorgesteld. De uitvoeringsmaatregelen worden getoetst aan de praktijk (kan onderhoud van een weg nog worden uitgesteld ten gunste van een andere weg?) en op basis van deze toets wordt het noodzakelijke onderhoud uitgevoerd. Op deze wijze wordt dus niet puur theoretisch onderhoud gepland maar op een efficiënte wijze gewerkt.

Onderhoudsbudget wegen
Voor het onderhoud aan wegen is binnen de begroting 2017 een budget beschikbaar van € 1.157.000,-- Dit budget is inclusief structurele verhoging uit de meerjarenbegroting en de coalitieonderhandelingen. In het beheer- en beleidsplan wegen (opgesteld in mei 2014) is berekend dat het benodigde budget voor 2016 € 1.120.850,-- bedraagt. Het beschikbare budget is hoger dan het benodigde budget volgens het beheer- en beleidsplan. Hierbij moet opgemerkt worden dat het plan inmiddels enige jaren oud is.

Openbaar groen

Het onderhoud van het openbaar groen wordt zowel door derden als in eigen beheer uitgevoerd. De door derden uit te voeren werken zijn opgenomen in vijf onderhoudsbestekken. Het huidige onderhoudsniveau is, gelet op het beschikbare budget, redelijk tot goed.
Voor het beheer in de buitengebieden is een Landschapsontwikkelingsplan (LOP 2006-2014) opgesteld dat in de raad van maart 2006 is vastgesteld. In juni 2006 is ook het Uitvoeringsprogramma LOP door de raad vastgesteld. De uitvoering van het programma is een doorlopend proces waarvan de financiële consequenties zijn verwerkt in de programmabegroting. In het collegeprogramma 2014-2018 is geen nieuw Landschapsontwikkelingsplan opgenomen.

Openbare verlichting

Het Beleidsplan openbare verlichting (2011-2020) is in 2011 door de raad vastgesteld. Het vervangingsschema maakt hier deel van uit en geeft aan welke vervanging er in een bepaald jaar moet plaatsvinden. De gemeente Nunspeet telt momenteel ruim 4.500 lichtmasten van diverse typen, kwaliteit en leeftijd.

Afhankelijk van de wegfunctie wordt gekozen voor een verlichtingsniveau gerelateerd aan minimaal de normen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Deze richtlijnen worden door de meeste gemeenten en nutsbedrijven gehanteerd. Het vervangen van verouderde armaturen en lichtmasten wordt de komende jaren verder voortgezet. In het Beleidsplan openbare verlichting is in het kader van energie- en onderhoudskostenbesparing een zo neutraal mogelijk lichtniveau aangehouden met gebruikmaking van de meest efficiënte verlichtingsmiddelen. Hierbij worden verkeersveiligheid, openbare orde, sociale beleving en de woon- en leefbaarheid gewaarborgd. In het kader van de financiële heroverwegingen is rekening gehouden met de verwachte besparingen door gebruik van duurzame producten. Vanaf 2014 wordt rekening gehouden met een structurele energiebesparing van € 10.000,--. De komende jaren wordt ingestoken op de vervanging van oudere armaturen door energiezuinige led-armaturen.

Onderhoudsbudget openbare verlichting
Voor het onderhoud aan straatverlichting is binnen de begroting 2017 een budget beschikbaar van € 86.700,--. In het beleidsplan Openbare verlichting 2012-2020 is het onderhoudsbudget berekend op € 86.300,--. Hiermee kan geconcludeerd worden dat beschikbaar en benodigd budget in lijn liggen.

Bossen en natuurterreinen

De gemeente Nunspeet heeft een groot areaal aan bos- en natuurterreinen (circa 3200 ha) en het beheer en onderhoud ervan vergt een grote inspanning. Sinds 2002 is voor het bosbeheer het FSC-certificaat (Forest Stewardship Council) verkregen. De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de voorwaarden hieruit uitgevoerd. In 2011 is het Beheerplan heideterreinen 2011-2021 vastgesteld.

Jaarlijks wordt circa 5000 m3 hout uit de gemeentelijke bossen middels aanbesteding verkocht aan houthandelaren die zelf zorg dragen voor het oogsten en verwijderen van dit hout.

 

Gebouwen

In 2014 is het Beleids- en beheerplan gemeentelijke gebouwen door de raad vastgesteld. Een onderdeel hiervan is het meerjarenonderhoudsplan dat jaarlijks wordt bijgesteld en de basis vormt voor het bepalen van de onderhoudsbudgetten. Naast adequaat onderhoud is het aspect veiligheid van groot belang. Veiligheid is een blijvend punt van aandacht. In de komende tijd wordt ingezet (uit financiële motieven en ter reducering van de milieubelasting) om de energieverbruiken verder omlaag te brengen door het uitvoeren van energiebesparende maatregelen.

Jaarverslag - Paragraaf Financiering

Algemeen

De financieringsparagraaf is samen met het financieringsstatuut (treasurystatuut) een belangrijk instrument voor het transparant maken van het treasurybeheer. De treasuryfunctie houdt in dat de geldstromen van en naar de gemeente zo optimaal mogelijk op elkaar worden afgestemd, met als resultaat dat de rentelasten zo laag mogelijk of de rentebaten zo hoog mogelijk zijn.

In het financieringsstatuut van de gemeente Nunspeet dat op 17 februari 2015 is vastgesteld, zijn de uitgangspunten, de doelstellingen en de beleidsmatige en organisatorische kaders (inclusief het toezicht op de uitvoering van treasury) bepaald. De voor de gemeente Nunspeet relevante uitvoeringsregels zijn hierin opgenomen.

De financierings- en beleggingsactiviteiten van de gemeente Nunspeet vinden plaats binnen het formele kader van het financieringsstatuut en de financiële verordening van de gemeente Nunspeet. De uitvoering van het treasurybeleid vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf van de begroting en het jaarverslag. In de begroting komen de concrete beleidsplannen aan de orde. In het jaarverslag gaat het om de realisatie van de plannen en om een verschillenanalyse tussen de plannen en de uitkomsten.

Schatkistbankieren

Sinds eind 2013 is het schatkistbankieren voor de gemeente van toepassing. Het heeft een wettelijke basis in de wet Financiering decentrale overheden (Wet FIDO) en betekent dat decentrale overheden hun liquide middelen aanhouden bij ’s Rijks schatkist. Dit moet leiden tot een verminderde externe financieringsbehoefte van het Rijk met als gevolg een lagere staatsschuld en een lagere EMU schuld van de collectieve sector. Voor de aan te houden middelen in ’s Rijks schatkist is een drempel van toepassing die is vastgesteld op 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000,-- en een maximum van € 2.500.000,--.

Het schatkistbankieren kan voor de gemeente een negatieve uitwerking hebben op de rendementsverwachting. De hoogte van het negatieve effect is afhankelijk van de afwijking tussen de door het Rijk gehanteerde rentepercentages en de percentages van marktconforme partijen. Uitzettingen (verstrekken van leningen) uit hoofde van de publieke taak blijven mogelijk. Ook het onderling lenen tussen decentrale overheden biedt wellicht mogelijkheden voor een hoger rendement. Voorwaarde hierbij is dat er geen toezichtrelatie mag zijn tussen de betrokken decentrale overheden.

Risicobeheer

Het treasurybeleid van onze gemeente is erop gericht om binnen de wettelijke kaders een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de financieringslasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico's zo goed mogelijk worden beheerst. Het tot nu toe gehanteerde beleid bij de gemeente is dat het eigen vermogen volledig wordt ingezet als intern financieringsmiddel en niet wordt belegd. Ook wordt geen gebruik gemaakt van rente-instrumenten. Dit beleid is in 2017 voortgezet. Binnen de in het financieringsstatuut opgenomen randvoorwaarden worden financieringsoverschotten of -tekorten tegen gunstige rentepercentages uitgezet of aangetrokken.

Rentebeleid (renterisico's)

Toerekening rente aan investeringen

Onze gemeente streeft naar een evenwichtige samenstelling van de balans. Er wordt in een aantal gevallen gewerkt met een vast rentepercentage voor de toerekening van de rentelasten aan investeringen (bijvoorbeeld rioleringsinvesteringen). Dit rentepercentage blijft gedurende de hele levensduur van de investering aan deze investering gekoppeld.

Daarnaast maken wij voor de aan de taakvelden toe te rekenen rente gebruik van de zogenoemde ‘renteomslag’. Deze methodiek van rentetoerekening is ook in 2017 uitgevoerd. In onderstaand schema wordt weergegeven hoe de rentetoerekening plaats vindt.

Rentetoerekening

Vanaf het begrotingsjaar 2017 is een BBV wijziging voor de rentetoerekening en renteberekening van toepassing. Een belangrijk onderdeel van deze wijziging betreft de renteberekening over het eigen vermogen en de grondexploitatie. De commissie BBV adviseert vanwege het inzicht, de eenvoud en transparantie geen rentevergoeding over het eigen vermogen te berekenen. Voor de grondexploitatie moet gebruik worden gemaakt van een gewogen gemiddeld rentepercentage.

Een ander onderdeel betreft de verantwoording van de rentelasten op één centraal taakveld Treasury. Wel mag vanuit dit taakveld rente (kapitaallast) worden doorbelast naar andere taakvelden voor de activa behorend tot deze taakvelden. 

Met deze aanbeveling van de commissie BBV is met ingang van 2017 geen rente meer berekend over en toegevoegd aan het eigen vermogen. Om te voorkomen dat deze reserves onvoldoende dekking bieden aan het doel waarvoor ze dienen zijn ze gecompenseerd met een inflatiecorrectie. Deze correctie bedroeg voor 2017 ruim € 185.000,--.

 Financieringspositie

De financieringspositie per 1 januari 2017 geeft een begroot financieringstekort van bijna € 6 miljoen. Opgemerkt moet worden dat hierbij de middelen van ruim € 23,4 miljoen uit de reserve verkoopopbrengst NUON-aandelen buiten beschouwing zijn gelaten. Dit vanwege het feit dat het rendement op deze middelen dient ter compensatie van de weggevallen dividendopbrengsten. In het algemeen wordt geprobeerd een financieringstekort tijdelijk aan te vullen door het aantrekken van kort geld. Dit is niet altijd toegestaan in verband met de zogenoemde kasgeldlimiet.

Op grond van de Wet Fido is de gemeente verplicht per kwartaal de gemiddelde netto vlottende schuld te berekenen. Als deze gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de drie kwartaalrapportages toezenden aan de toezichthouder, vergezeld van een plan om weer aan de kasgeldlimiet te voldoen.

De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen 2017 in verhouding tot de kasgeldlimiet is in onderstaand overzicht weergegeven:

Netto vlottende schuld (x € 1000)

1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

 

 

 

 

 

 

 

 

Gemiddelde schuld

-2.984

706

557

1.498

Toegestane kasgeldlimiet

4.839

4.839

4.839

4.839

Ruimte(+)/Overschrijding (-)

1.855

5.545

5.396

6.337

               

 

De werkelijke financieringspositie en de daarbij behorende financieringsbehoefte zijn, ondanks de periodieke berekening van de liquiditeitspositie, veelal moeilijk in te schatten. Dit heeft onder andere te maken met de voortgang van de uitvoering van diverse projecten en de daaruit voortvloeiende investeringen. Ook uitgaven als gevolg van de in exploitatie zijnde bestemmingsplannen spelen hierbij een belangrijke rol. Bij de grondexploitatie moet overigens enerzijds rekening worden gehouden met het aankopen van grond, de kosten van bouw- en woonrijp maken en anderzijds met de verkoop van grond.

Liquiditeitspositie

Door een goed beheer van de dagelijkse saldi wordt gestreefd naar een optimaal rendement en wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie steeds voldoende is om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Het betalingsverkeer verloopt daarbij voornamelijk via onze huisbankier de BNG.

Bij het optimaliseren van het renteresultaat kunnen voor het aantrekken of uitzetten van geld als gevolg van de liquiditeitspositie in overeenstemming met het financieringsstatuut en de regelgeving voor het schatkistbankieren meerdere partijen benaderd worden voor offertes. Aan de hand van deze offertes wordt een keuze gemaakt.

Doordat de rentepercentages van kort geld aanzienlijk lager lagen dan die van langlopende leningen, is zoveel mogelijk met kort geld gefinancierd. Dit binnen het wettelijk kader van de kasgeldlimiet en de voorwaarden waaronder de rekening-courantovereenkomst met de huisbankier dit toestaat.

Leningenportefeuille

De omvang van de in het begrotingsjaar aan te trekken geldleningen hangt mede af van de te ramen investeringen. Dit wordt in de programmabegroting bepaald aan de hand van bijlage B Overzicht investeringen en uitgaven per programma.

Voor 2017 werd een financieringstekort geraamd van bijna € 6 miljoen, exclusief de geblokkeerde middelen uit de verkoopopbrengst NUON-aandelen. In 2017 zijn geen langlopende leningen aangetrokken. Een overzicht van de lopende leningen is opgenomen in het bijlagenboek van de jaarrekening. De werkelijke stand van de opgenomen leningen bedroeg eind 2017 € 14.752.691--. Door de forse verschillen in rentepercentages is ook in 2017 maximaal met kort geld gefinancierd.

Geïnvesteerd vermogen/financieringsstructuur

Het geïnvesteerd vermogen per 1 januari 2017 en 31 december 2017 bedroeg respectievelijk € 71,2 en € 65,3 miljoen. Het gaat hierbij om de totale boekwaarde van de geactiveerde kapitaaluitgaven. Van het geraamde geïnvesteerde vermogen maken de verstrekte geldleningen aan derden deel uit die geen budgettaire gevolgen voor de gemeente hebben (bijvoorbeeld de verstrekte hypothecaire geldleningen aan het personeel). Het gaat hierbij om een totaalbedrag van € 2,0 miljoen.

Het deel van het per 1 januari 2017 geïnvesteerde vermogen dat budgettaire lasten voor de gemeente veroorzaakt, wordt daarom geraamd op € 69,4 miljoen (€ 71,2 miljoen -/- € 1,8 miljoen). Het totaal geïnvesteerd vermogen wordt voor € 14,8 miljoen gefinancierd met vreemd vermogen (opgenomen langlopende geldleningen) en het restant van € 54,6 miljoen met eigen middelen en kortlopende financieringsmiddelen.

Gezien de gemiddelde rentelast van het per 31 december 2017 met vreemd vermogen gefinancierde deel kan worden geconcludeerd dat de geraamde financieringsstructuur en in relatie hiermee ook het weerstandsvermogen van onze gemeente op 1 januari 2017 als redelijk kan worden beoordeeld.

Omslagrente

De berekening van de renterisiconorm is opgenomen in onderstaand overzicht. Uit dit overzicht blijkt dat de gemeente vrijwel geen renterisico loopt. Wanneer de omslagrente lager is dan de marktrente, ontstaat er een risico. Dit is een gevolg van het feit dat hieruit een financieel nadeel voortvloeit voor de begroting. Als het rentepercentage van aan te trekken leningen lager is dan de geraamde omslagrente van 1,75%, blijft het renterisico in de rekening 2017 acceptabel. Verwacht wordt dat de kapitaalmarktrente (lange rente), gezien de verwachte economische ontwikkelingen in de komende jaren licht gaat stijgen (BNG-nieuwsbrief  19 maart 2018). Op grond van deze verwachting is er, naar het zich nu laat aanzien, vrijwel geen renterisico te verwachten.

De rentegevoeligheid – het renterisico – kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rentelooptijd van één jaar of langer.

Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisiconorm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zo veel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal.

Renterisico per 2017 (x € 1.000)

Begroot 2017

Begroot 2018

Begroot 2019

Begroot 2020

1.

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

2.

Te betalen aflossingen

2.457

2.611

2.219

2.240

3.

Renterisico op vaste schuld (1+2)

2.457

2.611

2.219

         2.240

4.

Renterisiconorm

11.385

11.505

11.433

11.304

5.

Ruimte (+)/Overschrijding (-); (4-3)

 

8.928

8.894

9.214

9.064

 

Berekening renterisiconorm

 

 

 

 

4a.

Begrotingstotaal lasten (2017)

56.926

57.527

57.166

56.521

4b.

Percentage

20%

20%

            20%

20%

4.

Renterisiconorm berekend op basis van cijfers 2016 (4ax4b)

11.385

11.505

11.433

11.304

 

Beheer beschikbare liquiditeiten

Saldo- en liquiditeitsbeheer

Voor het liquiditeitsbeheer zijn overeenkomsten met de BNG (geïntegreerde dienstverlening) en de Rabobank gesloten. Hierdoor kunnen tekorten aan middelen op een voordelige wijze worden geleend en kan de gemeente tegen voordelige voorwaarden snel over voldoende middelen beschikken. Daarnaast is van belang dat het Rijk alle financiële transacties met de gemeente verrekend bij de BNG (dit geldt overigens voor alle gemeenten). Als gevolg van de invoering van het schatkistbankieren is het eventueel uitzetten van overtollige liquide middelen niet meer bij commerciële banken toegestaan, maar alleen bij ’s Rijks schatkist of andere lokale overheden waarbij geen toezicht relatie bestaat.

Geldstromenbeheer

Voor een optimaal beheer van de geldstromen is een goede liquiditeitsprognose onontbeerlijk. Dit brengt een inspanningsverplichting voor de totale organisatie met zich mee. Een continu bijstellen van de liquiditeitsprognose, met als basis de planning van de investeringen is daarbij van groot belang. Het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjareninvesteringsplanning waardoor de financieringskosten hoger kunnen uitvallen dan geraamd, vergt de nodige inspanning. Het verkrijgen van betrouwbare informatie is hierbij cruciaal. Ook het aanscherpen van het debiteurenbeheer en de invordering van belastingen speelt hier een belangrijke rol. Het niet nakomen van betalingsverplichtingen heeft invorderingsmaatregelen tot gevolg. In eerste fase een aanmaning en in tweede fase (dwang)invordering, door gebruik te maken van een (gerechts)deurwaarder. Deze activiteiten worden regelmatig met succes uitgevoerd, resulterend in het afboeken van al lang openstaande vorderingen.

Duurzame toegang tot financiële markten

Een gemeente heeft als overheidsinstelling een zogenoemde AAA-rating. Dit houdt in dat een gemeente door geldverstrekkers als zeer kredietwaardig wordt beschouwd. Als gevolg hiervan is de toegang tot financiële markten gegarandeerd en kan een gemeente tegen voordelige voorwaarden lenen. Bovendien heeft de gemeente Nunspeet door de overeenkomsten met de banken een zeer snelle toegang tot de financiële markten. Overigens worden bij het aantrekken van leningen offertes gevraagd bij diverse geldverstrekkers.

Leningenportefeuille

Onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen.

De mutaties als gevolg van nieuwe leningen, aflossingen en rente zijn:

Mutaties in leningenportefeuille

Bedrag in € 1.000,--

Gemiddelde rente

Stand per 1 januari 2017

17.060

3,74%

Nieuwe leningen

-

 

Reguliere aflossingen

2.307

 

Vervroegde aflossingen

-

 

Stand per 31 december 2017

 

14.753

 

 

Voor de komende jaren moeten, gezien de investeringen volgens het overzicht ‘investeringen en uitgaven per product’, nog een aantal geldleningen worden aangetrokken. Gelet op de huidige rentestanden en de overheidsbemoeienis betreffende de rentepercentages zal de rentelast nagenoeg niet stijgen.

Organisatie

In het Financieringsstatuut en de financiële verordening is opgenomen welke personen bevoegd zijn tot het aantrekken en uitzetten van middelen. In het kader van het gemeentebrede project ‘Risico management’ is de administratieve organisatie van de treasuryfunctie beschreven.

Gemeentefinanciering

De financiering van de gemeentelijke activiteiten is de verantwoordelijkheid van de afdeling Financiën. Hierbij wordt de gemeente als een geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit kunnen worden ingezet voor het financieren van een andere activiteit. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Op deze wijze worden de rentekosten beperkt. Projectfinanciering wordt in principe niet toegepast.

Voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – is de zogenoemde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door een door het ministerie van Financiën vastgesteld percentage (voor 2017 e.v. 8,5%) vermenigvuldigd met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Per kwartaal wordt de gemiddelde liquiditeitspositie bepaald en getoetst aan de kasgeldlimiet. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente de drie kwartaalrapportages toezenden aan de provincie als toezichthouder, vergezeld van een plan om weer aan de kasgeldlimiet te voldoen. Voor het begrotingsjaar 2017 bedraagt de berekende kasgeldlimiet € 4.839.000,--. In 2017 is de kasgeldlimiet niet overschreden.

Onderstaand wordt de berekening van de begrote kasgeldlimiet voor de jaren 2017 tot en met 2020 weergegeven.

 

 

 

 

 

 

Kasgeldlimiet 2017 (x € 1.000)

 

2017

2018

2019

2020

 

 

 

 

 

 

 

 

Begrotingstotaal

56.926

59.323

58.135

57.849

Begrotingsomvang 1 januari (is grondslag)

 

 

 

 

Toegestaan kasgeldlimiet

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

Kasgeldlimiet in bedrag

4.839

5.042

4.941

4.881

 

Jaarverslag - Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

Nadat de gemeenteraad in de programmabegroting en beleidsnotities heeft bepaald wat de gewenste maatschappelijke effecten en doelstellingen van het beleid zijn en welke budgetten daarvoor beschikbaar zijn, neemt het college de uitvoering ter hand. Het geheel van uitvoeringsmaatregelen – inclusief de effectieve en efficiënte inzet van middelen, het hanteren van een systeem van planning & control en de voorbereiding van raadsbesluiten – noemen wij de gemeentelijke bedrijfsvoering.

De bedrijfsvoering is een bevoegdheid en verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders. Toch heeft de wetgever het goed gedacht om in de programmabegroting, het document waarin college en gemeenteraad afspraken maken over het komende jaar, een nadere toelichting op de bedrijfsvoering op te laten nemen. Bij de jaarrekening wordt de verantwoording weergegeven.

Organisatieontwikkelingen

In de huidige samenleving zijn onomkeerbare ontwikkelingen waarneembaar die vragen om een andere overheid. Denk aan thema’s zoals participatie, netwerken, flexibiliteit, diversiteit en maatwerk. Ook de gemeente moet een antwoord geven op het ontstaan van een netwerksamenleving, die vraagt om het leggen van verbindingen tussen de belangen en de beschikbare oplossingen bundelt naar het gewenste resultaat. In deze veranderende samenleving ontstaan op participatieve wijze lokale maatwerkoplossingen in wisselende samenwerkingsverbanden.

Nunspeet wil een professionele, betrouwbare en ambitieuze overheid zijn die meedenkt, transparant werkt en de kracht van andere partners gebruikt om haar doel te bereiken en daarmee midden in de samenleving staat. De huidige organisatie heeft een betrouwbaar fundament. De directie kiest ervoor daarop voort te bouwen en de schaarste aan middelen te gebruiken om grenzen te verleggen of te doorbreken en de organisatie nog scherper, alerter, meer lean, meer zakelijk en efficiënter te maken. In het kader van kwaliteitsontwikkeling is geconcludeerd dat de organisatie voor een groot deel proces georiënteerd is en daarmee een belangrijk onderdeel van onze ‘genen’ vormt. Voor de komende jaren worden vier kernbegrippen toegevoegd die bij het daadwerkelijk vormgeven van de andere overheid en een compacte organisatie, opgeld doen.

De vier kernbegrippen zijn: Vakmanschap, Verbinding, Verantwoordelijkheid en Vertrouwen. Allen begrippen die de komende jaren waardevol zijn bij de doorontwikkeling van de organisatie. Het zijn begrippen die bij de andere overheid horen en richting geven aan onze ‘handel en wandel’ de komende jaren. De vier V’s zeggen iets over ons gedrag en wat daarin in de huidige omstandigheden van groot belang is om uit te dragen, als organisatie. Dit gaan wij tot uiting brengen in het op te stellen strategische opleidings- en ontwikkelprogramma. Met dit programma geven leidinggevenden, professionals en teams invulling aan de vier V’s. Het programma is bedoeld als aanjager om onze ambities te bereiken, maar is ook de basis voor een nieuwe manier van werken die past bij de veranderende rol van onze gemeente.

 Inmiddels zijn met de volgende 'big 5' (de eerste)stappen gezet:

1. Organisatieontwikkeling (opleidingsprogramma, structuur)

2. Dienstverlening (digitaal en persoonlijk)

3. 'Binnen = Buiten' (co-creatie, participatie)

4. Samenwerking (NEO en SNV)

5. 'Basis op orde' (allereerst het werk goed uitvoeren, dan stap voor stap ontwikkelen)

Kwaliteitszorg

Het lijnmanagement is verantwoordelijk voor de succesvolle groei van het eigen organisatieonderdeel. Daarnaast is de kwaliteitscoördinator de eerstverantwoordelijke voor de ondersteuning in het door ontwikkelen van de organisatie. Hij zoekt daarbij aansluiting bij landelijke initiatieven die geborgd worden in het in juni 2009 opgerichte Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING), een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waarin het kwaliteitsmanagement voor gemeenten wordt georganiseerd.

Op deze manier kunnen specifieke kennis, capaciteit, en netwerken bijdragen aan de verbetering van het kwaliteitsniveau van de gemeentelijke dienstverlening.

Een van de activiteiten van het KING is het verzamelen van kwalitatief hoogwaardige benchmarkgegevens via www.waarstaatjegemeente.nl. De gemeente Nunspeet neemt actief deel aan dit project. In 2017 heeft de gemeente een audit uit laten voeren op basis van het Overheidsontwikkelmodel op zowel de organisatie- als de resultaatgebieden. In beeld is gebracht waar de organisatie staat in de ontwikkeling naar de procesgeoriënteerde en welke stappen de organisatie in dat kader nog moet zetten.  In deze audit is extra aandacht gevraagd voor

  • Beleving en de borging bij medewerkers van het ontwikkeltraject ‘Nunspeet in beweging’.
  • Stand van zaken huidige dienstverlening in het ontwikkelproces naar digitale dienstverlening.

Personeel- en organisatiebeleid

Het bestuurs- en managementmodel onderkent dat personeel het belangrijkste productiemiddel van de gemeente is. Binnen de kaders die de gemeenteraad stelt en in opdracht van burgemeester en wethouders ontwikkelen ambtenaren het gemeentelijke beleid en leveren ambtenaren de gemeentelijke diensten. De moderne maatschappij en het moderne bestuur vragen om taakvolwassen ambtenaren. De moderne ambtenaar is een deskundige sparringpartner voor politiek en bestuur, is een publiek entrepreneur en een netwerker.

De moderne ambtenaar heeft een omgeving nodig waarin hij of zij goed uit de verf komt en resultaten kan behalen. De gemeente Nunspeet kiest daarom voor een organisatiebeleid dat daarop is afgestemd. In de samenwerking tussen ambtenaren en college is respect voor elkaars inbreng, is er ruimte om inhoud te geven aan de eigen verantwoordelijkheden, en wordt ingespeeld op de wederzijdse afhankelijk- en duidelijkheid over de grenzen van elkaars handelen. Er is een humanresourcesmanagement (hrm) dat zorgt dat elke individuele bijdrage van een organisatielid leidt tot het behalen van de strategische doelen.

Een breed inwerkprogramma moet ervoor zorgen dat ambtenaren de bijzonderheden van hun ambtenarenstatus inzien. Verder wordt ingezet op voldoende ontwikkelingsmogelijkheden, personeelsplanning, competentiemanagement, een coachende manier van leidinggeven en het belonen van kwaliteit. Bureaupolitiek en verkokering worden tegengegaan. Afdelingen moeten zo veel mogelijk elkaars taal spreken en als eenheid naar buiten treden.

Het personeelsbeleid van de gemeente Nunspeet wordt in de praktijk vormgegeven door de afdelingshoofden in hun hoedanigheid van integraal manager. Zij worden daarin ondersteund door de directie en het team P&O van de afdeling Facilitair. Dat team is ook de initiator en de concernbewaker van het hrm. Elk afdelingshoofd wordt ondersteund door een personeelsconsulent.

De gemeente Nunspeet staat voor een modern en gedifferentieerd hrm, gericht op het binnenhalen en -houden van medewerkers uit diverse groepen die bijvoorbeeld gebaseerd zijn op leeftijd, cultuur of geslacht. De gemeente investeert in leren en kwaliteit en gaat uit van een volwassen werkrelatie. De medewerker kan niet achterover leunen maar wordt zelf verantwoordelijk geacht voor zijn of haar competenties, loopbaan en prestatie, waarbij de werkgever faciliteert en stimuleert. Personeelsinstrumenten worden geïntegreerd toegepast: werving en selectie, personeelsplanning, het opstellen van functieprofielen en opleidingsplannen staan in directe relatie tot elkaar. Het HRM is geborgd in de organisatie door een cyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken alsmede door een cyclus van opleidingsplannen en door protocollen voor werving en selectie en voor de introductie van nieuwe medewerkers.

Planning & control

Voor de beheersing en de regie van werkprocessen is een systeem van planning & control nodig. Zoals hierboven al is aangegeven, is in het bestuurs- en managementmodel rekening gehouden met frequent overleg tussen de diverse spelers: collegeleden, directie en afdelingen.

Daarnaast kent de organisatie een systeem waarin adviezen aan college en gemeenteraad door (staf)afdelingen, concerncontroller en kwaliteitscoördinator worden getoetst op bijvoorbeeld de juridische en financiële kwaliteit. En in de derde plaats is er de periodieke rapportage van de organisatie aan directie, college en gemeenteraad – uiteraard gestart met de programmabegroting en afgesloten met de programmarekening.

Planning & control is een belangrijk instrument voor een continue verbetering van de bedrijfsvoering. Hierbij moet – naast de instrumentele kant – het accent vooral worden gelegd op de verantwoordelijkheid en gedragskant. Instrumenten zijn belangrijk, maar nog belangrijker is hoe deze gehanteerd worden binnen de organisatie. Planning & control is ook een gezamenlijke mentaliteit: zeggen wat je doet (planning) en doen wat je zegt (control/verantwoording). Daar hoort ook transparantie bij: fouten maken mag, als er maar open over wordt gecommuniceerd en als er maar van wordt geleerd.

Administratieve organisatie en interne controle

Een van de speerpunten voor de bedrijfsvoering is de zogenoemde interne controle als onderdeel van het gemeentelijke risicomanagement. Jaarlijks beziet de externe accountant het zelf controlerend vermogen van de gemeente. De omgeving waarin de gemeente opereert, is continu aan verandering onderhevig en daarom moet ook de interne controle blijven ontwikkelen.

Screening
De afbakening van de interne controle vindt plaats in het interne controleplan. Dit plan bevat een gemeentebrede inventarisatie van processen die voor verbijzonderde interne controle in aanmerking komen, een risicoanalyse van deze processen om de prioritering te kunnen vaststellen, gevolgd door een keuze van processen waarop verbijzonderde interne controle moet plaatsvinden.

Voorbereiding
De voorbereiding vindt plaats aan de hand van het interne controleplan:

  • Per gekozen proces wordt een inventarisatie van de beheersingsrisico’s gemaakt.
  • Per gekozen proces wordt een inventarisatie van de in de organisatie getroffen beheersmaatregelen gemaakt.
  • Per gekozen proces wordt vastgesteld welke beheersmaatregelen getoetst moeten worden door middel van verbijzonderde interne controle.
  • Aan de hand van bovenstaande punten wordt een werkprogramma vastgesteld.

Uitvoering
Uitvoering van de werkzaamheden en het vastleggen ervan in een controleverslag (audittrail).

Met deze werkwijze is het zelfcontrolerend vermogen van de gemeente voorlopig up-to-date gebracht. Aan de hand van conclusies en bevindingen – niet in de laatste plaats naar voren gebracht door de accountant – blijven wij waar nodig de maatregelen ook in de toekomst bijstellen.  Tot het jaar 2017 werd de uitvoering van de interne controle door interne medewerkers uitgevoerd. Vanaf 2017 is de interne controle deels uitgevoerd door een externe partij, om zodoende een kwaliteitsslag te maken. 

Doelmatig- en doeltreffendheidonderzoeken

De effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering vormen een rode draad door het dagelijks bestuur van de gemeente. De middelen zijn beperkt en er is een groot scala aan doelen te behalen. Kritisch doelgericht werken en verspilling voorkomen zijn dan ook aandachtspunten waarvan nagenoeg al het gemeentelijke handelen is doortrokken.

Omdat met beperkte middelen, die bovendien nauwelijks kunnen worden beïnvloed, een heel groot takenpakket moet worden uitgevoerd hebben de gemeenten doelmatig- en doeltreffendheid over het algemeen hoog in het vaandel staan. De wetgever heeft in artikel 213a van de Gemeentewet voorgeschreven dat het college regelmatig onderzoek moet doen naar de doelmatig- en doeltreffendheid van het gevoerde beleid. Ook de manier waarop dat moet gebeuren, wordt ten dele voorgeschreven. Dit blijkt voor gemeenten een forse administratieve lastenverzwaring met zich mee te brengen. Middelgrote en kleinere gemeenten komen in de praktijk niet of nauwelijks toe aan de voorgeschreven onderzoekscyclus. Zij zijn wel degelijk bezig met doelmatig- en doeltreffendheid, maar voldoen formeel niet aan artikel 213a van de Gemeentewet. Daar staat geen sanctie tegenover en overigens wordt een wijziging van de wet verwacht waarbij artikel 213a wordt geschrapt of minder verplichtend gemaakt.

In Nunspeet wordt de toepassing van artikel 213a uitgevoerd door koppeling aan de Kwaliteitszorg en de hoofdlijnenrapportages. Daarnaast komt de doelmatigheid aan de orde in de onderzoeken van de rekenkamercommissie en de accountant.

Informatiebeleid

Informatiebeveiliging en Privacy.

InformatieBeveligingsbeleid, doelstellingen en afspraken

De belangrijkste gemeentelijke doelstellingen van het informatiebeveiligings- en privacybeleid zijn:

  • zorgvuldig omgaan met informatie;
  • zorgen voor betrouwbare en actuele gegevens;
  • betrouwbare en continue dienstverlening;
  • voldoen aan wet- en regelgeving (zoals die voor privacy);
  • beheersen van risico’s (Governance, Risk en Compliance).

Om dit te verwezenlijken heeft de gemeente als belangrijkste ambities:

  • de ambitie om te voldoen aan de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten (BIG) als basisnormenkader;
  • bewustzijn en belang van informatieveiligheid onder de medewerkers vergroten;
  • het nakomen van de afspraken over de verantwoording middels de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA);
  • het voldoen aan wet- en regelgeving, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Algemeen beeld en resultaten afgelopen periode

De gemeente Nunspeet als organisatie is zich al lange tijd bewust van het belang van informatiebeveiliging en de verantwoordelijkheid voor het goed omgaan met gegevens die ons zijn toevertrouwd. De toepassing van technische maatregelen is om die reden op een hoog niveau. Informatieveiligheid is echter niet alleen een kwestie van techniek, maar zeker ook van het informatiebewustzijn bij de medewerkers. Statistisch gezien is misbruik van informatie meestal het gevolg van onbewust handelen van medewerkers. Om die reden is er in 2017 de nodige aandacht besteed aan awareness.

Disclaimer

Afgelopen jaar is de informatieveiligheid bij overheden regelmatig in het nieuws geweest. Dit heeft niet alleen te maken met het toenemen van het aantal incidenten, maar zeker ook met de toenemende aandacht voor het onderwerp. Het invoeren van de maatregelen uit de BIG is geenszins een garantie dat beveiligingsincidenten niet voor zullen komen. Enerzijds moeten de maatregelen doorlopend worden afgestemd op de ontwikkelingen op dit gebied, anderzijds zijn de maatregelen vergelijkbaar met de maatregelen die worden getroffen voor de beveiliging van een woning. De maatregelen moeten voldoende bescherming bieden tegen onbevoegde toegang, maar 100% garantie dat dit niet zal plaatsvinden kan niet worden gegeven.

Beheersmaatregelen Informatie Beveiliging (IB)

Een overzicht van de belangrijkste maatregelen die bijdragen aan het realiseren van de IB-doelstellingen:

Organisatie en Taken, Bevoegdheden en Verantwoordelijkheden (TBV’s), awareness.

De Organisatie van de informatieveiligheid is geactualiseerd in verband met de wijzigingen in de organisatie. Hiertoe zijn de TBV’s opnieuw vastgesteld. Er is structureel overleg ingevoerd met zowel de directie als met de verantwoordelijk portefeuillehouders zodat zij voortdurend bekend zijn met de actuele stand van zake.

Voor wat betreft de awareness is een i-bewust campagne gestart middels een startbijeenkomst gevolgd door e-learningsmodules.

Organisatorische en technische maatregelen.

Eén van de zorgpunten was het verantwoord uitwisselen van informatie. Om deze uitwisseling eenvoudiger te maken is in 2017 een technische oplossing ingevoerd voor het beveiligd mailen. Deze oplossing is begin 2018 operationeel gekomen.

Information Security Management System (ISMS).

Nunspeet heeft een managementsysteem aangeschaft om de procedures en protocollen met betrekking tot informatieveiligheid (ISMS) actueel te kunnen houden en om periodieke acties zoals controles te kunnen plannen en bewaken.

Realisatie doelstellingen IB-beleid (effectiviteit beheersmaatregelen en risico’s)

In 2015 is het Informatiebeveiligingsplan vastgesteld. Dit plan was er op gericht om de implementatie van de BIG in 2018 te voltooien. Voor 2017 stonden onder andere het beheersen van risico’s bij derden, toegangsbeleid (zowel toegang tot applicaties als de fysieke toegang) en bedrijfscontinuïteit gepland. Met beheersen van risico’s bij derden is een aanzet gemaakt door het sluiten van bewerkersovereenkomsten. Het toegangsbeleid is gerealiseerd. De eerste aanzet voor de maatregelen voor het borgen van de bedrijfscontinuïteit is gemaakt. De benodigde middelen voor het realiseren van deze maatregelen zijn voor 2018 beschikbaar gesteld.

In de periode 2015-1017 is een achterstand in de uitvoering van de beschreven maatregelen opgetreden. Dit is veroorzaakt door personele wisselingen en beperkte inzet op dit thema. Een van de opgelopen achterstanden die inmiddels is ingelopen is het inrichten van mobiele devices op basis van “zero footprint”.

Het informatiebeveiligingsbeleid is afgelopen jaar in samenspraak met onze externe adviseur geactualiseerd en geprioriteerd op basis van het nu geldende risico’s. De implementatie zal in 2019 worden afgerond. De voortgang van realisatie van het plan wordt geregistreerd en gevolgd in het ISMS.

In 2017 is deelgenomen aan de verantwoording middels ENSIA. De uitkomsten van de onderdelen Suwinet en DigiD zijn aan een externe auditor voorgelegd voor verificatie.

Collegeverklaring ENSIA inzake informatiebeveiliging DigiD en SUWInet

Naast de horizontale verantwoording over de informatiebeveiliging aan de Raad moet ook verticaal verantwoording worden afgelegd richting ministeries. Afgelopen jaar is hiervoor voor de eerste maal het instrument ENSIA ingezet. Het college heeft een collegeverklaring opgesteld over de evaluatie DigiD en SUWInet en deze aan een externe auditor ter toetsing voorgelegd. De verantwoording over de Basisregistratie Personen (BRP) en de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN) zijn middels separate zelfevaluaties uitgevoerd. Voor de zelfevaluaties Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) bestaat op dit moment weliswaar geen wettelijke grondslag, maar zijn wel door ons uitgevoerd. De resultaten zijn ingediend bij het ministerie.

Incidenten

In 2017 hebben zich meerdere incidenten voorgedaan. Het betreft onder andere datalekken, maar ook de dreiging van virussen:

Datalekken:

Er zijn in 2017 vier datalekken gemeld. Het betroffen een inbraak in de server van een externe verwerker, een onzorgvuldige publicatie bij een aanbesteding en het onjuist versturen van brieven en een mail. Van drie van de vier incidenten is melding gemaakt bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) omdat er bijzondere persoonsgegevens in het geding waren. In die gevallen zijn ook de betrokkenen van wie de persoonsgegevens gelekt zijn geïnformeerd. Het betrof in totaal 149 personen.

Beveiligingsincident

Bij de implementatie van een nieuwe applicatie is geconstateerd dat gegevens van inwoners, waaronder persoonsgegevens, via een niet-beveiligde verbinding zijn uitgewisseld. Gelet op de incidentele aard van de uitwisseling en de specifieke inrichting van de koppeling is het niet waarschijnlijk dat het berichtenverkeer is ingezien. Omdat andere gemeenten dezelfde applicaties gebruiken is het voorval gemeld bij de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) en de (AP). Aangezien het een beveiligingsincident betreft en niet een feitelijk datalek, zijn de inwoners niet geïnformeerd.

Virusaanvallen

Voor gemeenten geldt net als voor andere organisaties dat zij bedreigd worden door onder andere Ransomware-aanvallen. De bekendste aanval van het afgelopen jaar betreft de cryptolocker WanaCry. Alhoewel de bedrijfsvoering van de gemeente niet door het virus is getroffen, heeft de aanval wel aanleiding gegeven het patchingbeleid aan te scherpen.

Meerjarenperspectief

Uit bovenstaande beschrijving blijkt dat al veel maatregelen uit de BIG zijn geïmplementeerd. Voor 2018 is de aandacht gericht op het vastleggen van de maatregelen in protocollen en op het treffen van voorzieningen om de continuïteit bij calamiteiten te garanderen.

In 2019 is gepland de implementatie van de BIG-maatregelen af te ronden met onder andere de implementatie van netwerk-monitoring.

Ten aanzien van Privacy geldt dat de inspanningen gericht zijn op de implementatie van de AVG, die op 25 mei 2018 in werking treedt. De gemeente moet voor die datum onder andere een Functionaris Gegevensbescherming benoemen. De inzet is er op gericht deze functie in NEO-verband in te vullen.

Subsidies

Subsidieplafonds worden op basis van de Algemene subsidieverordening Nunspeet 2011 door de raad vastgesteld tijdens de begrotingsbehandeling. Subsidieplafonds hebben als doel om een subsidie te kunnen weigeren op het moment dat het budget niet meer toereikend is en er op basis van een verordening wel aanspraak kan worden gemaakt op een subsidie.

Bij het bekendmaken van een subsidieplafond wordt weergegeven welke subsidie het betreft, welk bedrag beschikbaar is en op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld. De volgende subsidieplafonds gelden voor 2017:

Tabel 1.1 - Subsidieplafonds 2017

Omschrijving subsidie

Subsidieplafond

Verstrekt 2017

 

Verdeling bij bereiken subsidieplafond

Eenmalige subsidie cultuur

€ 2.633,--

€1.500,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Jaarlijkse subsidie amateurkunstverenigingen

€ 10.201,--

€14.590,--

Naar rato

Eenmalige subsidie sport

€ 4.271,--

€4.582,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Jaarlijkse subsidie jeugdledensport (incl. scouting)

€ 4.070,--

€2.273,--

Naar rato

Restauratie monumenten

€ 255.863,--

€245.465,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Afkoppelen verhard oppervlak

€ 50.250,--

€14.385,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Bevorderen verkeersveiligheid

€ 30.000,--

€15.522,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Gewoon Gemak

€ 20.000,--

€3.422,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Collectief Particulier Opdrachtgeverschap

€ 60.000,--

€4.991,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

Jaarlijkse eenmalige subsidies sociale samenhang en leefbaarheid

€ 12.075,--

€10.350,--

Wie het eerst komt, ontvangt het eerst

 

Jaarverslag - Paragraaf Verbonden partijen

Algemeen

Wat zijn verbonden partijen? Volgens artikel 1 lid b van het Besluit begroting en verantwoording is een verbonden partij: ‘Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft’. Vervolgens worden in de leden c en d aangegeven wat een bestuurlijk en een financieel belang is. Een bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Het gaat bij verbonden partijen om de specifieke combinatie van financiële en bestuurlijke inbreng.

Bij de gemeente Nunspeet is sprake van de volgende verbonden partijen:

Directe deelnemingen in vennootschappen:

  • Bank Nederlandse Gemeenten NV;
  • NV Alliander;
  • Vitens NV.

Overige deelnemingen:

  • Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe;
  • Regio Noord-Veluwe;
  • Omgevingsdienst Noord-Veluwe;
  • Leisurelands;
  • Coöperatie Gastvrije randmeren;
  • Stichting Muziekschool Noordwest-Veluwe (in afronding);
  • Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;
  • NV Inclusief Groep;
  • NV Afvalsturing Friesland;
  • Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord-Veluwe;
  • Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Gelre-IJssel.

Per verbonden partij is een risicoanalyse opgenomen. Via deze risicoanalyse wordt gekeken naar de mate van risico dat de gemeente bij de verbonden partijen loopt. Een manier van risicometing is te kijken naar de solvabiliteit. De solvabiliteit is de mate waarin de onderneming in staat is het totale vreemd vermogen terug te betalen. Het is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen van een onderneming. Men berekent de solvabiliteit als verhouding tussen eigen vermogen/totaal vermogen. Een solvabiliteit wordt goed genoemd als deze hoger is dan 25% (eigen vermogen is meer dan 25% van het balanstotaal).

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) moeten gemeenten voor verbonden partijen informatie opnemen (zie bijlage bij deze paragraaf). Het gaat daarbij om het verwachte belang aan het eind van het begrotingsjaar, de verwachte omvang van het eigen vermogen aan het begin en het eind van het begrotingsjaar en het verwachte resultaat over het begrotingsjaar. Bij deze bepaling worden de meest recente jaarcijfers als basis gehanteerd. Bij de weging van het risico van verbonden partijen zal gekeken worden naar de bijdrage die de gemeente levert en het financiële nadeel dat de gemeente loopt bij een eventueel faillissement. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat een faillissement zich voordoet.

Bank Nederlandse Gemeenten NV

Vestigingsplaats
Den Haag

Publiek belang
De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Daarmee is de bank essentieel voor de publieke taak. 

Toelichting: het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de Staat, alsmede het door de statuten beperkte werkterrein van de bank, bieden financiers het vertrouwen dat het risico van kredietverlening aan dit instituut zeer beperkt is. BNG Bank bundelt de uiteenlopende vraag van klanten tot een beroep op de financiële markten dat aansluit op de behoefte van beleggers wat betreft volume, liquiditeit en looptijd. Door de combinatie van beide elementen heeft de bank een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen zeer scherpe prijzen, die weer worden doorgegeven aan decentrale overheden en aan instellingen voor het maatschappelijk belang. Dat leidt voor de burger uiteindelijk tot lagere kosten voor tal van voorzieningen.

Bestuurlijk belang
De gemeente heeft zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de aandelen die zij bezit (één stem per aandeel van € 2,50). Het aandelenbezit wordt gezien als een duurzame belegging. Gedurende het afgelopen jaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in het belang van onze gemeente in de BNG.

Financieel belang
De gemeente Nunspeet bezit een aandelenbelang van 0,13% in de BNG, met een nominale waarde van € 187.688. De gemeente bezit 75.075 aandelen van nominaal € 2,50. Dit financieel belang is in 2017 niet gewijzigd.

Beleidsvoornemens
Gedurende het begrotingsjaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in BNG Bank.

Risicoanalyse

Eigen vermogen per 1 januari 2017: € 4.486 miljoen
Eigen vermogen per 31 december 2017: € 4.953 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari 2017:  € 149.483 miljoen
Vreemd vermogen per 31 december 2017: € 135.041 miljoen
Achtergestelde schulden per 1 januari 2017: € 31 miljoen
Achtergestelde schulden per 31 december 2017: € 31 miljoen
Gerealiseerde resultaat 2017: € 393 miljoen

Op basis van de verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen zou geconcludeerd kunnen worden dat de solvabiliteit niet goed is. Dat zou betekenen dat het risico hoog is. Echter het eigenaarschap ligt bij gemeenten, provincies en de Staat. De bank heeft een (door de statuten) beperkt werkterrein. Dit biedt de financiers vertrouwen en hierdoor is het risico van kredietverlening aan de BNG beperkt. Dit zorgt ervoor dat de bank tegen gunstige tarieven gelden kan aantrekken. De solvabiliteit van BNG Bank is in de verslagperiode verder toegenomen. Dit komt tot uitdrukking in een hoge zgn. Common Equity Tier 1-ratio. Deze naar risico gewogen kapitaalratio steeg tot bijna 37%. Onder invloed van de stijging van het Tier 1-vermogen en de daling van het balanstotaal is de leverage ratio van de bank ten opzichte van ultimo 2016 met 0,5% toegenomen tot 3,5%. Per saldo wordt geconcludeerd dat het risico van de BNG bank laag is.

NV Alliander

Vestigingsplaats
Arnhem

Publiek belang
Het veiligstellen van de levering van elektriciteit onder alle omstandigheden en het genereren van dividend door belegging van middelen. Deze middelen kunnen in beginsel vrij worden aangewend voor gemeentelijke taken (algemeen dekkingsmiddel).

Bestuurlijk belang
De zeggenschap die met het aandelenbezit verband houdt, komt tot uiting in de algemene vergadering van aandeelhouders.

Financieel belang
Het financiële belang bij aandelenbezit in het algemeen is het risico van koersschommelingen en/of winstdalingen (lager dividend). Sinds 2004 is het dividend gelijk aan het pay-outpercentage van 45% van de nettowinst uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen. De gemeente bezit 339.318 aandelen met een nominale waarde van € 34.424. Dit belang is in 2017 niet gewijzigd.

Beleidsvoornemens
Geen beleidswijzigingen te voorzien.

Risicoanalyse

Eigen vermogen per 1 januari 2017: € 3.864 miljoen
Eigen vermogen per 31 december 2017: € 3.942 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari 2017: € 3.871 miljoen
Vreemd vermogen per 31 december 2017: € 4.127 miljoen
Gerealiseerd resultaat 2017: € 203 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 48,9%. Algemeen wordt een minimaal percentage van 25% als goed (of gezond) aangemerkt. Het resultaat over 2017 bedraagt € 203 mln. Over 2016 bedroeg het resultaat € 282 miljoen. Op basis van het hoge eigen vermogen wordt het risico van NV Alliander als laag aangemerkt.

NV Vitens

Vestigingsplaats
Lelystad

Publiek belang
De gemeente Nunspeet is aandeelhouder van NV Vitens, het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland. Bij het leveren van vers en betrouwbaar drinkwater wil Vitens respectvol blijven omgaan met de natuur. Om waterbronnen te beschermen werkt het bedrijf samen met waterschappen, natuurorganisaties, gemeenten en provincies. Om verdroging te voorkomen, verplaatst het bedrijf waar nodig waterwingebieden. Ook werkt het bedrijf zo veel mogelijk met milieuvriendelijke installaties. Dit past bij de verantwoordelijkheden van de aandeelhouders: de provincies en gemeenten.

Bestuurlijk belang
De zeggenschap die met het aandelenbezit verband houdt, komt tot uiting in de algemene vergadering van aandeelhouders.

Financieel belang
De gemeente Nunspeet bezit een aandelenpakket van 24.035 aandelen met een nominale waarde van € 4.062. Dit belang is in 2017 niet gewijzigd. Het financiële belang bij aandelenbezit in het algemeen is het risico van koersschommelingen en/of winstdalingen (lager dividend). Als de solvabiliteit hoger of gelijk is aan de streefsolvabiliteit (een eigen vermogen (EV) minimaal gelijk aan 25% van het balanstotaal en een garantievermogen (EV + achtergestelde leningen minimaal gelijk aan 30% van het balanstotaal) en als de winst toereikend is, wordt aan de houders van gewone aandelen een dividend uitgekeerd van minimaal 40% en maximaal 75% van het netto resultaat.

Beleidsvoornemens
Geen beleidswijzigingen te voorzien.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarstukken 2017.

Eigen vermogen per 31 december 2017: € 533 miljoen
Vreemd vermogen per 31 december 2017:    € 1.194 miljoen
Resultaat 2017:        47,7 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen per 1 januari 2017 bedraagt 30,9%. Gezien het percentage kan geconcludeerd worden dat hiermee de solvabiliteit op orde is. Vitens is daarnaast bewust bezig met het verhogen van de solvabiliteit en de versterking van het eigen vermogen. Vitens houdt zich bezig met een primair product waar altijd vraag naar zal zijn: schoon drinkwater. Dit zorgt voor een stabiele en continue afzetmarkt. Op basis van deze argumenten en de bewuste verhoging van de solvabiliteit wordt het risico van Vitens als laag aangemerkt.

Gemeenschappelijke regeling Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Vestgingsplaats
Elburg

Publiek belang
Deelnemende gemeenten zijn Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek. Deze gemeenten werken samen voor de uitvoering van het bepaalde in hoofdstuk V van de Archiefwet 1995. Het beheer van en het toezicht op archiefbescheiden gebeurt op gemeenschappelijke basis.

Bestuurlijk belang
De gemeente Elburg is centrumgemeente. De Archiefcommissie Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe adviseert het gemeentebestuur van Elburg over beleidzaken. De gemeente is door de burgemeester vertegenwoordigd in de Archiefcommissie.

Financieel belang
De gemeenten betalen een jaarlijkse bijdrage aan het streekarchivariaat. In 2017 is een bijdrage betaald van € 119.000,-. De gemeente is financieel medeaansprakelijk voor de gemeenschappelijke regeling.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
De gemeente loopt een beperkt risico. De kans op een faillissement van het streekarchivariaat wordt ook laag ingeschat. Het totale risico wordt laag ingeschat.

Regio Noord-Veluwe

Vestigingsplaats
Harderwijk

Publiek belang
De Regio Noord-Veluwe (RNV) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten. Die gemeenten werken samen aan de ontwikkeling van een gebied waar het goed wonen, werken en recreëren is. De activiteiten van de RNV richten zich op diverse terreinen van overheidszorg, zoals economie, toerisme en recreatie, milieu, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, openbare werken, arbeidsmarktbeleid, sociale werkvoorziening, welzijn en onderwijs. De RNV biedt de gemeenten een solide basis voor duurzame vrijwillige samenwerking, met het doel om gezamenlijk taken efficiënter uit te voeren, kosten te besparen en een sterkere positie in te nemen. De gemeenten Epe, Hattem, Heerde, Nijkerk en Zeewolde nemen voor bepaalde taken ook deel aan de regionale samenwerking.

Bestuurlijk belang
De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het dagelijks bestuur. Een raadslid en de burgemeester zijn lid van het algemeen bestuur.

Financieel belang
Voor het algemene deel (Platform en Ontwikkeling) heeft de gemeente een bijdrage betaald van € 293.000,--.

Beleidsvoornemens
In het voorjaar van 2016 is in de gemeenteraden gesproken over de toekomst van de RNV. Dit heeft  er toe geleid  dat  de  Stuurgroep  RNV  de  heer  Jansen  als kwartiermaker heeft aangesteld om te adviseren over een heroriëntatie en een nieuwe aanpak binnen de regio. Van deze stuurgroep zijn de burgemeesters van de gemeenten Elburg, Ermelo, Hattem, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten de leden. De opdracht van de kwartiermaker was tweeledig: 1) een advies geven over de manier waarop samenwerking in de toekomst kan worden georganiseerd en 2) de consequenties hiervan voor de bestaande Regio Noord-Veluwe (RNV) beschrijven, mede in het licht van het verzoek van de gemeenten Ermelo en Harderwijk om de uitvoeringstaken in het sociaal domein bij de RNV te beëindigen. In zijn rapportage doet de kwartiermaker verslag van zijn bevindingen en formuleert hij adviezen voor een vernieuwde samenwerking. De kwartiermaker concludeert dat het inhoudelijke takenpakket binnen de huidige RNV-structuur in de afgelopen jaren sterk is gewijzigd. Op elk niveau van samenwerking – strategisch, beleidsmatig/tactisch en operationeel – wordt de RNV als vehikel niet meer als passend ervaren. De gemeenschappelijke regeling dient daarom te worden vervangen door een nieuwe vorm. De essentie van het advies van de Kwartiermaker is om op de drie niveaus van samenwerking steeds te werken met een zo licht mogelijke juridische vorm, waarbij het primaat bij de gemeenten ligt en geen openbaar lichaam wordt opgericht. Het meest aangewezen model is dan het model van de centrumgemeente of gastheergemeente, waarin een gemeente een taak uitvoert voor de andere gemeenten. De andere gemeenten dragen hieraan financieel bij.

Qua takenpakket is de gemeenschappelijke regeling 31 december 2017 opgeheven. Op die datum waren alle taken bij de deelnemende gemeenten ondergebracht, de betreffende medewerkers met die taak overgegaan naar de gemeenten en de overige medewerkers hadden een andere functie dan wel zicht daarop. De daadwerkelijke opheffing van de RNV gaat in 2018 plaatsvinden in verband met de afronding van diverse zaken. Voor de afwikkeling van het traject is de gemeente Nunspeet aangewezen als zogenaamde ‘erfgenaamgemeente’. Zij zorgt voor de afhandeling van alle lopende zaken op het gebied van personeel, huisvesting en financiën.

Voor de uitvoering van de taken is een nieuw samenwerkingsverband opgericht: Samenwerking Noord Veluwe (SNV). Dit is een overlegstructuur tussen de deelnemende gemeenten waarbij de sprake is van centrum-/gastheergemeente en afnemende gemeenten. Voor iedere operationele taak wordt een dienstverleningsovereenkomst opgesteld. Voor strategische taken worden jaar- en strategische plannen opgesteld.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de conceptjaarcijfers 2017 van de RNV. Hierin is geen rekening gehouden :

Eigen vermogen per 31 december 2017: € 1,3 miljoen
Vreemd vermogen per 31 december 2017: € 31 miljoen
Resultaat 2017: -/- € 2 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 4%. Dit percentage suggereert dat de solvabiliteit niet op orde is. Wat hierbij meespeelt is de afwikkeling/ontmanteling van de RNV. Het negatieve resultaat wordt veroorzaakt door de frictiekosten die bij de ontmanteling van de RNV zijn ontstaan. Dit negatieve resultaat is verwerkt in het eigen vermogen. Dit leidt tot een forse daling van het eigen vermogen. In het ontmantelingsproces zijn de gemeenten op de hoogte gebracht van de verwachte frictiekosten. Het Nunspeetse aandeel in de frictiekosten is reeds verwerkt binnen de exploitatie 2017. Het hoge saldo aan vreemd vermogen houdt enerzijds verband met de financiering van de materiële vaste activa.  Afwikkeling van het vreemd vermogen gaat gelijk op met de afwikkeling van de activa. Een verlies is reeds verwerkt in de frictiekosten. Anderzijds houdt het hoge vreemde vermogen verband met de afwikkeling van de jeugdtaken die bij de RNV zijn belegd. Ook hierover zijn de gemeenten geïnformeerd en is het verwachte resultaat verwerkt in de exploitatie 2017. Per saldo wordt het risico voor de gemeente ten aanzien van de afwikkeling van de RNV laag ingeschat.

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Vestigingsplaats
Harderwijk

Publiek belang
Omgevingsdienst Noord-Veluwe voert vanaf 1 april 2013 de milieutaken op de Noord-Veluwe uit. Dit gebeurt in opdracht van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten en van de Provincie Gelderland. De adviseurs van ODNV bieden hoogwaardige kennis en expertise op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en milieuadvies.

Bestuurlijk belang
De portefeuillehouder Milieu is lid van het dagelijks bestuur.

Financieel belang
De gemeenten betalen een bijdrage aan de omgevingsdienst voor het uitvoeren van de taken. Voor 2017 is een bijdrage betaald van € 436.000,--.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
Onderliggende cijfers zijn gebaseerd op de (niet vastgestelde) jaarstukken 2017:

Eigen vermogen per 31 december 2017: € 143.000
Vreemd vermogen per 31 december 2017: € 765.000
Resultaat 2017: € 87.000

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 15,7 %. Gezien het percentage zou geconcludeerd kunnen worden dat de solvabiliteit niet op orde is. De oorzaak van deze verhouding ligt in het AB-besluit in 2014 dat de ODNV in principe geen reserves mag vormen en daarmee geen eigen vermogen mag opbouwen. Bij een mogelijk faillissement zal de gemeente moeten meebetalen in de financiële afwikkeling. Daarnaast zullen de taken die de ODNV voor de gemeente uitvoert naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De ODNV voert milieutaken voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.

Leisurelands

Vestigingsplaats
Arnhem

Publiek belang
Leisurelands beheert en exploiteert de volgende recreatiegebieden: Berendonck, Bussloo, Groene Heuvels, Haven Hattem, Heerderstrand, Surfoever Hoge Bijssel, Strand Horst, Kievitsveld, Mookerplas, Nieuw Hulckesteijn, Strand Nulde, Rhederlaag, Wylerbergmeer, Zandenplas en Zeumeren.

De handelsnaam van RGV Holding B.V. is Leisurelands. Onder RGV Holding vallen drie vennootschappen die actief zijn. Leisurelands Exploitatie B.V. en Leisurelands Onroerend Goed B.V. houden zich bezig met de kernactiviteit van Leisurelands, namelijk het exploiteren van recreatievoorzieningen. De activiteiten van de derde actieve vennootschap, Interhuis B.V., met haar dochtervennootschappen SchatEiland Zeumeren B.V., Zeumeren B.V., RGV Delfstoffen B.V. en Katerbosch B.V. zijn niet direct gerelateerd aan dagrecreatie, maar zijn erop gericht de kernactiviteit te ondersteunen.

Bestuurlijk belang
De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur door de portefeuillehouder recreatie.

Financieel belang
De gemeente verstrekt geen bijdrage in de exploitatielasten.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van Leisurelands:

Eigen vermogen per 1 januari 2017: € 56 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 20 miljoen
Resultaat 2016: € 1,3 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 73,6 %. Dit veronderstelt een hoge solvabiliteit en een laag risico voor de eigenaren. Het resultaat van Leisurelands is sterk afhankelijk van opbrengsten uit vermogensbeheer. In het verleden waren de operationele resultaten negatief. Vanaf boekjaar 2016 is sprake van een positief operationeel resultaat.  Het resultaat op vermogensbeheer laat forse schommelingen zien. Dit brengt een risico met zich mee. De resultaten zijn sterk afhankelijk van de ontwikkeling in de markt. Gezien de goede solvabiliteit en het verbeterde operationele resultaat wordt het risico van het RGV als laag ingeschat.

Coöperatie gastvrije randmeren

Vestigingsplaats
Harderwijk

Publiek belang
Gastvrije Randmeren is een samenwerkingsverband voor de Randmeren, in de vorm van een coöperatieve vereniging. De deelnemers zijn in eerste instantie de gemeenten Almere, Blaricum, Bunschoten, Dronten, Eemnes, Elburg, Ermelo, Harderwijk, Huizen, Kampen, Naarden, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde. De coöperatie heeft de volgende taken:

  • Hoofdtaak van de coöperatie is het structureel onderhouden van de recreatieve voorzieningen in de Randmeren. Het gaat daarbij onder andere om het onderhouden van aanlegplaatsen  voor de recreatievaart, het verminderen van de overlast door waterplanten in dieper water  en het uitvoeren van overig klein onderhoud.
  • De Randmeren staan bekend om hun natuurschoon, rust en ruimte. Er wordt veel aan gedaan om de natuurwaarden in het gebied te versterken. Veel vogels profiteren van het heldere water en de overvloed aan voedsel. De natuur maakt de Randmeren aantrekkelijk voor de recreant, maar is ook kwetsbaar. De coöperatie Gastvrije Meren vindt het belangrijk dat bij de inrichting van het gebied de balans tussen natuur en recreatie voorop staat. Gastvrije Randmeren rekent het bewaren en bevorderen van het natuur- en landschapsschoon in het gebied tot één van haar taken.
  • Een andere belangrijke taak van de coöperatie is het op de recreatieve kaart zetten van de Randmeren via gebiedspromotie. In het kader hiervan zijn in het voorjaar van 2013 onder het logo 'Randmeren, eindeloos meer....' de eerste producten gelanceerd: een recreatieve kaart en de website. De gebiedspromotie 'Randmeren, eindeloos meer ... zal de komende jaren verder worden uitgebouwd.
  • Afronding van het project Integrale Inrichting Veluwerandmeren (IIVR) vindt plaats onder verantwoordelijkheid van Gastvrije Randmeren. Daarnaast moet de ontwikkelingsvisie 2030 Zuidelijke Randmeren (Blauwe As) verder vorm gegeven worden.
  • Verder vormt Gastvrije Randmeren een platform waar ruimtelijke-economische ontwikkelingen kunnen worden afgestemd. Ook kan het samenwerkingsverband gecoördineerd haar deskundigheid op het gebied van vergunningen en procedures inzetten en het gezamenlijk belang van gemeenten inbrengen in regionale en landelijke projecten. Voorbeelden zijn de maatregelen rond de zwemwaterkwaliteit, het Delta-programma, etc.

Bestuurlijk belang
De gemeente is vertegenwoordigd in de algemene ledenvergadering door de portefeuillehouder recreatie.

Financieel belang
De gemeente participeert in het eigen vermogen van de coöperatie. De gemeente verstrekt geen bijdrage in de exploitatielasten.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
Onderstaande vermogenscijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van coöperatie Gastvrije Randmeren. Het begrote resultaat 2017 is gebaseerd op de begroting 2018:

Eigen vermogen per 1 januari 2017: € 4,3 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari 2017: € 11,8 miljoen
Begroot resultaat 2017: -/- € 680 duizend

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt op basis van de jaarstukken 2016 26,7%.  Op basis van deze verhouding kan geconcludeerd worden dat de solvabiliteit op orde is. De gemeente Nunspeet betaalt bijdrage van circa € 10.000  in de exploitatielasten van de coöperatie. De coöperatie beheert ontvangen subsidiegelden en voert daarvoor werkzaamheden uit. Het risico van de coöperatie wordt laag ingeschat.

Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Gelre-IJssel

Vestigingsplaats
Apeldoorn

Publiek belang
De GGD Gelre-IJssel is de gezondheidsdienst van 22 gemeenten, waaronder Nunspeet. GGD Gelre-IJssel bewaakt de gezondheid van de inwoners van de gemeenten in de regio.

Bestuurlijk belang
De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur door de portefeuillehouder Volksgezondheid.

Financieel belang
De gemeente heeft een belang van 3,3% in de GGD. Dit belang is bepaald aan de hand van het inwonersaantal in de gemeente per 31 december 2016. De gemeente betaalt een jaarlijkse exploitatiebijdrage in de vorm van een bedrag per inwoner. Over 2017 is € 413.000,-- betaald aan gemeentelijke bijdrage aan de GGD.

Beleidsvoornemens
Geen bijzondere beleidsvoornemens.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de geprognotiseerde jaarcijfers 2017 van de GGD:

Eigen vermogen per 1 januari 2017: € 2,8 miljoen
Verwacht eigen vermogen per 31 december 2017: € 2,3 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari 2017: € 3,6 miljoen
Verwacht vreemd vermogen per 31 december 2017: € 3,7 miljoen
Verwacht resultaat 2017:    € 190 duizend

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt per 31 december 2017 38%. Dit veronderstelt een laag risico voor de eigenaren. De GGD Gelre-IJssel voert taken op het gebied van volksgezondheid uit voor de gemeente. Bij een faillissement zal de gemeente moeten meebetalen in de financiële afwikkeling. Daarnaast zullen de taken die de GGD voor de gemeente uitvoert naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.

 

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Vestigingsplaats
Apeldoorn

Algemeen
Per 1 april 2004 is door samenvoeging van de drie brandweerregio’s en de twee GHOR-organisaties (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) in de Achterhoek, Noordwest-Veluwe en Stedendriehoek de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) ontstaan. In de VNOG werken GHOR en brandweer nauw samen, ieder vanuit een eigen invalshoek, maar met een gezamenlijke missie: een veilige leefomgeving. De VNOG wil een herkenbare bijdrage leveren aan het creëren van meer veiligheid voor de bewoners, instellingen en bedrijven binnen haar grenzen.

Met ingang van 1 januari 2010 is in het kader van de regionalisering van de brandweer het brandweercluster Veluwe-West van start gegaan. In dit cluster zijn de gemeenten Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Putten vertegenwoordigd.

Bestuurlijk belang
Het algemeen bestuur van de VNOG bestaat uit alle burgemeesters van de gemeenten in de regio. Het dagelijks bestuur wordt gekozen uit het algemeen bestuur. De burgemeester van Harderwijk heeft zitting in het dagelijks bestuur namens het cluster Veluwe-West.

Financieel belang
De gemeente heeft voor 2017 een bijdrage van € 1.440.000,-- betaald.

Beleidsvoornemens
Met ingang van begrotingsjaar 2017 vindt kostenverdeling op basis van een nieuw verdeelmodel plaats. Het kostenverdeelmodel is gebaseerd op de Algemene uitkering Gemeentefonds. Voor Nunspeet heeft dit geleid tot een lagere bijdrage. Deze daling zet zich door de toegepaste overgangsregeling nog enkele jaren door.

Risicoanalyse
Onderliggende cijfers zijn gebaseerd op de (concept) jaarcijfers 2017 van de VNOG:

Eigen vermogen per 31 december 2017: € 845.000,--
Verwacht vreemd vermogen per 1 januari/31 december 2017: € 45 miljoen
Verwacht resultaat 2017: € 930.000,--

De VNOG voert taken uit voor de gemeente. De taken die de VNOG voor de gemeente uitvoert zullen naar de gemeente terugkomen of moeten op een andere manier georganiseerd worden. De kans op een faillissement wordt laag ingeschat. De VNOG voert brandweertaken voor de gemeenten uit die bij een faillissement anders georganiseerd moeten worden. Dit zal niet snel gebeuren. Per saldo wordt het risico laag ingeschat.

NV Inclusief Groep

Vestigingsplaats
Nunspeet

Algemeen
De NV Inclusief Groep (Ondernemer in passend werk) is een geprivatiseerde organisatie die belast is met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) voor de bij de RNV aangesloten gemeenten en Nijkerk.

De Dienst Sociale Werkvoorziening Noordwest-Veluwe (DSW) is opdrachtgever voor de uitvoering van de wet. De praktische uitvoering is in handen van de Inclusief Groep. Men begeleidt mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt naar werk en biedt hen daarbij scholing en/of leerwerktrajecten. De werkzaamheden voor de doelgroep worden verricht in vier werkbedrijven die eigendom zijn van de Inclusief Groep. Die bedrijven opereren in de sectoren industrie (metaal, hout, elektra, verpakken, montage), dienstverlening (schoonmaak, groen, kwekerij, schilderwerken) en (groeps)detachering.

Bestuurlijk belang
Enig aandeelhouder van de Inclusief Groep is de RNV. Een vertegenwoordiging uit het algemeen bestuur van de RNV vormt de algemene vergadering van aandeelhouders van NV Inclusief Groep. Door de opheffing van de RNV worden de aandelen in 2018 overgeheveld naar de gemeenten.

Inclusief Groep krijgt de opdrachten van de DSW (onderdeel van de RNV). Het dagelijks bestuur van de DSW wordt gevormd door de bestuurscommissie: de wethouders sociale zaken van de zeven deelnemende gemeenten.

Financieel belang
Via de RNV is de gemeente Nunspeet financieel medeverantwoordelijk voor Inclusief Groep. Door de opheffing van de RNV worden de aandelen in 2018 overgeheveld naar de gemeenten.

Beleidsvoornemens
In het kader van de komst van de Participatiewet vindt onderzoek plaats naar de toekomst van de sociale werkvoorziening.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van de Inclusief Groep:

Eigen vermogen per 1 januari 2017: € 8,9 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari 2017: € 10 miljoen
Resultaat 2016:   € 130.000

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt op basis van bovenstaande cijfers 47%. Op basis van deze verhouding kan geconcludeerd worden dat de solvabiliteit op orde is. Op 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd en stopt de instroom in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Met de Participatiewet krijgen de gemeenten te maken met een bredere doelgroep. Tegelijkertijd is er bezuinigd op het Re-integratiebudget dat gemeenten van het rijk ontvangen om de totale doelgroep vallend onder de Participatiewet te "bedienen". De stuurgroep transities heeft de projectgroep Toekomst Sociale Werkvoorziening, bestaande uit vertegenwoordigers van 7 bij de Inclusief Groep (IG) betrokken gemeenten, de opdracht gegeven onderzoek te doen naar de toekomst sociale werkvoorziening (Wsw). Gezien de onzekerheden en onduidelijkheden maar de goede solvabiliteit wordt het risico als gemiddeld aangemerkt.

NV Afvalsturing Friesland

Vestigingsplaats
Leeuwarden

Algemeen
De NV Afvalsturing Friesland verzorgd voor de gemeente Nunspeet, en de overige RNV gemeenten, de afvalverwerking. In 2015 is de door de RNV uitgeschreven aanbesteding gegund aan NV Afvalsturing Friesland. Mede hierdoor is de RNV toegetreden al aandeelhouder van de NV Afvalsturing Friesland.

Bestuurlijk belang
De gemeente Nunspeet neemt via de RNV deel in de NV Afvalsturing Friesland. Met andere woorden. De RNV heeft de aandelen NV Afvalsturing Friesland in bezit en heeft dus namens de deelnemende gemeenten stemrecht in de aandeelhoudersvergadering.

Financieel belang
Via de RNV is de gemeente Nunspeet financieel medeverantwoordelijk voor de NV Afvalsturing Friesland.

Beleidsvoornemens
Naar aanleiding van de opheffing van de RNV worden de aandelen in NV Afvalsturing Friesland in 2018 overgedragen aan de gemeenten. Hierdoor worden de gemeenten rechtstreeks aandeelhouder van NV Afvalsturing Friesland.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 van de NV Afvalsturing Friesland:

Eigen vermogen per 1 januari 2017: € 45 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari 2017: € 181 miljoen
Resultaat 2016: € 1,3 miljoen

De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen per 1 januari  2017 bedraagt 19,9 %. Dit percentage veronderstelt dat de solvabiliteit onder druk staat. Echter gezien het (stabiele) positieve resultaat wordt het risico van NV Afvalsturing Friesland als laag beoordeeld.

Stichting primair openbaar onderwijs Noord-Veluwe (Proo)

Vestigingsplaats
Harderwijk

Algemeen
De gemeenteraden van Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben in december 2002 besloten het bevoegd gezag van het openbaar primair onderwijs per 1 januari 2003 over te dragen aan de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Noordwest-Veluwe. Door het onderbrengen van het bevoegde gezag in een stichting komt het openbaar onderwijs in een vergelijkbare positie als het bijzonder onderwijs, in die zin dat er een autonoom bestuur is dat zowel beleidsinhoudelijk als vermogensrechtelijk zelfstandig opereert. Het toezicht op de stichting is overgedragen aan de RNV. De stichting Proo heeft voor de periode 2004-2008 een strategisch beleidsplan opgesteld, waarin de visie en missie worden beschreven voor het openbaar basisonderwijs in de regio Noordwest-Veluwe. Gemeente Epe is toegetreden. Vanwege de toetreding van de gemeente Heerde per 1 januari 2006 heet de stichting voluit: Stichting primair Openbaar onderwijs Noord-Veluwe.

Bestuurlijk belang
Sinds maart 2014 is scheiding van toezicht en bestuur gerealiseerd in de vorm van een eenhoofdig College van Bestuur en een Raad van Toezicht. De acht gemeenten zijn betrokken gebleven bij de stichting PrOo vanuit een coördinatiepunt.

Financieel belang
Aan de stichting wordt door de gemeente geen financiële bijdrage verstrekt. De stichting ontvangt financiële middelen rechtstreeks van de rijksoverheid. De gemeenten blijven financieel aansprakelijk voor de stichting.

Beleidsvoornemens
Het belang van het openbaar onderwijs in de deelnemende gemeenten (blijven) behartigen.

Risicoanalyse
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016.

Eigen vermogen per 1 januari 2017: €   1,7 miljoen
Vreemd vermogen per 1 januari 2017: €   3,9 miljoen
Resultaat 2016: €   29.000

De financiële situatie bij de stichting PrOo was de afgelopen jaren zorgelijk. De stichting heeft een aantal maatregelen genomen om te komen tot een oplossing van deze zorgelijke situatie. De verhouding eigen vermogen/totaal vermogen bedraagt 30,3%. Op basis van bovengenoemde punten wordt het risico voor de stichting PrOo als hoog ingeschat.

 

Jaarverslag - Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van programma’s, zoals op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu, verkeer en openbare ruimte, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Het grondbeleid heeft daarnaast een grote financiële impact. De grondexploitatie (inclusief de resultaten hieruit) is een onderdeel van de totale exploitatie van de gemeente. Gelet op de risico’s in relatie tot de omvang van de bedragen waarover het op dit terrein gaat, is een afzonderlijke paragraaf over het grondbeleid verplicht gesteld.

Beleid in ontwikkeling

Het grondbeleid van de gemeente Nunspeet is vastgelegd in de nota ‘Grondbeleid’. Deze nota is in juni 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze nota is de te volgen grondpolitiek vastgelegd, waarbij het gaat om bijvoorbeeld aan- en verkoopbeleid ter uitvoering van bestemmingsplannen, prijsvorming, kostenverhaal en risico’s.

Deze paragraaf gaat vooral in op de uitvoering van het grondbeleid.

In de Integrale Ruimtelijke Toekomstvisie (IRTV), de vastgestelde uitgangspunten voor het financieel beleid en de nota ‘Reserves en voorzieningen’ is ook beleid vastgelegd dat betrekking heeft op het grondbeleid. Als project uit de IRTV is een Woonvisie ontwikkeld waarin de toekomstige woningbehoefte is vastgelegd. De Woonvisie is in 2008 door de gemeenteraad vastgesteld en wordt jaarlijks herzien.

 

Bestaand beleid

In het verleden werd een actief grondbeleid gevoerd bij het realiseren van bestemmingsplannen voor zowel woningbouw als bedrijventerrein. Op verzoek van derden wordt medewerking verleend (passief grondbeleid) aan het ontwikkelen van vaak kleinschalige projecten. Van dit gevoerde actieve grondbeleid is in 2010 (ten dele) afgestapt. Met het vaststellen van de nota ‘Grondbeleid 2010-2013’ is gekozen om per project de keuze te maken voor een actief of een faciliterend grondbeleid. In de nieuwe nota 'Grondbeleid 2017-2022'is dit beleid voortgezet. Het belang van een actief grondbeleid voor de mogelijkheid voor kostenverhaal inclusief een bijdrage aan de infrastructuur is door de invoering van de nieuwe wet Ruimtelijke Ordening in 2008 van minder belang geworden. Voor actief grondbeleid wordt waar mogelijk gekozen als de gemeente minimaal budgetneutraal kan ontwikkelen of er moet sprake is van een specifiek maatschappelijk belang waarbij een andere partij deze ontwikkeling niet tot stand zal brengen.

Financieel kader

Zoals weergegeven in de nota ‘Grondbeleid’ is het grondbeleid in onze gemeente gebaseerd op minimaal sluitende exploitatieopzetten waarin een substantiële bijdrage aan de infrastructuur is verwerkt. Grondverkopen geschieden tegen marktconforme prijzen. Als incidenteel een prijssubsidie noodzakelijk is, gebeurt dat alleen als het hiermee gediende doel tegelijkertijd wordt gewaarborgd.

Van oudsher was al gekozen voor het realiseren van exploitaties met een positief resultaat of ten minste kostendekkendheid. Door de jaren heen heeft dit geleid tot een saldo in de grondexploitatie (reserve grondexploitatie). Hiervan is een deel niet-besteedbaar, omdat dit nodig is om exploitatierisico’s te kunnen afdekken. In de door de raad op 29 januari 2004 vastgestelde nota ‘Reserves en voorzieningen’ (2003) is uitgebreid ingegaan op deze reserve. Vooral is stilgestaan bij de onderbouwing van het bodem- en plafondbedrag.

De jaarlijkse herijking van het bodem- en plafondbedrag vindt op grond van artikel 12, lid 1 van de Verordening en artikel 212 van de Gemeentewet plaats na het vaststellen van de jaarrekening.

De stand van de reserve bedraagt per 31 december 2016 € 2.763.246,--. Het bodembedrag is gebaseerd op een in de nota ‘Reserves en voorzieningen 2017’ opgenomen berekening. Het plafondbedrag is berekend om een buffer te hebben voor mogelijke strategische aankopen. Er is een beslag op deze reserve gelegd van € 305.000,--. Het bodembedrag is berekend op €  1.439.000,-- zodat per saldo een bedrag van afgerond € 1.019.000,-- voor het doen van strategische aankopen.

Door de veranderde economische omstandigheden is er naast bovengenoemde reserve, een voorziening getroffen voor het afdekken van de risico’s in de grondexploitatie. Deze voorziening heeft per 31 december 2016 een saldo van € 1.240.000,--. Dit bedrag is opgebouwd om de verliezen te dekken voor een bedrag van € 1.000.000,-- ten behoeve van het plan Molenbeek en een bedrag van € 240.000,-- ten behoeve van het project Stationslaan 48. Het instellen van deze voorziening is nodig omdat uit de berekeningen voor de grondexploitatie een aantal verliezen naar voren komen. De herziene BBV geeft heeft hierbij de mogelijkheid om de diverse exploitatie meteen af te boeken of hiervoor een voorziening te treffen. Voor dit laatste middel is gekozen omdat de diverse verliezen nog niet zijn gerealiseerd en de economische omstandigheden in de toekomst nog kunnen veranderen.

De kostendekkendheid van exploitaties is een vereiste om deze tot ontwikkeling te brengen. Hiervan kan slechts worden afgeweken als sprake is van een specifiek maatschappelijk belang of als de ontwikkeling door een derde gebeurt en de gemeente geen (financiële) risico’s loopt bij de ontwikkeling ervan.

Risico’s grondexploitatie
In de diverse grondexploitaties zijn inmiddels forse bedragen geïnvesteerd waarover de gemeente een risico loopt. Op dit moment werkt de marktsituatie in het nadeel.

De belangrijkste risico’s in de grondexploitatie zijn:

  • Daling van grondprijzen
  • Niet of later verkopen van gronden
  • Sterke stijging van kosten

Deze risico’s kunnen zich op verschillende wijze voordoen. De risico’s van daling van grondprijzen en het stijgen van kosten zijn algemene risico’s waarop vooral de marktsituatie van invloed is. De marktsituatie voor grondverkoop is op dit moment wel dusdanig dat daling van grondprijzen een laag risico vormt.

Het niet of later verkopen van gronden kan op verschillende wijzen ontstaan. Enerzijds door de marktsituatie waardoor grond te duur is geworden of dat een bepaalde woningen geen behoefte is. Anderzijds kan dit ook ontstaan door het niet of later goedkeuren van bestemmings- en exploitatieplannen. Hierbij speelt ook het KWP een rol. Door de grote hoeveelheid aan plannen was het KWP overschreden. Inmiddels valt de hoeveelheid plannen weer binnen de grenzen van het KWP.

Actualiteit exploitatiegebieden

Bestaande exploitatiegebieden
De basis voor de bestaande gebieden zijn de kostprijsberekeningen die bij het in ontwikkeling nemen van het gebied zijn vastgesteld. Het zijn de gebieden industrieterrein De Kolk, Molenbeek, Weversweg Hulshorst, Stationslaan 48 en Elspeet NoordWest.

Bij de jaarrekening wordt jaarlijks volledige verantwoording afgelegd over de mutaties in de grondexploitatie in het jaar waarop de rekening betrekking heeft.

Dit gebeurt als volgt:

  • In het jaarverslag wordt op hoofdlijnen een tekstuele toelichting gegeven.
  • Als bijlage bij de jaarrekening is de cijfermatige onderbouwing van de grondexploitatie tot en met het desbetreffende jaar opgenomen. De desbetreffende bijlage is voor het inzicht in het totaal van de grondexploitatie gesplitst in de verschillende paragrafen. Paragraaf 4.1 gaat in op de ruwe gronden en toekomstige complexen. Voor deze gronden is nog geen exploitatieopzet opgesteld. Paragraaf 4.2 (Bouwrekening complexen in uitvoering) is een van de belangrijkste onderdelen. Per complex wordt aangegeven: de in het boekjaar en het totaal tot en met het boekjaar verantwoorde inkomsten en uitgaven, het restant van de aangegane verplichtingen, calculatieverschillen en nog te besteden en te ontvangen bedragen. Daarnaast wordt nog een toelichting op het desbetreffende complex gegeven.
  • De tekstuele toelichting per project in de paragraaf grondbeleid.

Zo nodig worden ontwikkelingen ook gerapporteerd via de viermaands rapportages.

Bij de lopende projecten is er een planning gehanteerd van verkopen van woningen en gronden voor 2017. Deze planning voor 2017 is als volgt:

 

  planning
  2018
Weversweg  
rijwoningen tot aftoppingsgrens 4
hoek- en rijwoningen tussen € 181.000 en € 270.000 6
tweekappers en vrijstaand € 270.000 en € 370.000 7
Elspeet NoordWest  
hoek- en rijwoningen tussen € 181.000 en € 270.000 8
tweekappers en vrijstaand € 270.000 en € 370.000 5
Molenbeek  
rijwoningen tot aftoppingsgrens  
hoek- en rijwoningen boven liberalisatiegrens 5
rijwoningen tot € 181.000 2
hoek- en rijwoningen tussen € 181.000 en € 270.000 19
tweekappers en vrijstaand € 270.000 en € 370.000 19
   
Totaal 75

Molenbeek
Het project Molenbeek is na het vaststellen van de strategienota in 2015 opnieuw in gang getrokken. In 2016 is een nieuw uitwerkingsplan vastgesteld en voor de gronden voor de eerste fase zijn contracten afgesloten. In 2016 is een start gemaakt met het bouwrijp maken van Molenbeek. In 2017 zijn reeds 128 kavels uitgegeven.
Voor dit project is een nieuwe grondexploitatie vastgesteld. Het resultaat uit deze grondexploitatie is € 644.000,- negatief. Dit verlies wordt opgevangen door de jaarlijkse rente af te boeken en het restant ten laste van de voorziening grondexploitatie te brengen. In deze voorziening is een bedrag van € 1.000.000,- voor het project Molenbeek gereserveerd.

Project Stationslaan 48
Op de grond van het voormalige tankstation Van Espelo is een plan ontwikkeld om huizen te bouwen en is een bestemmingsplanwijziging vastgesteld. De meeste woningen zijn verkocht. De gemeente Nunspeet hoeft slechts nog een aantal werkzaamheden met betrekking tot het woonrijp maken en de aansluiting op de Stationslaan uit te voeren. De exploitatieberekening van dit complex laat een negatief saldo zien van afgerond € 236.000,--. Hiervoor is een voorziening gevormd van € 240.000,--.

Elspeet NoordWest
Het bouwrijp maken in dit project is inmiddels voltooid. In 2017 zijn de meeste kavels uit gegeven. De verwachting is dat de resterende kavels in 2018 en 2019 worden uitgegeven.
Voor dit project is de grondexploitatie opnieuw berekend. Uit deze berekening komt een negatief saldo van € 66.000,--. Dit saldo is inmiddels onttrokken aan de reserve grondexploitatie waarmee de boekwaarde van het project is afgeboekt.

Weversweg Hulshorst
Door aanpassing van de plannen laat exploitatieberekening negatieve uitkomst (€ 537.000,--) zien. De grondverkopen zijn inmiddels weer op gang gekomen. Dit is mede veroorzaakt door aanpassing naar goedkopere woningcategoriën. Dit veroorzaakt wel het forse verlies in het plan. Een groot deel van de kavels ligt inmiddels wel onder optie.

Bedrijventerrein De Kolk
Voor het bedrijventerrein De Kolk is een nieuwe exploitatieberekening opgesteld. Deze heeft een positief saldo van afgerond € 2.949.000,--. Dit wordt veroorzaakt door diverse kostenvoordelen bij de aanbesteding van de rondweg en het bouwrijp maken en het verminderen van de risico's op dit project. De aanleg van de rondweg is inmiddels voltooid. De uitgifte van de kavels verloopt voorspoedig.

Jaarverslag - Paragraaf Gemeentelijke heffingen

Algemeen

Algemeen

De gemeente ontvangt de financiële middelen waarmee de gemeentelijke taken moeten worden uitgevoerd in hoofdzaak van de rijksoverheid, in de vorm van een algemene uitkering uit het Gemeentefonds en diverse doeluitkeringen. Daarnaast beschikt de gemeente over een relatief klein eigen belastinggebied dat uiteenvalt in belastingen en rechten.

Overzicht op hoofdlijnen

De volgende belastingen en heffingen zijn in de gemeente Nunspeet te onderscheiden:

  • onroerende-zaakbelastingen;
  • forensenbelasting;
  • toeristenbelasting;
  • afvalstoffenheffing;
  • rioolheffing;
  • rechten (leges, begraafplaatsrechten, marktgelden, rioolaansluitrechten)
  • precariobelasting.

De onroerende-zaakbelastingen, forensenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting dienen in principe tot het verkrijgen van algemene dekkingsmiddelen. De rioolheffing en de afvalstoffenheffing zijn heffingen die bedoeld zijn om de kosten van deze specifieke taken te dekken en mogen maximaal kostendekkend zijn. Andere heffingen waartegenover een dienst staat zoals marktgelden, begraafrechten en leges mogen eveneens maximaal 100% kostendekkend zijn op verordeningniveau.

Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten. De gecombineerde aanslagbiljetten onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing, afvalstoffenheffing zijn eind januari verzonden. Voor de overige belastingsoorten gelden andere verzenddata. De belastingen zijn opgelegd in overeenstemming met de door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen. De opbrengsten zijn verantwoord bij de diverse taakvelden.

 

 

Uitvoering Wet waardering onroerende zaken

Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de taxatie van onroerende zaken (gebouwen en grond). In de Wet WOZ is bepaald dat de waarde van onroerende zaken jaarlijks opnieuw moet worden vastgesteld, onafhankelijk van de voorafgaande waardevaststellingen. De waardepeildatum ligt een jaar voor de ingangsdatum (voor belastingjaar 2017 is de waardepeildatum 1 januari 2016). De werkzaamheden worden zo veel mogelijk modelmatig uitgevoerd met behulp van de hiervoor beschikbare software. Voor het jaarlijks waarderen is onder andere het bijhouden van de marktontwikkeling van groot belang. Deze wordt uitgevoerd op basis van de hiervoor in de Wet WOZ opgenomen uitgangspunten.

De Waarderingskamer is een onafhankelijk orgaan en houdt toezicht op de waardebepaling en waardevaststelling van onroerende zaken en op de overige in de Wet WOZ geregelde onderwerpen. De herwaarderingswerkzaamheden worden zo ingepland dat de Waarderingskamer op tijd toestemming kan geven de beschikkingen (uiterlijk) in februari, aansluitend aan het jaar waarin de herwaardering is uitgevoerd, te verzenden. Eind januari 2017 zijn de meeste beschikkingen in het kader van de Wet WOZ aan belanghebbende verzonden.

Het algemene oordeel van de Waarderingskamer is dat de uitvoering van de Wet WOZ in de gemeente Nunspeet goed verloopt en de Waarderingskamer heeft toestemming gegeven om de WOZ-beschikkingen voor 2017 te verzenden.

Ad 1. Onroerende-zaakbelastingen

Onroerende-zaakbelastingen

De OZB bestaat uit twee belastingen te weten een eigenaren- en een gebruikersbelasting. OZB-eigenaren: Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar het genot hebben van een onroerende zaak op grond van eigendom, bezit of beperkt recht. OZB-gebruikers: Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar een onroerende zaak gebruiken.

De tarieven voor de ozb worden berekend naar een percentage van de vastgestelde WOZ-waarde. De ozb zijn als algemeen dekkingsmiddel verreweg de belangrijkste belastingsoort. Het voorgenomen beleid over de ozb is overeenkomstig de begroting uitgevoerd.

Ad 2. Recreatieve heffingen

Recreatieve heffingen

De forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.  De gemeente Nunspeet heft toeristenbelasting voor het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven. Heffing vindt conform de verordening plaats per overnachting per persoon, voor vaste standplaatsen kan een forfaitair tarief worden gekozen voor een jaar- of seizoensplaats. Het voorgenomen beleid over de forensenbelasting en toeristenbelasting is overeenkomstig begroting uitgevoerd.

Ad 3. Precariobelasting

Precariobelasting

Vanaf belastingjaar 2016 is de precariobelasting voor het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond in de gemeente Nunspeet ingevoerd. De aanslagen precariobelasting voor het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen worden op grond van de wettelijke bepalingen pas na afloop van het belastingjaar opgelegd.

De Eerste Kamer heeft op 21 maart 2017 het wetsvoorstel beperken van de heffingsbevoegdheid van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut aangenomen. Het wetsvoorstel is op 1 juli 2017 inwerking getreden. Voor gemeenten (zoals Nunspeet) die op 10 februari 2016, de datum waarop minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting heeft aangekondigd, een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal het tarief in rekening brengen dat op 10 februari 2016 gold.

Ad 4. Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing

Om de kosten in het kader van het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen te verhalen, heft de gemeente Nunspeet de afvalstoffenheffing. Het uitgangspunt voor de afvalstoffenheffing is een 100%-dekking van de in begroting opgenomen kosten. Het voorgenomen beleid over het heffen van afvalstoffenheffing is overeenkomstig begroting uitgevoerd.

 

Ad 5. Rioolheffing

Rioolheffing

De gemeente Nunspeet legt de rioolheffing op aan de eigenaar van een direct of indirect op het riool aangesloten onroerende zaak in het kader van de WOZ-wetgeving. Het uitgangspunt voor de rioolheffing is een 100%-dekking van de in begroting opgenomen kosten. Het voorgenomen beleid over de rioolheffing is overeenkomstig de begroting uitgevoerd.

Ad 6. Rechten

Rechten

De gemeente Nunspeet hanteert bij de rechten in principe op verordeningniveau de maximale norm van 100% kostendekkenheid.

 

  1. Leges

    Leges worden geheven voor een door de gemeente te verlenen individuele dienst (zoals het verstrekken van een paspoort of uittreksel uit het bevolkingsregister) maar ook voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning (zoals een omgevingsvergunning).

     

  2. Begraafplaatsrechten

    Onder de naam ‘begraafrechten’ worden in Nunspeet rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van daarop betrekking hebbende diensten.

     

  3.  Marktgelden

    Onder de naam 'marktgelden' worden in Nunspeet rechten geheven voor het innemen van een standplaats op de voor markt aangewezen plaatsen gedurende de voor markt aangewezen tijd.

     

  4. Rioolaansluitrechten

Dit recht wordt geheven voor het genot van de door of vanwege het gemeentebestuur verleende dienst, bestaande uit het aanleggen van de aansluitbuis tussen het riool en de grens van de openbare weg.

Kwijtschelding

Het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid maakt integraal deel uit van het gemeentelijk minimabeleid. Kwijtschelding is alleen mogelijk voor de afvalstoffenheffing. Hierbij wordt maximaal gebruikgemaakt van de wettelijke vrijheden op dit gebied.

Heffingen in Nunspeet: lokale lastendruk

De Atlas van de lokale lasten wordt jaarlijks uitgegeven door het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (Coelo). Hierin worden de belastingen van gemeenten, provincies en waterschappen in kaart gebracht. Zij onderzoeken jaarlijks het niveau en ontwikkelingen van de lokale lasten en publiceren dit. In 2017 waren de gemiddelde woonlasten in Nunspeet, bestaande uit het bedrag dat een meerpersoonshuishouden in een woning met een gemiddelde waarde betaald aan ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing, in totaal € 580,--. Landelijk was dat in 2017 € 723,--. In de Coelo-atlas 2017 staat de gemeente Nunspeet in de ranglijst op nummer 12, waarbij nummer 1 de laagste woonlasten heeft. Oldebroek staat in deze ranglijst op nummer 79 en Elburg op nummer 64. [1]